Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:5233

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-07-2019
Datum publicatie
15-08-2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 4231
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2020:584, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Weigering omgevingsvergunning bestemmingswijziging vanwege hotelmatig gebruik, strijd bestemmingsplan/bestemming wonen, verwijzing begrippen Bouwverordening en gebruikersvergunningen niet relevant, voldoet verder niet aan Overnachtingsbeleid 2017, beroep overgangsrecht baat tot slot niet, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 18/4231

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 juli 2019 in de zaak tussen

de besloten vennootschap [naam bedrijf] , te [plaatsnaam] , eiseres

(gemachtigde: mr. P. Nicolaï),

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. V. van Toledo).

Procesverloop

Met het besluit van 22 december 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder1 geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan eiseres voor een bestemmingswijziging.

Met het besluit van 24 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft nadere stukken ingediend.

De behandeling van de zaak op zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2019. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. In deze zaak staat het gebruik centraal van het gebouw aan de [adres] in [plaatsnaam] .

2. Eiseres heeft op 2 november 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd om het gebouw te mogen gebruiken als appartementenhotel. De aanvraag is ingediend naar aanleiding van een in december 2016 opgelegde last onder bestuursdwang om het gebruik van het gebouw als hotel dan wel short-stay appartementen te staken en gestaakt te houden. In een uitspraak van 31 juli 20182 heeft deze rechtbank geoordeeld dat verweerder het gebruik terecht heeft aangemerkt als hotelmatig gebruik, maar dat in de last ten onrechte is opgenomen dat het gebouw wordt gebruikt voor short-stay. Partijen zijn het er in deze zaak over eens dat het gebruik niet als short-stay aangemerkt kan worden.

3. Op grond van het bestemmingsplan “ [naam] ” geldt voor de locatie de bestemming “Gemengd-1”. In artikel 8.1 van dit bestemmingsplan is bepaald dat onder deze bestemming ook wonen valt. Hotels zijn alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van gemengd - horeca 5”. Deze aanduiding ontbreekt voor deze locatie.

4. Verweerder heeft geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van de bestemming van winkel en wonen in het gebouw naar de bestemming appartementenhotel (horeca 5).

5. Eiseres vindt dat verweerder het gebruik ten onrechte heeft aangemerkt als de exploitatie van een hotel. Het gaat om het tijdelijk verhuren van niet voor permanente bewoning bestemde verblijfseenheden. Dat gebruik is volgens eiseres niet in strijd met de bestemming wonen. Verweerder had de aanvraag dus buiten behandeling moeten laten, omdat er geen omgevingsvergunning vereist was. Ter onderbouwing van haar stelling dat het gebouw niet als hotel wordt geëxploiteerd somt eiseres in haar beroepschrift de verschillen op tussen de tijdelijke bewoning van de wooneenheden in het gebouw en het verblijf in een hotelkamer. Volgens eiseres heeft verweerder niet goed gemotiveerd waarom het aangevraagde gebruik - dat volgens eiseres eigenlijk een vorm tussen wonen en hotel in is - niet mogelijk is. Verder heeft verweerder ten onrechte het beroep op het overgangsrecht niet gehonoreerd.

6.1.

