Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:5301

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2019
Datum publicatie
22-07-2019
Zaaknummer
13/684356-17 (zaak A) en 13/746035-18 (zaak B)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek 13Flatonia. Medeplegen van handel in harddrugs, voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Opiumwet en het voorhanden hebben van een pistool. Toepassing jeugdstrafrecht. Taakstraf 180 uren waarvan 60 uren voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM


VONNIS

Parketnummer: 13/684356-17 (zaak A) en 13/746035-18 (ter terechtzitting gevoegd) (zaak B)

Datum uitspraak: 11 juli 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 juni 2019, 13 juni 2019 en 11 juli 2019. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 12 en 13 juni 2019. Het onderzoek is gesloten op 11 juli 2019 waarna direct uitspraak is gedaan.

De zaak tegen verdachte is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) (13/680253-17), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) (13/680137-17), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) (13/680152-17) en [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) (13/684355-17).

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. G.M. Kolman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W.K. Cheng, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt er – samengevat – van beschuldigd dat hij:

Zaak A

in de periode van 1 januari 2016 tot en met 1 augustus 2017 met een ander of anderen opzettelijk cocaïne en of heroïne aanwezig heeft gehad en heeft vervoerd, verkocht, afgeleverd en of verstrekt aan een aantal personen (feit 1).

Ook wordt verdachte er – samengevat – van beschuldigd dat hij op 1 augustus 2017 met een ander of anderen een mobiele telefoon (Nokia) voorhanden heeft gehad om een misdrijf als bedoeld in artikel 10 lid 4 of lid 5 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en of vervaardigen van cocaïne en of heroïne (feit 2).

Zaak B

Tot slot wordt verdachte ervan beschuldigd dat hij op 18 april 2018 een pistool voorhanden heeft gehad.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die achter dit vonnis is gevoegd.

3 Waardering van het bewijs

Naar aanleiding van een melding via Meld Misdaad Anoniem is op 4 mei 2017 een opsporingsonderzoek opgestart onder de naam 13Flatonia. [medeverdachte 3] zou handelen in cocaïne en crack en meerdere mensen voor hem hebben lopen, onder wie [medeverdachte 2] en een zekere [naam 1] uit [plaats 3] . Het onderzoek richtte zich in eerste instantie alleen op [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , later kwamen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] in beeld.

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Zaak A: de handel in en het aanwezig hebben van drugs en de voorbereidingshandelingen (feiten 1 en 2)

Op basis van de observaties, de hoeveelheid tapgesprekken, de verklaringen van de afnemers van drugs, de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten, de telecomgegevens, de aangetroffen dealtelefoons en de bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] aangetroffen drugs, geldbedragen en bereidingsmiddelen volgt de conclusie dat verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan de handel in drugs. Met elkaar vormden ze een goedlopende organisatie die dag en nacht klaarstond om drugs als cocaïne, heroïne en XTC te leveren aan drugsverslaafden. Uit de tapgesprekken blijkt dat ze elkaar afwisselden. Als de een ging slapen, werden de dopelijn en de voorraad doorgegeven aan de ander. Verdachte en zijn medeverdachten vervulden hierin ieder een eigen rol van betekenis.

Gelet op de tapgesprekken, de stemherkenningen, observaties en het aantreffen van de telefoon die is gekoppeld aan dopelijn [nummer 1] bij de aanhouding van verdachte kan worden geconcludeerd dat verdachte fungeerde als dealer. Verdachte heeft dit ter terechtzitting bekend. De gehoorde kopers van drugs bevestigen dit beeld: ze wijzen verdachte aan als een van de jongens bij wie ze drugs kochten.

Verdachte en zijn medeverdachten (met uitzondering van [medeverdachte 4] ) hebben verklaard slechts een korte periode voorafgaand aan hun arrestaties bezig te zijn geweest met de handel in drugs. Dit is volstrekt onaannemelijk. Vanaf de eerste dag van het onderzoek komen al veel bestellingen binnen via de op dat moment onderkende dopelijn. Een groot aantal ambtshalve bekende harddrugsgebruikers weet dan al de weg te vinden naar deze organisatie. Uit de historische gegevens van dopelijn [nummer 2] blijkt dat dit beeld sinds de ingebruikname van dit nummer op 9 januari 2017 constant is. Het kost tijd en investeringen om zo’n goedlopende organisatie op te tuigen en zo’n brede, loyale klantenkring op te bouwen. Het onderzoeksteam heeft geen zicht gekregen op het telefoonnummer dat vóór de ingebruikname van dopelijn [nummer 2] in gebruik was als dopelijn. Van de periode vóór 9 januari 2017 zijn dan ook geen historische gegevens bekend. Gelet echter op de goedlopende organisatie met die grote vaste klantenkring, in samenhang bezien met de verklaringen van de afnemers die allen verklaren al veel langer bij deze groep verdachten drugs te bestellen, kan wettig en overtuigend worden bewezen dat zij zich met elkaar schuldig hebben gemaakt aan de handel in drugs gedurende een periode beginnend op 1 januari 2016.

