Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:4731

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-07-2019
Datum publicatie
05-07-2019
Zaaknummer
7790099 KK EXPL 19-549
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eigen Haard mag de huurder van een sociale huurwoning die werd gebruikt als pokerruimte, ontruimen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7790099 KK EXPL 19-549

vonnis van: 3 juli 2019

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

de stichting WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

nader te noemen: Eigen Haard,

gemachtigde: mr. M. Kerkhof,

t e g e n

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

nader te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. J.F. Overes.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 28 mei 2019, met producties, heeft Eigen Haard een voorziening gevorderd.

Ter zitting van 26 juni 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Eigen Haard is verschenen bij [naam 1] en [naam 2] , vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde] is verschenen in persoon, vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde] heeft op voorhand stukken in het geding gebracht. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, namens [gedaagde] mede aan de hand van een overgelegde pleitnota. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

1.1.

Met ingang van 23 juni 2003 huurt [gedaagde] van (de rechtsvoorgangster van) Eigen Haard de woning aan de [adres] , hierna ook de woning. De huurprijs bedraagt € 445,87 per maand en betreft een sociale huurwoning.

1.2.

Op 6 april 2019 heeft er een gewapende overval plaatsgevonden in de woning, waarbij een gewonde is gevallen.

1.3.

Kort na de overval hebben medewerkers van Eigen Haard met omwonenden van de woning gepraat. In een e-mail waarin verslag wordt gedaan van dit bezoek is opgenomen, voor zover hier van belang:

De omwonenden weten allen dat er sinds ongeveer een jaar of twee een illegaal pokeradres zit op [adres] . De bewoner woont er al lange tijd. Eerder met zijn vrouw. Toen zij is weggegaan, is het illegale gokken/pokeren begonnen. Alle bewoners die zijn gesproken melden dat er ongeveer vier nachten per week werd gepokerd op het adres. Er komen steeds verschillende mensen op af. Het begint ergens tussen 20.00 en 22.00 uur en gaat door tot in de vroege ochtend uren. Tussen 06.00 en 08.00 uur vertrekken de mensen weer. (..) Daarnaast verblijven er tot wel 30 personen in de woning op tijdstippen dat andere mensen slapen. Dit geeft geluidsoverlast. Eind januari van dit jaar was er in de nacht een vechtpartij op het adres tussen bezoekers. (..)

1.4.

Bij besluit van 26 april 2019 heeft de burgermeester op grond van artikel 174a van de Gemeentewet een bevel tot sluiting afgegeven voor de woning voor de duur van drie maanden. In het besluit is opgenomen, voor zover hier van belang:

Aanleiding tot sluiting van de woning

(..) Uit de politierapportage van 8 april 2019 over de woning blijkt dat er op 6 april 2019 inderdaad een overval in de woning heeft plaatsgevonden. Hierbij is gebruik gemaakt van vuurwapens. Tijdens de overval werd in de woning vermoedelijk een illegaal pokertoernooi gehouden. Een persoon is zwaar gewond geraakt bij het vluchten voor de overvallers. Uit de rapportage blijkt dat in de woning vaker illegale pokertoernooien worden georganiseerd en dat de omwonenden hiervan overlast ervaren.

Illegale pokertoernooien

In de woonkamer van de woning stond een grote pokertafel. Ook stonden er tien bureaustoelen. Op de tafel lagen pokerfiches en blikjes drinken. In de gangkast en in de slaapkamer stond een pokertafel op zijn kant. Op de grond bij de keuken werd € 5.000,- aan contanten gevonden. De persoon die zwaar gewond is geraakt had € 2.789,85 aan contanten bij zich. Daarnaast zijn telefoons, scorelijsten en USB-sticks aangetroffen.

(..)

Door de huurde is na de overval aangifte gedaan. Hij verklaarde onder andere dat:

- Hij zijn woning op 6 april aan een vriend ter beschikking had gesteld die daar ging pokeren met vrienden;

- Hij niet wist wie die vrienden waren;

- Hij verslaafd is aan gokken;

- Hij online en in het casino speelt en dat hij personen bij hem thuis uitnodigt om daar te pokeren;

- Zijn vriendenkring bestaat uit mensen die professioneel poker spelen en dat zij bij hem komen wanneer het casino dichtgaat;

- Wanneer hij zelf gokt dit om bedragen gaat van € 450,- per persoon.

