Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:4493

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-06-2019
Datum publicatie
28-06-2019
Zaaknummer
13/845020-17 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het oplichten van de investeerders in Noordenwind en Hollandsche Wind (totale inleg ongeveer 8,7 miljoen euro). Ook wordt hij veroordeeld voor witwassen. Aan hem wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden opgelegd en een beroepsverbod van 2 jaar en 48 maanden [ongeveer 6 jaar]. De 176 benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard en er wordt geen schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/845020-17 (Promis)

Datum uitspraak: 28 juni 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 17 november 2017 en 22, 25, 26 en 29 maart, 9 april en 28 juni 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. A. Rogaar en L.M.J. Backx (hierna gezamenlijk: de officier van justitie) en van wat [verdachte] en zijn raadsman mr. J. Vlug naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van wat door verschillende benadeelde partijen naar voren is gebracht.

De strafzaak tegen [verdachte] is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen [medeverdachte 1] (13/845243-16), [medeverdachte 2] (13/845244-16), [medeverdachte 3]1 (13/845021-17), [medeverdachte 4] (13/845022-17), [medeverdachte 5] (13/993089-17) en [medeverdachte 6] (13/993090-17). De rechtbank doet in alle zaken gelijktijdig uitspraak.

2 Tenlastelegging

Dit vonnis heeft betrekking op het strafrechtelijk onderzoek van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: FIOD) met de naam Monte Titano. Dit onderzoek richt zich op fraude rondom investeringsproducten met de namen Noordenwind (2015-2016) en Hollandsche Wind (2016). [verdachte] is samen met [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] aangemerkt als verdachte ten aanzien van Noordenwind. Samen met [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] is [verdachte] als verdachte aangemerkt ten aanzien van Hollandsche Wind.

De verdenking tegen [verdachte] is samengevat aan hem ten laste gelegd als:

Feit 1: oplichting van investeerders in Hollandsche Wind voor in totaal 2.753.500 euro;

subsidiair: verduistering van in totaal 2.753.500 euro, afkomstig van investeerders in Hollandsche wind;

Feit 2: oplichting van investeerders in Noordenwind voor in totaal 5.928.057 euro;

en/of verduistering van in totaal 5.928.057 euro, afkomstig van investeerders in Noordenwind;

Feit 3: witwassen van geldbedragen, afkomstig van Noordenwind en Hollandsche Wind.

De tenlastelegging is op de zitting van 17 november 2017 nader omschreven. De volledige tekst van de uiteindelijke tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 bij dit vonnis. Die bijlage hoort bij dit vonnis en maakt hiervan deel uit.

3 Samenvatting van het vonnis

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] als medepleger alle investeerders in Noordenwind en alle investeerders in Hollandsche Wind heeft opgelicht. Ook acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] de ontvangen bedragen heeft witgewassen.

De rechtbank veroordeelt [verdachte] tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden en daarnaast mag [verdachte] voor een periode van 2 jaar en 48 maanden – kort gezegd – geen beleggingsproducten verkopen.

De vorderingen van de benadeelde partijen kunnen in deze strafprocedure niet behandeld worden. De rechtbank ziet om procedurele redenen ook af van oplegging van een maatregel die inhoudt dat [verdachte] de veroorzaakte schade moet vergoeden.

In de rest van dit vonnis zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot deze beslissingen is gekomen.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Noordenwind (feit 2)

4.1.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zich als medeplegers schuldig hebben gemaakt aan de ten laste gelegde oplichting van alle investeerders in Noordenwind.

4.1.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd tegen een mogelijke bewezenverklaring van feit 2. Ten aanzien van de rol van [verdachte] heeft de raadsman wel aangevoerd dat hij niet de initiator was of de man die (achter de schermen) aan de touwtjes trok.

4.1.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de oplichting van alle investeerders in Noordenwind voor een totaalbedrag van € 5.928.057,50 euro. De rechtbank komt tot die conclusie op grond van de volgende feiten en omstandigheden, die zijn ontleend aan wettige bewijsmiddelen.2

4.1.3.1. Het begin van Noordenwind

[medeverdachte 3] heeft op 14 april 2015 een stichting opgericht met de naam Stichting Obligatiebeheer Flexwerk (hierna: SOF).3 [medeverdachte 3] wilde geld ophalen om een uitzendbureau te beginnen voor flexwerk. [verdachte] zou de obligaties gaan verkopen, maar daarvoor bleek weinig interesse. De naam van de stichting is op voorspraak van [verdachte] gewijzigd in Stichting Obligatiebeheer Noordenwind (hierna: SON). [verdachte] wilde Noordenwind in de markt zetten met vastgoed.4 Het doorvoeren van de naamswijziging heeft volgens [verdachte] een paar maanden geduurd.5 De naamswijziging is bij de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) geregistreerd op 16 oktober 2015.6 De domeinnaam noordenwindvastgoed.nl was al op 22 augustus 2015 geregistreerd.7

[verdachte] verklaart dat er in juni of juli 2015 al werkzaamheden werden verricht.8 [medeverdachte 3] deed de inhoud en de structuur van het obligatiefonds en [verdachte] heeft het design compleet gemaakt.9 [verdachte] verklaart dat zijn beginwerkzaamheden bestonden uit het maken van de website, de brochure, het inschrijfformulier en e-mailadressen.10 Ze zijn gestart in Arnhem11. [verdachte] heeft mensen aangesteld, onder wie [medeverdachte 5] .12 [medeverdachte 5] verklaart over zijn werkzaamheden dat hij het team op poten moest zetten en dat ze met zes tot acht man waren. Hij had de leiding over het personeel en deed de verkooptrainingen.13

Ook uit WhatsApp-gesprekken komt naar voren dat al vóór 16 oktober 2015 werkzaamheden werden verricht voor Noordenwind. Zo stuurde [verdachte] op 18 september 2015 aan [medeverdachte 3] de mededeling dat hij wel voor hem ging bellen en dat hij wel een kantoortje met verkopers ging regelen.14 Op 22 september 2015 deelde [verdachte] mee dat ‘ [naam 1] ’ en ‘ [naam 2] ’ akkoord hadden gegeven en dat zij weg zouden zijn zodra [naam 3] het salaris had overgemaakt.15

Vanaf oktober 2015 werden er investeringen ontvangen. De eerste investering van 5.000 euro was afkomstig van [naam 4] en werd op de privérekening van [verdachte] ( [nummer] ) in twee delen ontvangen op 8 en 9 oktober 2015. Vervolgens werden op 9 oktober 2015 vanaf dezelfde rekening (salaris)voorschotten betaald, onder andere aan [medeverdachte 5] .16 Op 21 oktober 2015 ontving [medeverdachte 5] opnieuw salaris.17

[medeverdachte 3] was van 14 april 2015 tot 31 maart 2016 bestuurder van SOF/SON. Op 1 november 2015 traden [medeverdachte 4] en [naam 6] ook toe als bestuurders en zij bleven dat tot 31 maart 2016. Op 31 maart 2016 traden [naam 5] en [medeverdachte 5] toe als bestuurders. [naam 5] trad op 4 april 2016 af en [medeverdachte 5] op 8 juli 2016.18 Op 8 juli 2016 trad [naam 6] aan als bestuurder en [naam 7] als commissaris (vice-voorzitter). Op dat moment was [naam 8] al aangetreden als commissaris (voorzitter, sinds 31 maart 2016).

Uit het dossier blijkt niet dat bij de betrokken verdachten sprake was van kennis van of ervaring met de vastgoed- of beleggingswereld. Evenmin is gebleken dat de verdachten zich hierin verdiept hebben voorafgaand aan het aanbieden van de obligaties. Van een concreet bedrijfs- of investeringsplan is evenmin gebleken.

4.1.3.2. De structuur van Noordenwind

In 2015 en 2016 zijn onder de naam Noordenwind Vastgoed obligaties verkocht. Noordenwind Vastgoed is bij de KvK niet bekend als zelfstandige entiteit.19 Wel is rondom ‘Noordenwind Vastgoed’ sprake van een structuur van verschillende rechtspersonen. In de eerste plaats was er SON, waarop hiervoor al is ingegaan. Daarnaast waren er nog twee stichtingen, Stichting Obligatiebeheer Noordenwind II (hierna: SON II) en Stichting Obligatiebeheer Noordenwind V (hierna: SON V). Ook was er de besloten vennootschap (hierna: bv) Tradewinds I B.V. (hierna: Tradewinds).

SON II is op 28 december 2015 opgericht onder haar oude naam Stichting Duurzamer Nederland. Op 15 juni 2016 is de naam gewijzigd in SON II. Op 27 oktober 2016 is de naam weer gewijzigd, nu naar Stichting Obligatiebeheer Stone Mountain II.20 [medeverdachte 4] was van 28 december 2015 tot 8 juli 2016 bestuurder (voorzitter).21 [naam 8] was tussen 14 juni 2016 en 8 juli 2016 bestuurder. [naam 6] was in de periode van 14 juni 2016 tot 29 september 2016 bestuurder. Vanaf 8 juli 2016 waren [naam 8] en [naam 7] commissarissen van deze stichting. Per 18 oktober was [naam 9] de bestuurder.

SON V is op 28 januari 2016 opgericht.22 [medeverdachte 4] was bestuurder van 28 januari 2016 tot 31 maart 2016. [medeverdachte 5] was bestuurder van 7 juni 2016 tot 8 juli 2016.23 [naam 6] was bestuurder van 6 juli 2016 tot 29 september 2016. Tussen 8 juli en 3 oktober 2016 waren [naam 8] en [naam 7] commissaris van SON V.

Tradewinds is op 31 mei 2015 opgericht onder de naam [naam B.V.] Van 10 november 2015 tot 31 maart 2016 was de naam MEHA B.V, waarna de naam Tradewinds werd.24 [medeverdachte 4] was van 10 november 2015 tot en met 30 september 2016 bestuurder en enig aandeelhouder van deze bv.25 Op 30 september 2016 werden [naam 10] en [naam 11] beiden bestuurder van Tradewinds.26 Per 30 september 2016 waren zij beiden ook voor vijftig procent aandeelhouder van Tradewinds.27

[naam 6] verklaart dat zijn broer, [medeverdachte 3] , leiding gaf aan de stichting (SON).28 Zijn broer heeft hem gevraagd of hij iets wilde tekenen en hij heeft toen in vertrouwen getekend. Hij heeft getekend voor een bestuurlijke functie en heeft nooit werkzaamheden verricht voor SON.29 Zijn broer had hem gevraagd en zei ”wij regelen de rest”.30 [naam 10] verklaart dat zijn vader, [medeverdachte 3] , de feitelijke leiding had bij Tradewinds.31 [naam 11] verklaart dat als haar vader, [medeverdachte 3] , iets vroeg of zei dat er iets gedaan moest worden, zij dat dan deed. Haar vader heeft haar eigenlijk alleen gevraagd een handtekening te zetten om bestuurder te worden.32

4.1.3.3. De aanbiedingen van Noordenwind

Door Noordenwind zijn drie soorten obligaties uitgegeven: ‘Noordenwind Obligatie 9,12%’, ‘Noordenwind Obligatie 6% + 6%’ en ‘Noordenwind II Obligatie Project Ennigerloh-Lidl-Duitsland’. Potentiële investeerders zijn op verschillende manier geïnformeerd over de inhoud van de verschillende obligatiefondsen.

In de brochure voor ‘Noordenwind Obligatie 9,12%’ is onder meer het volgende vermeld over dit obligatiefonds:

Stichting Obligatiebeheer investeert in winkels, woningen, horeca, kantoren en agrarische grond in Nederland. Kwalitatief hoogwaardig vastgoed, dat onze beleggers stabiele rendementen biedt.33 Het jaarlijks rendement op de Rentevast Obligatie is 9,12% bij een coupure van € 2.500 en 10,0% bij een coupure van € 100.000.34

Investeerder [naam 12] ontving op 13 januari 2016 een e-mailbericht van [e-mailadres] met daarin informatie over het obligatiefonds ‘Noordenwind Obligatie 9,12%’. In dit e-mailbericht is onder meer de volgende informatie vermeld over dit obligatiefonds:

Noordenwind Vastgoed is wettelijk verplicht het vermogen juridisch af te scheiden van het vermogen van de beheerder. Het vermogen van Noordenwind Vastgoed staat op naam van SON (de juridisch eigenaar). De stichting en Noordenwind Vastgoed zijn aparte juridische entiteiten waardoor het vermogen van Noordenwind Vastgoed volledig is afgescheiden. Dit betekent dat als Noordenwind Vastgoed failliet zou gaan, uw vermogen bij SON veilig is. De aanbieding van deze obligatie aan consumenten valt onder de reikwijdte van de Wet oneerlijke handelspraktijken en daarmee onder het toezicht van de AFM op naleving daarvan.35

[naam 13] heeft een arbeidscontract gesloten met Noordenwind Vastgoed en later met SON II.36 Hij verklaart dat hij een belscript kreeg waar hij zich aan moest houden.37 In het belscript voor het obligatiefonds ‘Noordenwind Obligatie 9,12%’ staat onder meer het volgende over dit fonds:

Noordenwind Vastgoed biedt u de mogelijkheid op een veilige manier een goed rendement te behalen. Wij bieden een obligatie met een vast jaarlijks rendement van 9,12%. Het kapitaal dat wordt aangetrokken, is bestemd voor de aankoop van kantoorcomplexen en woningen. De woningen/kantoorcomplexen worden aangekocht minimaal 20% onder de marktwaarde. Deze dient tevens als zekerheid voor obligatiehouders. Zij hebben het 1e recht van hypotheek op de woningportefeuille als zekerheid.38

In de brochure voor ‘Noordenwind Obligatie 6% + 6%’ staat onder meer het volgende over dit obligatiefonds:

Stichting Obligatiebeheer Noordenwind Vastgoed belegt in Nederlands vastgoed.39 Het jaarlijks rendement op de Rentevast Obligatie is 6%. Het maximum winstdeel bedraagt bij een coupure van € 5.000 6,0% en bij een coupure van € 125.000 14,2%.40 Wij geven een hypotheekrecht aan Stichting Obligatiebeheer Noordenwind Vastgoed. Dat hypotheekrecht gaat over de woningen die wij zullen aankopen met het geld van de obligatie. Als wij niet aan onze verplichtingen voldoen, kan de stichting woningen verkopen. Dat doet de stichting voor alle beleggers. Met het geld van de verkoop betaalt de stichting de rente en de lening terug. Wij geven de stichting het recht van 1e hypotheek.41 Er is toezicht van de AFM op de aanbieding van effecten van Stichting Obligatiebeheer Noordenwind Vastgoed.42

In de brochure voor ‘Noordenwind II Obligatie Project Ennigerlo-Lidl-Duitsland’ staat onder meer het volgende vermeld over dit obligatiefonds:

De investering betreft de aankoop en exploitatie van een middelgrote LIDL-supermarkt te Ennigerloh, Duitsland.43 Voor de obligatielening geldt een couponrente van 5% lineair per jaar. Daarboven wordt op basis van het uiteindelijke resultaat een winstafhankelijke bonusrente van 4,50% geprognosticeerd.44

Noordenwind verspreidde via haar website www.noordenwindvastgoed.nl ook informatie over de aangeboden producten. Zo staat op de archiefsite van 2 januari 2016 onder meer:

Middels uitgifte van vastgoedobligaties biedt Noordenwind Vastgoed particuliere beleggers een gegarandeerde rente gedurende de door hen gekozen investeringslooptijd. Deze rente bedraagt 9,12%.45

Door Noordenwind werd per e-mail ook informatie verstrekt over eerdere behaalde resultaten. Zo ontving investeerder [naam 14] op 23 oktober 2015 van het e-mailadres [e-mailadres] een e-mailbericht waarin onder meer is vermeld: “Voor alle zekerheid heb ik in de bijlage het track record gevoegd van de aankopen, verkopen en rendement die we in het verleden en hedendaags gerealiseerd hebben”.46 De betreffende bijlage, een fondsenoverzicht van Noordenwind Vastgoed, bevat dertig fondsnamen. 22 fondsen zijn volgens het overzicht gestart tussen 2004 en 2014 en succesvol afgerond tussen 2006 en 2015. De overige 8 fondsen zouden in 2014 of 2015 zijn gestart en nog niet afgerond zijn.47

Noordenwind verspreidde ook via een e-mailnieuwsbrief informatie die voor bestaande of nieuwe investeerders van belang kon zijn. In de nieuwsbrief van april 2016 staat dat oud [naam bedrijf] directeur [naam 8] benoemd is tot commissaris.48 In diezelfde nieuwsbrief staat ook dat Noordenwind Vastgoed twee grachtenpanden in Utrecht en één in Hengelo heeft gekocht.49 Ook wordt vermeld dat ruim zestig obligatiehouders van Noordenwind Vastgoed zijn uitgekeerd en dat Noordenwind erin is geslaagd al het beloofde na te komen.50

De mededeling dat [naam 8] een voormalig directeur is geweest bij [naam bedrijf] is feitelijk onjuist. [naam 8] heeft wel als beleggingsadviseur voor [naam bedrijf] gewerkt, maar nooit de functie van directeur bekleed.51 Uit WhatsApp-gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] komt naar voren dat het bij Noordenwind betrekken van [naam 8] moet bijdragen aan de verkoop van obligaties. Op 5 november 2015 voeren [medeverdachte 3] en [verdachte] het volgende gesprek.

[medeverdachte 3] 00:41:49: Bel morgen [naam 8] ws directeur bellegingen bij [naam bedrijf] en ken verl vermogenende mensen en is ondeugend net als jij!

[verdachte] 00:42:30: Kan hij niet in het bestuur

[medeverdachte 3] 00:42:51: Ga ik hem vragen

[verdachte] 00:42:55: Als toezicht blabla

00:43:18 Wel een waanzinnige naam en referentie kunnen we tegen de klanten zeggen

00:43:34 Extra verkoop

00:43:38 hahahahha52

[medeverdachte 3] 00:44:20 Juist kunnen we me vooruit en staat goed aangeschreven ps ik weet zijn zwakke plekken!

[verdachte] 00:46:12 Ja top. Zou wel mooi zijn als hij in het bestuur komt

[medeverdachte 3] 00:47:07: Zoals ik zei ken zijn zwakke plekken komt goed

[verdachte] 00:50:21: Top. Ja goede referentie en klanten hebben vertrouwen hahahahha53

4.1.3.4. Investeerders in Noordenwind

Noordenwind liet de investeerders hun geld op verschillende rekeningen overmaken. Om te beginnen op de bankrekeningen van SON ( [nummer] ), SON II ( [nummer] ) en SON V ( [nummer] ). Daarnaast werd gebruik gemaakt van de privébankrekening van [verdachte] en tot slot de bankrekening van Valeo Media BV (hierna: Valeo) ( [nummer] ). Valeo was een bv waarvan [verdachte] via Robur Media Holding B.V. bestuurder en meerderheidsaandeelhouder was.54

Op de bankrekening van SON is tussen 22 oktober 2015 en 27 mei 2016 in totaal € 2.891.107,50 ontvangen van investeerders.55

Tussen 23 februari 2016 en 3 augustus 2016 is € 2.087.475,- ontvangen van investeerders op de rekening van SON V. Van de investeringen die op de rekening van SON V zijn ontvangen, is in totaal € 115.900 doorgeboekt vanaf de rekening van SON. Deze geldbedragen zijn meegenomen bij berekening van de ontvangsten op de bankrekening van SON.56 Met aftrek van dit bedrag van € 115.900, is in totaal € 1.971.575,- geïnvesteerd op de bankrekening van SON V.