Zaak B: het voorhanden hebben van een pistool

Gelet op de vondst van het pistool op de slaapkamer van verdachte en zijn neef, het aangetroffen DNA-mengprofiel van verdachte op het pistool en zijn bekennende verklaring kan het voorhanden hebben van een pistool wettig en overtuigend worden bewezen.

3.2

Het standpunt van de raadsman van verdachte

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich een jaar en zeven maanden schuldig heeft gemaakt aan het dealen en aanwezig hebben van drugs, maar hoogstens enkele keren. Verdachte komt pas in de loop van juli 2017 in beeld en een van de afnemers, [persoon 1] , heeft verklaard dat ze verdachte herkent als de verkoper van cocaïne die nog niet zo lang werkt.

Ten aanzien van de voorbereidingshandelingen (zaak A feit 2) en het voorhanden hebben van een pistool (zaak B) heeft de raadsman van verdachte geen bewijsverweer gevoerd.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. Zij baseert zich daarbij op grond van de wettige bewijsmiddelen op de volgende feiten en omstandigheden.1

Zaak A

3.3.1

De beoordeling van de handel in en het aanwezig hebben van drugs (feit 1)

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat sprake is geweest van een groepsverband dat in onderlinge samenwerking handelde in verdovende middelen waartoe verdachte en zijn medeverdachten behoorden. Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 juni 2019 verklaard dat hij voor zijn aanhouding een paar weken heeft gehandeld in cocaïne. Hij wil alleen over zichzelf verklaren, maar het ging “via via”.

Dopelijnen

Het groepsverband maakte gebruik van verschillende dopelijnen waar kopers naartoe konden bellen om drugs (cocaïne, heroïne en/of XTC) te bestellen. Deze dopelijnen werden onderling uitgewisseld zodat verschillende personen gebruikmaakten van hetzelfde nummer.

De rechtbank stelt aan de hand van het dossier vast dat het groepsverband gebruikmaakte van de volgende dopelijnen:

  • -

    [telefoonnummer 1] (hierna: # [nummer 2] );

  • -

    [telefoonnummer 2] (hierna: # [nummer 3] ); en

  • -

    [telefoonnummer 3] (hierna: # [nummer 1] ).

Dat deze telefoonnummers dopelijnen waren, leidt de rechtbank af uit de getapte telefoongesprekken. Hieruit blijkt dat er veelal zeer korte, niet sociale gesprekken worden gevoerd met de gebruikers van deze telefoonnummers. Er worden afspraken op locatie in een kort tijdsbestek gemaakt, er worden bedragen en hoeveelheden besproken en er wordt versluierde taal gebruikt om de drugs aan te duiden: ‘koffie’23, ‘chappa’4, ‘eten’56, ‘wit’78, ‘bruin’910 en ‘brunoe’1112. Verschillende personen maken gebruik van deze telefoonnummers en laten zich onder meer aanspreken met ‘Petje’13 of ‘Kleine’141516. Deze schuilnamen worden onderling uitgewisseld en door meerdere personen gebruikt. De telefoonnummers hebben in een korte periode veel contactmomenten en er blijken veel ambtshalve bekende harddrugsgebruikers in te bellen of te sms’en1718. Enkele verhoorde gebruikers hebben verklaard van een of meerdere van deze telefoonnummers gebruik te maken voor het bestellen van drugs.19

Dopelijn # [nummer 2]

Uit de historische gegevens van # [nummer 2] is gebleken dat dit nummer sinds 9 januari 2017 actief is.20 Op 4 juni 2017 ontving de politie een e-mail van een medewerkster van [stichting] met daarin de mededeling dat het nummer # [nummer 2] vermoedelijk in gebruik is bij een dealer. Op 14 juni 2017 is vervolgens een technische actie gestart op dit nummer.21

Dopelijn # [nummer 3]

Uit de historische gegevens van # [nummer 3] is gebleken dat dit nummer sinds 13 mei 2017 actief is. Op 11 juli 2017 is een technische actie gestart op dit nummer. Op 17 juli 2017 wordt voor het laatst een gesprek met dit nummer gevoerd.22 Kennelijk is er een nieuw nummer, want de gebruiker van # [nummer 3] vraagt op 17 juli 2017 aan de gebruiker van #1447 waarom hij op het oude nummer belt en zegt hem vervolgens dat hij op het nieuwe nummer moet bellen.23

Dopelijn # [nummer 1]

Via de technische actie op # [nummer 2] is te horen dat de gebruiker van # [nummer 2] op 15 juli 2017 wordt gebeld door de gebruiker van # [nummer 1] .24 Het telefoonnummer was dus in elk geval vanaf 15 juli 2017 in de lucht. Op 20 juli 2017 is een technische actie gestart op dit nummer.25

Het groepsverband en de rol van verdachte daarin

Ieder lid van het groepsverband had een eigen rol in het geheel. Naar het oordeel van de rechtbank was verdachte een van de koeriers die de drugs rondbracht nadat er op een van de dopelijnen een bestelling binnenkwam. De rechtbank komt op grond van het volgende tot dat oordeel.

