Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:4661

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-07-2019
Datum publicatie
02-07-2019
Zaaknummer
13/654058-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 54 maanden voor medeplegen van opzettelijk voorhanden hebben/vervoeren van 77 kg MDMA, 1265 XTC-pillen en 480 gram cocaïne en het witwassen van circa € 80.000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/654058-18

Datum uitspraak: 2 juli 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1 Onderzoek op de zitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 juni 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van wat de officier van justitie, mr. A.M. Lobregt, en verdachte en zijn raadsman, mr. M.L. van Gaalen, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt verweten – na wijziging tenlastelegging – dat hij zich op 17 mei 2018 te Diemen, samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , schuldig heeft gemaakt aan het vervoeren en/of voorhanden hebben van 77 kilo MDMA en 480 gram cocaïne en het witwassen van in totaal circa € 70.000.

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Met betrekking tot feit 1 stelt de officier van justitie dat verdachte de eigenaar was van de aangetroffen drugs in de BMW, de Audi, de woning aan de [adres woning] en in de tas van medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte wordt staandegehouden voor de [adres woning] . Verdachte betwist hier weliswaar te wonen en zegt slechts incidenteel te verblijven op dit adres, maar in de woning worden persoonlijke spullen van verdachte aangetroffen, waaronder een paspoort, jeugdfoto’s, poststukken, visitekaartjes en een Holland Casino pas. Buurtonderzoek wijst uit dat verdachte in de woning verblijft en ook uit gegevens van Thuisbezorgd.nl blijkt dat hij op 13 mei 2018 op dit adres nog eten heeft laten bezorgen. Tot slot worden er chats met vermoedelijk prostituees op zijn telefoon aangetroffen van 15 mei 2018, waarin verdachte zegt op de [adres woning] te zijn.

Vervolgens worden in deze woning overal wikkels, zakjes met pillen en veel wit poeder aangetroffen. In de kluis wordt een ‘Paco Rabanne’ doos aangetroffen met daarin cocaïne. Uit dactyloscopisch onderzoek blijkt dat vingerafdrukken van verdachte op deze doos zitten. Verder worden in de Audi, waarin verdachte reed, en de Opel Vivaro, die op de oprit van [adres woning] stond, verborgen ruimtes aangetroffen. Verdachte heeft drie telefoons, waaronder een encrypted telefoon. Op deze telefoons worden veel WhatsApp-gesprekken over drugs aangetroffen. Uit onderzoek naar de aangetroffen laptops en telefoons uit de woning volgt dat verdachte gebruiker is van een Hotmail- en Partyflock-account, genaamd ‘ [naam account] ’. Op dit account staan veel foto’s en afbeeldingen van XTC pillen. Uit dit alles blijkt dat er sprake is van handel in XTC pillen.

Met betrekking tot feit 2 stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de grote contante bedragen in de auto en in de woning, gelet op de samenstelling en de coupures, samen met de aanwezigheid van de drugs, het bewijs voor witwassen leveren. Verdachte heeft geen enkel inkomen maar wel meer dan € 85.000 contant beschikbaar. Ook uit financieel onderzoek komt geen verklaring voor het voorhanden hebben van dit bedrag.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanhouding van verdachte, en daarmee zijn fouillering en de doorzoeking van de tas, onrechtmatig zijn geweest. Het enkel aantreffen van contant geld is onvoldoende om op basis daarvan tot een redelijk vermoeden van witwassen te komen. De verklaring van verbalisant [naam verbalisant 1] over het zien van een ‘rolletje geld’ door ‘het holletje in de tas’ is niet aannemelijk en is niet consistent ten aanzien van zijn latere verklaring. Daarnaast komt de verklaring van verbalisant [naam verbalisant 2] , die later ter plaatse kwam, niet overeen met die van verbalisant [naam verbalisant 1] . Het aantreffen van het geldbedrag in het dashboardkastje – wat volgens verdachte niet meer dan een paar honderd euro zou zijn – en de verklaring van verbalisant [naam verbalisant 1] over het zien van het rolletje geld in de tas levert geen redelijk vermoeden schuld op dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Hierdoor is sprake van een onherstelbaar vormverzuim en van een belangrijk strafvorderlijk voorschrift dat in aanzienlijke mate is geschonden. Het recht op eerbiediging van het privéleven van verdachte en het recht op een goede rechtsbedeling zijn aangetast. De onderzoeksresultaten van dat verzuim en van de verdere doorzoeking dienen ook van het bewijs te worden uitgesloten, wat tot vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten leidt.