Investeerders hebben tussen 27 juni 2016 en 30 augustus 2016 in totaal € 888.500,- overgemaakt op de bankrekening van SON II.57

Op de bankrekeningen van [verdachte] en Valeo is in totaal € 176.875 binnengekomen; tussen 8 oktober 2015 en 4 juli 2016 opgeteld € 126.875,- op de rekening van [verdachte]58 en op 20 juli 2016 € 50.000,- bij Valeo.59

In totaal is op deze rekeningen een bedrag ontvangen van € 5.928.057,50, afkomstig van investeerders in Noordenwind. De rechtbank zal nu in gaan op enkele concrete verhalen van investeerders in de producten van Noordenwind.

De eerste investeerder die de rechtbank bespreekt is [naam 15] . Op 2 november 2015 werd op de bankrekening van SON € 5.000,- van hem ontvangen.60 Op 29 maart 2016 werd op de bankrekening van SON V € 15.000,- ontvangen van [naam 15] .61 De eerste investering was tegen 9,12% rente en de tweede was tegen 6% rente.62 [naam 15] had via de krant van Noordenwind gehoord, per e-mail naar de condities gevraagd en vervolgens informatie ontvangen.63 [naam 15] werd ook een paar keer telefonisch benaderd en daarbij werd hem uitgelegd dat sprake was van veilige beleggingen.64 Het rentepercentage en het feit dat in vastgoed belegd zou worden terwijl de woningmarkt weer aan het aantrekken was, waren voor [naam 15] doorslaggevende punten om te investeren.65 [naam 15] investeerde in maart 2016 opnieuw, nadat hij op 22 maart 2016 zijn eerder geïnvesteerde bedrag van 5.000 euro met rente had teruggekregen. Het rentepercentage van 9 % kon niet waargemaakt worden, maar het vertrouwen was er nog wel bij [naam 15] , vanwege de terugbetaling van zijn eerste inleg.66

Ook [naam 16] en [naam 14] hebben geïnvesteerd. Op de rekening van SON werd op 1 december 2015 in vijf keer in totaal € 200.000,- ontvangen.67 Op 21 januari 2016 werd op diezelfde rekening in twee keer in totaal € 100.000,- ontvangen.68 [naam 16] zocht naar een hoog rendement op vastgoed en kwam zo bij Noordenwind terecht. Zij kreeg per e-mail de brochure en het informatiememorandum van Noordenwind toegestuurd. Op 23 oktober 2015 ontving zij een e-mailbericht waarbij een trackrecord was meegestuurd. [naam 16] verklaart dat Noordenwind daarmee liet zien dat al successen waren behaald, wat voor haar wel een toevoeging was.69 Doorslaggevend om te investeren was voor haar dat Noordenwind aangaf dat het aan te kopen vastgoed in de stichting terecht zou komen.70 Dat ter zekerheid een eerste hypotheek verstrekt zou worden was ook doorslaggevend.71

[naam 17] heeft een bedrag van € 25.000,- geïnvesteerd in Noordenwind. Dit bedrag kwam op 17 december 2015 binnen op de rekening van SON.72 [naam 17] had zijn informatie over Noordenwind van internet gehaald en had veel contact met [naam 5] .73 De reden om in Noordenwind te investeren was dat zij zich bezig hielden met het aankopen van onroerend goed en dat onroerend goed kwam aantrekkelijk over op [naam 17] .74 [naam 5] had hem ook verteld over het rendement van 9,12%.75

[naam 18] heeft een bedrag van € 100.000,- geïnvesteerd in Noordenwind. Op 29 januari 2016 werd dit geldbedrag ontvangen op de bankrekening van SON en het geld was afkomstig van bankrekening [nummer] .76 Deze bankrekening staat op naam van [naam 18] .77

[naam 19] , getrouwd met [naam 20] , heeft op twee momenten geïnvesteerd. Op de rekening van SON werd op 18 december 2015 € 15.000,- ontvangen, afkomstig van bankrekening [nummer] .78 Deze rekening staat op naam van [naam 19] .79 Op 15 maart 2016 werd op de rekening van SON een bedrag van € 40.000 ontvangen van mevrouw Van [naam 19] .80 [naam 20] verklaart dat hij degene is geweest die contact heeft gehad met Noordenwind en de beslissing heeft genomen om te investeren, maar dat de obligatie op naam van zijn echtgenote is afgesloten.81 [naam 20] heeft een informatiememorandum en een fondsenoverzicht ontvangen. Het fondsenoverzicht was heel belangrijk, want dat gaf geloofwaardigheid.82 [naam 20] verklaart ook dat er een mooi rendement binnenkwam op de € 15.000 die al was ingelegd en dat hij zelf heeft gebeld om nog meer in te leggen.83

[naam 12] heeft op verschillende momenten geïnvesteerd in Noordenwind. In totaal heeft hij € 107.500 geïnvesteerd. Op de bankrekening van SON zijn geldbedragen binnengekomen op 26 januari 2016 (€ 7.500)84, 24 februari 2016 (€ 20.000)85 en 13 april 2016 (€ 30.000).86 Daarnaast werd op de bankrekening van Valeo op 20 juli 2016 een bedrag van € 50.000,- ontvangen.87 [naam 12] heeft voorafgaand aan zijn eerste betaling een aanbod per e-mail ontvangen. Hij heeft zich ingeschreven op basis van dat aanbod, wat onder meer inhield dat sprake was van een rente van 9,12% en een looptijd van 24 maanden. Dat het vermogen afgescheiden zou zijn, was voor [naam 12] een reden om in te stappen. Een aan hem verstrekt overzicht van gerealiseerde en lopende projecten gaf vertrouwen dat het goed zat.88 [naam 12] dacht goed te zitten, omdat er in vastgoed werd belegd.89 De € 50.000,- heeft [naam 12] geïnvesteerd in een 6%+6% obligatie. Dat was op advies van [verdachte] . 90

4.1.3.5. Aankoop van vastgoed

De rechtbank zal hierna ingaan op de bestedingen die Noordenwind met de van de beleggers ontvangen gelden heeft gedaan. Om te beginnen op de uitgaven aan vastgoed.

Aangeschaft vastgoed op de Filipijnen

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat SON op de Filipijnen een appartement heeft gekocht voor een bedrag van € 48.000 en een woonhuis voor € 28.000 à € 29.000.91 Op de bankrekening van SON zijn overboekingen van € 48.458,41 (15 december 2015)92 en € 28.028,00 (20 januari 2016)93 terug te vinden. In totaal is daarmee € 76.486,41 besteed aan de aanschaf van onroerend goed op de Filipijnen.

Aangeschaft vastgoed door Tradewinds

Door Tradewinds zijn in 2016 verschillende panden gekocht. Het geld op de rekening van Tradewinds ( [nummer] ) is hoofdzakelijk afkomstig van de bankrekeningen van SON en SON V. In totaal is op de rekening van Tradewinds een bedrag van € 4.193.756,64 ontvangen, waarvan € 1.032.000,- van SON en € 2.125.000,- van SON V (in totaal € 3.157.000,-).94 De overige substantiële bijschrijvingen op de rekening van Tradewinds staan in een directe relatie met eerdere betalingen vanaf de rekening van Tradewinds en/of zijn ontvangen nadat het laatste pand door Tradewinds is aangeschaft. Hieruit volgt dat de verschillende panden zijn aangeschaft met geld dat afkomstig is van de investeerders in SON en/of SON V.

Op 1 april 2016 krijgt Tradewinds het appartementsrecht geleverd van een woning met als adres Het [adres 1] . De koopprijs bedraagt € 152.000,-.95 Op 21 maart 2016 wordt vanaf de rekening van Tradewinds € 15.200 overgemaakt naar VBC Notarissen en € 510,- naar de erven [naam 21] (de verkopers van [adres 1] ), beide overboekingen onder vermelding van [adres 1] .96 Op 29 maart 2016 wordt nogmaals geld overgemaakt naar VBC Notarissen onder vermelding van [adres 1] , ditmaal € 141.231,63.97 Op 4 april 2016 wordt een bedrag van € 169,25 retour ontvangen van VBC Notarissen, onder vermelding van [adres 1] .98 Netto wordt daarmee € 156.722,38 betaald voor het appartementsrecht van [adres 1] in [plaats] (inclusief kosten).

Op 8 april 2016 krijgt Tradewinds het appartementsrecht geleverd van een woning met als adres [adres 2] . De koopprijs bedraagt € 125.000,-.99 Op 21 maart 2016 wordt vanaf de rekening van Tradewinds € 12.500 overgemaakt naar VBC Notarissen onder vermelding van [adres 2] .100 Op 30 maart 2016 wordt vanaf de rekening van Tradewinds € 116.180,41 overgemaakt naar VBC Notarissen onder vermelding van [adres 2] .101 Op 11 april 2016 wordt een bedrag van € 75,41 retour ontvangen van VBC Notarissen, onder vermelding van [adres 2] .102 Netto wordt daarmee € 128.605,- betaald voor [adres 2] in [plaats] (inclusief kosten).

Zowel bij de levering van [adres 1]103 als bij de levering van [adres 2]104 wordt Tradewinds na een schriftelijke volmacht vertegenwoordigd door een werknemer van het notariskantoor. [medeverdachte 4] verklaart dat hij voor beide panden een volmacht heeft getekend en die aan [medeverdachte 3] heeft gegeven.105

Tradewinds heeft ook een woning in Portugal gekocht. De verkopers waren [naam 10] en [naam 11] en het betreft de woning op het adres [adres 3] . Volgens de Portugese autoriteiten is de villa op 28 juni 2016 aan Tradewinds verkocht voor een bedrag van € 254.040,08.106 Volgens een op 25 januari 2015 gedateerde overeenkomst werd deze woning door [naam 10] en [naam 11] voor 420.000 verkocht aan MEHA B.V. In deze overeenkomst werd MEHA B.V vertegenwoordigd door [medeverdachte 4] , die de overeenkomst ook heeft ondertekend.107 Op 2 mei 2016 wordt vanaf de bankrekening van Tradewinds aan zowel [naam 10] als aan [naam 11] een bedrag van € 21.000,- overgemaakt onder vermelding van [adres 3] .108 Op 6 juni 2016 worden twee bedragen van elk € 189.000,- overgemaakt naar [naam 22] onder vermelding van [adres 3] .109 Tot slot worden op 13 juni 2016 twee bedragen van elk € 2.033,- overgemaakt naar [naam 23] onder vermelding van [adres 3] .110 Op 4 juli 2016 wordt een bedrag van € 110.477,98 retour ontvangen van [naam 22] .111 Netto wordt daarmee vanaf de bankrekening van Tradewinds een bedrag van € 313.588,02 betaald voor de woning van de kinderen van [medeverdachte 3] in Portugal.

Op 26 augustus 2016 krijgt Tradewinds tot slot onroerend goed in Utrecht geleverd, te weten de panden [pand 1] en [pand 2] , [huisnummer 1] en [huisnummer 2] met bijbehorende grond. Tradewinds wordt bij de levering vertegenwoordigd door [medeverdachte 4] .112 De koopprijs bedraagt € 1.700.000,.113 Op 16 maart 2016 wordt € 170.000,- overgemaakt naar [naam 24] (de verkoper van de panden) onder vermelding van [pand 1] en [pand 2] .114 Op 15 augustus 2018 worden twee bedragen van in totaal € 1.675.000,- overgemaakt naar [naam kantoor] netwerk notarissen onder vermelding van [pand 1] / [pand 2] .115 Op 29 augustus 2016 wordt het teveel overgemaakte (€ 82.733,20) teruggeboekt.116 Netto wordt daarmee een bedrag van € 1.762.266,80 betaald voor de panden in Utrecht (inclusief kosten).

Overige bevindingen met betrekking tot het aangekocht vastgoed

Het vastgoed is door Tradewinds aangekocht met gelden die afkomstig waren van SON en SON V. Niet is gebleken dat aan die overboekingen geldleenovereenkomsten ten grondslag lagen.117 Wel is op een door [medeverdachte 1] afgegeven laptop een Word-versie aangetroffen van een niet-ondertekende conceptovereenkomst tussen SON en Tradewinds, waarin is opgenomen dat Tradewinds € 12.200.000,- heeft ontvangen van SON.118 Het document is blijkens de bestandseigenschappen voor het laatst gewijzigd door [verdachte] , op 22 februari 2016.119 Uit WhatsApp-berichten tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] is op te maken dat [medeverdachte 1] een oude laptop van [verdachte] heeft overgenomen.120 Op de bankafschriften van Tradewinds is het bedrag van € 12.200.000,- niet aangetroffen.121

Met betrekking tot het in Nederland gelegen vastgoed is onderzocht in hoeverre ten behoeve van de investeerders van Noordenwind een hypotheekrecht is gevestigd. Gebleken is dat met betrekking tot [adres 1] geen hypotheken zijn ingeschreven bij het kadaster.122 Met betrekking tot de [adres 2] is alleen een oude hypotheek uit 2005 ingeschreven bij het kadaster.123 Op de panden in Utrecht ( [pand 1] en [pand 2] ) is wel een hypotheek ingeschreven, namelijk tot een bedrag van € 500.000,-.124 Aan deze inschrijving ligt een lening- en hypotheekakte ten grondslag tussen [naam 25] en Tradewinds, vertegenwoordigd door [naam 10] . Deze akte is op 6 december 2016 getekend.125 Tegenover de hypothecaire zekerheid staat een geldlening van € 500.000,-.126 Uit het dossier blijkt niet dat sprake is geweest van enige hypothecaire zekerheid ten behoeve van de investeerders.

Het in Nederland gekochte vastgoed is door Tradewinds verhuurd. De huurpenningen van de panden in Utrecht komen binnen op de bankrekening van Tradewinds, in totaal € 31.647,35.127 Op de privérekening van [verdachte] worden huuropbrengsten en borgsommen ontvangen van [adres 1] en [adres 2] . Het gaat om een bedrag van in totaal € 6.020,-. Ten aanzien van [adres 1] gaat het om vier huurbetalingen van € 570,-128 en twee borgsommen van € 470,-.129 Ten aanzien van de [adres 2] om één huur- en borgbetaling (€ 1.400,-)130 en twee huurbetalingen van € 700,-.131

In de woning van [medeverdachte 3] is een document aangetroffen waarin [medeverdachte 3] namens SON aan [naam 26] het vruchtgebruik verstrekt van het op 18 december 2015 gekochte appartement op de Filipijnen.132 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat [naam 26] een goede vriendin van hem is.133

Hiervoor is in 4.1.3.2. al besproken dat [medeverdachte 4] op 10 november 2015 de aandelen verkreeg van Tradewinds (toen nog: MEHA B.V.) en dat de aandelen op 30 september 2016 zijn overgedragen aan de kinderen van [medeverdachte 3] . De betaling van de aandelenoverdracht had echter al eerder plaatsgevonden. SON betaalde op 29 januari 2016 € 15.000,- aan [medeverdachte 4] met als omschrijving ‘overname meha bv’.134 [medeverdachte 4] heeft hierover verklaard dat hij van dit bedrag € 10.000,- moest afstaan aan [medeverdachte 3] en [naam 6] .135 De rechtbank stelt vast dat SON voor de overname van MEHA B.V. (maximaal) € 15.000,- heeft betaald en dat - in de periode tussen de betaling en de levering van de aandelen aan de kinderen van [medeverdachte 3] - Tradewinds de eigendom heeft verkregen van de panden in Steenderen, Hengelo, Portugal en Utrecht.

Samenvatting ten aanzien van de aankoop van vastgoed

Hiervoor zijn de verschillende vastgoedtransacties besproken. Hieruit komt naar voren dat met geld van SON en SON V onroerend goed in Nederland, Portugal en op de Filipijnen is aangeschaft, tot een (netto)totaalbedrag, inclusief aanschafkosten, van € 2.437.668,61.

4.1.3.6. Overige bestedingen

Op de bankrekening van SON is het meeste geld gestort door investeerders, in totaal € 2.891.107,50. Van deze investeringen is € 549.530,31 terugbetaald aan investeerders.136 Een bedrag van in totaal € 1.032.000,- is overgeboekt naar Tradewinds.137 Van het resterende geld is onder meer ruim € 450.000 uitgegeven aan operationele kosten en ruim € 147.000 aan uitbetaalde obligatierente.138 Van dit geld zijn echter ook voor € 259.141,- bestedingen gedaan ten behoeve van [medeverdachte 3] en voor € 209.312,- ten behoeve van [verdachte] .139

Van het geld dat van investeerders is ontvangen op de rekening van SON II (€ 888.500,-) is in totaal € 701.500,- teruggestort op rekeningen van investeerders.140 Van het resterende bedrag is ongeveer € 117.000 uitgegeven aan operationele kosten.141 Vervolgens resteert een saldo van ongeveer € 70.000.

Hiervoor is al vermeld dat een groot deel van de ontvangen investeringen op de rekening van SON V (€ 2.125.000,- van de ontvangen € 2.414.133,34142) is doorgeboekt naar Tradewinds. Van de resterende gelden is € 52.500,- retour gegaan naar investeerders en € 12.981,68 gebruikt voor rentebetalingen aan investeerders. Verder is ongeveer € 3.750 contant opgenomen of gebruikt voor andere uitgaven. Daarnaast is een bedrag van € 205.250,- overgemaakt naar de bankrekening van SON II.143

Na de uitgaven vanaf de rekening van SON II en de bijschrijving op deze rekening vanaf de rekening van SON V, resteert in totaal een geldbedrag van € 275.663,04. Dit geldbedrag is tussen 5 december 2016 en 13 januari 2017 in zijn geheel overgeboekt naar een bankrekening van Stone Hill (Beheer Bv) (hierna gezamenlijk: Stone Hill) (DOC-076). [naam 8] verklaart dat hij en [naam 7] als commissarissen van SON II het geld ‘veilig hebben gesteld’ op de rekening van Stone Hill en dat daarbij niet is samengewerkt met [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] (G-04-01).