3.3.1.1 Telefoonnummers in gebruik bij verdachte

Op grond van het dossier concludeert de rechtbank dat verdachte – alleen of samen met anderen – gebruikmaakte van de volgende telefoonnummers:

  • -

    dopelijn # [nummer 1] ; en

  • -

    [telefoonnummer 4] (hierna: # [nummer 4] ).

Ten aanzien van dopelijn # [nummer 1] wijst de rechtbank op het feit dat bij de aanhouding van verdachte op 1 augustus 2017 een Nokia-telefoon onder hem in beslag wordt genomen die gekoppeld is aan # [nummer 1] .26 Dit nummer is vanaf 15 juli 2017 in gebruik.

Ten aanzien van # [nummer 4] geldt dat dit telefoonnummer op 27 juli 2017 wordt aangestuurd door # [nummer 1] om naar ‘syd, caravan, [naam 2] en dan Boedda’ te gaan.27 Een klein halfuur later wordt verdachte geobserveerd terwijl hij het appartementencomplex aan [adres 1] binnengaat. In dit appartementencomplex woont de ambtshalve bekende harddrugsgebruiker [naam 2] [persoon 4] .28 De rechtbank stelt vast dat het dossier enkele processen-verbaal van herkenning bevat die zien op stemherkenning van verdachte en of een van zijn medeverdachten in bepaalde getapte telefoongesprekken. Wat betreft het merendeel van de uitgewerkte telefoongesprekken zijn er echter geen processen-verbaal opgemaakt waarin wordt geverbaliseerd dat de stem van verdachte in een specifiek telefoongesprek wordt herkend, maar wordt volstaan met het in het uitgewerkt telefoongesprek noemen van de voor- of achternaam van verdachte of een van zijn medeverdachten, al dan niet gevolgd door ‘(sh)’ of ‘sh’.

De rechtbank overweegt dat zij ambtshalve bekend is met de afkorting ‘sh’, wat stemherkenning betekent. Voor het overige heeft zij gelet op de ondersteunende bewijsmiddelen die dit dossier bevat geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de ‘overige’ stemherkenningen in dit dossier, ook al zijn deze niet in een apart proces-verbaal opgenomen. De rechtbank neemt de door de politie als deelnemers aan de tapgesprekken genoemde personen over als deelnemers aan die gesprekken.

3.3.1.1.1 [telefoonnummer 3]

Uit de telefonische acties op # [nummer 2] , # [nummer 7] en # [nummer 1] blijkt dat met # [nummer 1] onder meer de volgende telefoongesprekken zijn gevoerd.

Juli 2017

Op 15 juli 2017 vraagt # [nummer 1] om 20:33 uur aan [medeverdachte 3] of hij nog eten heeft. [medeverdachte 3] komt eraan.29

Op 17 juli 2017 zegt # [nummer 1] om 16:18 uur tegen # [nummer 7] dat hij geen eten meer heeft. # [nummer 7] komt eraan.30

Op 18 juli 2017 wordt # [nummer 1] door [medeverdachte 3] om 13:33 uur naar [naam 3] in het tunneltje gestuurd.31 Om 18:47 uur wordt door # [nummer 7] gecheckt of # [nummer 1] nog genoeg chaps heeft.32

Op 27 juli 2017 stuurt # [nummer 1] om 11:36 uur de gebruiker van # [nummer 4] naar ‘syd, caravan en [naam 2] en dan Boedda’.33

Augustus 2017

Op 1 augustus 2017 wordt [medeverdachte 3] om 07:33 uur gebeld door # [nummer 1] . [medeverdachte 3] vraagt of hij nog chappa’s heeft. # [nummer 1] zegt dat hij nog een beetje heeft en vraagt of [medeverdachte 3] met een broodje chocolade komt.34 Om 07:41 uur vraagt [medeverdachte 3] nogmaals aan # [nummer 1] of hij chappa heeft.35 Omstreeks 08:33 uur wordt [medeverdachte 3] op de [adres 6] in [plaats 1] waargenomen als bestuurder van een Audi A3. # [nummer 2] verplaatst zich via zendmasten naar Amsterdam. Uit gesprekken met # [nummer 1] blijkt dat zij elkaar ontmoeten. Ook peilen beide telefoonnummers tussen 09:03 uur en 09:20 uur uit op zendmasten gelegen aan de [adres 7] en de [adres 8] te [plaats 2] .36 Om 10:32 uur wordt [medeverdachte 3] gebeld door # [nummer 1] . [medeverdachte 3] geeft aan dat # [nummer 1] naar hem toe moet komen.37 Om 10:50 uur wordt [medeverdachte 3] weer gezien op de derde verdieping van de flat waarin zijn woning zich bevindt.38

Ondertussen heeft # [nummer 1] opvallende gesprekken. Zo zegt hij om 09:13 uur tegen # [nummer 9] , die vraagt of hij wil komen, dat hij nu weer koffie heeft.39 Om 09:13 uur zegt # [nummer 1] hetzelfde tegen # [nummer 10]40 en om 09:17 uur tegen # [nummer 8] .41

Gelet op de gesprekken die tussen [medeverdachte 3] en # [nummer 1] zijn gevoerd, de telefoons die op dezelfde locatie uitpeilen en de gesprekken die # [nummer 1] om 09:13 uur en daarna voert, met name dat wordt benoemd dat # [nummer 1] weer over koffie beschikt, gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 3] de gebruiker van # [nummer 1] heeft voorzien van drugs.