Als de rechtbank hier niet in meegaat, moet vrijspraak volgen voor de drugs in de woning en in de handtas van medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte had geen wetenschap van of beschikkingsmacht over de aangetroffen drugs in de woning. Hij kwam nog zeer beperkt in de woning en sliep daar heel soms nog. Dit verklaart ook de aanwezigheid van onder meer het paspoort en enkele andere persoonlijke goederen van verdachte. De aangetroffen vingerafdrukken aan de buitenkant van de ‘Paco Rabanne’ doos zijn te verklaren omdat verdachte dat vroeger als ‘rommeldoosje’ gebruikte en het nog in de woning stond. Hij had ook geen wetenschap van of beschikkingsmacht over de aangetroffen drugs bij medeverdachte [medeverdachte 1] .

Van het witwassen van het geld uit de auto en de tas van verdachte moet verdachte, na de bepleitte bewijsuitsluiting, worden vrijgesproken. Als de rechtbank niet tot bewijsuitsluiting over gaat, moet verdachte worden vrijgesproken van witwassen van de geldbedragen van € 29.790 (woning) en € 7.290 (tas medeverdachte). Van het geld in de woning was verdachte niet op de hoogte. Hij heeft ook geen substantiële bijdrage gehad ten aanzien van het witwassen van dit bedrag door een ander, voor zover dat geld een criminele herkomst heeft. Van de bij medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen € 7.290 had verdachte wetenschap. Voor het aangetroffen bedrag van € 49.352 kan eenvoudig witwassen worden bewezen omdat dit geld is verkregen is uit eigen misdrijf, namelijk de opbrengsten van een hennepplantage uit 2016.

3.4.

Oordeel van de rechtbank

3.4.1.

Rechtmatigheid aanhouding

De rechtbank vindt de aanhouding van verdachte rechtmatig en ziet geen reden tot bewijsuitsluiting.

Verdachte werd op 17 mei 2018 staande gehouden op verdenking van overtreding van de Wegenverkeerswet. Bij zijn staandehouding vertoonde verdachte volgens de verbalisant zenuwachtig gedrag. Vervolgens heeft de verbalisant met toestemming van verdachte in de auto gekeken, waarbij een contant geldbedrag van in totaal € 49.352,25 is aangetroffen op twee verschillende plekken. Bij het openen van het dashboardkastje zag de verbalisant direct een grote hoeveelheid eurobiljetten met een dikte van 2 cm. Dit duidt niet op ‘een paar honderd euro’, zoals verdachte op de zitting heeft verklaard. Vervolgens zag de verbalisant op de passagiersstoel een zwarte schoudertas liggen. Bij de rechter-commissaris heeft de verbalisant verklaard dat de flap van de tas hol stond, zodat hij door het ‘holletje’ in de tas kon kijken. Hij zag in de tas ook veel geld, met een dikte van ongeveer 5 cm. De verbalisant heeft vervolgens de politiesystemen geraadpleegd en zag dat verdachte meerdere registraties op zijn naam had staan. Naar het oordeel van de rechtbank kon verbalisant op basis van deze omstandigheden tot een redelijk vermoeden van witwassen komen en was de aanhouding dus rechtmatig. De rechtbank ziet in de verklaring van verdachte en in de omstandigheid dat verbalisant [naam verbalisant 2] op een paar punten enigszins afwijkend heeft verklaard geen aanleiding aan het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal en de verklaring bij de rechter-commissaris van [naam verbalisant 1] te twijfelen.

3.4.2.

Feit 1: verdovende middelen

Aangetroffen cocaïne in de Audi A3

Verdachte is bij de aanhouding op verdenking van witwassen gefouilleerd. Bij de fouillering trof de politie twee kleine zakjes met wit poeder aan. Dit bleek na onderzoek 2,53 gram cocaïne te zijn. De Audi A3 is op 18 mei 2018 verder onderzocht. De politie trof op de achterbank een plastic boterhamzakje aan. Uit onderzoek bleek hierin 2,12 gram cocaïne te zitten. Gelet hierop vindt de rechtbank bewezen dat verdachte opzettelijk 4,65 cocaïne voorhanden had.