Op de bankrekening van Valeo komt op 20 juli 2016 € 50.000,- binnen van investeerder [naam 12] . Voorafgaand aan deze bijschrijving was het saldo op de rekening € 3,08. Nog geen drie weken later, op 8 augustus 2016, is het saldo op de rekening negatief en is er dus voor meer dan € 50.000,- uitgegeven.144 [verdachte] heeft in een schriftelijke verklaring aangegeven dat hij dit geld gebruikt heeft om schulden af te betalen en online te gokken.145

Tot slot is geld van investeerders binnengekomen op de privérekening van [verdachte] . Tussen 8 en 19 oktober 2015 wordt in totaal € 15.000,- ontvangen van investeerders en op 27 oktober 2015 is hiervan in totaal € 14.621 besteed. Deels betreft het salarisbetalingen aan medewerkers van Noordenwind en deels privé-uitgaven.146 Tussen 14 maart en 4 juli 2016 is nog eens een bedrag van € 111.875,- ontvangen van investeerders.147 In diezelfde periode is ook een bedrag van € 20.623 uit overige inkomsten ontvangen en is in totaal € 11.354,37 teruggestort naar aanleiding van eerdere bestedingen.148 Voorafgaand aan de bijschrijving op 14 maart 2016 is het saldo op de rekening € 93,36.149 Op 17 juli 2016, minder dan twee weken na de laatste bijschrijving, is het saldo op de rekening € 63,41150 en is het volledige bedrag dat van investeerders is ontvangen weer uitgegeven. [verdachte] verklaart dat hij deze gelden heeft ontvangen en dat hij ze heeft gebruikt voor pinopnames en voor zijn gok- en koopverslavingen.151

Hiervoor in 4.1.3.5 is al uitgebreid ingegaan op de bestedingen van Tradewinds die betrekking hebben op de aanschaf van vastgoed. Dit geld was vrijwel geheel afkomstig van de rekeningen van SON en SON V. Nadat het vastgoed is aangekocht is nog een groot geldbedrag bijgeschreven op de rekening van Tradewinds, namelijk het geld dat afkomstig was van de hypothecaire lening die is verstrekt door [naam 25] (€ 491.233,32).152 De binnengekomen gelden op de rekening van Tradewinds zijn verder onder meer besteed aan operationele kosten (€ 384.72,98), uitgaven ten behoeve van [medeverdachte 3] (€ 284.792,43), [medeverdachte 4] (€ 119.422,29) en [verdachte] (€ 12.195,02).153

Het bestedingspatroon in de beginperiode

Bij het bespreken van wat er is gebeurd met de investeringen die op de privérekening van [verdachte] zijn binnengekomen, is al besproken dat het geld dat daar in oktober 2015 op is gestort, vrijwel direct besteed is aan operationele kosten en privé-uitgaven ten behoeve van [verdachte] .

Ook is onderzocht wat er in de beginperiode is gebeurd met de gelden die op de rekening van SON zijn gestort. De eerste investering op de rekening is ontvangen op 22 oktober 2015. Voorafgaand aan die bijschrijving was het saldo negatief (€ -21,88).154 In de periode van 22 oktober 2015 tot en met 4 november 2015 werd in totaal € 105.000,- aan investeringen ontvangen. In die periode is ook een groot aantal uitgaven gedaan, waaronder operationele kosten, contante opnamen en privébestedingen in binnen- en buitenland.155 Het eindsaldo op 4 november 2015 op de rekening van SON is € 1.362,79.156

Samenvattend blijkt ten aanzien van de eerste investeringen het volgende. Tussen 8 oktober 2015 en 4 november 2015 is in totaal € 120.000,- aan investeringen ontvangen. Dit geld is op 4 november 2015 vrijwel geheel uitgegeven en niet is gebleken dat die uitgaven (deels) betrekking hadden op beleggingen in vastgoed.

4.1.3.7. Tussenconclusie: Alle investeerders in Noordenwind zijn opgelicht

Hiervoor is de rechtbank uitgebreid ingegaan op de start van Noordenwind, de structuur van Noordenwind, de producten van Noordenwind, de investeerders in Noordenwind en de uitgaven van Noordenwind.

De rechtbank leidt uit de beschreven feiten en omstandigheden af dat alle investeerders in Noordenwind zijn opgelicht. Daarvoor is het volgende van belang.

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken.

Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.

Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebruikt, is bewogen tot een van voornoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer een rol kunnen spelen. Bij een samenweefsel van verdichtsels behoren tot die omstandigheden onder meer de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) leugenachtige mededelingen in hun onderlinge samenhang.

Uit de beschreven feiten en omstandigheden komt het volgende beeld naar voren. Vanaf oktober 2015 worden mensen benaderd om te investeren in Noordenwind en beginnen de eerste investeringen binnen te komen. Op dat moment is er geen sprake van een plan om het geld te beleggen in vastgoed (zoals de investeerders is voorgehouden). Wel wordt het binnenkomende geld vrijwel direct uitgegeven en niet in de laatste plaats ten behoeven van privé-bestedingen van verdachten.

Bij het overhalen van mensen om te investeren wordt daarbij in oktober 2015 al gebruik gemaakt van het trackrecord/fondsenoverzicht waarin evident onjuiste en misleidende informatie staat beschreven over het gestelde succesvolle handelen van Noordenwind. Evident onjuist omdat vóór 2015 op geen enkele manier sprake was van Noordenwind Vastgoed en het fondsenoverzicht al een succesvol verleden beschrijft vanaf 2008.

Hieruit volgt dat Noordenwind vanaf het begin niet de intentie heeft gehad om te beleggen in vastgoed en op die manier rendementen te behalen ten behoeve van de investeerders. Dit beeld komt ook naar voren uit de inhoud en toon van de WhatsApp-gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] uit de beginperiode, bijvoorbeeld de volgende berichten op 27 oktober 2015:

[verdachte] 14:50:50: Laat je even weten als je het bedrag hebt overgemaakt gr

18:40:41: [medeverdachte 3] , (…), is het mogelijk om 5k te storten ajb. Kom ik effe wat beter uit.

[medeverdachte 3] 19:48:09: Stort het nu

[verdachte] 19:49:20: Klant 50k gesloten

20:13:07: Die klant 50k komt vanuit een overwaarde

[medeverdachte 3] 20:13:08: Klasse gaat goede kant op appartement!

[verdachte] 20:14:21: Hahahah, ja man jan 100k opnemen (…)

(…)

[verdachte] 20:15:57: Maar met wat eigen geld kan ik wel een hypotheek regelen

(…)

[verdachte] 20:17:28: (…) zorg jij ajb voor het bedrag, kan ik volgende week het huisje in.

20:17:50: Zou mooi zijn als het appartementje kan kopen

20:17:59: Maar eerst effe veel omzet157

Op 12 november 2015 is voeren [verdachte] en [medeverdachte 3] het volgende gesprek:

[verdachte] 18:20:14: Heb net mevrouw [naam 27] op kantoor gehad ze weet dat de stichting veranderd is van flex naar noordenwind ze heeft er nul procent vertrouwen in en wilt haar inleg terug anders gaat ze de AFM bellen (…) [medeverdachte 3] ik zou deze vrouw uitbetalen we krijgen de grootste gezeik mee

[medeverdachte 3] 18:32:52: Betaal haar nu incl rente ok

[verdachte] 18:33:10: Ok is er voldoende geld dan?

[medeverdachte 3] 18:33:30: Ja 100k

[verdachte] 18:33:46: Is echt een vuil rot mens

(…)

[medeverdachte 3] 18:47:30: Moeten er dus toch mee oppassen was in september maar nu kan ze miets mer zeggen zijn afspraak nagekomen

[verdachte] 18:47:53: Klopt ja is echt een … mens

18:47:59: Maar is nu opgelost

[medeverdachte 3] 18:48:32: Bedoel ik op naar de miljoenen158

(…)

[medeverdachte 3] 19:44:01: Gaan even opletten geen geld uitgeven zorgen voor een buffer van minimaal 250k strijder!

19:44:55: Oppassen voor die journalist

(…)

[medeverdachte 3] 19:47:19: Kunnen aantonen dat we net zijn gestart krijg je papieren zsm van de villa in Portugal en van hier hebben we officiel dekking op papier en aanloop kosten heeft elk bedrijf en stichting

(…)

[medeverdachte 3] 19:51:05: En boekhouding einde maand gedekt hebben kunnen ze ons niets maken jurist en fiscallist zijn het aan het uitwerken gaan we evev bij ze langs maken hun deelgenood dekken zij ons in.159

Ook op 12 december 2015 waarschuwt [medeverdachte 3] [verdachte] dat ze moeten opletten. [medeverdachte 3] stuurt die dag de volgende berichten aan [verdachte] :

00:05:12: Noch geen reactie van makelaar eigenaar vraagt zich af wat voor rendement wij hebben moet zeker 36% zijn de dame weet veel!

00:20:54: Advocaat fiscaal jurist notaris weten dat het een piramide spel is dus opletten! (…).160

Hiervoor is in 4.1.3.5 beschreven dat in 2016 met gelden van investeerders is belegd in vastgoed. Deze beleggingen zijn echter niet aan te merken als beleggingen met als doel om rendementen te behalen ten behoeve van de investeerders.

Daarvoor is allereerst van belang dat het geld van SON en SON V zonder geldleenovereenkomst is verstrekt aan Tradewinds en ook verder is niet gebleken van enige juridische binding tussen SON/SON V en Tradewinds. Evenmin is gebleken dat ter zekerheid van de investeerders een recht van hypotheek gevestigd is op de aangeschafte panden. Dat SON/SON V en/of de investeerders in SON/SON V aanspraak kunnen maken op het aangekochte vastgoed door Tradewinds is dan ook niet gebleken. Daar komt de gang van zaken rondom de verkoop van de aandelen van Tradewinds nog bij. De aanschaf van de aandelen is betaald met geld van de investeerders in SON (€ 15.000), op het moment dat de bv nog geen onroerend goed bevatte. De aandelen zijn echter geleverd aan de kinderen van [medeverdachte 3] op het moment dat voor ruim € 2.000.000 aan onroerend goed (vrij van hypotheek) is aangeschaft.

Ten aanzien van het op de Filipijnen aangekochte vastgoed kan vastgesteld worden dat dit betaald is met geld van SON. Of SON daadwerkelijk de eigendom heeft verkregen, is niet komen vast te staan. Daarbij komt dat het vruchtgebruik van het appartement is geschonken aan een vriendin van [medeverdachte 3] . Uit deze omstandigheden blijkt in elk geval dat het vastgoed op de Filipijnen niet ten gunste van de investeerders is aangeschaft.

Het handelen van de mensen achter Noordenwind kenmerkt zich doordat aan (potentiële) investeerders werd voorgehouden dat hun investeringen belegd zouden worden in vastgoed en dat de investeerders daarmee rendementen zouden behalen. Zodra het geld echter beschikbaar kwam voor Noordenwind, werd het anders besteed, met name voor privé doeleinden. Voor zover het geld wel besteed werd aan vastgoed, werd eerst bewerkstelligd dat het geld en daarmee het vastgoed buiten het bereik van de investeerders werd gebracht. Ook daardoor heeft Noordenwind feitelijk anders gehandeld dan de investeerders op grond van wat hen is voorgehouden mochten verwachten.

Het noodzakelijke gevolg van dit handelen was dat de verdachten of anderen ten koste van de investeerders bevoordeeld zouden worden. Daarmee was het oogmerk ook gericht op de wederrechtelijkheid van de bevoordeling. Noordenwind heeft immers geld opgehaald bij investeerders onder de noemer dat het geïnvesteerd zou worden in vastgoed en dat investeerders daarmee rendement zouden behalen. Door vervolgens zonder investeringsplan het geld aan andere doelen uit te geven en toe te delen aan de verdachten en/of anderen kon het niet anders zijn dan dat op enig moment het door investeerders ingelegde geld en/of de toegezegde rendementen niet meer betaald zouden kunnen worden. De verdachten moeten zich dat gerealiseerd hebben.

Voor beantwoording van de vraag of sprake is van een oplichtingsmiddel geldt als uitgangspunt dat in overeenkomsten, prospectussen of informatiebrochures gegeven garanties of toegezegde prestaties niet snel als zodanig zijn aan te merken, omdat het gaat over toekomstige onzekere gebeurtenissen. Toch kan ook dan sprake zijn van een oplichtingsmiddel als van meet af aan, of vanaf een bepaald moment, door het geven van een vertekend beeld van de werkelijkheid alleen (nog) maar sprake is van onwaarheden en listige kunstgrepen. De rechtbank wijst op dit punt ook op het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:1523, in het bijzonder paragraaf 5.2.1).

Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich in dit geval voor. Er is van meet af aan een volledig vertekend beeld van de werkelijkheid gegeven want het is bij Noordenwind immers nooit de intentie geweest om ten behoeve van de investeerders te beleggen in vastgoed. Alle in de tenlastelegging opgenomen mededelingen van Noordenwind zijn daarmee als oplichtingsmiddel te kwalificeren. Op basis van de in 4.1.3.4 weergegeven verklaringen van investeerders kan worden vastgesteld dat deze investeerders ook steeds onder invloed van de door één of meer van die mededelingen in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken zijn bewogen om te investeren.

De kern van de aangeboden producten van Noordenwind is dat het te investeren geld door Noordenwind belegd zou worden in vastgoed én dat rendement zou worden uitgekeerd aan de investeerders. Van deze kernelementen kan gezegd worden dat alle investeerders – ook degenen die niet zijn genoemd in de tenlastelegging – hiervan kennis hebben genomen én dat het niet anders kan zijn dat dat zij zich (mede) hierdoor hebben laten leiden bij de beslissing om te investeren in Noordenwind. Dat maakt dat bij alle investeerders in Noordenwind door een samenweefsel van verdichtsels en/of listige kunstgrepen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven is geroepen, waardoor zij zijn bewogen tot de afgifte van geldbedragen. Daarmee is iedere investeerder in Noordenwind slachtoffer van de bij Noordenwind gepleegde oplichting.

4.1.3.8. De betrokkenheid van de verdachten bij oplichting

De vaststelling dat alle investeerders in Noordenwind zijn opgelicht is de eerste stap in de beantwoording van de vraag of [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] zich schuldig hebben gemaakt aan oplichting. Vervolgens is van belang wat de rol van iedere verdachte bij deze oplichting is geweest en wat iedere verdachte ten tijde van de investeringen in Noordenwind door investeerders wist. In het bijzonder moet de rechtbank de vraag beantwoorden of elk van de verdachten aangemerkt kan worden als medepleger van de oplichting.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank op dit punt het volgende af.

[verdachte] en [medeverdachte 3]

Hiervoor is al aan de orde geweest dat [verdachte] vanaf het begin bij Noordenwind betrokken is geweest. Hij heeft zich bezig gehouden met de website en de brochure en heeft personeel aangenomen. Een deel van het geld van investeerders is binnengekomen op rekeningen die aan [verdachte] toebehoorden en hij heeft die gelden naar eigen inzicht besteed, deels voor privédoeleinden en deels om salarissen van medewerkers te betalen.

Over [medeverdachte 3] is al uiteen gezet dat hij vanaf het begin bij Noordenwind betrokken is geweest, in het bijzonder omdat [medeverdachte 3] de oprichter is van SOF/SON. Ook heeft [medeverdachte 3] verschillende familieleden betrokken die bestuursfuncties hebben bekleed bij rechtspersonen van Noordenwind. Die familieleden verklaren dat [medeverdachte 3] de feitelijke leiding had.

[medeverdachte 3] kon verder beschikken over bankrekeningen waarop geld van investeerders (uiteindelijk) terecht kwam. [medeverdachte 3] verklaart dat hij de bankrekening van SON geopend heeft en de beschikking heeft gehad over de bankpas en de inlogcodes.161 [medeverdachte 3] verklaart ook dat hij een bankpas en de inlogcodes had van de bankrekening van Tradewinds.162 [medeverdachte 3] verklaart daarover verder dat de boekhouder meestal de overboekingen deed en dat hij dan de TAN code op zijn telefoon kreeg om de transactie goed te keuren zodat de transactie uitgevoerd kon worden. [medeverdachte 3] verklaart dat hij ook zelfstandig transacties deed.163

[naam 5] , een medewerker van Noordenwind, verklaart over de verhoudingen binnen Noordenwind en verklaart dat [verdachte] hem benaderd had om bij hem te komen werken. Hij besprak zijn salaris en provisies met [verdachte] . [verdachte] en [medeverdachte 3] [de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] ] waren volgens [naam 5] degenen die de touwtjes in handen hadden. Hij legde verantwoording af aan [verdachte] en die stemde dat af met [medeverdachte 3] . [verdachte] communiceerde met [medeverdachte 3] .164

Uit het voorgaande komt het beeld naar voren dat [verdachte] en [medeverdachte 3] vanaf het begin betrokken zijn geweest bij Noordenwind. De rolverdeling is daarbij geweest dat [verdachte] zich richtte op de voorkant van Noordenwind (het beschikbaar maken van informatie, het regelen van personeel en het aansturen daarvan) en [medeverdachte 3] op de achterkant (financiën). Deze rolverdeling komt ook naar voren in de WhatsApp-berichten die [verdachte] en [medeverdachte 3] onderling versturen, bijvoorbeeld uit de volgende berichten.

23 november 2015

[verdachte] : Vergeet de salarissen aub niet zo (…)

[medeverdachte 3] : Salarissen 100% (…)

[medeverdachte 3] : Weet je toch laat je niet opnaaien salaris betalen is het belangrijkste daat werken ze voor prior 1

[verdachte] : Hahahaha nee joh maar heb tegen de mensen gezegd dat het vandaag overgemaakt wordt

[medeverdachte 3] : Gebeurd ook165

21 april 2016

[verdachte] : keer kardol even uit die 2500 euro vanuit de ing

[medeverdachte 3] : Doe ik

[verdachte] : Betaal redworks even ajb voor de telefonie

[medeverdachte 3] : Doe ik166

23 april 2016

[verdachte] : Stuur je morgen de salarissen door

[medeverdachte 3] : Okay betaal ik ze167

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verdachte] en [medeverdachte 3] als medepleger betrokken zijn geweest bij de oplichting vanuit Noordenwind. Ze hebben verschillende rollen gehad, maar de rol van beiden was wezenlijk voor het voltooien van de oplichting. Ook is sprake geweest van samenwerking, overleg en afstemming van de werkzaamheden.

