Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:4418

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-06-2019
Datum publicatie
27-08-2019
Zaaknummer
C/13/652602 / HA RK 18-260
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek aan zorginstelling om volledige afschriften van de verwerkingen van persoonsgegevens op grond van de AVG. In beginsel recht op afschriften op grond van artikel 15 AVG. Deels afgewezen voor zover het verzoek te onbepaald en/of te omvangrijk is of de gegevens niet aanwezig bij de zorginstelling (althans onvoldoende onderbouwd na betwisting zorginstelling).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/652602 / HA RK 18-260

Beschikking van 20 juni 2019

in de zaak van

1 [verzoeker sub 1] ,

2. [verzoeker sub 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

advocaat mr. S.M. Singh te Amsterdam,,

tegen

de stichting

STICHTING CORDAAN,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. A.H. Ekker te Amsterdam.

Partijen worden hierna [verzoeker sub 1] , [verzoeker sub 2] (gezamenlijk: [verzoekers] ) en Cordaan genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met productie gericht aan de rechtbank met betrekking tot een negental verweerders, onder wie Cordaan, ingekomen ter griffie op 10 augustus 2018,

  • -

    de aanvulling op het verzoekschrift van 10 augustus 2018,

  • -

    de brief van de rechtbank aan [verzoekers] van 13 september 2018 waarin is verzocht om per verwerkingsverantwoordelijke partij een separaat verzoekschrift in te dienen,

  • -

    de aanvulling op het verzoekschrift van 24 september 2018,

  • -

    de tussenbeschikking van 22 november 2018 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    het verweerschrift met producties,

  • -

    de aanvulling op het verzoekschrift van 4 januari 2019,

  • -

    het proces-verbaal van de op 10 januari 2019 gehouden mondelinge behandeling en de daarin vermelde stukken,

  • -

    het proces-verbaal van de op 12 februari 2019 gehouden mondelinge behandeling en de daarin vermelde stukken,

  • -

    de brieven van 27 en 28 maart 2019, respectievelijk van de zijde van [verzoekers] en Cordaan, met betrekking tot voortzetting van de procedure,

  • -

    de akte van 4 april 2019 van de zijde Cordaan, met producties.

  • -

    de akte van 11 april 2019 van de zijde van [verzoekers] , met producties.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker sub 1] is mentor en bewindvoerder van [verzoeker sub 2] .

2.2.

Aan [verzoeker sub 2] wordt sinds meer dan tien jaar zorg verleend door Cordaan.

2.3.

Op 30 mei 2018 hebben [verzoekers] bij Cordaan een verzoek ingediend om toezending van een kopie van alle persoonsgegevens van hen die Cordaan verwerkt.

2.4.

Op 2 juni 2018 heeft Cordaan gereageerd op het inzageverzoek en om een nadere specificering van het verzoek gevraagd, nu het gaat om een verwerking van grote hoeveelheden gegevens.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekers] verzoeken de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

  1. om op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU) 2016/679 (AVG) aan verzoeker binnen zeven dagen na de beschikking, volledige afschriften van de verwerkingen van persoonsgegevens te verstrekken, een volledige omschrijving van het doel of doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede informatie over de herkomst van gegevens kenbaar te maken;

  2. om binnen zeven dagen na de beschikking schriftelijk mee te delen of haar persoonsgegevens aan derden zijn verstrekt en zo ja aan wie;

  3. een en ander onder oplegging van een dwangsom van € 100.000 per overtreding of € 500 voor iedere dag of deel daarvan dat Cordaan in gebreke blijft met de nakoming van de verzoeken, met een maximum van € 100.000;

  4. om Cordaan in de proceskosten te veroordelen.

3.2.

[verzoekers] hebben het verzoekschrift verschillende keren aangevuld. Daarin hebben zij hun verzoek onder a) nader geconcretiseerd, in die zin dat zij volledige afschriften verzoeken van:

I. alle declaratiegegevens betreffende [verzoeker sub 2] van Cordaan aan Stichting Philadelphia Zorg (hierna: Philadelphia), dan wel aan een andere instantie;

II. alle informatie-uitwisseling met Philadelphia, Stichting ’s-Heeren Loo, CIZ, NZA, Zilveren Kruis, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , met name de e-mailboxen van [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] ;

III. de gegevens van de [naam school 1] en de stageperiode bij [naam school 2] ;

IV. alle correspondentie, dossiervorming en documenten anderszins die in verband staan met het beschuldigen van [verzoeker sub 1] van seksueel misbruik;

V. alle persoonsgegevens die zijn uitgewisseld rond 13 juni 2014;

VI. de uitnodigingen aan Philadelphia en afzeggingen van Philadelphia bij het opstellen van ondersteuningsplannen en eventuele evaluaties;

VII. een overzicht van de data van de ondersteuningsplannen en de deelnemers;

VIII. een overzicht van de incidentenregistraties met betrekking tot [verzoeker sub 2] ;

IX. een overzicht van de BOPZ-toepassingen jegens [verzoeker sub 2] ,

X. een overzicht van de afspraken met Philadelphia omtrent het uitwisselen van informatie over [verzoekers]

3.3.