Uit bovengenoemde gesprekken leidt de rechtbank af dat – naast dat # [nummer 1] fungeerde als dopelijn – # [nummer 1] werd aangestuurd door de gebruiker van # [nummer 2] , meestal [medeverdachte 3] , en dat # [nummer 1] aan onder andere [medeverdachte 3] en # [nummer 7] kenbaar maakt als er geen drugs meer zijn, zodat # [nummer 1] kan worden bevoorraad. Op 27 juli 2017 stuurt # [nummer 1] een ander aan.

3.3.1.1.2 [telefoonnummer 4]

Uit de technische acties op # [nummer 7] en # [nummer 1] blijkt dat met # [nummer 4] onder meer de volgende telefoongesprekken zijn gevoerd.

Juli 2017

Op 21 juli 2017 wil # [nummer 7] om 11:08 uur weten waar # [nummer 4] is. Hij zegt dat die ‘Blauwe’ belde en zei dat # [nummer 4] niet bij studenten is geweest. # [nummer 4] is nu in de buurt. Hij is er net geweest, hij heeft bankoe van haar gekregen en vraagt zich af wat die ander lult.42

In een apart proces-verbaal wordt geverbaliseerd dat het verbalisanten ambtshalve bekend is dat er op de [adres 4] een studentenflat staat en dat daar langs het voetpad wordt gedeald in drugs.43

Op 27 juli 2017 vraagt # [nummer 4] om 11:34 uur aan # [nummer 1] wie er in de buurt wacht. # [nummer 4] zegt dat hij hiero heeft.44 Om 11:36 uur stuurt # [nummer 1] # [nummer 4] naar ‘syd, caravan en [naam 2] en dan Boedda’.45

Uit bovengenoemde gesprekken leidt de rechtbank af dat de gebruiker van # [nummer 4] op 21 juli 2017 fungeerde als dealer en dat # [nummer 4] werd aangestuurd door onder meer # [nummer 1] .

3.3.1.1.3 Tussenconclusie

Verdachte maakte gebruik van het telefoonnummer # [nummer 1] dat werd aangestuurd om naar anderen te gaan – al dan niet nadat er op een dopelijn een bestelling binnenkwam – en dat aan anderen kenbaar maakte als de voorraad drugs op was. Eenmalig stuurt # [nummer 1] een ander aan. Ook maakte verdachte gebruik van het telefoonnummer # [nummer 5] dat in elk geval op 27 juli 2017 door een ander werd aangestuurd.

3.3.1.2 Observaties

27 juli 2017

Om 11:59 uur wordt verdachte geobserveerd terwijl hij op een witte Vespa aankomt bij het appartementencomplex aan [adres 1] . Om 12:04 uur wordt gezien dat verdachte bij de woning [adres 1] naar binnen gaat. Na ongeveer één minuut verlaat verdachte de woning en rijdt omstreeks 12:06 uur weg op zijn scooter.

Uit de politiesystemen is gebleken dat [persoon 2] op het adres [adres 1] woont. Hij heeft vier registraties met betrekking tot de Opiumwet.46

Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 juni 2016 verklaard dat hij die dag cocaïne heeft bezorgd.

1 augustus 2017

Op 1 augustus 2017 wordt [medeverdachte 3] om 10:32 uur gebeld door # [nummer 1] . [medeverdachte 3] zegt dat # [nummer 1] naar hem toe moet komen.47 Om 10:58 uur belt [medeverdachte 3] nogmaals met # [nummer 1] die zegt dat hij er al is.48 Op dat moment ziet verbalisant een zwarte Daewoo Matiz [adres 2] te [plaats 1] oprijden. Het voertuig verdwijnt even uit het zicht waarna twee jongens de hoek om lopen en bij de flat waar [medeverdachte 3] woont worden opgevangen door [medeverdachte 3] . De jongens worden later herkend als verdachte en [medeverdachte 4] .49

Om 11:09 uur wordt dopelijn # [nummer 1] gebeld door een onbekende man, [persoon 3] , die zegt dat hij voor een donnie heeft en vraagt waar hij # [nummer 1] kan zien. # [nummer 1] straalt op dat moment de zendmast aan de [adres 3] te [plaats 1] aan, in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 3] . # [nummer 1] zegt dat hij even ‘eten’, ‘spullen’, aan het klaarmaken is. Er wordt over een half uur afgesproken bij ‘de studenten’.50 Om 11:13 uur lopen de jongens terug naar de Daewoo Matiz. [medeverdachte 3] staat om 11:16 uur bij de garagebox ( [adres 2] ). Hierna worden verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aangehouden.51 Bij verdachte wordt een Nokia-telefoon aangetroffen die gekoppeld blijkt te zijn aan # [nummer 1] .52

Gelet op de aangetroffen telefoon bij verdachte, die samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de woning van [medeverdachte 3] aanwezig was, de gesprekken die hij met [persoon 3] voert waarin hij praat over het klaarmaken van eten dan wel spullen en dat er over een half uur wordt afgesproken bij de studenten, een term waarvan ambtshalve bekend is dat daarmee een studentenflat op de [adres 4] in [plaats 2] wordt bedoeld waar aan het voetpad drugs wordt gedeald, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte in de woning van [medeverdachte 3] werd voorzien van drugs.