Verdovende middelen in de woning op de [adres woning]

Na de aanhouding van verdachte stelden verbalisanten zich ter observatie op bij [adres woning] . Verbalisant zag een zwarte BMW (kenteken: [kenteken] ) met een man en een vrouw voor de woning parkeren. De vrouw opende de voordeur van de [adres woning] met een sleutel. De vrouw kwam naar buiten met drie dozen in haar armen. Zij zette deze dozen op de achterbank van de BMW. De vrouw liep terug naar de woning, waarna de bestuurder van de BMW volgde. De vrouw kwam met twee ‘big shopper’ tassen in haar hand weer naar buiten, gevolgd door de man, die één big shopper tas droeg. Uit de manier van lopen kon worden opgemaakt dat de tassen kennelijk zwaar waren. Beide personen kwamen erg gehaast en zenuwachtig over. Er werd snel heen en weer gelopen en de personen keken schichtig om zich heen. Nadat zij de tassen in de achterbak hadden geplaatst, reed de BMW weg in de richting van de Agaatvlinder. Verbalisanten troffen de BMW zonder inzittenden ter hoogte van [straatnaam en nummer] en zagen twee personen op de Distelvlinderweg, die voldeden aan het signalement. De personen bleken medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te zijn. [naam 1] herkende de staande gehouden personen als de eerder geobserveerde bestuurder en de vrouw. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn aangehouden. In de BMW werden dozen en tassen aangetroffen met daarin een grote hoeveelheid XTC-pillen. Uit onderzoek blijkt het te gaan om 76,87 kilogram MDMA.

Verdachte ontkent de bewoner te zijn van [adres woning] te [plaats] . Op de zitting heeft hij verklaard dat hij daar wel heeft gewoond, maar dat hij sinds februari 2018 bij zijn vriendin is ingetrokken. Sindsdien komt hij slechts incidenteel op de [adres woning] .

De rechtbank vindt deze verklaring niet geloofwaardig. Bij de doorzoeking van de woning werden verschillende persoonlijke spullen van verdachte aangetroffen. In de woonkamer en slaapkamer hingen (jeugd)foto’s van verdachte. Daarnaast werden zijn paspoort, diverse pasjes, visitekaartjes, post en een recept van de huisarts voor verdachte met de datum 12 maart 2018 in de woning gevonden. Ook werden meerdere laptops en telefoons aangetroffen, waarna uit onderzoek bleek dat verdachte hierop was ingelogd en hiervan gebruik heeft gemaakt. De in beslag genomen telefoons werden onderzocht en uitgelezen. Twee telefoonnummers, + [nummer] en + [nummer] , die toegeschreven konden worden aan verdachte, kwamen in de periode van 19 december 2017 tot en met 17 mei 2018 veelvuldig op de netwerkmetingveelvuldig voor ter hoogte van en in de woning [adres woning] . De Iphone 4S die bij verdachte in beslag werd genomen maakte gebruik van het telefoonnummer + [nummer] . In verwijderde WhatsApp-gesprekken werd op 26 januari 2018 met dit nummer een bericht gestuurd waarin de locatie [adres woning] werd genoemd. In verwijderde chatgesprekken werd vanaf het nummer + [nummer] gechat met vermoedelijk prostituees. Op 2 april 2018 en tijdens verschillende gesprekken in de periode van 11 tot en met 15 mei 2018 werd het adres [adres woning] te [plaats] genoemd als afspreeklocatie. Gelet op het bovenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte ook na februari 2018 de bewoner was van [adres woning] te [plaats] en regelmatig daar verbleef. Dat verdachte ook regelmatig bij zijn vriendin verbleef, doet hier niet aan af.

Drugshandel vanuit de [adres woning]

Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres woning] werd in de woonkamer een ijsdoos aangetroffen met daarin 1265 XTC-pillen, een plastic tas met € 29.780,-, twee lege ponypacks, twee weegschalen met wikkels en wit poeder, een plastic doosje met cocaïne en een Holland Casino kaart van verdachte. Er lag opvallend veel wit poeder op de eettafel en op de grond. Op de eerste verdieping werd een kluis aangetroffen, met daarin 477 gram cocaïne in een Paco Rabanne doos.