Cordaan voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna - voor zover nodig - nader ingegaan.

4 De beoordeling

Het verzoek van [verzoekers] en de reactie van Cordaan

4.1.

[verzoekers] stellen onder meer dat zij aanwijzingen hebben dat Cordaan uitbetaald wordt onder indicatiecode VG07 (zwaar), terwijl de zorg voor [verzoeker sub 2] vanwege haar goede ontwikkelingen moet zijn gebaseerd op de (minder zware) indicatiecode VG06 (midden). De indicatiecode gaat over (de zorg van) [verzoeker sub 2] en betreft dus een persoonsgegeven. Daarnaast is er, waarschijnlijk, vanuit Cordaan aangifte gedaan van seksueel misbruik door [verzoeker sub 1] . Dit is weliswaar door Cordaan herroepen, maar [verzoeker sub 1] wil weten hoe deze beschuldiging over zijn persoon tot stand is gekomen. Om dit te kunnen onderzoeken willen [verzoekers] dat Cordaan hen afschriften verstrekt van alle stukken waarin persoonsgegevens van hen voorkomen. [verzoekers] baseren hun verzoek op artikel 15 lid 3 AVG. Dat artikel geeft [verzoekers] recht op kopieën van alle documenten of verwerkingen waarin hun persoonsgegevens voorkomen, aldus [verzoekers]

4.2.

Cordaan heeft aangevoerd dat [verzoekers] niet ontvankelijk zijn in hun verzoek. Verder heeft Cordaan aangevoerd dat zij gedeeltelijk aan de verzoeken van [verzoekers] heeft voldaan. De rechtbank begrijpt dat Cordaan zich primair op het standpunt stelt dat het verzoek van [verzoekers] , voor zover daaraan niet reeds is tegemoet gekomen, buitensporig is in de zin van artikel 12 lid 5 AVG, en dat zij op bepaalde onderdelen van het verzoek aan dat verzoek geen uitvoering hoeft te geven vanwege de bescherming van de rechten en vrijheden van haar werknemers (artikel 41 lid 1 onder i UAVG). Cordaan betwist voorts dat [verzoekers] recht hebben op afschriften van alle gevraagde stukken.

Niet ontvankelijkheid

4.3.

Cordaan heeft aangevoerd dat [verzoekers] niet ontvankelijk zijn in hun verzoek, omdat zij op 2 juni 2018 heeft gereageerd op het inzageverzoek van [verzoekers] met het verzoek om dit te specificeren. Op grond van artikel 35 lid 2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) moet een verzoekschrift worden ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke. Nu Cordaan op 2 juni 2018 op het inzageverzoek van [verzoekers] heeft gereageerd, had het verzoekschrift uiterlijk 14 juli 2018 bij de rechtbank moeten zijn ingediend. Het verzoekschrift dateert van 6 augustus 2018, zodat dit te laat is ingediend, aldus Cordaan.

4.4.

Het verzoek van Cordaan van 2 juni 2018 om een nadere specificatie betreft geen inhoudelijke reactie op het inzageverzoek van [verzoekers] De rechtbank is dan ook van oordeel dat de termijn uit artikel 35 lid 2 UAVG niet op 2 juni 2018 is gaan lopen. Reeds daarop strandt het niet-ontvankelijkheidsverweer van Cordaan. De verzoeken van [verzoekers] worden hierna inhoudelijk beoordeeld.

Het inzagerecht

4.5.

[verzoekers] baseren hun verzoek op het inzagerecht van artikel 15 AVG. Dit inzagerecht houdt - voor zover hier van belang - het volgende in:

“1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:

a) de verwerkingsdoeleinden;

b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;

c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;

d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;

(…).

2. (…).

3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. (…)

4. Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen.”

4.6.

Het inzagerecht was voorheen in artikel 12 van de Privacyrichtlijn 95/46 (hierna: de Privacyrichtlijn) vastgelegd. Dat inzagerecht had tot doel de betrokkene in staat te stellen kennis te nemen van de persoonsgegevens die over hem zijn verzameld en te controleren of die gegevens juist zijn en rechtmatig zijn verwerkt. Dat recht op toegang is met name noodzakelijk opdat de betrokkene eventueel van de voor de verwerking verantwoordelijke gedaan kan krijgen dat deze zijn gegevens rectificeert, uitwist of afschermt. Het doel van de Privacyrichtlijn is eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en niet de toegang tot bestuurlijke documenten (HvJEU 17 juli 2014, C-141/12 en C-371/12, “IND”, ECLI:EU:C:2014:2081). Er zijn geen aanwijzingen dat onder de AVG de doelstelling en omvang van dit inzagerecht ten opzichte van de Privacyrichtlijn is gewijzigd. De rechtbank neemt dan ook tot uitgangspunt dat de uitspraken die zijn gewezen over het inzagerecht ten tijde van de Privacyrichtlijn ook gelding hebben nu de AVG van kracht is.