[medeverdachte 5]

is hoofdzakelijk betrokken geweest bij het benaderen van potentiële investeerders om in Noordenwind te investeren. Daarnaast is hij gedurende enkele maanden (op papier) bestuurder geweest van SON en SON V. Uit het dossier blijkt niet dat [medeverdachte 5] typische bestuurswerkzaamheden heeft verricht. [medeverdachte 5] heeft zich bij Noordenwind in het geheel niet kritisch opgesteld, hij stelde geen vragen bij twijfelachtige omstandigheden en aanvaardde de bestuursfuncties zonder enig onderzoek naar de daarbij behorende verantwoordelijkheden. In dat kader is ook de achtergrond van [medeverdachte 5] van belang: hij heeft in het verleden gewerkt bij Centurion168 (een bedrijf dat voorkomt in een eerder strafrechtelijk onderzoek naar beleggingsfraude) en stelt dat hij niet ergens in wilde stappen zoals met Centurion.169

Wanneer [medeverdachte 5] wel enig onderzoek zou hebben verricht, hetgeen gelet op zijn achtergrond van hem ook had mogen worden verwacht, dan kan het niet anders dan dat hij zou hebben gezien dat bij Noordenwind geen intentie aanwezig was om ten behoeve van de investeerders te beleggen in vastgoed. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte 5] dat onderzoek heeft nagelaten, maakt echter nog niet dat kan worden vastgesteld dat hij wist dat de investeerders werden opgelicht. Ook in de WhatsApp-gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] kan geen ondersteuning worden gevonden voor het vermoeden dat de betrokkenheid van [medeverdachte 5] verder ging dan het verkopen van obligaties. [medeverdachte 5] heeft ter terechtzitting verklaard dat het overzicht van gerealiseerde projecten bij hem bekend was en tijdens het verkopen van de obligaties door hem is gebruikt. Hoewel de rechtbank vraagtekens plaatst bij de geloofwaardigheid van zijn verklaring dat [verdachte] hem een plausibele verklaring voor dit overzicht heeft gegeven, kan de rechtbank niet vaststellen dat [medeverdachte 5] moet hebben geweten dat de in dit overzicht vervatte informatie onjuist was en bedoeld was om investeerders om de tuin te leiden.

Daarom kan niet bewezen worden dat [medeverdachte 5] met zijn bijdrage bij het verkopen van obligaties opzettelijk nauw en bewust heeft samengewerkt met [verdachte] en [medeverdachte 3] bij het oplichten van de investeerders.

[medeverdachte 4]

Hiervoor is al aan de orde geweest dat [medeverdachte 4] bestuurder is geweest van SON, SON II, SON V en Tradewinds en dat hij enig aandeelhouder is geweest van Tradewinds. Als bestuurder van Tradewinds (dan wel MEHA B.V.) heeft [medeverdachte 4] getekend voor de koop en/of levering van onroerend goed. Daarnaast heeft hij voor een aantal panden een schriftelijke machtiging verstrekt.

[medeverdachte 4] verklaart dat hij de bankrekening van Tradewinds en van de andere stichtingen in het bijzijn van [medeverdachte 3] heeft geopend en de pas aan [medeverdachte 3] heeft gegeven.170 [medeverdachte 3] had de inlogcodes voor de rekening van Tradewinds volgens [medeverdachte 4] direct meegenomen vanaf de bank.171

Hieruit komt naar voren dat de rol van [medeverdachte 4] vooral is geweest dat hij officieel de bestuurder was van de verschillende rechtspersonen en dat hij handelingen heeft verricht die horen bij die die bestuurstaken. Daarmee heeft hij [medeverdachte 3] en [verdachte] in staat gesteld om geen bestuurder te hoeven zijn, maar toch gebruik te kunnen maken van de rechtspersonen en de bijhorende bankrekeningen.

Uit het dossier komt het beeld naar voren dat [medeverdachte 4] met name in opdracht (van [medeverdachte 3] ) heeft gehandeld. Niet is gebleken dat [medeverdachte 4] , naast de verrichte formele bestuurstaken, een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het laten investeren van investeerders of bij het uitvoeren van betalingsverkeer. Dat maakt dat onvoldoende is komen vast te staan dat [medeverdachte 4] nauw en bewust heeft samengewerkt met [verdachte] en [medeverdachte 3] en dus is bij [medeverdachte 4] geen sprake van medeplegen. Wel heeft [medeverdachte 4] [verdachte] en [medeverdachte 3] in de gelegenheid gesteld om op te lichten en is hij hen daarbij behulpzaam geweest, zodat wel sprake is van medeplichtigheid. Op de bewezenverklaring van deze medeplichtigheid wordt in het vonnis van [medeverdachte 4] nader ingegaan.

4.1.3.9. Conclusie: oplichting bewezen, vrijspraak van verduistering

Oplichting

De rechtbank komt tot de conclusie dat [verdachte] en [medeverdachte 3] zich als medeplegers schuldig hebben gemaakt aan de oplichting van alle investeerders in Noordenwind. [medeverdachte 4] heeft hen daarbij ondersteund in een rol die is aan te merken als medeplichtige.

Verduistering

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting en/of verduistering. De conclusie dat alle investeerders in Noordenwind zijn opgelicht, brengt mee dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van verduistering. Van verduistering kan immers geen sprake zijn indien een verdachte (en/of zijn medeverdachten) reeds als gevolg van een eigen misdrijf over de gelden of goederen kunnen beschikken.

4.2.

Hollandsche Wind (feit 1)

4.2.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich als medeplegers schuldig hebben gemaakt aan de ten laste gelegde oplichting van alle investeerders in Hollandsche Wind.

4.2.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd tegen een mogelijke bewezenverklaring van feit 1. De raadsman heeft er wel op gewezen dat [verdachte] niet de enige is geweest die van eventuele strafbare feiten heeft geprofiteerd.

4.2.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de oplichting van alle investeerders in Hollandsche Wind voor een totaalbedrag van € 2.753.500,. De rechtbank komt tot die conclusie op grond van de volgende feiten en omstandigheden, die zijn ontleend aan wettige bewijsmiddelen.172

4.2.3.1. Het begin van Hollandsche Wind

Op 26 november 2012 is [medeverdachte 1] Holding B.V. opgericht. Vanaf de oprichting is [medeverdachte 1] enig aandeelhouder en enig bestuurder van de bv. Bij de KvK is ook als handelsnaam geregistreerd Nieuwe Hollandsche Wind.173 Deze handelsnaam is op 26 juli 2016 toegevoegd.174

[medeverdachte 1] verklaart hierover dat hij door [medeverdachte 2] is benaderd of die zijn slapende bv kon gebruiken voor een nieuw project. [medeverdachte 2] vertelde hem dat hij met iemand iets ging doen met obligaties. Het bleek te gaan om [verdachte] . [medeverdachte 1] is op verzoek van [verdachte] naar de KvK gegaan om Nieuwe Hollandsche Wind als handelsnaam toe te voegen.175

[medeverdachte 1] heeft op 2 augustus 2016 namens zijn bv bij de ING een bankrekening geopend op naam van Nieuwe Hollandsche Wind ( [nummer] ).176 [medeverdachte 1] verklaart dat hij deze rekening op verzoek van [verdachte] heeft geopend.177

De website van Hollandsche Wind (www.hollandschewind.nl) is vanaf 5 augustus 2016 actief.178 [verdachte] verklaart dat zijn werkzaamheden voor Hollandsche Wind onder meer bestonden uit het opzetten van de website en het ervoor zorgen dat de website hoger in Google stond. Ook verrichtte hij werkzaamheden voor het design, logo, briefpapier en memorandum.179 [verdachte] verklaart dat hij de eerste maanden de leiding had bij Hollandsche Wind, dat hij in die periode de marketing deed en mensen coachte, trainde en motiveerde.180

[medeverdachte 2] heeft verklaard hoe zijn betrokkenheid bij Hollandsche Wind tot stand is gekomen. Noordenwind was één van zijn klanten. [medeverdachte 3] stelde hem de vraag of hij nog iemand wist met een lege bv. [medeverdachte 2] dacht toen aan [medeverdachte 1] en die wilde wel zijn bv ter beschikking stellen. [medeverdachte 2] heeft vervolgens het contact gelegd tussen [medeverdachte 1] Holding en het callcenter in [plaats] , dat door [verdachte] werd geleid.181 [medeverdachte 2] was vervolgens betrokken bij Hollandsche Wind, omdat hij de verloning deed.182

[medeverdachte 5] werkte eerst voor Noordenwind en is daarna bij Hollandsche Wind terecht gekomen. Hij hield zich bezig met personeelszaken. Als het personeel ergens tegenaan liep, hielp hij ze verder of gaf ze tips. Hij was het aanspreekpunt voor het personeel.183 [medeverdachte 5] verkocht ook het product.184

4.2.3.2. De aanbiedingen van Hollandsche Wind

Hollandsche Wind verkocht twee soorten obligaties: obligaties Hollandsche Wind en obligaties Hollandsche Wind Winst op Windbond. Potentiële investeerders zijn op verschillende manieren geïnformeerd over de inhoud van de verschillende obligatiefondsen.

Door Hollandsche Wind zijn brochures gemaakt met informatie over de verschillende obligatiefondsen. In het originele dossier zijn twee enigszins verschillende ‘glossy’-varianten opgenomen en daarnaast een kleurenkopie van een derde variant; elk onder documentnummer DOC-262. In de gekopieerde versie, die betrekking heeft op de ‘Winst op Windbond’-obligatie, staat onder meer het volgende beschreven over het aangeboden product.

Vanaf € 25.000,- doet u mee en investeert u in een bestaand windmolenpark in Groningen. U draagt bij aan een duurzame toekomst en profiteert van een mooie rente. 6,2% vaste couponrente per jaar. Winstafhankelijke uitkering maximaal 3,5% per jaar. Fiscaal groenfonds: belastingvoordeel tot 1,9%.185

In één van de glossy’s staat onder meer het volgende over het aangeboden product:

Al vanaf 5000 euro doet u mee en investeert u in een bestaand windmolenpark in Groningen. U draagt bij aan een duurzame toekomst en profiteert van een mooie rente. Vast rendement 5,2% per jaar.186

In de tweede glossy, van het originele dossier, staat onder meer het volgende over het aangeboden product:

Duurzaamheid met profijt: rendement van 7,1 tot 9,6% P/J.187 Vanaf € 25.000,- doet u mee en investeert u in een bestaand windmolenpark in Groningen. U draagt bij aan een duurzame toekomst en profiteert van een mooie rente. 7,1% vaste couponrente per jaar. Afhankelijke winstuitkering maximaal 2,5% per jaar.188

In een informatieblad over de Hollandsche Wind-rentevast obligatie staat onder meer het volgende vermeld:

Rentevergoeding 5,2% vast rente per jaar (Hollandsche Wind keert 1,9% extra rente uit, tot dat Hollandsche Wind onder het Groenfonds valt. De rente zal tot die tijd 7,1% per jaar bedragen). Winstafhankelijke uitkering 2,5% maximaal per jaar.189

Ook op de website van Hollandsche Wind staat informatie over de aangeboden obligaties. Op een print van 17 november 2016 is onder meer het volgende te lezen.

Wij zijn sinds de oprichting van Hollandsche Wind met een aantal projecten bezig geweest. Zelfs ten tijde van het economisch zware weer wist Hollandsche Wind soortgelijke projecten tot een succes te maken. Momenteel is Hollandsche Wind, door dit soort projecten, voorloper op de offshore windmarkt op de Noordzee.190 Kernpunten Hollandsche Wind Obligatie: Veilig, groen en duurzaam beleggen met een vast rendement van 7,1%. Winstafhankelijke uitkering van 2,5%.191

Tijdens het onderzoek is ook een document aangetroffen met als titel ‘Informatie Nieuwe Hollandsche Wind’ (DOC-256). [naam 13] schrijft in een e-mailbericht aan de belastingdienst dat dit document werd toegezonden aan mensen die informatie wilden over de obligaties van Hollandsche Wind.192 In dit document staat onder meer het volgende.

Nieuwe Hollandsche Wind bestaat sinds 2007 en investeert op dit moment in bestaande Nederlandse windmolenpark(en). De mensen achter Hollandsche Wind zijn medeverantwoordelijk geweest voor het bouwen van één van de grootste windmolenparken van Groningen en hebben deze toentertijd verkocht aan Essent. Hierdoor is er een fondsvermogen beschikbaar van 39 miljoen euro.193

[naam 13] schrijft dat een aantal passages uit dit document ook is gebruikt voor het belscript, waaronder de mededeling dat de mensen achter Hollandsche Wind medeverantwoordelijk zijn voor het bouwen van één van de grootste windmolenparken van Groningen.194

4.2.3.3. Investeerders in Hollandsche Wind

Hollandsche Wind liet de investeerders geld op verschillende bankrekeningen overmaken: op een ING-rekening op naam van Nieuwe Hollandsche Wind ( [nummer] ), een KNAB-rekening ( [nummer] ) op naam van Hollandse Wind en op een BUNQ-rekening ( [nummer] ) op naam van Hollandsche Wind. Ook is er geld van investeerders binnengekomen op een rekening van Kenko Infra B.V. ( [nummer] ).

Op de ING-rekening komt tussen 8 augustus 2016 en 13 oktober 2016 in totaal € 1.825.000,- binnen van investeerders.195 Op de KNAB-rekening komt tussen 13 oktober 2016 en 2 november 2016 in totaal € 733.500,- binnen van investeerders.196 Investeerders storten tussen 9 november 2016 en 23 november 2016 in totaal een bedrag van € 175.000,- op de BUNQ-rekening.197 Op de rekening van Kenko wordt op 29 november 2016 (€ 5.000,-),198 6 december 2016 (€ 10.000,-)199, 16 december 2016 (€ 5.000,-)200 en 28 december 2016 (€ 25.000,-)201 in totaal € 45.000,- bijgeschreven, steeds onder vermelding van obligatienummers of ‘obligatie’. In de woning van [verdachte] is een bankpas van de Rabobank aangetroffen van de bankrekening van Kenko.202 [verdachte] verklaart hierover dat hij van [medeverdachte 2] de rekening moest beheren om salarissen en facturen te betalen.203

Daarmee heeft Hollandsche Wind in totaal € 2.778.500,- ontvangen van investeerders. De rechtbank constateert overigens dat de bijschrijving op 28 december 2016 van € 25.000,- op de rekening van Kenko niet is meegenomen in het totaaloverzicht van investeringen in Hollandsche Wind in het dossier, hetgeen verklaart waarom in de tenlastelegging is uitgegaan van een bedrag van € 2.753.500,-. .

De rechtbank zal nu in gaan op enkele concrete verhalen van investeerders in de producten van Hollandsche Wind.

Als eerste staat de rechtbank stil bij [naam 28] . Op 24 augustus 2016 wordt zijn inleg van € 10.000,- ontvangen op de ING-rekening.204 [naam 28] verklaart dat hij telefonisch in contact is gekomen met Hollandsche Wind en dat hij daarna foldermateriaal heeft ontvangen.205 Doorslaggevend voor hem om daadwerkelijk te investeren waren de windmolens waarin ze zouden investeren. Dat heeft de toekomst dus dat leek hem wel een betrouwbare belegging.206

[naam 29] heeft op 30 augustus 2016 € 10.000,- geïnvesteerd in Hollandsche Wind. Het geld is ontvangen op de ING-rekening van Hollandsche Wind207. [naam 29] is door Hollandsche Wind gebeld. Zij had bij Eneco willen beleggen, die hadden ook Hollandsche wind mogelijkheden. [naam 29] vindt duurzaam beleggen belangrijk. Zij verklaart met name misleid te zijn door de naam Hollandsche Wind.208 Haar is verteld dat ze rond de 5% rendement zou krijgen en dat er geïnvesteerd zou worden in windmolens.209

[naam 18] heeft in totaal € 150.000,- geïnvesteerd in Hollandsche Wind. Dit bedrag is in twee keer overgemaakt naar de ING-rekening: € 100.000,- op 4 september 2016210 en € 50.000,- op 21 september 2016.211

[naam 30] heeft zijn investering in Hollandsche Wind overgemaakt naar de KNAB-rekening van Hollandsche Wind. Op deze rekening is op 2 november 2016 een bedrag van € 3.500,- ontvangen.212 [naam 30] verklaart via [naam 31] in contact gekomen te zijn met het product Hollandsche Wind.213 Dat het ging om windenergie en het rendement waren de doorslaggevende argumenten om te investeren.214

Ook [naam 12] heeft in Hollandsche Wind geïnvesteerd. Zijn investering van € 25.000,- wordt op 23 november 2016 ontvangen op de BUNQ-rekening van Hollandsche Wind.215 [naam 12] had ook geïnvesteerd in Noordenwind en werd in oktober 2016 benaderd door – zo begrijpt de rechtbank – [naam 32] die hem vertelde dat er bij Noordenwind niets meer gedaan kon worden, maar dat er wel bij Hollandsche Wind geïnvesteerd kon worden.216 [naam 12] ontving op 28 oktober 2016 een e-mailbericht van info@hollandschewind.nl. In dit bericht stond onder meer het volgende over de ‘Hollandsche Wind Winst op Windbond’obligatie.

Het aanvangsrendement is 6,2% per jaar rentevast + winstafhankelijke bonus van 3,5% per jaar (Hollandsche Wind keert 1,9% extra rente uit, tot dat Hollandsche Wind onder het Groenfonds valt. De rente zal tot die tijd 8,1% per jaar bedragen).217

Van doorslaggevende betekenis om daadwerkelijk te investeren was dat er geïnvesteerd werd in windmolenparken, waar [naam 12] vertrouwen in had, en dat het rentepercentage aannemelijk was.218

4.2.3.4. Bestedingen

Er is onderzoek gedaan waaraan het geïnvesteerde geld is uitgegeven. Het meeste geld is binnengekomen op de bankrekening bij ING (€ 1.825.000,-). Ten tijde van de beslaglegging resteerde nog een bedrag van ongeveer € 100.000219, wat betekent dat ongeveer € 1.700.000 is uitgegeven en/of overgemaakt naar andere rekeningen.

Op de bankrekening bij KNAB zijn investeringen van in totaal € 733.500 ontvangen. Ten tijde van de beslaglegging op 5 december 2016 resteerde nog een bedrag van € 468.948,34.220 Het resterende saldo van ruim € 250.000 is dus uitgegeven en/of overgemaakt naar andere rekeningen.

Op de bankrekening bij BUNQ zijn voor € 175.000,- investeringen ontvangen. Ten tijde van het beslag resteerde nog een bedrag van bijna € 35.000. In totaal is ruim € 140.000 van het geïnvesteerde bedrag uitgegeven en/of overgemaakt.221

Op de bankrekening van Kenko Infra B.V. is in totaal een bedrag van € 45.000,- van investeerders ontvangen. Op 14 november 2016 is het saldo op deze rekening € 0,19 en op 14 december 2016 is het saldo op de rekening € 0,47. In de tussentijd wordt ruim € 25.000 ontvangen én uitgegeven, waarvan € 15.000,- afkomstig was van investeerders in Hollandsche Wind.222 Op 16 december 2016 wordt nog € 5.000,- ontvangen van een investeerder en diezelfde dag wordt voor € 3.550,- overgeboekt. In de periode van 16 december 2016 tot en met 30 december 2016 wordt in totaal een bedrag van € 30.283,21 bijgeschreven, waarvan € 30.000,- van investeerders. Tegenover deze bijschrijvingen staan uitgaven voor een totaalbedrag van € 27.846,38.223

Uit het voorgaande blijkt dat tegenover een totaalbedrag van ruim € 2.750.000 aan betalingen door investeerders in Hollandsche Wind, uitgaven staan van in totaal ruim € 2.100.000. Uit het onderzoek naar de uitgaven van Hollandsche Wind is niet gebleken dat er op enig moment ook maar iets van het uitgegeven bedrag is besteed aan investeringen in windparken of andere duurzame projecten.224

Daartegenover staat dat er wel geld is uitgegeven ten behoeve van de verschillende verdachten. Verderop zal bij de witwasverdenking verder ingegaan worden op de verschillende transacties, voor zover dat voor dit vonnis nodig is. Op deze plek wordt volstaan met een kort overzicht van de verschillende geldstromen richting [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] .