In de woning zijn ook drie laptops en drie telefoons aangetroffen. Op een van de laptops is ingelogd met het e-mailadres van verdachte. Ook is er op de website drugsforum.nl ingelogd met het e-mailadres [e-mail adres]. Op een andere laptop was ook ingelogd met het e-mailadres van verdachte. Daarnaast was ingelogd op Partyflock.nl, onder de gebruikersnaam ‘ [naam account] ’. Dit profiel op Partyflock geeft een doorverwijzing naar de website [website] , die vol staat met foto’s van vermoedelijk XTC-pillen. Op twee van de aangetroffen telefoons staan meerdere foto’s van vermoedelijk XTC-pillen. Ook zijn op deze telefoons berichten te vinden tussen ‘ [naam account] ’ en meerdere afnemers, waarin ook gesproken wordt over grote hoeveelheden vermoedelijk XTC-pillen. Ook worden er veelvuldig foto’s van pillen gedeeld. Tevens bevat een van de telefoons een selfie van verdachte en een foto van het scherm van een versleutelde telefoon met daarop een bericht dat ziet op de handel van XTC-pillen.

Gelet hierop, in combinatie met de drugsresten die in de woning zijn gevonden, de hoeveelheid drugs in de woning en in de kluis en de grote hoeveelheid contant geld, concludeert de rechtbank dat op grote schaal (hard)drugs is verhandeld vanuit de woning aan de [adres woning] . Omdat de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte bewoner is van de [adres woning] vallen de goederen in deze woning onder zijn beschikkingsmacht. Het is vaste rechtspraak dat een bewoner, behoudens contra-indicaties, bekend wordt verondersteld met de aanwezigheid van de in zijn woning aanwezige goederen. De aangetroffen drugs(resten) en contanten bevonden zich in de nabijheid van persoonlijke spullen van verdachte (op de begane grond en op de eerste verdieping van de woning). Verdachte kwam regelmatig in de woning. Gezien deze omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat verdachte wist dat de drugs en het geldbedrag van € 29.780,- in de woning lagen en daarover ook kon beschikken.

Dozen en tassen met XTC-pillen in de BMW

Verbalisanten hebben waargenomen dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dozen en ‘big shopper’ tassen uit [adres woning] hebben meegenomen en in de BMW hebben gezet. In deze dozen en tassen bleek ongeveer 77 kilogram aan XTC-pillen te zitten. Deze grote hoeveelheid XTC-pillen was dus afkomstig uit de woning van verdachte. Omdat de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld dat verdachte in de woning verbleef, dat hij bekend moet zijn geweest met de goederen in de woning en hier ook over kon beschikken, heeft verdachte met dezelfde redenering ook wetenschap van en beschikkingsmacht over de 77 kilogram MDMA gehad.

Aangetroffen tas bij medeverdachte [medeverdachte 1]

Bij medeverdachte [medeverdachte 1] is een zwarte handtas in beslag genomen. In deze handtas zijn verdovende middelen aangetroffen. Anders dan de dozen en tassen uit de BMW kan van de inhoud van de handtas niet worden vastgesteld dat afkomstig is uit de woning van verdachte. Daarom kan ook niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de drugs in de tas. Verdachte wordt van dat deel van de tenlastelegging vrijgesproken (59 XTC-pillen, 55.35 gram MDMA, 77,5 gram cocaïne).

Medeplegen

De 77 kilo MDMA komt uit de woning van verdachte en wordt door medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uit de woning in de auto gezet. Omdat de inhoud van de dozen en tassen zichtbaar was voor de medeverdachten, gaat de rechtbank er van uit dat de medeverdachten opzet hadden op het vervoeren van de drugs. Uit het feit dat medeverdachte [medeverdachte 1] kort na de aanhouding van verdachte met een sleutel het huis van verdachte opent en uit zijn huis een grote hoeveelheid drugs weghaalt, trekt de rechtbank de conclusie dat verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk opzet hebben gehad op het vervoeren van de (zijn) drugs.

3.4.3.

Feit 2: witwassen

Gedeeltelijke vrijspraak

Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen van het bedrag van € 7.290 uit de handtas van medeverdachte [medeverdachte 1] . Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht over de inhoud van de tas had.

Geldbedragen uit de Audi en de woning aan de [adres woning]

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van het bedrag van € 49.352, aangetroffen in de Audi waarin verdachte reed, en € 29.780, in de woning van verdachte. De rechtbank acht het zonder meer aannemelijk dat beide geldbedragen zijn verdiend met of verband houden met de handel in harddrugs, maar een specifiek brondelict kan uit het dossier niet worden afgeleid. Verdachte heeft over het bedrag in zijn tas en dashboardkastje verklaard dat het bedrag van € 49.352 afkomstig is van de opbrengsten van zijn hennepplantage uit 2016, waar hij in 2018 voor is veroordeeld. Op nadere vragen heeft verdachte geen antwoord willen geven. De rechtbank vindt deze verklaring dat het geld uit eigen misdrijf afkomstig zou zijn, gezien het tijdsverloop en het ontbreken van enige onderbouwing niet aannemelijk.