4.7.

Uit artikel 15 AVG blijkt dat het inzagerecht is beperkt tot persoonsgegevens. In artikel 4 lid 1 AVG is gedefinieerd wat onder persoonsgegevens moet worden verstaan, namelijk: “alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon.” Door het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof van Justitie) wordt een ruime uitleg aan het begrip “persoonsgegeven” gegeven. Het Hof van Justitie heeft overwogen dat het begrip persoonsgegevens niet beperkt is tot gevoelige of persoonlijke informatie maar zich potentieel uitstrekt tot elke soort informatie, zowel objectieve als subjectieve informatie die de betrokkene betreft. Deze laatste voorwaarde is vervuld wanneer de informatie wegens haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een bepaalde persoon (HvJEU 20 december 2017, C-434/16, “ [partijnaam] ”, ECLI:EU:C:2017:994).

4.8.

Artikel 15 lid 3 AVG geeft recht op verstrekking van een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Stukken en bestanden als zodanig zijn geen persoonsgegevens en nergens in de AVG wordt gesproken over het verstrekken van een kopie van de stukken of bestanden waarin de persoonsgegevens zijn verwerkt. Het hiervoor bedoelde recht betekent dan ook niet dat een betrokkene zonder meer recht heeft op inzage in of afschriften van stukken of bestanden als zijn of haar persoonsgegevens daarin voorkomen. Wel bestaat het recht op het verkrijgen van een volledig overzicht, in begrijpelijke vorm van alle persoonsgegevens, dat wil zeggen in een vorm die de betrokkene in staat stelt kennis te nemen van die gegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met de AVG. Voor zover aan de met dat recht op inzage nagestreefde doelstelling volledig kan worden voldaan met een andere vorm van verstrekking, kan de betrokkene aan de AVG, net zo min als aan de Privacyrichtlijn, het recht ontlenen om een afschrift te verkrijgen van het originele document of bestand waarin die gegevens staan. Teneinde de betrokkene geen toegang te geven tot andere informatie dan de hem betreffende persoonsgegevens, kan hij een afschrift krijgen van het originele document of bestand waarin die andere informatie onleesbaar is gemaakt (HvJEU 17 juli 2014, C-141/12 en C-371/12, “IND”, ECLI:EU:C:2014:2081). In welke vorm de gegevens moeten worden verstrekt is daarom afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval.

4.9.

Het recht op inzage op grond van de AVG is in beginsel ongeclausuleerd. Hierin ligt evenwel besloten dat onder omstandigheden aan een verzoek om inzage nadere eisen kunnen en mogen worden gesteld (vgl. de conclusie van de AG van 15 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1 en Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:508). Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke een grote hoeveelheid gegevens betreffende de betrokkene verwerkt, moet hij de betrokkene voorafgaand aan de informatieverstrekking kunnen verzoeken om te preciseren op welke informatie of welke verwerkingsactiviteiten het verzoek vertrekking heeft (vgl. nummer 63 van de considerans van de AVG).

4.10.

De rechtbank zal de verzoeken van [verzoekers] tegen de achtergrond van het voorgaande beoordelen.

Beoordeling van het verzoek onder a) en b)

4.11.

De rechtbank stelt voorop dat, gelet op de grote hoeveelheid gegevens die Cordaan verwerkt, van [verzoekers] kan worden verwacht dat zij specificeren op welke informatie of welke verwerkingsactiviteit het verzoek betrekking heeft. [verzoekers] hebben hun verzoek ook gespecificeerd, voor het laatst bij akte van 11 april 2019. De rechtbank gaat er op basis daarvan, alsmede op basis van hetgeen tijdens de mondelinge behandelingen door [verzoekers] naar voren is gebracht, vanuit dat het verzoek zich thans nog slechts uitstrekt over de in die akte verzochte gegevens. Voor zover het verzoek van [verzoekers] zich nog zou richten op meer of andere gegevens, hebben [verzoekers] dat onvoldoende toegelicht. Hierna zal per categorie worden besproken op welke gegevens [verzoeker sub 1] thans nog aanspraak maakt en of die gegevens moeten worden verstrekt door Cordaan.

I alle declaratiegegevens betreffende [verzoeker sub 2] van Cordaan aan Philadelphia dan wel aan een andere instantie

4.12.

[verzoekers] maken uit deze categorie thans nog aanspraak op verstrekking van de facturen van Cordaan aan Philadelphia over de periodes 2008-2010 en 2010-2014, en de (aanvragen om) indicatiebesluiten 282 en 283. Over de peridode 2010-2014 is slechts een overzicht verstrekt van de door Cordaan aan Philadelphia gedeclareerde dagdelen, maar daaruit vallen niet de gedeclareerde bedragen op te maken, aldus [verzoekers]

4.13.

