Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:5331

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-07-2019
Datum publicatie
26-07-2019
Zaaknummer
7506964 CV EXPL 19-2868
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een verhuisbedrijf is een klant ruim 1470 euro verschuldigd omdat zijn aanrechtblad brak tijdens zijn verhuizing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7506964 CV EXPL 19-2868

vonnis van: 19 juli 2019

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. J.A. van den Berg

t e g e n

de besloten vennootschap Student Verhuis Service B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: SVS

verschenen bij [naam 1]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het procesdossier bestaat uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 januari 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het instructievonnis van 19 april 2019;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens wijziging/vermindering van eis, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek;

  • -

    de dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten op grond waarvan SVS in opdracht van [eiser] op 3 augustus 2018 een keramieken aanrechtblad met een verhuislift vanaf de [adres] naar de derde etage van de [adres] heeft getransporteerd.

1.2.

Op de overeenkomst zijn door SVS gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing. In de algemene voorwaarden staat, voor zover relevant:
2. (…) Alle schades ten gevolge van takelen zijn volledig voor rekening van de Opdrachtgever. Bij het gebruik van verhuisliften is uw inboedel wel verzekerd. (…)
33. In geval van schade dient de Opdrachtgever in aanwezigheid van de verhuizers deze schade te specificeren en dit schriftelijk laten vaststellen, dit moet vervolgens bevestigd worden met een handtekening voor rechtsgeldigheid. (…)
40. Indien er zich schade voordoet tijdens de verhuizing dient u deze schriftelijk aan de Opdrachtnemer te melden. (…)
71. Vrijstelling bij schade bedraagt € 450,- en is steeds voor rekening van de Opdrachtgever. (…)
74. De Opdrachtnemer is niet aansprakelijk voor enige schade jegens Opdrachtgever, indien deze schade is ontstaan ten gevolge van het verstrekken van onjuiste/onvolledige informatie en/of ondeugdelijke materialen door Opdrachtgever. Hieronder vallen tevens in slechte staat verkerende verhuisdozen.

1.3.

Het transport is uitgevoerd door twee verhuizers van SVS. Op die dag was [eiser] ook aanwezig met nog twee anderen, onder wie [naam 2] .

1.4.

Op het moment dat de twee verhuizers van SVS het keramieken aanrechtblad op de derde verdieping naar binnen tilden en aldaar horizontaal vervoerden is het blad ter hoogte van de uitsparing voor de spoelbak gebroken.

1.5.

Op 4 augustus 2018 heeft [naam 2] SVS bericht dat het aanrechtblad is gebroken en schade is geleden. Op 8 augustus 2018 heeft [eiser] een soortgelijk bericht aan SVS gestuurd.

1.6.

Het aanrechtblad is volgens de fabrikant niet meer te herstellen.

1.7.

SVS heeft op 4 september 2018 gereageerd en gevraagd om documenten voor de schadeafhandeling. SVS schrijft dat zij ernaar streeft om een schadecompensatie te treffen buiten de verzekeringsmaatschappij om.

1.8.

Hierop heeft [eiser] SVS op 10 september 2018 een foto van de schade toegezonden, alsmede het door de reparateur opgestelde schaderapport en de factuur van het aanrechtblad.

1.9.

SVS heeft bij e-mail van 24 september 2018 onder meer aan [eiser] bericht dat zij een low-budget verhuisbedrijf is, de notitie van de verhuizers niet correct is, het aanrechtblad niet transportwaardig was verpakt en het blad is gebroken omdat er volgens de verhuizer te weinig mankracht aanwezig was. Daarom zal SVS de schade niet vergoeden.

1.10.

[eiser] heeft hierop gereageerd bij e-mail van 25 september 2018 en het standpunt van SVS weersproken. Op 9 oktober 2018 heeft [eiser] nog een aangetekende brief aan SVS gestuurd met het verzoek om schadevergoeding.

1.11.

[eiser] heeft zijn vordering ter incasso uit handen gegeven. De gemachtigde van [eiser] heeft op 13 november 2018 en op 18 december 2018 nog aangetekende brieven aan SVS gestuurd, waarop geen reactie meer is gekomen.