Het gaat om twee grote hoeveelheden contant geld, die in (onder andere) grote coupures op verschillende plekken onbeschermd zijn aangetroffen. Daarbij worden de bedragen ontdekt op plekken waar ook veel harddrugs en drugsgerelateerde goederen worden gevonden. Deze omstandigheden vormen een dusdanig sterke aanwijzing voor een criminele herkomst van het geld dat zij een vermoeden van witwassen rechtvaardigen. Dat maakt dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Gelet op dit vermoeden mag van verdachte worden verwacht dat hij over de legale herkomst van het geld een op enige manier concrete en verifieerbare verklaring geeft. Over het in de woning aangetroffen bedrag van € 29.780 heeft verdachte geen enkele verklaring afgelegd. Over het andere geldbedrag heeft verdachte ook geen verklaring over de legale herkomst van het bedrag gegeven. De rechtbank stelt vast dat hij beide bedragen voorhanden heeft gehad, mede gezien de eerdere overwegingen over de woning aan de [adres woning] , en dat beide bedragen van misdrijf afkomstig zijn. Daarmee is het witwassen van beide bedragen bewezen. Bij het geld dat verdachte in de auto bij zich had, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat verdachte dat geld samen met iemand anders voorhanden zou hebben gehad.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1

op 17 mei 2018 te Diemen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft

vervoerd en voorhanden heeft gehad

- - 77 kilo van een materiaal bevattende MDMA, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1 en

- - 1265 XTC-pillen, in elk geval een materiaal bevattende MDMA (aangetroffen in doos op bank in woning [adres woning] ) en

-- diverse verpakkingen met

- 477 gram van een materiaal bevattende cocaïne (aangetroffen in kluis in woning [adres woning] )

- 4,65 gram van een materiaal bevattende cocaïne (aangetroffen in de auto (AUDI A3));

Ten aanzien van feit 2

op 17 mei 2018 te Diemen geldbedragen, namelijk 49.352 EUR (aangetroffen in de Audi A3) en 29,780 EUR (aangetroffen in plastic tas op de bank), voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van voorarrest.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht in het geval de rechtbank aan strafoplegging toekomt te volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. Als de rechtbank daar niet in meegaat, zou in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf met eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf passend zijn. Verdachte heeft goede voornemens en een vaste baan.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander op de zitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

In de auto van verdachte zijn veel contant geld en harddrugs aangetroffen. In zijn woning trof de politie ook veel contant geld, harddrugs en drugsgerelateerde goederen. Uit deze woning wordt door medeverdachten 77 kilogram XTC-pillen weggehaald. De aanwezigheid van zulke grote hoeveelheden harddrugs, goederen, contant geld in combinatie met de chatgesprekken van verdachte duidt op grootschalige drugshandel door verdachte vanuit (onder meer) de woning aan de Heivlinderweg. Cocaïne en MDMA zijn niet alleen zeer schadelijk voor de volksgezondheid, maar werkt ook verslavend met alle gevolgen van dien voor de maatschappij. De harddrugshandel gaat bovendien gepaard met zeer gewelddadige criminaliteit die de maatschappij ontwricht en in Amsterdam in het bijzonder regelmatig tot ernstige incidenten leidt. Met zijn handelen heeft verdachte een rol gehad in de keten van de handel in harddrugs. Bovendien heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van grote geldbedragen. Dit vormt een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de corrumperende invloed hiervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de samenleving.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting die door de rechtbanken onderling zijn afgesproken zodat zoveel mogelijk min of meer gelijke straffen worden opgelegd. De oriëntatiepunten voor het vervoeren van harddrugs geven bij een gewicht van meer dan 20 kilo harddrugs (de hoogste categorie) als uitgangspunt een gevangenisstraf vanaf 50 maanden. Hierin is de drugshandel op grote schaal voldoende verdisconteerd. Daarnaast heeft verdachte € 79.132 witgewassen, waarbij volgens de oriëntatiepunten voor fraudedelicten 5 tot 9 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt geldt. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het voordeel van verdachte af te wijken van genoemde oriëntatiepunten. De rechtbank legt verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 54 maanden op.