Cordaan heeft niet betwist dat zij gehouden is om de verzochte indicatiebesluiten aan [verzoekers] te verstrekken, zij heeft aangevoerd dat zij alle indicatiebesluiten waarover zij beschikt al aan [verzoekers] ter beschikking heeft gesteld. Uit de in het geding gebrachte stukken valt echter niet op te maken welke indicatiebesluiten dat zijn. Voor zover Cordaan bedoeld heeft aan te voeren dat zij geen beschikking heeft over de indicatiebesluiten met nummer 282 en 283, wordt Cordaan daarin niet gevolgd. Cordaan heeft immers tijdens de comparitie van partijen van 12 februari 2019 meegedeeld dat zij toegang heeft tot deze indicatiebesluiten, zodat zonder nadere toelichting van Cordaan niet valt in te zien waarom zij daarover thans niet kan beschikken. De rechtbank zal dan ook bepalen dat Cordaan de indicatiebesluiten 282 en 283 aan [verzoekers] moet verstrekken.

Cordaan heeft betwist dat zij zelf een aanvraag heeft gedaan voor vergoedingen onder indicatiecode VG07 en aangevoerd dat zij daarom niet over documentatie daarvan beschikt. Dat Cordaan die aanvragen wel heeft gedaan, blijkt nergens uit. [verzoekers] hebben in dit verband slechts gesteld dat zij aanwijzingen hebben dat Cordaan een VG07 indicatie heeft aangevraagd buiten [verzoekers] om. Welke aanwijzingen dat zijn, hebben [verzoekers] verder niet toegelicht. [verzoekers] hebben dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Cordaan een dergelijke aanvraag heeft gedaan en in dat verband persoonsgegevens heeft verwerkt. In zoverre zal het verzoek worden afgewezen.

4.14.

Dat geldt ook voor de door [verzoekers] verzochte facturen. Uit de in het geding gebrachte stukken valt op te maken dat Cordaan aan [verzoekers] een overzicht heeft verschaft van de dagdelen die zij voor aan [verzoeker sub 2] verleende zorg over de periode 2010-2014 aan Philadelphia in rekening heeft gebracht. Uit dat overzicht valt tevens op te maken of deze dagdelen zijn gedeclareerd als dagbesteding VG zwaar of dagbesteding VG midden. In zoverre stelt dat overzicht [verzoekers] derhalve in staat om te kunnen controleren of de verwerking van de persoonsgegevens van [verzoeker sub 2] juist en rechtmatig is geweest. Tegen de achtergrond van de hiervoor bij 4.6 en 4.7 weergegeven maatstaven, hebben [verzoekers] – zoals Cordaan terecht heeft aangevoerd – dan ook onvoldoende gemotiveerd toegelicht waarom de bij deze indicatiecodes behorende bedragen persoonsgegevens zijn waarin inzage moet worden gegeven. Dat geldt temeer nu [verzoekers] kennelijk reeds bekend is – zo volgt uit hetgeen zij zelf naar voren hebben gebracht – dat voor dagbesteding VG zwaar een hoger tarief in rekening wordt gebracht dan voor dagbesteding VG midden.

II alle informatie-uitwisseling met Philadelphia, Stichting ’s-Heeren Loo, CIZ, NZA, Zilveren Kruis, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , met name de e-mailboxen van [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6]

4.15.

