Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:5271

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-05-2019
Datum publicatie
24-07-2019
Zaaknummer
13/684388-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toetsing voortzetting ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13//684388-17 (tussentijdse toetsing ISD)

BESLISSING

De rechtbank te Amsterdam heeft op 15 december 2017 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op 10 februari 1964,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres van [BRP-adres] .

Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het vonnis van deze rechtbank van 15 december 2017;

  • -

    de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 6 september 2018, waarbij na een tussentijdse toetsing is beslist dat de ISD-maatregel dient te worden voorgezet;

  • -

    een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 14 april 2019;

  • -

    voortgangsverslagen toezicht aan de opdrachtgever van 6 februari 2019, 25 februari 2019 en 22 maart 2019;

  • -

    een toetsingsrapportage van 2 mei 2019, opgesteld door S.M. van Ree, senior Casemanager ISD;

  • -

    Behandelplan van 5 april 2019 van S.M.J. Hartmans, hoofdbehandelaar en GZ-psycholoog bij [naam instelling] gericht aan reclassering.

De rechtbank heeft op 14 mei 2019 de officier van justitie mr. A.M. Ruijs, de raadsman van veroordeelde mr. F.M.M.M. Vogels, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige S.A. van Ree, verbonden aan de [naam PI] (hierna: PI), in openbare raadkamer gehoord.

Beoordeling

Verloop van het ISD-traject

Uit het voornoemde toetsingsrapportage van 2 mei 2019 blijkt onder meer het volgende.

Veroordeelde heeft binnen de beschermende omgeving van de PI en binnen het kader van de ISD-maatregel moeite om abstinent te blijven. Daarnaast heeft veroordeelde zeer recent delict gedrag laten zien door tijdens een onbegeleid verlof een verzorgingsproduct te stelen bij de Etos. Veroordeelde is gebaat bij duidelijkheid, structuur en perspectief. Dit biedt haar de mogelijkheid te werken aan zichzelf. Aandachtspunten zijn abstinentie, het aanleren adequate copingsvaardigheden en het geven van zelfsturing aan levensactiviteiten.

De komende tijd is daarom specifiek gericht op het extramurale traject waarbij betrokkene tijdens een klinische opname gericht kan werken aan haar delictgedrag alvorens door te stromen naar een vorm van beschermd wonen of begeleid wonen. De therapieën binnen de kliniek helpen veroordeelde gezonde gedragsvaardigheden te ontwikkelen waardoor stressoren minder snel zullen optreden en de beschermende factoren in het gedrag zullen toenemen. Veroordeelde is gebaat bij een omgeving die deze beschermende structuren biedt om van daaruit een goede basis te bieden voor verdere resocialisatie. Dit traject sluit aan bij de wens van betrokkene en vermindert het de kans op recidive.

De Pl adviseert continuering van de ISD zodat de voortgang van de behandeling en daarmee de ontwikkeling van betrokkene zoals in dit rapport beschreven, maximaal geborgd blijft.

De deskundige heeft dit advies ter zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt de ISD-maatregel eerder te beëindigen, bijvoorbeeld per 15 juli 2019. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat binnen de ISD-maatregel tot op heden geen vooruitgang is geboekt en dat het psychologisch onderzoek nog steeds niet is voltooid, terwijl veroordeelde al anderhalf jaar op de ISD-afdeling verblijft. De delictketenbegeleiding zal binnenkort worden afgerond. Met een termijn van drie maanden hebben de hulpverlenende instanties voldoende tijd om voor veroordeelde een plek te zoeken binnen een begeleid wonen-traject, waar zij kan instromen vanaf het moment dat de ISD-maatregel wordt beëindigd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.

Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde in openbare raadkamer stelt de rechtbank vast dat voortzetting van de ISD-maatregel ook thans nog noodzakelijk is ter beëindiging van de recidive, het leveren van een bijdrage aan een oplossing voor de problematiek van veroordeelde en een optimale bescherming van de maatschappij.

De rechtbank merkt daarbij op dat zij het betreurt dat er weinig voortgang is te zien binnen de ISD-maatregel en dat dit gebrek aan voortgang niet alleen aan veroordeelde is te wijten. De rechtbank is van oordeel dat het van groot belang is dat nu voortvarend wordt gehandeld en dat er zo snel mogelijk moet worden toegewerkt naar begeleid wonen.

Gezien artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.M. Degenaar, voorzitter,

mrs. F. Dekkers en M.M. Helmers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.D. van der Heiden, griffier,

en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 14 mei 2019.

De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.