Het verzoek van de raadsman tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen. De voorlopige hechtenis zal blijven voortduren omdat de rechtbank de recidivegrond onverminderd aanwezig acht, mede gelet op de proceshouding van verdachte en de hoeveelheid van de aangetroffen drugs en geld, wat duidt op een grootschalige handel in verdovende middelen. De rechtbank heeft geen enkel vertrouwen dat verdachte, die nota bene recentelijk is veroordeeld voor het voorhanden hebben van een hennepplantage en een grote hoeveelheid XTC-pillen, zijn illegale activiteiten niet voort zal zetten.

8 Beslag

8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen geldbedragen (items 1 en 2), laptops (items 5-8), USB-sticks (items 13-15), telefoons (items 17-19) en simkaarten (26-32) verbeurd moeten worden verklaard. De in beslag genomen horloges (items 9-11) dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de overige op de beslaglijst genoemde goederen (items 4, 12, 16 en 25) heeft zij teruggave aan verdachte gevorderd.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van alle goederen op de beslaglijst waarvan verdachte heeft gezegd dat ze hem toebehoren verzocht de teruggave aan verdachte te gelasten.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

De in beslag genomen geldbedragen (items 1-2) zullen worden verbeurd verklaard, omdat het onder 2 bewezen geachte feit hiermee is begaan. De in beslag genomen laptops (items 5-8), USB-sticks (items 13-15), telefoons (items 17-19) en simkaarten (26-32) uit de woning ( [adres woning] ) van verdachte zullen ook verbeurd verklaard worden omdat de bewezen geachte feiten met behulp van deze goederen zijn begaan of voorbereid.

Voor onttrekking aan het verkeer van de horloges (items 9-11), die volgens verdachte nep zijn, is geen plaats omdat het enkele bezit daarvan niet strafbaar is op grond van artikel 337 Sr, en deze voorwerpen niet kunnen dienen tot het begaan van of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven als waarvan verdachte wordt verdacht. Deze moeten dus aan verdachte worden teruggegeven.

De overige goederen op de beslaglijst (items 4, 12, 16 en 25) moeten ook aan verdachte worden teruggegeven.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4. is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

medeplegen van witwassen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 54 (vierenvijftig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

4 1.00 STK Computerspel

SONY PSP

5574703

9 1.00 STK Horloge Kl:Zilver

ROLEX

5574735

10 1.00 STK Horloge Kl:Zilver

BULGARI Diagono

5574729 zilver met zwarte band

11 1.00 STK Horloge Kl:Zilver

ROLEX Submariner

5574738

12 1.00 STK Kluis Kl:Grijs

-

5574728

16 1.00 STK Navigator Kl:Zwart

TOM TOM 4en52z1230

5574712

25 1.00 STK Doos K1: Goud

PACO RABANNE

5575129

Gelast de verbeurdverklaring van:

1 Geld Euro

-

5574677 = 5587434 in konfisk

2 Geld Euro

-

5574711; geen eigenaar bekend

3 1.00 STK Personenauto [kenteken]

AUDI A3 2018 Kl:grijs

5526298

5 1.00 STK Computer

ASUS

5574714

6 1.00 STK Computer

MEDION

5574716

7 1.00 STK Computer

HEWLETT PACKARD

5574726

8 2.00 STK USB-stick (memorykaart)

-

5574715

13 1.00 STK Zaktelefoon Kl:Zwart

ALCATEL One touch

5574730

14 1.00 STK Zaktelefoon Kl:Zwart

ALCATEL One Touch

5574707

15 1.00 STK Zaktelefoon Kl:Zwart

ALCATEL One touch

5574723

17 1.00 STK Simkaart van zaktelefoon

VODAFONE

5574718

18 1.00 STK Simkaart van zaktelefoon

VODAFONE

5576997

19 1.00 STK Zaktelefoon Kl:Zwart

APPLE 4

5574736

26 1.00 STK zaktelefoon K1: zwart

IPHONE

5579766

27 1.00 STK Zaktelefoon

BQ AQUARIUS

5574616

28 1.00 STK Zaktelefoon

IPHONE 4

5574709

29 1.00 STK Zaktelefoon

IPHONE 4

5579765

30 1.00 STK Zaktelefoon

IPHONE

5579767

31 1.00 STK Simkaart van zaktelefoon

T-MOBILE

5574719

32 1.00 STK Zaktelefoon

SAMSUNG

5574722

Wijst af het verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. L. Voetelink, voorzitter,

mrs. J. Huber en M.T.C. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Onnink, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juli 2019.