Vaststaat dat Cordaan gedurende een periode van meer dan 10 jaar zorg aan [verzoeker sub 2] heeft verleend in welk kader persoonsgegevens van [verzoekers] zijn verwerkt. Daarbij zijn behalve Cordaan ook andere instanties en [verzoeker sub 1] betrokken geweest. Bij Cordaan is er in die periode een zeer grote hoeveelheid persoonsgegevens verwerkt in verschillende systemen. Een deel van die gegevens is volgens Cordaan niet meer of slechts met grote inspanningen te achterhalen. Cordaan heeft in dit verband het volgende aangevoerd: een zoekopdracht aan de hand van de door [verzoekers] gesuggereerde zoektermen heeft in totaal 200 GB aan data opgeleverd met zoekresultaten in 4.753 mailboxen. Cordaan heeft deze mailboxen onderzocht. In eerste instantie heeft Cordaan hierin een selectie gemaakt op grootte van de betreffende mailbox. 2.682 mailboxen waren slechts 265 kb, 513 kb of 761 kb groot en werden verder buiten beschouwing gelaten. Nog eens 870 mailboxen waren kleiner dan 5mb en bevatten steeds dezelfde mails vanuit Cordaan-locatie [lokatie] , van een medewerker met de naam [medewerkster Cordaan] (geactiveerd door de zoektermen ‘ [lokatie] ’ AND ‘ [medewerkster Cordaan] ’). Ook deze mailboxen werden daarom buiten beschouwing gelaten. 715 mailboxen bevatten tussen de 5 MB en 100 MB aan data. Cordaan heeft deze mailboxen steekproefsgewijs doorzocht. Deze mailboxen bevatten af en toe de namen van [verzoekers] , met name in overzichten voor huisvesting, vervoer, registratie van verwanten en financiële zaken. Ook deze mailboxen bevatten regelmatig mails in verband met de Cordaan-locatie [lokatie] en de medewerker met de naam [medewerkster Cordaan] . Datzelfde geldt voor 158 mailboxen met een omvang van 100-500 MB en 22 mailboxen met een omvang van 500 MB-1 GB. Deze bevatten steeds dezelfde mails. Ook bevatten een aantal van deze mailboxen mails van [verzoeker sub 1] zelf, zoals aan de directeur dagbesteding van Cordaan. De 8 mailboxen groter dan 1 GB zijn uitvoerig doorzocht. Deze bevatten regelmatig de zoekterm ‘ [verzoeker sub 2] ’ en/of ‘ [verzoeker sub 1] ’. De context waarin dat plaatsvond, was: communicatie met accountants, financiële administratie, zorgadministratie en inkoop. Daarnaast zijn de mailboxen van de specifieke medewerkers waarom werd verzocht in detail doorzocht. Een van de mailboxen was leeg. De overige mailboxen bevatten veel persoonlijke communicatie over [verzoeker sub 2] . Geconstateerd is dat deze mails altijd werden gestuurd in het belang van de te verlenen zorg aan [verzoeker sub 2] (afstemming, planning, behandeling, persoonlijke opmerkingen en notities). Daarnaast bevatten deze mailboxen veel e-mailcorrespondentie met [verzoeker sub 1] . Enkele andere mails betreffen de verzoeken en vragen van [verzoeker sub 1] om inzage in dossiers, waarbij overlegd werd hoe hieraan te voldoen. Er heeft geen e-mailcommunicatie plaatsgevonden over [verzoeker sub 1] zonder dat dit voorafgegaan is door een mail of verzoek van [verzoeker sub 1] zelf. Cordaan heeft verder aangevoerd dat zij met het geven van dit overzicht in het kader van artikel 15 AVG mocht volstaan. Artikel 15 AVG verplicht Cordaan niet om per mailbericht de datum, afzenders, ontvangers, betrokken categorieën van persoonsgegevens en doeleinden van verwerkingen aan verzoekers te verstrekken. Het verstrekken van de gegevens op het door [verzoekers] gewenste detailniveau zou Cordaan, gezien de grote hoeveelheid mails, onevenredig veel tijd en financiële middelen kosten. Een dergelijk verzoek is buitensporig en mag op grond van artikel 12 lid 5 AVG worden geweigerd, aldus steeds Cordaan.

4.16.

Daargelaten of Cordaan gehouden was tot het hiervoor beschreven doorzoeken van digitale bestanden aan de hand van de door [verzoekers] gesuggereerde zoektermen (die dat verzoek blijkens het voorgaande niet minder omvangrijk en onbepaald maken), is de rechtbank van oordeel dat Cordaan – tegen de achtergrond van het bij 4.8 genoemde uitgangspunt – in ieder geval met een steekproefsgewijze doorzoeking daarvan en het gegeven overzicht mocht volstaan. Dit overzicht stelt [verzoekers] in staat om overeenkomstig de doelstelling van het inzagerecht te controleren of de persoonsgegevens juist zijn en of de verwerking daarvan rechtmatig is. Integrale honorering van het verzoek van [verzoekers] om verstrekking van alle verwerkte informatie-uitwisseling met Philadelphia (en de andere genoemde instellingen en personen) zou onder de door Cordaan geschetste omstandigheden niet alleen praktisch ondoenlijk zijn, maar zou ook – zoals Cordaan terecht heeft aangevoerd – een te omvangrijke en daarmee kostbare zoektocht voor Cordaan meebrengen. Om aan dit algemene en onbepaalde verzoek te voldoen, zou Cordaan alle bij haar aan te treffen documenten, ook van digitale aard, moeten doorzoeken om vervolgens daaruit die stukken te selecteren waarin ten minste één persoonsgegeven met betrekking tot [verzoekers] voorkomt. Cordaan heeft terecht aangevoerd dat een dergelijke zoektocht in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd (vgl. de conclusie van de AG van 15 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1, Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:508 en ECLI:NL:GHSHE:2018:363). Dat geldt temeer gelet op het feit dat, zoals Cordaan heeft aangevoerd, in de door [verzoekers] verzochte gegevens persoonsgegevens van haar medewerkers voorkomen, zodat Cordaan (om geen afbreuk te doen aan hun rechten) per document een afweging zou moeten maken van de in dat verband spelende verschillende belangen en zou moeten bepalen in hoeverre afscherming van op die medewerkers betrekking hebbende informatie moet plaatsvinden.

4.17.