3.3.1.3 Verklaringen van kopers van drugs

De rechtbank stelt vast dat diverse kopers van verdovende middelen als verdachte bij de politie zijn verhoord. Sommige van hen zijn later nog bij de rechter-commissaris gehoord. Aan de kopers zijn met toestemming van de officier van justitie politiefoto’s van de verdachten getoond in een zogeheten fotoboek.5354

Voor zover het de herkenning van verdachte en zijn medeverdachten op de foto’s betreft, acht de rechtbank de verklaringen van de kopers betrouwbaar. Ze zijn kort na de ten laste gelegde periode gehoord. Dat de getuigen bij de rechter-commissaris niet geheel hetzelfde hebben verklaard, is verklaarbaar door het tijdsverloop en het feit dat de meeste kopers hebben verklaard dat ze al (tientallen) jaren drugs gebruiken, wat een zekere aantasting van het geheugen met zich mee kan brengen. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit niet met zich mee dat de getuigenverklaringen bij de politie, die elkaar onderling ondersteunen en waarvan sommige worden ondersteund door objectieve bewijsmiddelen, niet betrouwbaar zijn. Ook heeft een aantal getuigen bij de rechter-commissaris aangegeven dat ze zijn bedreigd of zelfs in elkaar zijn geslagen. In dat licht bezien hecht de rechtbank meer waarde aan de getuigenverklaringen die zijn afgelegd bij de politie, maar betekent dat niet dat zij de verklaringen die zijn afgelegd bij de rechter-commissaris geheel terzijde schuift.

[persoon 1]

heeft op 7 augustus 2017 bij de politie verklaard dat verdachte een van de twee dealers was die kwam als ze naar dopelijn # [nummer 1] belde. In een week tijd heeft ze wel twintig keer van hem gekocht. Hij was alleen of kwam samen met [medeverdachte 1] . Ze wisselden af en waren 24/7 actief.55

De verklaring van [persoon 1] vindt ondersteuning in een analyse van de contacten van # [nummer 1] , waaruit blijkt dat [persoon 1] in de periode van 20 juli 2017 tot en met 16 augustus 2017 122 contactmomenten met dit nummer heeft gehad.56

[persoon 4]

heeft op 15 september 2017 bij de politie verklaard dat ze de persoon die haar op foto 2 is getoond (verdachte) pas kende en dat ze een paar keer iets van hem heeft gekocht.57

De verklaring van [persoon 4] vindt ondersteuning in een analyse van de contacten van # [nummer 1] waaruit blijkt dat het telefoonnummer van [persoon 5] , dat volgens [persoon 4] door haar werd gebruikt, in de periode van 20 juli 2017 tot en met 16 augustus 2017 274 contactmomenten met dit nummer heeft gehad.58

[persoon 6]

heeft op 12 augustus 2017 bij de politie verklaard dat de persoon op foto 2 (verdachte) namens “Kleine” ( [medeverdachte 1] ) kwam. Hij heeft zeer regelmatig cocaïne van hem gekocht. Verdachte had ook heroïne bij zich. [persoon 6] belde eerst naar dopelijn # [nummer 2] , maar daarna werd dopelijn # [nummer 1] doorgegeven.59

De verklaring van [persoon 6] vindt ondersteuning in een analyse van de contacten van # [nummer 1] , waaruit blijkt dat [persoon 6] in de periode van 20 juli 2017 tot en met 16 augustus 2017 215 contactmomenten met dit nummer heeft gehad.60

3.3.1.4 Conclusie

Verdachte heeft bekend dat hij een aantal weken in cocaïne heeft gehandeld. Ten tijde van zijn aanhouding was hij in het bezit van een Nokia-telefoon die was gekoppeld aan dopelijn # [nummer 1] . Ook heeft verdachte gebruikgemaakt van dit nummer dat werd aangestuurd om naar anderen te gaan – al dan niet nadat er op een dopelijn een bestelling binnenkwam – en dat aan anderen kenbaar maakte dat de voorraad drugs op was. Daarnaast maakte verdachte gebruik van het telefoonnummer # [nummer 5] dat in elk geval op 27 juli 2017 door een ander werd aangestuurd. Op 27 juli 2017 wordt gezien dat verdachte de woning van [persoon 2] binnengaat die registraties met betrekking tot de Opiumwet heeft. Verdachte heeft hierover ter terechtzitting van 12 juni 2019 verklaard dat hij die dag cocaïne heeft afgeleverd. Op 1 augustus 2017 wordt hij in de woning van [medeverdachte 3] bevoorraad. Tot slot wijzen meerdere kopers van drugs verdachte aan als een van de jongens van wie ze drugs kochten. Soms kwam hij samen met andere jongens.