[medeverdachte 2] heeft in totaal ruim € 376.000 ontvangen van geld dat door investeerders was overgemaakt naar Hollandsche Wind.225 [medeverdachte 5] heeft naast zijn salaris/commissies voor zijn werkzaamheden voor Hollandsche Wind ook een bedrag van in totaal € 177.500,- ontvangen.226 Hiervan heeft hij in totaal € 105.000,- overgeboekt naar [verdachte] en [naam 33] ,227 een rechtspersoon van [medeverdachte 2] .228 Het resterende bedrag van € 72.500,- heeft [medeverdachte 5] gehouden. Ook [medeverdachte 1] heeft geld ontvangen vanuit Hollandsche Wind, in totaal een bedrag van ruim € 32.000 (netto).229

De uitgaven aan verschillende verdachten worden gedaan vanaf het moment dat het geld van investeerders op de rekening van Hollandsche Wind is ontvangen. Dit blijkt onder meer uit het volgende.

[medeverdachte 2] stuurt op 14 augustus 2016 aan [verdachte] een bericht dat hij een overzicht heeft gemaakt van de eerste week.230 Op 15 augustus 2016 stuurt [medeverdachte 2] vervolgens een foto van een Excelblad naar [verdachte] .231 Dit Excelblad bevat de volgende informatie:232

Week 1

Totaal geboekt:

Toeset

€ 5.000,00

[naam 34]

€ 5.000,00

[naam 35]

€ 5.000,00

[naam 36]

€ 110.000,00

[naam 37]

€ 5.000,00

Tot:

€ 130.000,00

Af

Deel:

Gedaan:

nog ontv:

[verdachte]

€ 40.605,86

€ 7.500,00

€ 33.105,86

[medeverdachte 5]

€ 40.605,86

€ 5.000,00

€ 35.605,86

[medeverdachte 2]

€ 40.605,86

€ 8.000,00

€ 32.605,86

Kst

IEX media

€ 6.048,79

inqar

€ 1.349,15

Drukwerkdeal

€ 784,49

Tot:

€ 8.182,43

Beschikbaar:

€ 121.817,57

De in het overzicht genoemde investeringen zijn terug te vinden op het overzicht van de ING‑rekening van Hollandsche Wind en betreffen alle investeringen in de periode van 8 augustus 2016 tot en met 14 augustus 2016. De genoemde kosten zijn daarin eveneens terug te vinden en ook deze zijn gemaakt in de periode tot en met 14 augustus. Verder zijn in de periode tot en met 14 augustus 2016 overboekingen te zien naar [verdachte] (in totaal € 17.500,-) en [medeverdachte 5] (in totaal € 12.500,-) en contante geldopnamen (in totaal € 9.500) in [plaats] , de woonplaats van [medeverdachte 2] . Voor het overige zijn er geen transacties zichtbaar op het overzicht van de ING-rekening in de periode tot en met 14 augustus 2016.233De rechtbank gaat er gelet op deze transacties van uit dat de ‘ [verdachte] ’ staat voor [verdachte] ), de ‘ [medeverdachte 5] ’ voor Alan ( [medeverdachte 5] ) en de ‘ [medeverdachte 2] ’ voor [medeverdachte 2] ).

4.2.3.5. Tussenconclusie: Alle investeerders in Hollandsche Wind zijn opgelicht

Hiervoor is de rechtbank uitgebreid ingegaan op de start van Hollandsche Wind, de producten van Hollandsche Wind, de investeerders in Hollandsche Wind en de uitgaven van Hollandsche Wind.

De rechtbank leidt uit de beschreven feiten en omstandigheden af dat alle investeerders in Hollandsche Wind zijn opgelicht. Daarvoor is het volgende van belang.

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken.

Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.

Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebruikt, is bewogen tot een van voornoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer een rol kunnen spelen. Bij een samenweefsel van verdichtsels behoren tot die omstandigheden onder meer de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) leugenachtige mededelingen in hun onderlinge samenhang.

Uit de beschreven feiten en omstandigheden komt het volgende beeld naar voren. Vanaf augustus 2016 worden mensen benaderd om te investeren in Hollandsche Wind en beginnen de eerste investeringen binnen te komen. Het binnenkomende geld wordt vrijwel direct uitgegeven en niet in de laatste plaats ten behoeve van verdachten. Dit blijkt in het bijzonder uit het door [medeverdachte 2] gemaakte overzicht (DOC-225): Het plan is kennelijk om de binnenkomende investeringen, na aftrek van bedrijfskosten, te verdelen onder [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] .

Het verdelen van het geld komt vaker voor in WhatsApp-gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] . Op 15 september worden de volgende berichten uitgewisseld.

[verdachte] 14:55:20: Volgende week maar eens een rondje doen. Blijft voldoende over

[medeverdachte 2] 14:55:30: Zat

[verdachte] 14:55:52: En er komt nog behoorlijk veel binnen

[medeverdachte 2] 14:56:13: 3 keer 50?

[verdachte] 14:56:23: Ja

[medeverdachte 2] 14:56:30: OK

[verdachte] 14:56:41: Wat wou je doen naar valeo of een andere rekening?

[medeverdachte 2] 14:57:03: Beide, valeo er bij tot nader orde toch234

Op 28 september 2016 spreken [verdachte] en [medeverdachte 2] over een volgend rondje.

[verdachte] 9:39:51: Denk rondje geld vandaag of morgen welk rekeningnummer wil je hiervoor gebruiken?235

(…)

[medeverdachte 2] 18:43:58: 300 doen?

[verdachte] 19:32:01: Laten we maar doen hé 100k pp236

Dat bij Hollandsche Wind sprake is geweest van een voornemen om te investeren in windenergie (of breder, duurzame energie) is in het geheel niet gebleken. Het is ook niet gebleken dat Hollandsche Wind überhaupt een plan had hoe het geld belegd kon worden in windenergie. Dat was echter wel wat aan (potentiële) investeerders is voorgehouden.

Dat geprobeerd werd om potentiële investeerders met onjuiste informatie over te halen om te investeren blijkt treffend uit de reactie van [medeverdachte 2] wanneer hem de informatie die op de website staat vermeld (rendement 7,1% vast, winstafhankelijke uitkering 2,5%, belastingvoordeel 1,9%) wordt voorgehouden:

“Het is allemaal gelul. Dat heb ik destijds ook al bij de ING-bank verklaard (opm. rechtbank: op 6 oktober 2016, DOC-009). Ik zou niet weten hoe ze een rendement van 7,1% zouden kunnen halen. (…) Een winstafhankelijke uitkering van 2,5% kan helemaal niet. Hoe kun je nu winst maken op projecten die niet bestaan.”237

Ook [verdachte] heeft verklaard dat de website, de brochures en het inschrijfformulier niet klopten.238

Het handelen van de mensen achter Hollandsche Wind kenmerkt zich doordat aan (potentiële) investeerders werd voorgehouden dat hun investeringen belegd zouden worden in winstenergie en dat de investeerders daarmee rendementen zouden behalen. Zodra het geld echter beschikbaar kwam voor Hollandsche Wind, werd het anders besteed, met name voor privé doeleinden. Daarmee heeft Hollandsche Wind feitelijk anders gehandeld dan de investeerders op grond van wat hen is voorgehouden mochten verwachten.

Het noodzakelijke gevolg van dit handelen was dat de verdachten of anderen ten koste van de investeerders bevoordeeld zouden worden. Daarmee was het oogmerk ook gericht op de wederrechtelijkheid van de bevoordeling. Hollandsche Wind heeft immers geld opgehaald bij investeerders onder de noemer dat het geïnvesteerd zou worden in windenergie en dat investeerders daarmee rendement zouden behalen. Door vervolgens zonder investeringsplan het geld aan andere doelen uit te geven en toe te delen aan de verdachten en/of anderen kan het niet anders zijn dan dat op enig moment het door investeerders ingelegde geld en/of de toegezegde rendementen niet meer betaald konden worden. De verdachten moeten zich dat gerealiseerd hebben.

Op 3 oktober 2016 geven [medeverdachte 2] en [verdachte] in een WhatsApp-gesprek ook enig inzicht in hun bedoelingen met Hollandsche Wind. Zij voeren dan het volgende gesprek.

[verdachte] 21:34:00: Komt deze week nog een 250k binnen ongeveer239

(…)

[medeverdachte 2] 21:35:36: Ok 250 is niet slecht

[verdachte] 21:37:34: Kan wel wat meer

[medeverdachte 2] 21:38:22: Week is net begonnen (…)240

(…)

[verdachte] 21:59:27: Mensen uitbuiten lekkerste wat er is

[medeverdachte 2] 21:59:43: Gaan we doen.241

Voor beantwoording van de vraag of sprake is van een oplichtingsmiddel geldt als uitgangspunt dat in overeenkomsten, prospectussen of informatiebrochures gegeven garanties of toegezegde prestaties niet snel zijn aan te merken als oplichtingsmiddel, omdat het gaat over toekomstige onzekere gebeurtenissen. Toch kan ook dan sprake zijn van een oplichtingsmiddel als van meet af aan, of vanaf een bepaald moment, door het geven van een vertekend beeld van de werkelijkheid, alleen (nog) maar sprake is van onwaarheden en listige kunstgrepen. De rechtbank wijst op dit punt ook op het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:1523, in het bijzonder paragraaf 5.2.1).

Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich in dit geval voor. Er is van meet af aan een volledig vertekend beeld van de werkelijkheid gegeven want het is bij Hollandsche Wind immers nooit de intentie geweest om ten behoeve van de investeerders te beleggen in windenergie. Alle in de tenlastelegging opgenomen mededelingen van Hollandse Wind zijn daarmee als oplichtingsmiddel te kwalificeren. Op basis van de in 4.2.3.3 weergegeven verklaringen van investeerders kan worden vastgesteld dat deze investeerders ook steeds onder invloed van de door één of meer van die mededelingen in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken zijn bewogen om te investeren.

Uit de hiervoor besproken verklaring van [naam 29] blijkt al dat zelfs de naam Hollandsche Wind misleidend was. De naam Hollandsche Wind lijkt namelijk erg op de naam van een obligatieproduct van Eneco: HollandseWind Certificaten® waarin investeerders tot 1 juli 2015 konden investeren in windenergie.242

De kern van de aangeboden producten van Hollandsche Wind was dat het te investeren geld door Hollandsche Wind geïnvesteerd zou worden in windenergie én dat rendement zou worden uitgekeerd aan de investeerders. Van deze kernelementen kan gezegd worden dat alle investeerders – ook degenen die niet zijn genoemd in de tenlastelegging – hiervan kennis hebben genomen én dat het niet anders kan zijn dan dat zij zich (mede) hierdoor hebben laten leiden bij de beslissing om te investeren in Hollandsche Wind. Dat maakt dat bij alle investeerders in Hollandsche Wind door een samenweefsel van verdichtsels en/of listige kunstgrepen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven is geroepen, waardoor zij zijn bewogen tot de afgifte van geldbedragen. Daarmee is iedere investeerder in Hollandsche Wind slachtoffer van de bij Hollandsche Wind gepleegde oplichting.

4.2.3.6. De betrokkenheid van de verdachten bij oplichting

De vaststelling dat alle investeerders in Hollandsche Wind zijn opgelicht is de eerste stap in de beantwoording van de vraag of [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan oplichting. Vervolgens is van belang wat de rol van iedere verdachte bij deze oplichting is geweest en wat iedere verdachte ten tijde van de investeringen in Hollandsche Wind door investeerders wist. In het bijzonder moet de rechtbank de vraag beantwoorden of elk van de verdachten aangemerkt kan worden als medepleger van de oplichting.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank op dit punt het volgende af.

[verdachte] en [medeverdachte 2]

Hiervoor is al aan de orde geweest dat [verdachte] vanaf het begin van Hollandsche Wind betrokken is geweest. Hij verrichte met name werkzaamheden op het gebied van marketing. Ook [medeverdachte 2] is vanaf het begin betrokken geweest bij Hollandsche Wind. In eerste instantie heeft hij het contact gelegd met [medeverdachte 1] voor de bv. Daarna is hij betrokken gebleven bij de verloning van het personeel en hield hij zich bezig met het verrichten van betalingen. Hierover hadden [verdachte] en [medeverdachte 2] het nodige contact met elkaar, wat bijvoorbeeld blijkt uit het al vermelde overzicht van de eerste week en de overige ‘rondjes’.

De samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] komt ook naar voren in verschillende WhatsApp-gesprekken. Zo voeren zij op 6 oktober 2016 het volgende gesprek.

[medeverdachte 2] 14:18:15: Ok, contact met knab gehad en rekening is actief

[verdachte] 14:23:22: Ok helemaal goed

15:19:58: Alles is gewijzigd

[medeverdachte 2] 15:20:09: Ok

[verdachte] 15:20:17: Alleen briefpapier moeten we opnieuw bestellen maar dat komt wel243

En op 19 oktober 2016 hebben zij het volgende gesprek.

[verdachte] 12:24:18: [medeverdachte 2] het volgende we kunnen 90k overboeken nar die 2 bv die zijn overgenomen om de aandelen over te nemen. En 60k verdelen tussen ons 2en die kunnen we ook naar de 2 bv’s overmaken alles in groottes van 5 tot 10k

12:24:39: Als ik de passen heb kan ik het eea regelen met boekingen

[medeverdachte 2] 12:32:06: Strak plan. Zal ik jou vanavond nummer doen van contactpersoon?

[verdachte] 12:33:33: Ja en dan wat kruis transacties is het beste

[medeverdachte 2] 12:34:07: Zeker!244

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verdachte] en [medeverdachte 2] als medepleger betrokken zijn bij de oplichting vanuit Hollandsche Wind. Ze hebben verschillende rollen gehad, maar de rol van beiden was wezenlijk voor het voltooien van de oplichting. Ook is sprake van samenwerking, overleg en afstemming van de werkzaamheden.

[medeverdachte 5]

Hiervoor is al aan de orde geweest dat [medeverdachte 5] aan het begin betrokken is geweest bij Hollandsche Wind. Hij verkocht het product en hij was het aanspreekpunt voor het personeel. Ook ontving [medeverdachte 5] in de beginperiode van Hollandsche Wind grote geldbedragen, naast het salaris en de provisies die hij ontving.

Deze rol van [medeverdachte 5] komt naar voren in de verklaring van medewerker [naam 32] . Volgens hem waren [medeverdachte 5] en [verdachte] de eersten die hem over windmolens vertelden. De nieuwe contracten met Hollandsche Wind besprak [naam 32] altijd met [verdachte] en [medeverdachte 5] : die moesten uiteindelijk akkoord gaan.245

[medeverdachte 5] was niet alleen betrokken bij het binnen halen van investeerders, maar ook bij een schimmige geldstroom om het geld vanuit Hollandsche Wind weg te halen en bij de verdachten te krijgen. Naast zijn salaris ontving [medeverdachte 5] een bedrag van in totaal € 177.500,-. Hiervan kwam € 12.500,- rechtstreeks van de ING-rekening van Hollandsche Wind (op 14 augustus 2016 ‘Conf afspraak’ en 17 augustus 2016 ‘Conform afspraak’).246 De overige € 165.000,- was afkomstig van Valeo, in elf overboekingen tussen 31 augustus 2016 en 27 september 2016.247 Valeo was een bv waarvan [verdachte] via Robur Media Holding B.V. bestuurder en meerderheidsaandeelhouder was.248 Valeo had voorafgaand aan die betalingen eerst grote bedragen ontvangen vanaf de ING-rekening van Hollandsche Wind.249

Van de ontvangen € 177.500,- werd een deel doorgestort. Op 9 november 2016 maakte [medeverdachte 5] een bedrag van € 35.000,- over naar [verdachte] .250 Op 18 november 2016 werd een bedrag van € 70.000,- overgemaakt naar [naam 33] ,251 een rechtspersoon van [medeverdachte 2] . Over deze overboeking verklaart [medeverdachte 5] aanvankelijk dat hij het geld wilde terugstorten en van [verdachte] te horen had gekregen dat het naar [naam 33] overgemaakt moest worden. Nadat hem is voorgehouden dat [medeverdachte 2] daarover anders heeft verklaard, verklaart [medeverdachte 5] dat [verdachte] had gezegd dat het geld gebruikt kon worden als startkapitaal voor Volan, een bv die [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] zouden beginnen.252

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat ook [medeverdachte 5] als medepleger betrokken is geweest bij de oplichting vanuit Hollandsche Wind. Zijn aansturing van de verkopers betrof een wezenlijke rol voor het voltooien van de oplichting. Daarbij komt dat gelet op de grote eigen ontvangsten van [medeverdachte 5] , het naar het oordeel van de rechtbank niet anders kan dan dat hij al vanaf het begin van de activiteiten van Hollandsche Wind wist dat er grote bedragen werden onttrokken en dat de investeerders hierdoor werden benadeeld. Desondanks ging hij door met verkopen. De rechtbank acht het opzet op deze benadeling daarom bewezen.

De rechtbank houdt [medeverdachte 5] voor de hele periode van de tenlastelegging als medepleger verantwoordelijk, ook voor de periode waarin hij niet of minder actief betrokken was. Daarvoor is van belang dat hij in de beginfase van Hollandsche Wind heeft meegewerkt aan het opzetten van de structuur die de oplichting mogelijk heeft gemaakt. Tegenover deze actieve bedrage staat geen actief distantiëren. [medeverdachte 5] heeft de bestaande situatie laten voortduren waardoor, ook nadat hij wellicht wat naar de achtergrond verdween, nieuwe slachtoffers zijn gemaakt door het gebruik van de structuur die mede door hem was opgezet.

[medeverdachte 1]

Zoals hiervoor al aan de orde is geweest, is [medeverdachte 1] betrokken geraakt nadat [medeverdachte 2] vroeg of zijn bv gebruikt kon worden. [medeverdachte 1] heeft op verzoek een nieuwe handelsnaam laten toevoegen aan zijn bv en heeft een rekening geopend bij de ING. Zijn betrokkenheid is hiertoe echter niet beperkt gebleven.