Indien [verzoekers] naar aanleiding van het overzicht meer specifieke informatie over persoonsgegevens verlangen, mag van hen worden verwacht dat zij preciseren op welke persoonsgegevens of informatie het verzoek betrekking heeft (zie 4.9). Dat hebben [verzoekers] gedaan voor zover zij verzoeken om verstrekking van de informatie-uitwisseling die betrekking heeft op de omzetting van de zorg voor [verzoeker sub 2] in januari 2012 van VG midden naar VG zwaar, op de omzetting van de zorg voor [verzoeker sub 2] in maart 2016 van H812 naar H813 en op de indicatiebesluiten 282 en 283. In zoverre is het verzoek van [verzoekers] voldoende concreet en valt, anders dan Cordaan heeft aangevoerd, niet in te zien dat het verzoek buitensporig is als bedoeld in artikel 12 lid 5 AVG. Cordaan heeft niet betwist dat deze gegevens moeten worden aangemerkt als persoonsgegevens. Ook in dit geval geldt echter dat [verzoekers] niet zonder meer recht hebben op inzage in of kopieën van de e-mails waarin deze gegevens voorkomen. De gegevens moeten in een vorm worden verstrekt die de betrokkene in staat stelt kennis te nemen van zijn gegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met de AVG. Voor zover daaraan kan worden voldaan met een andere vorm van verstrekking, mag Cordaan daarmee dan ook volstaan (zie 4.8). [verzoekers] hebben geen feiten en omstandigheden gesteld die meebrengen dat Cordaan in dit geval afschriften van informatie-uitwisseling moet verstrekken en niet kan volstaan met een nader overzicht van de daarin van hen voorkomende persoonsgegevens. Nu [verzoekers] geen recht hebben op dergelijke afschriften en niet expliciet hebben verzocht om een nader overzicht (in tegendeel: uit de toelichting op het verzoekschrift en hetgeen naar voren is gebracht tijdens de mondelinge behandelingen, blijkt dat [verzoekers] zich uitdrukkelijk op het standpunt stellen dat zij recht hebben op volledige afschriften van alle door hen verzochte informatie), kan niet verwacht worden van Cordaan dat zij veel tijd steekt in het maken van een nader overzicht dat kennelijk niet aansluit bij het verzoek van [verzoekers] De slotsom van het voorgaande is dat dit deel van het verzoek zal worden afgewezen.

III De gegevens van de [naam school 1] en de stageperiode bij [naam school 2]

4.18.

[verzoekers] maken uit deze periode nog aanspraak op verstrekking van gegevens over de stageperiode van [verzoeker sub 2] bij de [naam school 1] . Cordaan heeft in dit verband aangevoerd dat zij niet over andere gegevens beschikt dan de gegevens die zijn vermeld in het reeds verstrekte medisch dossier van [verzoeker sub 2] . [verzoekers] hebben niet betwist dat het medisch dossier van [verzoeker sub 2] uit de periode waarin de stage plaatsvond aan hen is overgelegd. Voor zover [verzoekers] hebben aangevoerd dat dat medisch dossier daarover geen gegevens bevat en Cordaan wel over die gegevens zou moeten beschikken, hebben [verzoekers] dat in het geheel niet onderbouwd. Uit niets blijkt dat Cordaan over de verzochte gegevens beschikt. Dit deel van het verzoek van [verzoekers] zal worden afgewezen.

IV Alle correspondentie, dossiervorming en documenten anderszins die in verband staan met het beschuldigen van [verzoeker sub 1] van seksueel misbruik

4.19.

Cordaan heeft als productie 5 bij haar akte van 4 april 2019 een geanonimiseerd overzicht gegeven van de overdrachtsverslagen uit 2011 tot en met 2014. In deze categorie maken [verzoekers] thans nog aanspraak op verstrekking van alle documentatie die ten grondslag ligt aan dat overzicht en voorts op alle documenten die volgens de brief van Cordaan van 20 maart 2019 met betrekking tot [verzoeker sub 1] beschikbaar zijn. Cordaan heeft erkend dat de overdrachtsverslagen persoonsgegevens van [verzoekers] bevatten. [verzoekers] hebben evenwel geen recht op een volledig afschrift daarvan, aldus Cordaan.

4.20.

De rechtbank is van oordeel dat het overzicht van Cordaan in begrijpelijke vorm is opgesteld en [verzoekers] in staat stelt om overeenkomstig de doelstelling van het inzagerecht te controleren of de persoonsgegevens juist zijn en of de verwerking daarvan rechtmatig is. [verzoekers] hebben ook niet toegelicht waarom dat overzicht in het licht van die doelstelling niet volstaat. In ieder geval valt, zonder een dergelijke toelichting, niet in te zien waarom [verzoekers] in het kader van die doelstelling zouden moeten kunnen controleren of de betrokken medewerkers bevoegd waren om de overdrachtsverslagen op te stellen en dus evenmin waarom [verzoekers] op de hoogte moeten zijn van de identiteit van deze medewerkers. [verzoekers] hebben, tegen de achtergrond van het hiervoor weergegeven uitgangspunt (4.8), dan ook onvoldoende toegelicht waarom zij recht zouden hebben op een afschrift van de volledige overdrachtsverslagen die de basis hebben gevormd voor het overzicht uit bijlage 5 van de akte van Cordaan van 4 april 2019. Voor zover [verzoekers] verzoeken om verstrekking van alle documenten die volgens de brief van 20 maart 2019 beschikbaar zijn met betrekking tot [verzoeker sub 1] , hebben [verzoekers] onvoldoende toegelicht op welke documenten zij doelen (temeer daar in deze brief in dit verband alleen gerept wordt over de overdrachtsverslagen, hetgeen hiervoor reeds is besproken) en is ook dat verzoek dermate onbepaald dat dit afstuit op hetgeen onder 4.16 is overwogen. Dit deel van het verzoek van [verzoekers] zal worden afgewezen.