Uit het voorgaande blijkt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met andere leden van het groepsverband. De rechtbank acht dan ook, gelet op deze uit de bewijsmiddelen af te leiden feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich met anderen bezighield met de handel in drugs.

Voor wat betreft de bewezen verklaarde periode zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de gegevens die zijn voortgekomen uit de technische actie op # [nummer 2] . Hieruit is gebleken dat op 15 juli 2017 voor het eerst een telefoongesprek door # [nummer 1] is gevoerd. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte dit telefoonnummer in gebruik had, zal de bewezen verklaarde periode beginnen op 15 juli 2017. Dit maakt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de handel in harddrugs in de periode van 15 juli 2017 tot en met 1 augustus 2017, de dag van de aanhouding van verdachte.

3.3.2

De beoordeling van de voorbereidingshandelingen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 lid 4 of lid 5 van de Opiumwet (feit 2)

Bij de aanhouding van verdachte op 1 augustus 2017 is onder hem een Nokia-telefoon in beslag genomen die – naar later bleek – gekoppeld was aan dopelijn # [nummer 1] .61 Deze omstandigheid, in samenhang bezien met de omstandigheid dat verdachte zich bezig hield met de handel in harddrugs, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het aantreffen van de Nokia-telefoon niet anders kan worden uitgelegd dan dat deze bestemd was voor het voorbereiden van Opiumwetdelicten.

Nu verdachte de Nokia-telefoon voorhanden had, zal hij worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

Zaak B

3.3.3

De beoordeling van het voorhanden hebben van een pistool

Op 18 april 2017 vindt de broer van verdachte, verbalisant [verbalisant 1] , op de slaapkamer van verdachte en zijn neef [persoon 7] een vuurwapen in een kastlade.62 Het blijkt te gaan om een pistool van het merk FN “Browning”, model MK2 Hi-Power.63 Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 juni 2019 verklaard dat zijn vrienden het pistool vonden en dat hij het toen heeft bewaard, omdat hij het een mooi ding vond.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een pistool.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Zaak A

Feit 1

in de periode van 15 juli 2017 tot en met 1 augustus 2017 te [plaats 1] en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad en opzettelijk heeft vervoerd en verkocht en afgeleverd en verstrekt aan personen, te weten [persoon 2] en N. [persoon 1] en [persoon 6] en [persoon 4] hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne; en

Feit 2

op 1 augustus 2017 te [plaats 1] , om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren en vervoeren van hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne voor te bereiden, een mobiele telefoon, merk Nokia, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd was tot het plegen van dat feit; en

Zaak B

op 18 april 2018 te Amsterdam een wapen van categorie III, te weten een pistool FN “Browning”, model MK2 Hi-Power voorhanden heeft gehad.

4 De strafbaarheid van de feiten en van verdachte

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar.

5 Motivering van de straf

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. Verdachte was een groot gedeelte van de ten laste gelegde periode in zaak A minderjarig. Ten tijde van het voorhanden hebben van het pistool, zaak B, was verdachte meerderjarig, maar omdat de rechtbank heeft besloten beide zaken te voegen, moet ook in deze zaak het jeugdstrafrecht worden toegepast.

De officier van justitie heeft een jeugddetentie van acht maanden met aftrek van het voorarrest gevorderd, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Ze heeft tevens gevorderd aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, een gedragsinterventie bestaande uit het volgen van de training cognitieve vaardigheden en andere voorwaarden het gedrag betreffende (het volgen van onderwijs of het hebben van een zinvolle dagbesteding) te verbinden.

5.2

Het standpunt van de raadsman van verdachte

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op het advies van de reclassering het jeugdstrafrecht moet worden toegepast en dat een voorwaardelijke jeugddetentie meer op zijn plaats is, al dan niet samen met een werkstraf.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende de periode van 15 juli 2017 tot en met 1 augustus 2017 samen met anderen beziggehouden met de handel in harddrugs, namelijk cocaïne en heroïne. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren voor de gezondheid van gebruikers ervan kunnen opleveren. Ook gaat de handel in harddrugs gepaard met overlast in de samenleving. Het gebruik van harddrugs leidt ertoe dat strafbare feiten plegen om hun gebruik te financieren. Verdachte heeft puur gehandeld uit winstbejag en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers. Sterker nog, deze gebruikers werden actief benaderd door de groep waartoe verdachte behoorde. Als ze wilden stoppen met drugsgebruik, werden ze door deze actieve benadering toch weer in de verleiding gebracht in drugsgebruik te vervallen. De rechtbank vindt het verwerpelijk dat verdachte dit in stand heeft gehouden en op deze wijze de drugsverslaving van de gebruikers heeft gevoed.

Ook heeft verdachte een vuurwapen voorhanden gehad. Hiermee heeft verdachte bijgedragen aan het gevoel van onveiligheid in de maatschappij en een ontoelaatbaar risico voor de veiligheid van personen veroorzaakt, dat het ongecontroleerde bezit van wapens met zich meebrengt.