[medeverdachte 1] heeft daarnaast arbeidscontracten, het contract voor zijn leaseauto en de aanvragen voor de bankrekeningen bij ING, KNAB en BUNQ ondertekend.253 Ook heeft hij op verzoek van een verkoopleider bij Hollandsche Wind bij een gesprek met een klant gezeten.254 Op 6 oktober 2016 is [medeverdachte 1] samen met [medeverdachte 2] naar de ING geweest om vragen te beantwoorden die bij ING waren ontstaan, waarbij hij zichzelf heeft gepresenteerd als de dagelijks leidinggevende bij Hollandsche Wind en [medeverdachte 2] als degene die in staat was om detailvragen te beantwoorden.255

De betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij Hollandsche Wind blijkt verder uit verschillende WhatsApp-berichten. Zo wisselen [verdachte] en [medeverdachte 1] de volgende berichten uit:

4 november 2016

[medeverdachte 1] 14:52:52: Hoi [verdachte] . Ik kan nu ook niet meer op de Knab bank kijken! Dus geen enkele info meer

Wat kunnen we hier aan doen op korte termijn. Ik moet toch weten wat er financieel op mijn Holding gebeurd en jij ook. (…)

Kun je mij nog 7500 euro overmaken. [medeverdachte 1]256

(…)

[verdachte] 22:41:09: Heb jij wijzigingen bij de knab doorgevoerd?

[medeverdachte 1] 22:43:44: Nee geen enkele. Heb jij weer inzicht dan? Heeft [naam 38] al iets bereikt bij ing of knab?

Anders Naar bunq bank?

[verdachte] 22:47:36: Ja brieven zijn eruit ziet er positief uit, goed idee zal de wijzigingen doorvoeren omtrent de bunq257

8 november 2016

[verdachte] 19:57:26: Hou jij de bunq bij

[medeverdachte 1] 19:57:26: Ja258

9 november 2016

[medeverdachte 1] 12:27:44: De 1e. 10.000 euro van mevr [naam 37] is net op de bunq bijgeschreven. [medeverdachte 1]259

10 november 2016

[verdachte] 14:52:14: Hey [medeverdachte 1] , zag dat je mij had verwijderd van de bunq (…)

[medeverdachte 1] 15:11:15: Hoi [verdachte] Met instellingen bijwerken had ik je per ongeluk gedeletet. Maar volgens mij kun je nu weer onbeperkt met bunq werken!

Er is net 15.000 bij geschreven

Kun je mij voor de rest van nov 6000 sal betalen?

(…)

[medeverdachte 1] 15:17:24: Ik heb jou voor het maximale bedrag gemachtigd. En dat is bij bunq 1 miljoen…

Er staat nu bijna 20000 op. [medeverdachte 1]260

24 november 2016

[medeverdachte 1] 18:44:21: Geachte heer [medeverdachte 1] ,

Bij een periodieke review van uw zakelijke rekening viel ons uw transactieverkeer op en voor ons is momenteel onduidelijk hoe dit samenhangt met de activiteiten zoals die onder meer in de Kamer van Koophandel zijn aangegeven. Wij zijn wettelijk verplicht de herkomst van gelden en activiteiten van onze klanten te achterhalen en documenteren.

Derhalve vragen wij u de benodigde informatie ondertekend aan te leveren en zullen wij tot dat moment uw rekening bevriezen.(…)261

[verdachte] 18:45:13: Meen je niet

18:45:24: Lekker dan

18:59:39: Salarissen boeken we vanuit een andere rekening over

[medeverdachte 1] 22:01:59: Oké. Zsm doen lijkt me. Zal morgen eens bij bunq naar de vragen informeren

[verdachte] 22:05:48: Top262

26 november 2016

[verdachte] 15:04:09: Mag jou ook maar moeten een aantal zaken zoals knab en ing snel geregeld worden

[medeverdachte 1] 15:33:52: Ik ga zelf wel bellen voor een afspraak met zowel Knab als ING263

27 november 2016

[medeverdachte 1] 00:11:43: Ik heb een brief gemaakt voor ING en Knab. Ook een nieuw zakenrekening nr aangevraagd bij Triodos (binnen 5 dagen bericht)264

28 november 2016

[medeverdachte 1] 17:37:51: Bunq:

Dat begrijpen wij.

Wij zouden echter nog aanvullende informatie willen ontvangen omtrent het investeringsbeleid van uw organisatie. Voor ons zijn geen duidelijke investeringsactiviteiten te herkennen.

17:38:25: Heb jij iets over het investeringsbeleid voor bunq?!!

[verdachte] 17:54:59: Nee

17:55:13: Heb ik niet

[medeverdachte 1] 17:55:55: Aan bunq:

Wij investeren in windmolens. Windenergie

Duurzaam houtbouw in de vorm van een valantiepark in Frankrijk

Het investeringsnivo is afhankelijk van het ingelegde kapitaal alsmede de overheidssubsidies265

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat ook [medeverdachte 1] als medepleger betrokken is geweest bij de oplichting vanuit Hollandsche Wind. Niet alleen stelde hij als bestuurder van zijn bv [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] in de gelegenheid gebruik te maken van de bv en de door hem geopende bankrekeningen, hij had ook een actieve betrokkenheid bij het in stand houden van de structuur. Daarbij voerde [medeverdachte 1] niet alleen opdrachten uit, maar nam hij ook initiatief om rekeningen te openen, voerde hij inhoudelijke correspondentie en vertegenwoordigde hij Hollandsche Wind in gesprekken met derden.

4.2.3.7. Conclusie: oplichting bewezen

De rechtbank komt tot de conclusie dat [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] zich als medeplegers schuldig hebben gemaakt aan de oplichting van alle investeerders in Hollandsche Wind.

4.3.

Witwassen (feit 3)

4.3.1.

De verdenking

De witwasverdenking ziet in de eerste plaats op het geld dat is geïnvesteerd in Hollandsche Wind en dat ten tijde van het leggen van beslag op de verschillende bankrekeningen niet meer aanwezig was. De verdenking ziet daarnaast op de geldbedragen die investeerders in Noordenwind hebben overgemaakt op de bankrekeningen van Valeo en de privérekening van [verdachte] . De verdenking ziet ook op de geldbedragen die vanuit SON en SON V zijn overgemaakt naar Tradewinds en de geldbedragen die vanuit SON II zijn overgemaakt naar Stone Hill. De verdenking ziet tot slot op het vastgoed dat door Tradewinds is aangekocht in Steenderen en Hengelo (Gelderland).

4.3.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat [verdachte] de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen en panden samen met anderen heeft witgewassen, met uitzondering van het geld dat is overgemaakt naar de bankrekeningen van Stone Hill.

4.3.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd tegen een mogelijke bewezenverklaring van feit 3.

4.3.4.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] zich als (mede)pleger schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen en panden, met uitzondering van het geld dat naar Stone Hill is overgemaakt. De rechtbank komt tot die conclusie op grond van de volgende feiten en omstandigheden, die zijn ontleend aan wettige bewijsmiddelen.266

De rechtbank heeft stil gestaan bij de manier waarop Noordenwind (4.1.3) en Hollandsche Wind (4.2.3) de geïnvesteerde gelden verkregen hebben. De rechtbank kwam tot de conclusie dat in beide gevallen sprake was van oplichting en dat alle geïnvesteerde gelden door oplichting zijn verkregen. Daarmee staat vast dat alle geldbedragen en panden waarop de witwasverdenking betrekking heeft, middellijk of onmiddellijk van misdrijf, namelijk oplichting, afkomstig zijn. [verdachte] wist dit ook, aangezien [verdachte] de oplichtingen zelf als medepleger heeft begaan.

De vraag die dan nog rest is of [verdachte] als (mede)pleger verantwoordelijk gehouden kan worden voor de in de tenlastelegging genoemde handelingen met de genoemde geldbedragen en panden.

€ 50.000 en € 126.875 (Noordenwind)

Hiervoor in 4.1.3.6 is besproken dat een investeerder op de bankrekening van Valeo € 50.000,- heeft gestort en dat investeerders in totaal € 126.875,- op de privérekening van [verdachte] hebben gestort. Daar is ook besproken dat het geld uiteindelijk ook weer van de bankrekeningen is afgegaan en dat [verdachte] verantwoordelijk was voor de bestedingen vanaf de bankrekening van Valeo en zijn privébankrekening. Daaruit blijkt dat [verdachte] de geldbedragen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, omgezet en/of gebruikt.

De rechtbank kan niet vaststellen dat anderen dan [verdachte] betrokkenheid hebben gehad bij de beslissing tot storting van het bedrag van € 50.000,- op de bankrekening van Valeo, zodat ten aanzien van dit bedrag geen medeplegen maar plegen wordt aangenomen. Anders ligt dit ten aanzien van de stortingen op de privérekening van [verdachte] . [verdachte] verklaart hierover dat zijn rekeningnummer met medeweten van [medeverdachte 3] werd gebruikt en dat ook [medeverdachte 3] het rekeningnummer van [verdachte] aan klanten heeft gegeven.267 Ten aanzien van deze bedragen is [verdachte] dan ook als medepleger aan te merken.

€ 1.032.000 en € 2.125.000 (Noordenwind)

De in de tenlastelegging genoemde bedragen van € 1.032.000,- en € 2.125.000,- hebben betrekking op de bedragen die van SON en SON V zijn overgeboekt naar Tradewinds.

Onderdeel van de gepleegde oplichting was dat het geïnvesteerde geld ten behoeve van de verdachten kon worden besteed. [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] wisten allemaal dat de gelden van misdrijf afkomstig waren, omdat zij ieder medeverantwoordelijk waren voor die misdrijven. [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hadden bij het besteden van het geld ieder een eigen aandeel. De rechtbank kwalificeert die rol voor elk van hen als medepleger op grond van het volgende.

De overboekingen van SON naar Tradewinds werden bijgeschreven in de periode van 19 februari 2016 tot en met 28 juni 2016.268 De overboekingen van SON V naar Tradewinds werden bijgeschreven in de periode van 3 juni 2016 tot en met 15 augustus 2016.269 Hiervoor is in 4.1.3.5 al uiteen gezet dat de gelden van SON en SON V die naar Tradewinds zijn overgemaakt, vervolgens deels zijn gebruikt voor de aanschaf van vastgoed. In 4.1.3.6 is ook uiteengezet dat de gelden daarnaast onder meer zijn besteed aan uitgaven voor [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [verdachte] .

[medeverdachte 3]

verklaart dat hij de bankrekening van SON geopend heeft en de beschikking heeft gehad over de bankpas en de inlogcodes.270 verklaart dat hij over deze gegevens beschikte in de periode dat hij bestuurder was van SON (tot 31 maart 2016) en dat hij daarna de spullen aan de boekhouder heeft gegeven. Uit onderzoek is echter gebleken dat ook nadien nog contante geldopnamen zijn gedaan in Barneveld (te weten 27 mei 2016 en 8 juni 2016).271 verklaart dat hij deze opnamen heeft gedaan.272

Dat [medeverdachte 3] ook over de bankrekening van SON V kon beschikken blijkt onder meer uit de contante opnamen die vanaf die rekening zijn gedaan op de Filipijnen in de periode van 11 april 2016 en 18 juli 2016.273 [medeverdachte 3] verklaart die bedragen gepind te hebben.274

[medeverdachte 3] verklaart ook dat hij een bankpas en de inlogcodes had van de bankrekening van Tradewinds. [medeverdachte 3] verklaart verder dat hij de TAN-codes op zijn telefoon kreeg om de overboekingen van de boekhouder goed te keuren en dat hij ook zelfstandig transacties deed.275

[medeverdachte 4]

Bij de verdenking van oplichting is de rechtbank hiervoor tot het oordeel gekomen dat [medeverdachte 4] aangemerkt moet worden als medeplichtige. [medeverdachte 4] kwam bij de oplichting met name in beeld bij het vervullen van zijn bestuursfuncties en het ter beschikking stellen van de bankrekeningen. Die gedragingen zijn voor de oplichting vooral ondersteunend, maar ze zijn cruciaal in het kader van de witwasverdenking. Die gedragingen maken dat [medeverdachte 4] als medepleger van het witwassen van de genoemde geldbedragen kan worden aangemerkt.

[verdachte]

Naast de wezenlijke rol die [verdachte] bij de oplichting had, is het volgende van belang. [verdachte] en [medeverdachte 3] hadden nauw contact over betalingen vanaf de bankrekeningen van Noordenwind. Dit blijkt onder meer uit de hiervoor reeds weergegeven WhatsApp-berichten die zij onderling uitwisselden.

Uit de berichtwisselingen blijkt bovendien dat [verdachte] ook inloggegevens van de rekeningen had.

20 juni 2016

[verdachte] : Heb jij de inloggegevens van de bank gewijzigd?

[medeverdachte 3] : Nee de bank zelf ivm omzetten naam krijg zsm nieuwe u ook276

26 juni 2016

[medeverdachte 3] : Heb de nieuwe codes binnen stuur ik je morgen toe277

30 juni 2016

[medeverdachte 3] : [code 1] ww: [code 2]278

€ 275.663 (Noordenwind)

Het in de tenlastelegging genoemde bedrag van € 275.663 ziet op de overboeking vanaf de rekening van SON II naar Stone Hill. In 4.3.1.6 is al besproken dat deze overboeking is verricht door [naam 8] en/of [naam 7] . Dat zij hierbij nauw en bewust met [verdachte] hebben samengewerkt is niet gebleken. [verdachte] zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Panden Steenderen en Hengelo (Noordenwind)

Hiervoor in 4.1.3.5 is uiteen gezet dat Tradewinds op 1 april 2016 het pand Het [adres 1] geleverd heeft gekregen en op 8 april 2016 het pand [adres 2] . Daar is ook aangegeven dat op de privérekening van [verdachte] huurbetalingen zijn ontvangen van beide panden. Deze laatste omstandigheid roept de vraag op of [verdachte] feitelijk degene is geweest die aanspraak kon maken op de panden. Wat daar verder van zij, de rechtbank stelt op basis van de eigen verklaring van [verdachte] vast dat [verdachte] wist dat de panden waren aangekocht met geld van beleggers en dat hij daartoe zelf contact met de makelaar had gehad279. [verdachte] verklaart dat het pand in Steenderen door hem was aangeschaft in verband met de toekomst van zijn moeder.280

De panden stonden op naam van Tradewinds. In 4.1.3.2 is al uiteen gezet dat aanvankelijk [medeverdachte 4] de enig eigenaar en bestuurder van Tradewinds was en dat op 30 september 2016 de kinderen van [medeverdachte 3] gezamenlijk bestuurder werden en ieder voor vijftig procent de aandelen geleverd kregen. [medeverdachte 3] was echter degene die het voor het zeggen had. Dit laatste was bij [verdachte] ook bekend. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de WhatsApp-gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] , waarin zij praten over het kopen van de panden in Steenderen en Hengelo door [verdachte] en waarin [medeverdachte 3] degene is die de prijsafspraak maakt.281 Ook de constructie bij Tradewinds droeg er zodoende aan bij dat de herkomst, de vervreemding en/of de rechthebbende van de panden in Steenderen en Hengelo werd verhuld en verborgen.

€ 2.138.937 (Hollandsche Wind)

De rechtbank heeft in 4.2.3.3 uiteengezet dat op de ING-, KNAB- en BUNQ-rekening van Hollandsche Wind en op de bankrekening van Kenko Infra in totaal een bedrag van € 2.778.500,- is geïnvesteerd. In totaal is op deze vier bankrekeningen een bedrag van € 614.562,74 in beslag genomen.282 Het verschil tussen deze bedragen (€ 2.163.937,26) is dus overgedragen, gebruikt of omgezet. De rechtbank zal evenwel – onder verwijzing naar het hiervoor onder 4.2.3.3. overwogene - aansluiting zoeken bij het bedrag van € 2.138.937 zoals is opgenomen in de tenlastelegging.

Onderdeel van de gepleegde oplichting was dat het geïnvesteerde geld ten behoeve van de verdachten besteed kon worden. De verdachten wisten allemaal dat de gelden van misdrijf afkomstig waren, aangezien zij die misdrijven zelf hadden gepleegd. [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hadden bij het besteden van het geld ieder een eigen aandeel en dat maakt dat zij ieder als medepleger verantwoordelijk zijn voor alle bestedingen.

Naast de wezenlijk rol die [verdachte] bij de oplichting in het algemeen had, is het volgende in het bijzonder van belang. [verdachte] had inzage in de bankrekeningen bij KNAB en BUNQ283 en hij beheerde de rekening van Kenko Infra.284 [verdachte] kon ook samen met [medeverdachte 2] beschikken over de ING-rekening. Uit de onderlinge WhatsApp-berichten blijkt geregeld dat [medeverdachte 2] een TAN-code doorgeeft aan [verdachte] ten behoeve van betalingen.285

Naast de wezenlijk rol die [medeverdachte 2] bij de oplichting in het algemeen had, is het volgende in het bijzonder van belang. Uit de hiervoor genoemde uitwisseling van TAN-codes blijkt de betrokkenheid van [medeverdachte 2] bij de ING-rekening. [medeverdachte 2] verklaart zelf dat hij de beschikking had over de bankpas en inlogcodes van de ING-rekening en dat als [verdachte] of [medeverdachte 1] iets wilde overboeken, zij een TAN-code van hem nodig hadden.286 [medeverdachte 2] had ook kennis van het bestaan van de KNAB287-, BUNQ288- en Kenko289-rekeningen. Van belang is tot slot dat [medeverdachte 2] [medeverdachte 1] heeft benaderd om zijn bv te kunnen gebruiken, waardoor Hollandsche Wind de beschikking kreeg over een bv en bankrekeningen.