De politie heeft na de overval enkele getuigen gehoord:

- Een van de getuigen verklaarde dat hij zelf ook af en toe poker speelt in de woning

- Een andere getuige verklaarde dat ze eerst met 30 personen in de woning waren en op het moment van de overval er 15 personen aanwezig waren. Ook verklaarde hij dat hij elke vrijdag of om de vrijdag bericht krijgt dat er een pokertoernooi is in de woning.

(..)

Bewoning

In de woning werden meubilair, kleding en goederen aangetroffen die erop duiden dat de woning ook als zodanig wordt gebruikt. (..)

Indien een woning feitelijk bewoond wordt, geef ik in beginsel een waarschuwing. Maar indien er sprake is van verzwarende omstandigheden waardoor er een ernstige inbreuk op de openbare orde optreedt, ga ik over tot sluiting van de betreffende woning. In dit geval is er sprake van verzwarende omstandigheden, zijnde:

- Dat een zware overval op de woning heeft plaatsgevonden waarbij vuurwapens zijn gebruikt. De overval staat in relatie met de woning al vermoedelijk illegaal pokeradres;

- Dat bij de overval iemand zwaargewond is geraakt;

- Dat er in de woning en bij een bezoeker een aanzienlijk geldbedrag is aangetroffen;

- Dat de huurder aangeeft dat hij verslaafd is aan pokeren en dat zijn vriendengroep bestaat uit mensen die professioneel pokeren;

- Dat daarmee sprake is van een aanmerkelijke kans dat de woning opnieuw wordt gebruikt als pokerlocatie;

- Dat dit aanzienlijke risico’s met zich meebrengt voor aanwezigen in de woning, alsook voor omwonenden van het appartement, zoals is gebleken bij het incident op 6 april;

- Dat de overval op de woning een schok heeft gegeven bij de omwonenden. Zij voelen zich na dit incident onveilig in hun woonbuurt. (..)

1.5.

De gemeente heeft aan [gedaagde] meegedeeld dat op 2 mei 2019 de woning zal worden gesloten.

1.6.

Een daartegen door [gedaagde] aangespannen voorlopige voorziening om het sluitingsbevel te schorsen is op 3 mei 2019 afgewezen door de bestuursrechter, waarop de woning op 6 mei 2019 is gesloten.

1.7.

Bij brief van 6 mei 2019 heeft Eigen Haard de huurovereenkomst tussen haar en [gedaagde] per direct buitengerechtelijk ontbonden en is [gedaagde] gevraagd de woning te ontruimen.

1.8.

[gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan dit verzoek.

1.9.

Op het namens [gedaagde] ingediende bezwaarschrift tegen de sluiting van de woning is nog niet beslist. De mondelinge behandeling was op 20 juni 2019.

Vordering

2. Eigen Haard vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zal worden om de woning te ontruimen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding. Eigen Haard stelt hiertoe primair dat zij op goede gronden de huurovereenkomst overeenkomstig artikel 7:231 lid 2 BW buitengerechtelijk heeft ontbonden, zodat [gedaagde] gehouden is de woning te ontruimen. Het belang van Eigen Haard als verhuurder bij ontruiming weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij behoud van de woning. Subsidiair stelt Eigen Haard dat sprake is van stelselmatige overlast van de zijde van [gedaagde] zodat er een ernstige tekortkoming van [gedaagde] is die de ontbinding van de huurovereenkomst en vooruitlopend daarop ontruiming van de woning rechtvaardigt.

Verweer

3. [gedaagde] betwist de vordering en voert aan dat zijn belangen, waaronder het in artikel 8 EVRM beschermde recht op respect van de woning die hij bewoont, zwaarder moeten wegen dan de belangen van Eigen Haard om reeds nu de ontruiming van de woning te bewerkstelligen. De buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst sorteert daarom geen effect. Eigen Haard misbruikt haar bevoegdheid, gelet op de onevenredigheid tussen haar belang en dat van [gedaagde] . Daartoe heeft hij aangevoerd dat er door Eigen Haard een verkeerd beeld wordt geschetst en hij in een kwaad daglicht wordt gesteld. Hij betreurt de gebeurtenissen zeer. Hij betwist ook dat er voor het incident van 6 april 2019 sprake is geweest van structurele overlast. De pokertoernooien vonden in huiselijke kring plaats in zijn aanwezigheid. Een bedrijfsmatig karakter is er niet geweest. Hij verblijft op dit moment bij zijn bejaarde moeder, maar deze situatie kan niet lang meer voortduren omdat deze woning zeer krap is. Hij heeft geen vaste inkomsten of baan en kan dus ook niet makkelijk een woning in de vrije sector huren en komt dan op straat te staan, aldus [gedaagde] .