Persoonlijke omstandigheden

Uit het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 3 juni 2019, opgemaakt door A. Kuiper, blijkt dat de reclassering in vergelijking met maart 2018 een lichte verandering in het gedrag en handelen van verdachte waarneemt. Verdachte komt de laatste periode zijn meldplichtafspraken met de reclassering goed na en is bereikbaar. Ook geeft hij inzicht in zijn werk dat hij verricht door documenten te overleggen. Anderzijds krijgen de reclassering en overige betrokken ketenpartners weinig zicht op hem, omdat hij zich veelal gesloten opstelt.

Er is een zekere tegenstrijdigheid in het gedrag van verdachte zichtbaar. Aan de ene kant werkt hij en lijkt hij zich op een positieve manier in te zetten voor zijn toekomst. Aan de andere kant zijn er vermoedens dat het leven op straat met vrienden en kennissen hem aantrekt, gelet op het feit dat hij tijdens het toezicht tweemaal met politie en justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast is er een patroon in het gedrag van verdachte zichtbaar. Er zijn verschillende perioden waarin hij goede prestaties op school laat zien, zich inzet voor school en een prettige houding en gedrag laat zien, maar dat deze houding dan omslaat naar veelvuldig schoolverzuim en zelfbepalend gedrag.

De reclassering ziet ingang om verdachte te begeleiden. Er zijn voldoende aanknopingspunten voor het inzetten van een training die is gericht op het vergroten dan wel aanleren van cognitieve vaardigheden. Verdachte staat open voor begeleiding. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld en het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag-gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, het deelnemen aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden en het volgen van onderwijs.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 juli 2019 verklaard dat hij als koerier werkt en op school zit. In september begint hij aan een nieuwe opleiding. Verdachte heeft verklaard zich te kunnen vinden in de voorgestelde bijzondere voorwaarden.

Toepassing jeugdstrafrecht

De reclassering adviseert toepassing van het jeugdstrafrecht. Verdachte was ten tijde het delict voor het overgrote deel minderjarig, continuering van zijn schoolgang wordt noodzakelijk geacht en verdachte komt momenteel afspraken met de reclassering na waardoor er een ingang lijkt te zijn voor gedragsbeïnvloeding en –verandering. De reclassering adviseert de begeleiding door de volwassenenreclassering te laten plaatsvinden.

De rechtbank neemt deze adviezen van de reclassering over en zal het jeugdstrafrecht toepassen.

De straf

De rechtbank heeft wat betreft de straftoemeting aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafinhoud voor jeugd. Hieruit blijkt dat voor het aanwezig hebben van harddrugs waarbij sprake is van een dealerindicatie een taakstraf vanaf 120 uur als uitgangspunt geldt, dan wel (dienovereenkomstige) jeugddetentie. Voor het voorhanden hebben van een vuurwapen geldt een jeugddetentie vanaf zes weken als uitgangspunt.

In beginsel is jeugddetentie dus op zijn plaats. De rechtbank acht deze strafmodaliteit in deze zaak echter niet passend. Verdachte gaat naar school en heeft een bijbaan, zaken die door jeugddetentie zouden worden doorkruist. De rechtbank acht dit niet wenselijk en zal daarom een taakstraf van 180 uren opleggen. Gelet op het advies van de reclassering zal de rechtbank hiervan zestig uren voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren. Aan dit voorwaardelijk strafdeel worden de bijzondere voorwaarden verbonden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.

6 Het beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

Zaak A

  1. STK Snorfiets, Piaggo Vespa, goednummer 5432309;

  2. 1 STK Sleutel, scooter, goednummer 5431484;

  3. 1 STK Sleutel, Vespa, goednummer 5431481;

  4. 1 STK Zaktelefoon, Nokia, goednummer 5428384; en

Zaak B

1 STK Pistool, Browning FN, goednummer 5560552.

De rechtbank beslist als volgt.

Onttrekking aan het verkeer

Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp met nummer 5 wordt onttrokken aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot dit voorwerp het in zaak B bewezen verklaarde is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Teruggave aan verdachte

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen met de nummers 1, 2 en 3 worden teruggegeven aan verdachte. De rechtbank ziet geen grond voor verbeurdverklaring van de scooter, omdat uit het dossier niet blijkt dat verdachte hiermee het strafbare feit heeft begaan.

Verbeurdverklaring

Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp met nummer 4 wordt verbeurd verklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot dit voorwerp de in zaak A bewezen verklaarde feiten 1 en 2 is begaan.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 47, 56, 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Zaak A

ten aanzien van feit 1:

voortgezette handeling van het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 lid 4 van de Opiumwet

en

het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 lid 3 van de Opiumwet;

ten aanzien van feit 2:

een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10, voorbereiden, door een voorwerp voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat dit bestemd is tot het plegen van dat feit; en

Zaak B

handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 3 onder a van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Straf

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren.

Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.

Beveelt dat een gedeelte van deze straf, groot 60 (zestig) uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij verdachte zich voor het einde van de op 2 (twee) jaren bepaalde proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 30 (dertig) dagen.

Stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; en

  3. zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder inbegrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  1. zich meldt bij Reclassering Nederland op het adres [adres 5] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te oefenen;

  2. actief deelneemt aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden of een andere gedragsinterventie die is gericht op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer dan wel begeleider; en

  3. een opleiding volgt en of beschikt over een zinvolle dagbesteding in de vorm van werk, ook als dat inhoudt het volgen van een traject via WPI of een vergelijkbare instantie.

Geeft aan Reclassering Nederland opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslag

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1 STK Pistool, Browning FN, goednummer 5560552.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

  1. STK Snorfiets, Piaggo Vespa, goednummer 5432309;

  2. 1 STK Sleutel, scooter, goednummer 5431484;

  3. 1 STK Sleutel, Vespa, goednummer 5431481; en

Verklaart verbeurd:

1 STK Zaktelefoon, Nokia, goednummer 5428384.

Voorlopige hechtenis

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.L.C.M. Ficq, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. R.A. Overbosch en L. Dolfing, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juli 2019.

[...]

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar de bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 24 juli 2017, opgemaakt door de wettelijk daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , pagina’s 134 en 135.

3 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 730.

4 Een proces-verbaal van bevindingen observatie dd. 01/08/2017 met nummer 2017093217 van 3 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgesteld door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3] , pagina 322.

5 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 730.

6 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 510.

7 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 24 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , pagina 134.

8 Een proces-verbaal van bevindingen dopelijn 31687791906 van 13 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4] , pagina 946 (negende alinea).

9 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 24 juli 2017, opgemaakt door de wettelijk daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , pagina 134.

10 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 733.

11 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 732.

12 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 24 juli 2017, opgemaakt door de wettelijk daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , pagina’s 134 en 135.

13 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 729.

14 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 729.

15 Een proces-verbaal van bevindingen dopelijn 31687791906 met nummer 2017093217 van 13 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4] , pagina 167 (eerste alinea).

16 Een proces-verbaal bevindingen analyse historische gegevens 31687791906 met nummer 2017093217 van 20 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina’s 267 en 268.

17 Een proces-verbaal van bevindingen dopelijn 31687791906 met nummer 2017093217 van 13 juli 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4] , pagina’s 163, 164 (derde alinea), 165 (vierde alinea), pagina’s 166 en 167.

18 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, opgemaakt door [opsporingsambtenaar 2] , pagina’s 728 tot en met 733.

19 Zie onder meer: een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2017093214-44 van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] , pagina’s 1128 en 1129, een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2017093217-45 van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] , pagina 1132 en een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2017093217 van 12 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] , pagina 1152.

20 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 28 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6] , pagina 269.

21 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 24 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , pagina’s 133 (eerste alinea) en 134 (eerste alinea).

22 Een proces-verbaal van bevindingen dopelijn 31687791906 met nummer 2017093217 van 13 juli 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4] , doorgenummerde pagina’s 163 (derde alinea) en 164 (derde alinea).

23 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 212.

24 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 286.

25 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, opgemaakt door [opsporingsambtenaar 2] , pagina 727 (eerste alinea).

26 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6] , pagina 295.

27 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 309.

28 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van , in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 6] , [opsporingsambtenaar 2] en [opsporingsambtenaar 1] , pagina 298.

29 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 286.

30 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 508.

31 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 287.

32 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 512.

33 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 309.

34 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 332.

35 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 332.

36 Een proces-verbaal van bevindingen observatie dd. 01/08/2017 van 3 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3] , pagina 323.

37 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 341.

38 Een proces-verbaal van bevindingen observatie dd. 01/08/2017 van 3 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3] , pagina 323.

39 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 349.

40 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 350.

41 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 351.

42 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina’s 521 en 522.

43 Een proces-verbaal observatie maandag 10 juli 2017 met nummer 2017093217 van 10 juli 2017 inclusief bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 7] , [opsporingsambtenaar 8] , [opsporingsambtenaar 5] en [opsporingsambtenaar 9] , pagina 087 (vijfde alinea).

44 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina’s 308 en 309.

45 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 309.

46 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 28 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 6] , [opsporingsambtenaar 2] en [opsporingsambtenaar 1] , pagina’s 298 en 299.

47 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 341.

48 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 341.

49 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] , pagina 292.

50 Een geschrift, zijnde een weergave van een telefoongesprek, pagina 366.

51 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] , pagina’s 292 en 293.

52 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6] , pagina 295.

53 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 4 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6] , pagina’s 478 - 489.

54 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 11 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3] , los ingevoegd.

55 Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2017093217-45 van 7 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] , pagina 1132.

56 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 728.

57 Een proces-verbaal van verhoor verdachte met documentcode 8630741 van 15 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 6] , pagina 1178.

58 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 728.

59 Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2017093217 van 12 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] , pagina 1152.

60 Een proces-verbaal van bevindingen analyse technische actie 31684362897 van 8 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , pagina 728.

61 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017093217 van 2 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6] , pagina 295.

62 Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2018077313-22 van 25 april 2018 inclusief, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 10] , pagina 002 van het dossier 13/746035-18.

63 Een proces-verbaal van technisch onderzoek met nummer 2018077313-15 van 7 mei 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 11] , pagina 046 van het dossier 13/746035-18.