Ten aanzien van de ING-, KNAB- en BUNQ-rekeningen bestaat het aandeel van [medeverdachte 1] erin dat hij deze rekeningen heeft geopend.290 [medeverdachte 1] had ook betrokkenheid bij de Kenko-rekening aangezien hij op 28 december 2016 vanaf deze rekening een bedrag van € 2.000,- heeft ontvangen.291

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte]

Feit 1 primair

in de periode van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zichzelf en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de hierna genoemde personen en andere personen en/of rechtspersonen heeft bewogen tot afgifte van geldbedragen van in totaal ongeveer EUR 2.753.500, te weten onder meer:

  • -

    [naam 28] tot afgifte van EUR 10.000omstreeks 25 augustus 2016 en

  • -

    [naam 29] tot afgifte van EUR 10.000omstreeks 31 augustus 2016 en

  • -

    [naam 18] tot afgifte van -in totaal- EUR 150.000 in of omstreeks de periode van 5 september 2016 tot en met 22 september 2016 en

  • -

    [naam 30] tot afgifte van EUR 3.500 op of omstreeks 2 november 2016 en

  • -

    [naam 12] tot afgifte van EUR 25.000 op 23 november 2016,

immers hebben hij en mededaders met voornoemd oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan bovengenoemde personen en/of aan een of meerdere andere personen en/of rechtspersonen,

telefonisch en/of per e-mail en/of middels het internet en/of middels een (glossy) brochure en/of middels informatiemateriaal, medegedeeld en/of voorgewend dat

  • -

    [medeverdachte 1] Holding B.V. handelde onder / gebruik maakt van de naam (Nieuwe) Hollandsche Wind en/of

  • -

    [medeverdachte 1] Holding B.V. / (Nieuwe) Hollandsche Wind een bonafide / betrouwbare beleggingsmaatschappij / beleggingsfonds is/was en/of

  • -

    [medeverdachte 1] Holding B.V. / (Nieuwe) Hollandsche Wind (al jaren) succesvol was en/of één of meerdere project(en) (succesvol) had afgerond en/of

  • -

    werd belegd / geïnvesteerd en/of zou worden belegd / geïnvesteerd in windenergie en/of een groenfonds en/of duurzame energie en/of duurzame projecten en/of

  • -

    een (hoog) rendement (van 7,1% tot 9,6%) behaald en/of uitgekeerd zou (kunnen) worden en/of

  • -

    een (hoog vast) rendement behaald en/of uitgekeerd zou worden (van 5,2% of 6,2%) en/of

  • -

    een (winstafhankelijk) rendement (van 2,5% of 3,5%) behaald en/of uitgekeerd zou (kunnen) worden en/of

  • -

    een (fiscaal) belastingvoordeel (van 1,9%)) zou worden verkregen en/of dat gesprekken en/of overleg met de Belastingdienst plaatsvond(en) over belastingvoordeel,

waardoor bovengenoemde personen en andere personen en/of rechtspersonen werden bewogen tot afgifte van (bovengenoemde) geldbedragen;

Feit 2, eerste cumulatief/alternatief

in de periode van 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2016 in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zichzelf en/of anderenwederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de hierna genoemde personen en andere personen en/of rechtspersonen heeft bewogen tot afgifte van geldbedragen van in totaal :

  • -

    EUR 2.891.107 (op een bankrekening van Stichting Obligatiebeheer Noordenwind) en

  • -

    EUR 1.971.575 (op een bankrekening van Stichting Obligatiebeheer Noordenwind V) en

  • -

    EUR 888.500 (op een bankrekening van Stichting Obligatiebeheer Noordenwind II) en

  • -

    EUR 176.875 (op bankrekeningen van [verdachte] of Valeo Media B.V.),

te weten onder meer:

  • -

    [naam 15] tot afgifte van EUR 5.000 op 2 november 2015 en EUR 15.000 op 29 maart 2016 en

  • -

    [naam 16] tot afgifte van -in totaal- EUR 300.000 in de periode van 1 december 2015 tot en met 21 januari 2016 en

  • -

    [naam 17] tot afgifte van EUR 25.000 op 17 december 2015 en

  • -

    [naam 18] tot afgifte van EUR 100.000 op 29 januari 2016 en

  • -

    [naam 19] tot afgifte van EUR 15.000 op 18 december 2015 en EUR 40.000 op 15 maart 2016 en

  • -

    [naam 12] tot afgifte van -in totaal- EUR 107.500 in de periode van 26 januari 2016 tot en met 20 juli 2016

immers hebben hij en één mededader met voornoemd oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan bovengenoemde personen en/of aan een of meerdere andere personen en/of rechtspersonen,

telefonisch en/of per e-mail en/of middels het internet en/of middels een (glossy) brochure en/of middels een fondsenoverzicht en/of middels een trackrecord en/of middels informatiemateriaal, medegedeeld en/of voorgewend dat

  • -

    werd belegd / geïnvesteerd en/of zou worden belegd / geïnvesteerd in (veilig en/of hoogwaardig) vastgoed / onroerende zaken en/of in een supermarkt (filiaal in Duitsland) en/of

  • -

    een hoog rendement behaald en/of uitgekeerd zou (kunnen) worden (te weten

  1. een gegarandeerd / vast rendement van 9,12% of 10% en/of

  2. een rendement van 6% vast plus 6% tot 14,2% winstafhankelijk en/of

  3. een (vaste) couponrente van 5% plus bonusrente van 4,5%) en/of

  • -

    Noordenwind Vastgoed een bonafide / betrouwbare beleggingsmaatschappij en/of beleggingsfonds is en/of

  • -

    Noordenwind Vastgoed al jaren succesvol was en/of hoge rendementen had behaald (vanaf 2004 tot en met 2015) en/of één of meerdere project(en) (succesvol) had afgerond en/of

  • -

    een voormalig directeur / specialist van de [naam bedrijf] Bank was benoemd en/of was toegetreden (als commissaris bij Noordenwind Vastgoed) en/of

  • -

    de beleggingen onder (extern) toezicht (van de AFM) stonden en/of

  • -

    Noordenwind Vastgoed en Stichting Obligatiebeheer Noordenwind (zogenaamd ter zekerheid van de beleggers) uit afgescheiden entiteiten bestond en/of

  • -

    beleggers / obligatiebehouders en/of de Stichting Obligatiebeheer Noordenwind en/of de Stichting Obligatiebeheer Noordenwind V en/of de Stichting Obligatiebeheer Noordenwind II (eerste) recht van hypotheek en/of zekerheden, had(den) en/of zouden (ver)krijgen op de (gekochte en/of aan te kopen) (onroerende) zaken en/of op de (verrichte en/of te verrichten) investeringen,

waardoor bovengenoemde personen en andere personen en/of rechtspersonen werden bewogen tot afgifte van (bovengenoemde) geldbedragen;

Feit 3

in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 27 maart 2017 in Nederland, opzettelijk

een geldbedrag van -in totaal-

- EUR 50.000

heeft gebruikt en/of omgezet en/of verworven en/of voorhanden gehad,

terwijl hij wist, dat bovenomschreven geldbedrag onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf

en

in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 27 maart 2017 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk

geldbedragen van -in totaal- (ongeveer) EUR 2.138.937 (van bankrekeningen van [medeverdachte 1] Holding B.V. / (Nieuwe) Hollandsche Wind en/of Kenko Infra B.V.) heeft overgedragen en/of gebruikt en/of omgezet

en

geldbedrag(en) van -in totaal- (ongeveer)

- EUR 126.875, heeft gebruikt en/of omgezet en voorhanden gehad

geldbedragen van -in totaal- EUR 1.032.000 en EUR 2.125.000 heeft overgedragen van Stichting Obligatiebeheer Noordenwind en Stichting Obligatiebeheer Noordenwind V aan Tradewinds 1 B.V. en/of gebruikt en/of omgezet

en

van een of meer panden in de gemeente Bronckhorst ( [adres 1] in [plaats] en [adres 2] in [plaats] ), de herkomst en/of de vervreemding en/of de rechthebbende heeft verborgen en/of verhuld

terwijl hij en zijn mededader(s) wisten dat bovenomschreven geldbedragen en voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte] is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 Bewijs

De rechtbank baseert haar overtuiging dat [verdachte] de bewezen feiten heeft begaan op de feiten en omstandigheden in de bewijsmiddelen. Die bewijsmiddelen zijn vervat in (de voetnoten bij) hoofdstuk 4.

7 Motivering van de straffen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie dat [verdachte] wordt ontzet van het beroep van aanbieder van beleggingsproducten (in de breedste zin van het woord) uit te oefenen voor een periode van vijf jaar bovenop de op te leggen gevangenisstraf.

7.2.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman verzoekt te volstaan met een gevangenisstraf van maximaal drie jaren. De raadsman heeft geen verweer gevoerd tegen het gevorderde beroepsverbod.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Gevangenisstraf

De rechtbank legt aan [verdachte] een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 48 maanden. Daarvoor is het volgende van belang.

[verdachte] heeft de investeerders in Noordenwind en Hollandsche Wind opgelicht en opbrengsten uit die oplichting witgewassen. In Noordenwind is sprake van bijna tweehonderd investeerders. Zij hebben in elf maanden tijd voor in totaal bijna 6 miljoen euro geïnvesteerd. Bij Hollandsche Wind is sprake van ruim honderd investeerders. Zij hebben in vier maanden tijd voor in totaal ruim 2,7 miljoen euro geïnvesteerd. In totaal heeft [verdachte] zich dus schuldig gemaakt aan het oplichten van investeerders voor een bedrag van ongeveer 8,7 miljoen euro.

Slechts een klein deel van de investeerders heeft het ingelegde geld teruggekregen, waarbij een aantal opnieuw is bewogen om geld te investeren. Door curatoren en de FIOD is weliswaar voor grote bedragen beslag gelegd op bankrekeningen en onroerend goed, maar het is niet te verwachten dat daarmee de veroorzaakte schade volledig gecompenseerd kan worden. Daarmee staat vast dat een groot aantal slachtoffers blijvend financiële schade heeft geleden door het handelen van de verdachten.

Maar de slachtoffers lijden niet alleen in financieel opzicht schade. Uit verschillende toelichtingen op ingediende vorderingen blijkt dat slachtoffers als gevolg van de strafbare feiten hun vertrouwen in mensen en in de toekomst kwijt zijn. Toekomstplannen zijn niet of minder goed uitvoerbaar. Pensioenvoorzieningen, studiefinancieringen en spaargelden zijn verloren gegaan. En dat als gevolg van het handelen van de verdachten: Verdachten hebben geld opgehaald bij investeerders, zonder dat zij ook maar enige intentie hadden om het geld op de afgesproken wijze te besteden. Zij hebben, met dollartekens in de ogen, enkel voor hun eigen belang gekozen en zich daarbij niet bekommerd om de schade die de slachtoffers daardoor zouden lijden.

Daarnaast hebben verdachten met hun handelen ook in algemene zin de integriteit van het financiële en economische verkeer en het vertrouwen dat spelers op de financiële markt in partners en stukken moeten hebben, in ernstige mate geschaad.

Bij het bepalen van een passende sanctie in reactie op het handelen van [verdachte] kijkt de rechtbank ook naar straffen die in min of meer vergelijkbare zaken worden opgelegd. In de eerste plaats kijkt de rechtbank daarbij naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Het oriëntatiepunt Fraude gaat uit van het benadelingsbedrag dat door de bewezenverklaarde feiten is veroorzaakt. Vervolgens kan rekening gehouden worden met de bijzondere omstandigheden van het geval en met strafverhogende of strafverlagende omstandigheden.

Het oriëntatiepunt bij een benadelingsbedrag van meer dan één miljoen euro is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf binnen een bandbreedte van 24 maanden tot de maximale gevangenisstraf (in dit geval: acht jaar). Daarbij gaat het oriëntatiepunt uit van een verdachte zonder strafblad. [verdachte] is niet eerder veroordeeld.

De rechtbank houdt in het nadeel van [verdachte] rekening met de duur van de oplichting. Het was niet een kortstondige actie van [verdachte] , hij heeft gedurende vijftien maanden slachtoffers opgelicht. Tot slot is ook het aantal slachtoffers, ongeveer driehonderd, een omstandigheid die de rechtbank als strafverzwarend beoordeeld.

De rechtbank kijkt in deze zaak in het bijzonder ook naar de straffen die zij aan de andere verdachten in het onderzoek Monte Titano oplegt en de overeenkomsten en verschillen tussen de verdachten.

Ten aanzien van [verdachte] is van belang dat hij zowel bij Noordenwind als bij Hollandsche Wind een leidende persoon is geweest en dat hij wezenlijk heeft geprofiteerd van het van investeerders ontvangen geld.

Een kenmerkend verschil ten opzichte van de medeverdachten is dat de rechtbank alléén in het geval van [verdachte] bewezen acht dat hij zich zowel bij Noordenwind als bij Hollandsche Wind schuldig heeft gemaakt aan oplichting. De rechtbank acht het strafverzwarend dat [verdachte] na de oplichting bij Noordenwind opnieuw besloot om mensen op te lichten en daartoe Hollandsche Wind te starten.

Daar tegenover staat dat de rechtbank in het voordeel van [verdachte] meeweegt dat hij ten aanzien van zijn handelen bij Noordenwind heeft erkend dat hij fout is geweest en enigszins inzicht heeft gegeven in zijn handelen en motieven. Hij onderscheidt zich hiermee van vrijwel alle medeverdachten. [verdachte] accepteert zijn aansprakelijkheid.

De rechtbank heeft kennis genomen van het over [verdachte] uitgebrachte reclasseringsrapport van 13 maart 2019. De reclassering constateert dat [verdachte] persoonlijk failliet is, een schuld van meer dan tweeëneenhalf miljoen euro heeft en dat hij geen inkomen, geen zelfstandige huisvesting en geen vaste relatie heeft. De reclassering ziet in de zorgelijke financiële situatie van [verdachte] een mogelijke criminogene factor maar ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.

Dit alles brengt de rechtbank tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden. Een gevangenisstraf van maximaal drie jaar, zoals door de verdediging is bepleit, doet onvoldoende recht aan de ernst van de feiten en de rol die [verdachte] daarbij heeft vervuld.

Beroepsverbod

De rechtbank ziet in de aard en omvang van de gepleegde fraude en in de zorgelijke financiële situatie van [verdachte] aanleiding om [verdachte] te ontzetten van de uitoefening van zijn beroep. Daarmee wordt de samenleving beschermd tegen het frauduleuze handelen van [verdachte] .

De mogelijkheden voor het opleggen van een beroepsverbod zijn beperkt tot de beroepen waarin verdachte de misdrijven heeft begaan. De werkzaamheden van [verdachte] vallen wat betreft de rechtbank onder het optreden als aanbieder van een financieel product of instrument en/of als financiëledienstverlener. Bij de omschrijving van het beroep van [verdachte] heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het begrippenkader uit de Wet op het financieel toezicht. De gebruikte begrippen zijn gedefinieerd in artikel 1:1 van die wet.

Voor wat betreft de duur van de ontzetting is het volgende van belang. De wet bepaalt dat in dit geval de ontzetting de duur van de hoofdstraf ten minste twee en ten hoogste vijf jaren te boven gaat.292 De duur van de ontzetting is dus minimaal 2 jaar en 48 maanden en maximaal 5 jaar en 48 maanden. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur van de ontzetting rekening gehouden met de totale duur daarvan en is van oordeel dat een totale duur van zes jaar passend is. Gelet op het wettelijk systeem zal de rechtbank de duur bepalen op 2 jaar en 48 maanden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 28, 31, 47, 57, 326, 339 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 Benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

9.1

De vorderingen

In het onderzoek Monte Titano hebben 176 slachtoffers zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Van hen hebben 100 benadeelden alleen in Noordenwind geïnvesteerd, 54 alleen in Hollandsche Wind en 22 benadeelden hebben in zowel Noordenwind als Hollandsche Wind geïnvesteerd. In totaal vorderen de benadeelde partijen gezamenlijk € 5.871.884,23 als schadevergoeding.

Een overzicht van alle benadeelde partijen en de door elk van hen gevorderde schadevergoeding is opgenomen in bijlage 2 bij dit vonnis.

9.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzoekt de benadeelde partijen in de zaak tegen [verdachte] niet-ontvankelijk te verklaren, omdat [verdachte] persoonlijk failliet is verklaard.

Wel vordert de officier van justitie dat aan [verdachte] een schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd ten aanzien van alle slachtoffers die kenbaar hebben gemaakt dat zij hun schade vergoed willen hebben. Het gaat om de slachtoffers die zich in de strafzaak als benadeelde partij hebben gevoegd en/of de slachtoffers die zich bij de curatoren van Noordenwind of Hollandsche Wind hebben gemeld met hun vordering. De officier van justitie verzoekt de schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten aanzien van 257 slachtoffers en voor een totaalbedrag van € 6.441.790,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag ziet op de betaalde inleg en de betaalde emissiekosten en is verminderd met eventueel uitgekeerde inleg en eventueel ontvangen betalingen vanuit de curator. De officier van justitie vordert 365 dagen vervangende hechtenis te bevelen, voor het geval [verdachte] niet (volledig) zal betalen.

9.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in verband met het persoonlijk faillissement van [verdachte] . De raadsman verzoekt daarnaast af te zien van het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel.

9.4.

Het oordeel van de rechtbank

Vorderingen van de benadeelde partijen

[verdachte] is op 19 december 2017 persoonlijk failliet verklaard. Een van de consequenties van een faillissement is dat een vordering die ontstaan is vóór de datum van het faillissement niet ingediend kan worden bij degene die failliet is verklaard, maar bij de curator.

Omdat alle vorderingen van investeerders in Noordenwind en Hollandsche Wind zijn ontstaan vóór 19 december 2017, moeten alle benadeelde partijen in de strafzaak tegen [verdachte] niet-ontvankelijk worden verklaard.

Schadevergoedingsmaatregel

Een faillissement maakt niet dat aan een verdachte geen schadevergoedingsmaatregel opgelegd kan worden. De rechtbank zal echter ook geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. Daarvoor is van belang dat als [verdachte] niet failliet verklaard was, de rechtbank de benadeelde partijen nog steeds niet-ontvankelijk zou hebben verklaard, maar dan omdat hun vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.

In de eerste plaats stelt de rechtbank vast dat sprake is van een zeer groot aantal vorderingen. De vorderingen zijn voor het eerst op 11 februari 2019 aan de rechtbank (en de advocaten) verstrekt. Een groot deel van die vorderingen is al in het najaar van 2018 opgesteld. Een deel van de ingediende vorderingen is nog na 11 februari 2019 nagezonden. De eerste overzichten van alle vorderingen zijn door het Openbaar Ministerie op 11 maart 2019 verstrekt en zijn nadien meermalen aangevuld/gewijzigd. De laatste versie is overgelegd bij repliek op 9 april 2019.

Op zichzelf is het aantal vorderingen geen reden om de vorderingen niet inhoudelijk te beoordelen. Ook het relatief laat verstrekken van de vorderingen maakt niet direct dat de vorderingen niet meer beoordeeld kunnen worden. Maar het op een laat moment verstrekken van een groot aantal vorderingen kán wel meebrengen dat een verdachte onvoldoende gelegenheid heeft om tegen die vorderingen verweer te voeren.

Door de advocaten van verschillende verdachten in het onderzoek Monte Titano is in grote lijnen en/of bij individuele vorderingen verweer gevoerd. Eén van de punten van verweer betreft de rentebetalingen die vanuit Noordenwind en Hollandsche Wind zijn betaald aan investeerders. De rechtbank is van oordeel dat deze rentebetalingen in mindering gebracht moeten worden op de schadebedragen. Het dossier bevat echter geen overzicht van betaalde rente per benadeelde partij. Deze informatie blijkt evenmin uit de door het Openbaar Ministerie verstrekte overzichten van de vorderingen. Ook heeft niet elke benadeelde partij melding gemaakt van ontvangen rente: mogelijk omdat het niet relevant werd gevonden voor de vordering of omdat geen sprake is geweest van renteontvangsten.