1.12.

Op 11 december 2018 heeft [naam 3] van de leverancier van het keramieken aanrechtblad voor zover relevant het volgende verklaard:
In het werkblad zaten twee uitsparingen. Een van de uitsparingen was extra beveiligd met een transportbrug (een kleine brug in de uitsparing).
Het werkblad was verpakt in hard karton. Dit om te voorkomen dat het blad tijdens het transport beschadigt. Vooral de randen van het keramiek zijn kwetsbaar. Het transport is schadeloos door onze transporteur uitgevoerd van de productieplaats in Tolbert (Groningen) tot aan de [adres] in [plaats] . Hat hard karton zorgt voor een transportwaardige verpakking omdat het schade aan de randen voorkomt. Het werkblad van keramiek dient altijd verticaal vervoerd te worden. (…)

Vordering

2. [eiser] vordert, na wijziging c.q. vermindering van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

2.1.

een verklaring voor recht dat (de medewerkers van) SVS in strijd (hebben) heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van haar in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht en/of in strijd met de verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst tot opdracht alsmede op de door haar gehanteerde algemene voorwaarden en uit dien hoofde alsmede uit de artikelen 6:76, 6:170 en 6:171 BW verplicht is tot vergoeding van de daardoor ontstane schade welke wordt vastgesteld op € 1.477,05;

2.2.

een verklaring voor recht dat de op 2 april 2019 door SVS verrichte betaling van € 1.027,05 verschuldigd was/is wegens de door of namens SVS veroorzaakte schade van € 1.477,05 minus het eigen risico van € 450,00;

2.3.

SVS te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over € 1.027,05 vanaf
13 november 2018 tot 3 april 2019 te betalen binnen 14 dagen na vonnisdatum;

2.4.

SVS te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad 15% over € 1.477,05 op basis van het NOVA tarief;

2.5.

SVS te veroordelen tot betaling van de nakosten, door [eiser] bepaald op € 181,50 aan nasalaris en € 77,95 aan nakosten met betrekking tot de betekening, indien niet aan de veroordeling van het onder 2.3 en 2.4

3. [eiser] stelt hiertoe, kort en zakelijk weergegeven, dat partijen een overeenkomst van opdracht zijn aangegaan. Op grond van de overeenkomst en de algemene voorwaarden is [eiser] verzekerd tegen schade bij het gebruik van een verhuislift. De verhuizers van SVS hebben een keramieken aanrechtblad, in strijd met de door [eiser] gegeven instructies, horizontaal getild en vervoerd, waardoor deze is gebroken en niet meer te herstellen is. SVS dient de door [eiser] geleden schade te vergoeden.

Verweer

4. SVS heeft aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, dat twee van haar verhuizers het aanrechtblad horizontaal op de verhuislift naar boven hebben gebracht. [eiser] of zijn helpers hebben op geen enkel moment gezegd dat het aanrechtblad niet horizontaal getild mocht worden. Bij het tillen van het aanrechtblad van de lift hoorden de verhuizers het blad breken. Vervolgens hebben de verhuizers samen met [eiser] de schade geïnspecteerd en gedocumenteerd. Pas achteraf vertelde [eiser] dat het aanrechtblad niet horizontaal mocht worden getild. Dit verklaren beide verhuizers afzonderlijk van elkaar. Ook was het verpakkingsmateriaal van het aanrechtblad niet afdoende. Een blad van dergelijke afmeting en gewicht dient in een bekisting vervoerd te worden. De schade was 100% voorkomen geweest indien [eiser] instructies zou hebben gegeven en er beter verpakkingsmateriaal zou zijn gebruikt. Uit coulance heeft SVS een bedrag van € 1.027,05 aan [eiser] betaald. Dat is de door [eiser] gestelde schade, min € 450,00 aan eigen risico. SVS heeft getracht de kwestie minnelijk op te lossen. Daarom betwist SVS alle bijkomende kosten.