V De persoonsgegevens (alle) die zijn uitgewisseld rond 13 juni 2014

4.21.

Van deze gegevens vragen [verzoekers] thans nog om verstrekking van alle documentatie die ten grondslag ligt aan het overzicht van productie 5 van de akte van Cordaan van 4 april 2019. Dit verzoek is hiervoor reeds afgewezen (4.20).

VI De uitnodigingen aan Philadelphia en afzeggingen van Philadelphia bij het opstellen van ondersteuningsplannen en eventuele evaluaties

4.22.

Van deze gegevens verzoeken [verzoekers] thans nog om verstrekking van het medisch dossier vanaf februari 2016 tot heden, en het overdrachtsdossier van [verzoeker sub 2] van de dagbesteding op [naam school 2] naar de huidige dagbesteding op het [locatie] .

4.23.

Cordaan heeft niet betwist dat [verzoekers] recht hebben op verstrekking van het medisch dossier van [verzoeker sub 2] . Cordaan heeft evenwel aangevoerd dat zij dat reeds heeft verstrekt, en dat de huidige dagbesteding is ingegaan vanaf 1 januari 2019 zodat deze gegevens buiten de reikwijdte van het verzoek vallen. [verzoekers] hebben dat weersproken en aangevoerd dat de huidige dagbesteding op de locatie [locatie] is ingegaan in maart 2016 en dat over die periode geen medisch dossier is verstrekt.

4.24.

De rechtbank stelt vast dat Cordaan geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit valt af te leiden welke delen van het medisch dossier aan [verzoekers] zijn verstrekt. Nu Cordaan dat heeft nagelaten en niet heeft betwist dat zij gehouden is het medisch dossier vanaf 2016 te verstrekken, zal de rechtbank Cordaan daarom bevelen om dat gedeelte van het medisch dossier alsnog aan [verzoekers] te verstrekken. Dat er separaat van het medisch dossier een overdrachtsdossier van de dagbesteding op [naam school 2] naar de huidige dagbesteding zou bestaan heeft Cordaan betwist en blijkt nergens uit. [verzoekers] hebben hun verzoek op dat punt onvoldoende toegelicht en niet aannemelijk gemaakt dat Cordaan over een overdrachtsdossier zoals verzocht beschikt. Het verzoek zal op dit punt worden afgewezen.

VII Een overzicht van de data van de ondersteuningsplannen en de deelnemers

4.25.

[verzoekers] verzoeken thans nog om verstrekking van alle communicatie van Cordaan met Philadelphia over het verlenen van zorg aan [verzoeker sub 2] , voor zover die nog niet is verstrekt en wel aanwezig is volgens de brief van Cordaan van 20 maart 2019. Cordaan heeft aangevoerd dat deze gegevens zijn opgenomen in het reeds verstrekte medisch dossier. [verzoekers] hebben niet betwist dat het medisch dossier van [verzoeker sub 2] uit deze periode aan hen is verstrekt. Voor zover [verzoekers] hebben aangevoerd dat Cordaan over meer en andere communicatie met Philadelphia moet beschikken, valt zonder nadere toelichting die ontbreekt niet in te zien dat dit verzoek afwijkt van het reeds onder II gedane verzoek tot verstrekking van alle informatie-uitwisseling met Philadelphia. Dat verzoek is reeds afgewezen (4.17).

VIII een overzicht van de incidentenregistraties met betrekking tot [verzoeker sub 2]

4.26.

Partijen zijn het er over eens dat de incidentmeldingen zijn opgenomen in het door hen aangeduide (en niet nader toegelichte) Triasweb. Cordaan heeft aangevoerd dat deze meldingen als onderdeel van het medisch dossier zijn verstrekt. [verzoekers] hebben dat weersproken. De rechtbank stelt vast dat Cordaan geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit valt af te leiden welke stukken als onderdeel van het medisch dossier aan [verzoekers] zijn verstrekt. Nu Cordaan dat heeft nagelaten en Cordaan niet heeft betwist dat zij gehouden is om de incidentregistraties te verstrekken, zal de rechtbank Cordaan bevelen een overzicht hiervan alsnog aan [verzoekers] te verstrekken. Dit deel van het verzoek zal worden toegewezen.

IX een overzicht van de Bopz-toepassingen jegens [verzoeker sub 2]

4.27.