Beoordeling

4. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van Eigen Haard in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

5. Voor zover [gedaagde] het spoedeisende belang bij de vordering heeft bestreden, wordt dit verweer gepasseerd. Eigen Haard heeft er een belang bij dat op korte termijn duidelijkheid komt over de bewoning van de woning, gelet op de overval en de daarmee gepaard gaande gevoelens van onveiligheid in de buurt. Eigen Haard heeft er een spoedeisend belang bij om die duidelijkheid aan de omwonenden, tevens huurders van haar, te kunnen geven.

6. Vervolgens wordt het volgende tot uitgangspunt genomen. Voorop wordt gesteld dat ontruiming van een woning een ingrijpende maatregel is. In kort geding is het slechts verantwoord een daartoe strekkende voorziening te treffen indien in voldoende mate aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat de huurovereenkomst op goede gronden is ontbonden en [gedaagde] zonder recht of titel in het gehuurde verblijft. Ingevolge artikel 7:231 lid 2 BW kan Eigen Haard als verhuurder een huurovereenkomst ontbinden op de grond dat door gedragingen in het gehuurde de openbare orde is verstoord en het gehuurde daarom op grond van artikel 174a van de Gemeentewet is gesloten. Er dient vervolgens getoetst te worden of gebruikmaking van die bevoegdheid door Eigen Haard naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is als bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW, dan wel misbruik van bevoegdheid op grond van artikel 3:13 BW oplevert. Daarnaast dient de proportionaliteit te worden getoetst door de vraag te beantwoorden of, gegeven de belangen van Eigen Haard als verhuurder bij de buitengerechtelijke ontbinding en de gevorderde ontruiming, de belangen van [gedaagde] bij voortgezette bewoning niet onevenredig worden aangetast conform artikel 8 EVRM. Daarbij dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden.

7. De gebruikmaking van de bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding door Eigen Haard van de huurovereenkomst met [gedaagde] is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Evenmin is sprake van misbruik van bevoegdheid of disproportionaliteit in voormelde zin. Daartoe geldt het volgende.

8. Niet in debat is dat in de woning in de nachtelijke uren een gewapende overval heeft plaatsgevonden, waarbij gebruik is gemaakt van automatische vuurwapens en waarbij een zwaar gewonde is gevallen. In het sluitingsbevel is opgenomen dat de omwonenden direct betrokken zijn geraakt bij de gewapende overval, deels omdat de aanwezigen vanuit de woning via de omliggende balkons zijn gevlucht, en dat er veel angst en ongerustheid in de buurt hierover is ontstaan. Deze bewoners, ook huurders van Eigen Haard, voelen zich onveilig. Voorts blijkt uit het besluit dat de overval direct verband houdt met de in de woning plaatsvindende pokeractiviteiten. [gedaagde] is ook zelf actief bij het pokeren betrokken geweest, noemt zich zelf verslaafd, dan wel professioneel pokerspeler en moet kennelijk als initiator worden aangemerkt nu het zich allemaal in zijn huis afspeelt. Weliswaar was [gedaagde] tijdens de overval niet aanwezig, maar hij heeft daartoe wel de gelegenheid verschaft door zijn woning ter beschikking te stellen terwijl hij wist dat er zou worden gepokerd. Verder is door [gedaagde] erkend dat deze pokeractiviteiten niet eenmalig hebben plaatsgevonden, maar deze zich daar al langere tijd, gesproken wordt over twee jaar, afspeelden en dat hij daar steeds bij betrokken is geweest. Onvoldoende bestreden is ook gebleven dat in verband daarmee al eerder, in januari 2019, een geweldincident in relatie tot de woning heeft plaatsgevonden, waarbij aannemelijk is dat de omstandigheid dat daar werd gepokerd een rol heeft gespeeld. Ook wordt in ogenschouw genomen dat in de woning grote geldbedragen zijn aangetroffen, terwijl volgens het besluit bovendien nog een handelshoeveelheid harddrugs aanwezig was.