Beoordeling

5. Voldoende is vast komen te staan dat het keramieken aanrechtblad, dat nog in de originele fabrieksverpakking zat, door twee verhuizers van SVS met behulp van een verhuislift is vervoerd naar de derde etage. Op de derde etage hebben deze twee verhuizers het aanrechtblad horizontaal getransporteerd. Het aanrechtblad is vervolgens gebroken op een zwak punt. Vervolgens hebben de verhuizers van SVS met [eiser] de schade vastgesteld en gedocumenteerd.

6. De overeenkomst tussen partijen kwalificeert als een verhuisovereenkomst in de zin van artikel 8:1170 BW. Volgens artikel 8:1173 BW moet de verhuizer de verhuisgoederen afleveren in de staat waarin deze ter vervoer zijn aangeboden. De verhuizer is aansprakelijk als hij niet aan deze verplichting voldoet en dat is hier het geval. Deze aansprakelijkheid kan de verhuizer niet contractueel verminderen, zo volgt uit artikel 8:1179 BW. De enige uitzondering hierop – verhuizing van uitzonderlijke objecten – doet zich hier niet voor, nog daargelaten dat daarvoor een afzonderlijke schriftelijke afspraak is vereist.

7. De door [eiser] geleden schade is niet betwist. Deze bestaat uit de kosten van het aanrechtblad van € 1.240,00, de kosten voor de levering van het aanrechtblad van € 110,00 en de kosten voor de werkzaamheden van SVS van € 127,05. In totaal moet SVS dus een bedrag van € 1.477,05 vergoeden. De verklaring voor recht met die strekking is dus toewijsbaar, met dien verstande dat de grondslag voor verschuldigdheid is gelegen in de wettelijke regeling voor de verhuisovereenkomst. De gevorderde verklaring voor recht dat een bedrag verschuldigd was met inachtneming van een eigen risico is niet toewijsbaar, gezien hetgeen hiervoor onder 6 is overwogen.

8. SVS heeft een bedrag van € 1.027,05 aan schade vergoed op of omstreeks 2 april 2019, waarna nog een vordering van € 450,00 resteerde. Nu [eiser] de eis in deze procedure met € 450,00 heeft verminderd, kan aan hoofdsom echter niets meer worden toegewezen.

9. De gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 1.027,05 over de periode
13 november 2018 tot 3 april 2019 is toewijsbaar. Dat komt neer op een bedrag van € 7,99.

10. [eiser] maakt aanspraak op buitengerechtelijke kosten. Voldoende gebleken is dat [eiser] buitengerechtelijke werkzaamheden heeft (moeten) verricht(en), zodat de kantonrechter aanleiding ziet om een bedrag aan buitengerechtelijke kosten toe te wijzen. Voor wat betreft de hoogte daarvan zal worden aangesloten bij het gebruikelijke wettelijke tarief.

11. Hoewel [eiser] geen proceskostenveroordeling heeft gevorderd, wordt SVS bij deze uitkomst als de overwegend in het ongelijk gestelde partij (ambtshalve) met de proceskosten belast. Geen aanleiding wordt gezien de proceskosten te compenseren zoals door SVS verzocht, omdat SVS pas geruime tijd (op of omstreeks 2 april 2019) na het aanbrengen van de zaak (op 22 januari 2019) een bedrag heeft betaald. [eiser] had op dat moment al kosten gemaakt. In tegenstelling tot SVS heeft [eiser] afdoende aangetoond dat hij heeft getracht het geschil minnelijk op te lossen.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat SVS haar verplichtingen voortvloeiend uit artikel
8:1173 lid 1 BW niet is nagekomen en uit dien hoofde verplicht is tot vergoeding van de schade van € 1.477,05 ;

veroordeelt SVS tot betaling aan [eiser] van:
• € 268,08 aan buitengerechtelijke kosten;
• € 7,99 aan wettelijke rente;

veroordeelt SVS in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
dagvaardingskosten € 99,01
salaris gemachtigde € 240,00
griffierecht € 231,00
-----------------
totaal € 570,01
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt SVS in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat SVS niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.