De rechtbank heeft overwogen om zelf aan de hand van de transactieoverzichten die zich in het dossier bevinden na te gaan hoeveel rente aan welke benadeelde partij is uitbetaald. Dat zou weliswaar veel tijd hebben gekost, maar dat zou op zichzelf geen onevenredige belasting van het strafgeding hebben opgeleverd, nu tussen de laatste zittingsdag en de geplande uitspraak ruim tweeëneenhalve maand zat. De rechtbank acht het echter problematisch dat deze informatie dan pas in het vonnis voor het eerst aan de orde zou komen, zonder dat (de advocaten van) de verschillende verdachten zich hierover hadden kunnen uitlaten.

Het uitgangspunt van de behandeling van civiele vorderingen in strafzaken is dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om naar voren te brengen wat zij willen aanvoeren ter onderbouwing van de vordering of als verweer. Als de rechtbank daarvan onvoldoende overtuigd is, is zij verplicht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.293

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de verdachten in het onderzoek Monte Titano tot nog toe onvoldoende gelegenheid tot verweer hebben gehad. Om die gelegenheid alsnog te kunnen bieden zou het nodig zijn een nieuwe zitting te plannen waarop het onderzoek op dit punt hervat zou kunnen worden. Dat zou echter een zodanige vertraging met zich meebrengen dat het een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Ook om die reden moeten de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard.

Nu de vorderingen ook zonder het faillissement van [verdachte] niet-ontvankelijk zijn, zal de rechtbank om die reden ook geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. Deze beslissing heeft zowel betrekking op de slachtoffers die een vordering hebben ingediend in deze strafzaak als op de slachtoffers die zich alleen bij een curator hebben gemeld.

10 Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis van [verdachte] is sinds 20 november 2017 onder bijzondere voorwaarden geschorst.

De officier van justitie vordert de voorlopige hechtenis op te heffen. De verdediging heeft eveneens verzocht om – in het geval van een gevangenisstraf van meer dan drie jaar – de voorlopige hechtenis op te heffen.

De rechtbank zal de voorlopige hechtenis opheffen. Naar het oordeel van de rechtbank is niet langer sprake van recidivegevaar en daarom is er geen reden om de geschorste voorlopige hechtenis te laten voortduren.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 2, tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat [verdachte] het onder 1 primair, 2, eerste cumulatief/alternatief, en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan [verdachte] meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt [verdachte] daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1 primair en 2 eerste cumulatief/alternatief

- medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 3

- plegen en medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

- Veroordeelt [verdachte] tot een gevangenisstraf van 48 (achtenveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

- Ontzet [verdachte] van de uitoefening van het beroep van aanbieder van een financieel product of financieel instrument, dan wel financiëledienstverlener, telkens zoals bedoeld in de Wet op het financieel toezicht, voor de duur van 2 (twee) jaar en 48 (achtenveertig) maanden.

- Verklaart de benadeelde partijen, genoemd in bijlage 2, niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. P.L.C.M. Ficq en F. Dekkers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 juni 2019.

1 Verdachte [medeverdachte 3] zal hierna aangeduid worden als [medeverdachte 3] . Wanneer verwezen wordt naar een familielid van [medeverdachte 3] zullen steeds ook de voorletter(s) worden vermeld.

2 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste documentnummering. Dossierverwijzingen in de lopende tekst tussen haakjes worden geacht niet redengevend te zijn voor het bewijs.

3 V05-02, pag. 2 (antwoord 1) en DOC-017, pag. 1 (midden).

4 V05-02, pag. 2 (antwoord 2).

5 V04-06, pag. 3 (midden).

6 DOC-017, pag. 1 (midden).

7 DOC-300.

8 V04-06, pag. 3 (midden).

9 V04-06, pag. 3 (boven).

10 V04-06, bijlage 1, pag. 1 (alinea 1).

11 V04-06, pag. 2 (midden).

12 V04-06, pag. 3 (boven).

13 V09-01, pag. 3 (antwoord 2).

14 DOC-185, pag. 1, 13.01 uur.

15 DOC-185, pag. 2, 22.13 uur

16 DOC-339, pag. 1 (boven).

17 DOC-339, pag. 1 (onder).

18 DOC-017, pag. 2.

19 AMB-074, pag. 4 (midden).

20 DOC-082, pag. 1 (boven) en 2 (boven).

21 DOC-082, pag. 2 (onder).

22 DOC-045, pag. 1.

23 DOC-045, pag. 2 (onder).

24 DOC-020, pag. 1 (boven) en 2 (boven).

25 DOC-020, pag. 2 (onder) en 3 (boven).

26 DOC-020, pag. 1 (onder).

27 DOC-038, pag. 1 en 3.

28 Een proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [naam 6] , pag. 4 (boven).

29 Een proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [naam 6] , pag. 3 (boven).

30 Een proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [naam 6] , pag. 3 (midden).

31 Een proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [naam 10] , pag. 2 (alinea 6).

32 Een proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [naam 11] , pag. 2 (alinea 4).

33 DOC-297, pag. 2 (alinea 1).

34 DOC-297, pag. 7 (rechts).

35 DOC-302, pag. 1 (alinea’s 4-5).

36 G-002-01, pag. 2 (onder).

37 G-002-01. Pag. 3 (midden).

38 DOC-210 (alinea 3 en 5).

39 DOC-298, pag. 4 (alinea 2).

40 DOC-298, pag. 7 (linksboven).

41 DOC-298, pag. 11 (rechts, alinea 3).

42 DOC-298, pag. 11 (rechts, alinea 4).

43 DOC-299, pag. 3 (links, alinea 1).

44 DOC-299, pag. 3 (rechts, alinea 1).

45 AMB-074, pag. 7 (onder).

46 DOC-195, pag. 1 (boven).

47 DOC-197.

48 DOC-253, pag. 1 (midden).

49 DOC-253, pag. 1 (onder) en 3 (midden).

50 DOC-253, pag. 2 (midden).

51 G-026-01, pag. 2 (antwoord 3 en 4).

52 DOC-185, pag. 11.

53 DOC-185, pag. 12.

54 DOC-007, pag. 1 (onder), DOC-006a en DOC-107, pag. 1 (boven) en 2 (boven).

55 DOC-070, pag. 1-12 en in het bijzonder pag. 12 (eind).

56 DOC-348.

57 DOC-074, pag. 1-2 en in het bijzonder pag. 2 (eind).

58 AMB-074, pag. 52 (onder) en 53 (boven).

59 DOC-044, pag. 4 (boven).

60 DOC-070, pag. 1.

61 DOC-324, pag. 2.

62 G-017-2, pag. 2 (antwoord 10).

63 G-017-2, pag. 2 (antwoord 8).

64 G-017, pag. 2 (antwoord 2, alinea 3).

65 G-017, pag. 2 (antwoord 3).

66 G-017, pag. 2 (antwoord 2, alinea 3).

67 DOC-070, pag. 2.

68 DOC-070, pag. 5.

69 G-010-01, pag. 2 (antwoord 4).

70 G-010-01, pag. 2 (antwoord 6).

71 G-010-01, pag. 3 (antwoord 2).

72 DOC-070, pag. 3.

73 G-034-01, pag. 3 (antwoord 4).

74 G-034-01, pag. 3 (antwoord 5).

75 G-034-01, pag. 3 (antwoorden 7 en 8).

76 DOC-070, pag. 6.

77 AG-003A, bijlage 4, productie 2, pag. 2.

78 DOC-070, pag. 3.

79 DOC-203, pag. 1.

80 DOC-070, pag. 10.

81 G-015-01, pag. 2 (antwoord 1).

82 G-015-01, pag. 2 (antwoord 4).

83 G-015-01, pag. 3 (antwoord 1).

84 DOC-070, pag. 5.

85 DOC-070, pag. 7.

86 DOC-070, pag. 12.

87 DOC-044, pag. 4.

88 G-001-01, pag. 2 (antwoord 3).

89 G-001-01, pag. 2 (antwoord 4).

90 G-001-01, pag. 3 (midden).

91 V05-05, pag. 2 (antwoord 7).

92 DOC-309, pag. 9.

93 DOC-309, pag. 15.

94 DOC-310 (onder).

95 DOC-021, pag. 1 (aanhef en onder A) en 3 (onder D).

96 DOC-311, pag. 2.

97 DOC-311, pag. 2.

98 DOC-311, pag. 3.

99 DOC-019, pag. 1 (onder) en 2 (boven).

100 DOC-311, pag. 2.

101 DOC-311, pag. 3.

102 DOC-311, pag. 4.

103 DOC-021, pag. 1 (aanhef).

104 DOC-019, pag. 1 (midden).

105 V06-04, pag. 2 (antwoord 5 en 6).

106 AMB-042, bijlage 2, pag. 2 (onder) en 3 (boven).

107 DOC-095, pag. 1 (midden).

108 DOC-311, pag. 5.

109 DOC-311, pag. 7.

110 DOC-311, pag. 8.

111 DOC-311, pag. 9.

112 DOC-037, pag. 1 (aanhef en onder C).

113 DOC-037, pag. 2 (onder E)

114 DOC-311, pag. 1.

115 DOC-311, pag. 14.

116 DOC-311, pag. 15.

117 AMB-074, pag. 18 (alinea 6).

118 AMB-074, pag. 18 (alinea 7) en DOC-039.

119 AMB-074, pag. 18 (alinea 8).

120 DOC-238, pag. 4 (boven) en 5 (midden).

121 AMB-074, pag. 18 (alinea 9).

122 DOC-312, pag. 2.

123 DOC-312, pag. 1.

124 DOC-312, pag. 3-4.

125 DOC-050, pag. 1 (aanhef).

126 DOC-050, pag. 2 (hoofdstuk 2, onder 1) en 4 (hoofdstuk 4, onder 1).

127 AMB-074, pag. 19 (alinea 5) en DOC-310 (kosten panden/ontvangen)

128 DOC-022, pag. 21 (2016-08-24), 26 (2016-10-03), 28 (2016-11-01) en 29 (2016-12-01).

129 DOC-022, pag. 23 (2016-09-08) en 26 (2016-10-03).

130 DOC-022, pag. 26 (2016-10-03).

131 DOC-022, pag. 28 (2018-10-30) en 29 (2016-12-04).

132 AMB-074, pag. 17 (midden) en DOC-276.

133 V05-05, pag. 4 (antwoord 8).

134 DOC-309, pag. 19.

135 V06-04, pag. 2 (antwoord 10).

136 DOC-070, pag. 1-12 en in het bijzonder pag. 12 (eind).

137 DOC-310 (onder).

138 AMB-049, pag. 3 (tabel)

139 AMB-049, pag. 3 (tabel).

140 AMB-033, pag. 2 (onder) en 3 (boven).

141 AMB-033, pag. 3 (boven) en DOC-078.

142 DOC-307.

143 AMB-049, pag. 14 (tabel bovenaan).

144 DOC-044, pag. 3 en 4 (bovenaan).

145 V04-06, bijlage, pag. 4 (alinea 9).

146 DOC-339.

147 AMB-074, pag. 11 (onder)

148 DOC-334.

149 DOC-022, pag. 5.

150 DOC-022, pag. 17.

151 V04-06, bijlage, pag. 5 (alinea 7).

152 DOC-310 (boven).

153 AMB-049, pag. 13 (tabel) en DOC-349.

154 DOC-350, pag. 1.

155 DOC-350, pag. 1-2.

156 DOC-350, pag. 2.

157 DOC-185, pag. 6.

158 DOC-185, pag. 14.

159 DOC-185, pag. 15.

160 DOC-185, pag. 24.

161 V05-04, pag. 2 (antwoord 8, 9 en 11).

162 V05-03, pag. 3 (antwoord 6 en 8).

163 V05-03, pag. 3 (antwoord 9).

164 Dossier Monte Titano II: G-001-01, pag. 2 (antwoord 2, alinea 1).

165 DOC-185, pag. 18 (onder) en pag. 19 (boven).

166 DOC-185, pag. 43.

167 DOC-185, pag. 43.

168 V09-01, pag. 2 (antwoord 8).

169 V09-01, pag. 3 (antwoord 2).

170 V06-05, pag. 2 (antwoord 2).

171 V06-05, pag. 2 (antwoord 4).

172 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste documentnummering. Dossierverwijzingen in de lopende tekst tussen haakjes worden geacht niet redengevend te zijn voor het bewijs.

173 DOC-001, pag. 1.

174 DOC-254 (midden).

175 V02-01, pag. 2 (antwoord 1, alinea 2).

176 AG-001, pag. 3 (midden).

177 V02-01, pag. 2 (antwoord 1, alinea 3).

178 AMB-073, pag. 4 (onder).

179 V04-02, pag. 4 (antwoord 3, alinea 1).

180 V04-06, bijlage, pag. 4 (alinea 2).

181 V03-01, pag. 3 (antwoord 3).

182 V03-01, pag. 3 (antwoord 3, onder).

183 V09-02, pag. 2 (antwoord 1, alinea 2, en antwoord 2).

184 V09-02, pag. 2 (antwoord 6).

185 DOC-262, pag. 9 (midden).

186 DOC-262, pag. 9 (midden).

187 DOC-262, pag. 4.

188 DOC-262, pag. 9 (midden).

189 DOC-264 (onder).

190 DOC-003, pag. 4 (midden).

191 DOC-003, pag. 10 (onder).

192 DOC-268, pag. 1 (boven).

193 DOC-256, pag. 1 (alinea 1 en 2).

194 DOC-268, pag. 1 (boven).

195 AMB-073, pag. 6 (onder) en DOC-296.

196 AMB-073, pag. 6 (onder) en DOC-150.

197 AMB-073, pag. 6 (onder) en DOC-151.

198 DOC-270, pag. 4.

199 DOC-270, pag. 4.

200 DOC-270, pag. 3.

201 DOC-270, pg. 2.

202 DOC-363 en AMB-054 en AMB-54a (A.02.04.001).

203 V04-06, bijlage, pag. 5 (alinea 10).

204 DOC-296, pag. 3.

205 G-020-01, pag. 3 (antwoord 7).

206 G-020-01, pag. 3 (antwoord 8).

207 DOC-296, pag. 2.

208 G-22-01, pag. 2 (antwoord 2).

209 G-22-01, pag. 2 (antwoord 3).

210 DOC-296, pag. 2.

211 DOC-296, pag. 1.

212 DOC-150.

213 G-006-01, pag. 4 (antwoord 2).

214 G-006-01, pag. 4 (antwoord 3).

215 DOC-151.

216 G-001-01, pag. 4 (antwoord 5, alinea 2).

217 DOC-269, pag. 1 (midden).

218 G-001-01, pag. 4 (antwoord 6).

219 DOC-296, pag. 1 (regel 4).

220 DOC-274, pag. 2.

221 DOC-275, pag. 1.

222 DOC-270, pag. 4

223 DOC-270, pag. 1-3.

224 AMB-050, pag. 3 (alinea 3).

225 AMB-079, pag. 26 (onder).

226 AMB-082, pag. 10 (onder) en 11 (boven).

227 AMB-082, pag. 11 (onder).

228 DOC-110, pag. 1 (onder).

229 AMB-084, pag. 11 (onder).

230 DOC-226, pag. 13 (onder).

231 DOC-226, pag. 13 (onder) en AMB-073, pag. 18 (onder).

232 DOC-225.

233 DOC-296, pag. 3 (onder).

234 DOC-226, pag. 66 en 67.

235 DOC-226, pag. 87.

236 DOC-226, pag. 89.

237 V03-01, pag. 6 (boven)

238 V04-08, pag. 2 (onderaan).

239 DOC-226, pag. 101.

240 DOC-226, pag. 101 en 102.

241 DOC-226, pag. 102 en 103.

242 DOC-004.

243 DOC-226, pag. 109.

244 DOC-226, pag. 119 (onder) en 120 (boven).

245 Een proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [naam 32] , pag. 4 (alinea 3).

246 DOC-296, pag. 3.

247 DOC-044, pag. 1-2.

248 DOC-007, pag. 1 (onder), DOC-006a en DOC-107, pag. 1 (boven) en 2 (boven).

249 DOC-044, pag. 1-2.

250 DOC-352, pag. 23.

251 DOC-352, pag. 23.

252 V09-02, pag. 3 (antwoord 3).

253 V02-01, pag. 2 (antwoord 1, alinea 5).

254 V02-01, pag. 2 (antwoord 1, alinea 4).

255 DOC-009, pag. 1 (midden).

256 DOC-238, pag. 9.

257 DOC-238, pag. 10.

258 DOC-238, pag. 11.

259 DOC-238, pag. 11.

260 DOC-238, pag. 12.

261 DOC-238, pag. 15.

262 DOC-238, pag. 16.

263 DOC-238, pag. 17.

264 DOC-238, pag. 18.

265 DOC-238, pag. 19 (onder) en 20 (boven).

266 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste documentnummering. Dossierverwijzingen in de lopende tekst tussen haakjes worden geacht niet redengevend te zijn voor het bewijs.

267 V04-07, pag. 2 (boven).

268 DOC-311, pag. 1 (19-2, 25-2, 14-3 (2x), 16-3 en 17-3), pag. 2 (17-3 en 18-3), pag. 3 (29-3 en 30-3), pag. 8 (8‑6) en pag. 9 (28-6).

269 DOC-311, pag. 7 (3-6 en 6-6), pag. 9 (21-6) en pag. 14 (15-8 (2x)).

270 V05-04, pag. 2 (antwoord 8, 9 en 11).

271 DOC-121.

272 V05-04, pag. 8 (antwoord 1).

273 DOC-133.

274 V05-05, pag. 3 (antwoord 6).

275 V05-03, pag. 3 (antwoord 6, 8 en 9).

276 DOC-185, pag. 48.

277 DOC-185, pag. 48.

278 DOC-185, pag. 48.

279 V04-07, pag. 3 (boven) en de verklaring [verdachte] ter terechtzitting van 25 maart 2019.

280 V04-11, pag. 4 (midden).

281 DOC-185, pag. 55.

282 AMB-073, pag. 16 (midden).

283 V04-06, bijlage, pag. 4 (alinea 4).

284 V04-06, bijlage, pag. 5 (alinea 10).

285 Bijvoorbeeld: DOC-226, pag. 10 (11 augustus 2016, zes keer), pag. 46 (1 september 2016), pag. 95 (1 oktober 2016, twee keer).

286 V03-002, pag. 2 (antwoord 2).

287 V03-002, pag. 5 (antwoord 6).

288 V03-002, pag. 6 (antwoord 2).

289 V03-003, pag. 5 (antwoord 2).

290 V02-01, pag. 2 (antwoord 2, alinea 5).

291 DOC-270, pag. 2.

292 Artikel 31, eerste lid, onder 2, Sr.

293 ECLI:NL:HR:2006:AV2654.