9. Bij de beoordeling wordt ook in aanmerking genomen dat Eigen Haard als toegelaten instelling van sociale huurwoningen mede de zorg heeft voor de leefbaarheid van de woonomgeving van haar overige huurders. Van algemene bekendheid is dat een gewapende overval in een woning midden in de nacht in de omgeving waar dat gebeurt gevoelens van onrust en onveiligheid opleveren, waarmee de leefbaarheid en kwaliteit van de woonomgeving wordt aangetast. Eigen Haard heeft in beginsel een zwaarwegend belang om daartegen op te treden. Dat door [gedaagde] een aantal schriftelijke verklaringen is overgelegd waarin omwonenden verklaren dat zij [gedaagde] als een goede huurder beschouwen, maakt dat niet anders.

10. De stelling van [gedaagde] dat er geen illegale pokeractiviteiten in de woning zijn geweest, is - wat daarvan ook zij - bij het vorenstaande niet relevant, nu de aanzuigende werking van de pokeractiviteiten en de daarmee in omloop zijnde geldbedragen voldoende zijn om die onveilige woonomgeving te creëren. Daarbij verdient nog aantekening dat de verklaringen van [gedaagde] over de aard en omvang van de pokeractiviteiten niet consistent zijn en zich ook niet verhouden tot het overige aanwezige materiaal. Tegenover de politie heeft [gedaagde] blijkens het sluitingsbevel verklaard dat de inzet vanaf € 450,00 per persoon zou zijn, terwijl hij ter terechtzitting heeft verklaard dat de inzet slechts € 50,00 zou bedragen. Ook zijn ter terechtzitting gedane mededeling dat het slechts om een groep van negen vrienden gaat en uitsluitend op vrijdag zou plaatsvinden, verhoudt zich niet met de in het besluit genoemde aantal van 30 personen en de meerdere nachten per week die daar worden genoemd. Daarvoor wordt ook steun gevonden in de anoniem gedane melding aan Eigen Haard van 19 december 2018 die is overgelegd. Dit brengt mee dat niet zonder meer van de juistheid van de verklaringen van [gedaagde] kan worden uitgegaan. In dat licht bezien is ook de verklaring van [gedaagde] ter terechtzitting dat het pokeren in de woning niet meer zal voorkomen, onvoldoende om de angst van de omwonenden weg te nemen, zodat met die enkele mededeling het zwaarwegende belang van Eigen Haard om direct in te grijpen niet wegvalt.

11. Tegenover deze zwaarwegende belangen van Eigen Haard staat het individuele belang van [gedaagde] om als huurder gebruik te kunnen blijven maken van de woning waar hij al geruime tijd woont. De ontruiming van de woning is onder die omstandigheden zonder meer ingrijpend, maar dat [gedaagde] hierdoor in zodanige problemen zal raken dat ontruiming niet kan worden verlangd, is door hem onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd. Het door [gedaagde] opgesomde belang hangt uitsluitend samen met het hebben van een onderkomen van hemzelf. [gedaagde] heeft evenwel een vriendin in Arnhem, bij wie hij - naar eigen zeggen – op het moment van de overval ook verbleef en waar hij – zo heeft hij ter terechtzitting verklaard - zou kunnen verblijven. Enige economische binding met Amsterdam of andere zwaarwichtige redenen om in het gehuurde te moeten blijven, is gesteld noch gebleken. Dat hij thans als gevolg van de ontbinding en ontruiming dakloos zou moeten blijven heeft hij derhalve niet zodanig met redenen omkleed dat op grond daarvan sprake zou zijn van een dermate onevenredigheid tussen het gerechtvaardigde belang van Eigen Haard bij uitoefening van haar bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, dat Eigen Haard in dit geval in redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Daarbij komt dat aan [gedaagde] ook een zekere mate van verwijtbaarheid kan worden tegengeworpen. Hij is als huurder primair verantwoordelijk voor de gedragingen die in zijn woning hebben plaatsgevonden.

12. Hetgeen hiervoor is overwogen, leidt ertoe dat de vordering van Eigen Haard toewijsbaar is.

13. [gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten te worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde aan de [adres] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ter beschikking van Eigen Haard te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Eigen Haard begroot op:
exploot € 99,01
salaris € 480,00
griffierecht € 121,00
-----------------
totaal € 700,01
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.