[verzoekers] hebben aangevoerd dat er documenten zijn waaruit blijkt dat jegens [verzoeker sub 2] fixeringsmaatregelen zijn toegepast. Cordaan heeft aangevoerd dat tijdens de dagbesteding die [verzoeker sub 2] bij haar heeft gehad, geen middelen en maatregelen als bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) kunnen worden ingezet en dat zij dus ook niet beschikt over een overzicht van Bopz-toepassingen. Nu [verzoekers] niet hebben toegelicht over welke documenten zij beschikken en in hoeverre daaruit blijkt dat het wel mogelijk zou zijn om Bopz-toepassingen te kunnen inzetten, hebben [verzoekers] hun verzoek onvoldoende toegelicht en niet aannemelijk gemaakt dat Cordaan over de verzochte gegevens beschikt. Dit deel van het verzoek zal worden afgewezen.

X een overzicht van de afspraken met Philadelphia omtrent het uitwisselen van informatie (persoonsgegevens) over [verzoekers]

4.28.

[verzoekers] stellen dat er op basis van de tussen Cordaan en Philadelphia gesloten raamovereenkomst afspraken moeten zijn gemaakt over de door Cordaan (als onderaannemer van Philadelphia) aan [verzoeker sub 2] geleverde zorg, bijvoorbeeld over de indicatie VG06 of VG07. Cordaan heeft dat betwist en aangevoerd dat zij niet beschikt over andere gegevens dan de declaratiegegevens onder I. De raamovereenkomst tussen Cordaan en Philadelphia over dienstverlening van Cordaan bevat geen persoonsgegevens van [verzoekers] , aldus Cordaan. [verzoekers] hebben verder niet toegelicht dat in de raamovereenkomst persoonsgegevens van [verzoekers] voorkomen en evenmin waarom het feit dat Cordaan op basis van een raamovereenkomst met Philadelphia zorg verleent, impliceert dat er tussen hen andere afspraken moeten zijn dan in de raamovereenkomst vastgelegd. Dit lijkt op niet meer dan een vermoeden te zijn gebaseerd. [verzoekers] hebben hun verzoek dan ook onvoldoende toegelicht en niet aannemelijk gemaakt dat Cordaan beschikt over de door hen verzochte informatie. Dit deel van het verzoek zal worden afgewezen.

4.29.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Cordaan aan [verzoekers] dient te verstrekken: de indicatiebesluiten met betrekking tot [verzoeker sub 2] met nummers 282 en 283, het medisch dossier van [verzoeker sub 2] vanaf 2016 en een overzicht van de incidentregistraties met betrekking tot [verzoeker sub 2] .

4.30.

[verzoekers] hebben onder a), behalve om verstrekking van afschriften van documenten, verzocht om een volledige omschrijving van het doel of doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede informatie over de herkomst van gegevens kenbaar te maken. Onder b) verzoeken [verzoekers] om Cordaan te bevelen hen mee te delen of en zo ja aan welke derden hun persoonsgegevens zijn verstrekt. Dat met deze verzoeken op meer of andere informatie wordt gedoeld dan de door [verzoekers] verzochte informatie die hiervoor reeds is besproken, hebben [verzoekers] onvoldoende toegelicht. Dit deel van het verzoek zal worden afgewezen.

Dwangsom

4.31.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan Cordaan een dwangsom op te leggen, aangezien niet aannemelijk is dat Cordaan niet vrijwillig aan de veroordeling zal voldoen. Cordaan heeft immers aangevoerd dat zij bereid is mee te werken aan verdere inzage op voorwaarde dat zij een duidelijk geformuleerde omschrijving zou ontvangen van de gegevens waarop het verzoek betrekking heeft. Daarvan is thans sprake. Het verzoek onder d. zal worden afgewezen.

Uitvoerbaar bij voorraad verklaring

4.32.

Cordaan heeft verzocht de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat het voldoen aan alle inzageverzoeken, omdat deze onvoldoende duidelijk omschreven zijn, zeer veel tijd en inspanningen zal kosten. Bovendien brengt het verschaffen van inzage doorbreking van het medisch beroepsgeheim met zich mee, hetgeen na een succesvol hoger beroep niet ongedaan kan worden gemaakt, aldus Cordaan. Nu de rechtbank concrete onderdelen van het verzoek zal toewijzen en Cordaan verder niet heeft toegelicht op welke wijze het verschaffen van inzage in strijd zou komen met het medisch beroepsgeheim, ziet de rechtbank in het door Cordaan aangevoerde geen aanleiding om de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Proceskosten
4.33. Nu Cordaan en [verzoekers] over en weer gedeeltelijk in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank geen aanleiding om Cordaan in de proceskosten te veroordelen.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

beveelt Cordaan om aan [verzoekers] binnen de periode van één maand na de datum van deze beschikking te verstrekken: de indicatiebesluiten met betrekking tot [verzoeker sub 2] met nummers 282 en 283, het medisch dossier van [verzoeker sub 2] vanaf 2016 en een overzicht van de incidentregistraties met betrekking tot [verzoeker sub 2] ;

5.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. B. Brokkaar, rechter, bijgestaan door mr. N.M. Meijler, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2019.