De rechtbank oordeelt dat verweerder het gebruik - zoals aangevraagd - terecht heeft aangemerkt als hotelmatig gebruik, dat in strijd is met het bestemmingsplan. Zoals eiseres in de toelichting bij haar aanvraag naar voren heeft gebracht kan de huurder een jaar, één of meer maanden dan wel één of meer weken of één of meer dagen, gebruik maken van een appartement in het gebouw. In de hiervoor genoemde uitspraak van 31 juli 2018 heeft de rechtbank geoordeeld dat een verblijf van een aantal nachten te kort is om als wonen aangemerkt te kunnen worden. Omdat het begrip ‘wonen’ niet is gedefinieerd in de planregels van het bestemmingsplan, zoekt de rechtbank aansluiting bij het normale spraakgebruik. In dat kader wordt onder wonen verstaan: een verblijf met een zekere mate van duurzaamheid. Een verblijf van een paar nachten valt hier niet onder. De aanvraag behelst dus in ieder geval het gebruik als hotel, omdat de appartementen ook voor één of meer nachten worden verhuurd. Eiseres heeft in haar aanvraag niet gespecificeerd welke appartementen voor een lange, middellange of korte periode verhuurd worden. Dit betekent dan ook dat in principe elk appartement voor één of meer nachten verhuurd wordt. In dezelfde uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het enkele ontbreken van een receptie, een ontbijtgelegenheid en gezamenlijke verblijfsruimten, niet maakt dat het gebruik niet hotelmatig is. De rechtbank ziet geen aanleiding om daar in dit geval anders over te oordelen. Eiseres heeft daar in deze procedure nog aan toegevoegd dat een hotelgast geen feestjes kan organiseren, geen gasten kan laten logeren en zijn huisvuil niet hoeft buiten te zetten, terwijl dit anders is voor de huurders in het gebouw. De rechtbank vindt dat echter niet doorslaggevend bij de beoordeling of sprake is van wonen of hotelmatig gebruik.

6.2

De verwijzing van eiseres naar (begrippen uit) de Bouwverordening en de (oude) gebruikersvergunningen, acht de rechtbank niet relevant, omdat hieraan geen recht op een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik van het bestemmingsplan kan worden ontleend. Deze regelgeving kent namelijk een ander (begrippen)kader dan de toetsing aan een bestemmingsplan.

6.3.

Gelet op de conclusie dat in ieder geval een deel van het aangevraagde gebruik in strijd is met het bestemmingsplan, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht de hele aanvraag afgewezen. Verweerder heeft bovendien voldoende gemotiveerd waarom hij niet wil meewerken aan een afwijking van het bestemmingsplan. Het initiatief van eiseres voldoet niet aan het Overnachtingsbeleid 2017. Dit beleid is van toepassing, omdat het door eiseres aangevraagde gebruik valt onder de ruime definitie van hotels.3 In het beleid is geen ruimte gegeven voor nieuwe hotels in het gebied waar het gebouw ligt, zoals eiseres ook niet heeft bestreden. Verweerder heeft het beleid zwaarder laten wegen dan het belang van de aanvrager om het gebruik van het gebouw te wijzigen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten niet mee te werken aan het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.

6.4.

Het beroep van eiseres op het overgangsrecht kan haar niet baten, omdat het overgangsrecht geen grondslag biedt voor het legaliseren van strijdig gebruik door het verlenen van een omgevingsvergunning. Zoals verweerder ook heeft opgemerkt zou een geslaagd beroep op het overgangsrecht er hoogstens toe kunnen leiden dat niet gehandhaafd kan worden tegen het strijdige gebruik, maar niet dat de bestemming ook moet worden gewijzigd naar dat gebruik. Deze zaak gaat niet over handhavend optreden, maar over de weigering een omgevingsvergunning te verlenen.

7. Gelet op voorgaande, is het beroep ongegrond. Voor een vergoeding van het griffierecht of de proceskosten bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, voorzitter,
mr.J.H.M. van de Ven en mr. F.L. Bolkestein, leden, in aanwezigheid van
mr. C. Pasteuning, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de Afdeling worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Ten tijde van het primaire besluit was dit nog het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Centrum.

2 Zaaknummer AMS 17/7382. Tegen de uitspraak is eiseres in hoger beroep gegaan.

3 In “Notitie Uitwerking Overnachtingsbeleid 2017 en verder, Deel I” staat onder paragraaf 1.2 (reikwijdte, blz. 9): “De uitwerkingsnotitie heeft betrekking op hotels. Een hotel is een serviceverlenend etablissement met een commercieel oogmerk waar iemand tegen betaling kan overnachten. […] Onder hotel wordt tevens pension, (jeugd-)herberg of hostel verstaan alwaar geen consumpties aan passanten worden verstrekt. De uitwerkingsnotitie heeft voorts betrekking op logies- en extended-stayvoorzieningen voor zover het appartementenhotels betreft. In de regel gaat het om alle logiesvormen die binnen bestemmingsplannen worden aangemerkt met Horeca V of Horeca VI.”