Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:430

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-01-2019
Datum publicatie
28-01-2019
Zaaknummer
13/751899-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

EAB Bulgarije, artikel 12 OLW, detentieomstandigheden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751899-18

RK nummer: 18/7290

Datum uitspraak: 25 januari 2019

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 oktober 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 6 maart 2018 door the Regional Prosecutor’s Office – Stara Zagora (Bulgarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedatum] 1978,

ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres

[adres], [plaats],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 11 januari 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door mr. S.M. Hof, waarnemend voor zijn raadsvrouw, mr. S. Pijl, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Bulgaarse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Voor zover het EAB betrekking heeft op de vervolging van de opgeëiste persoon

In onderdeel (b).1 van het EAB wordt melding gemaakt van:

- een aanhoudingsbevel van the Public Prosecutor from the Regional Prosecutor’s Office – Stara Zagora van 2 maart 2018 (pre-trial proceedings No. 1228-3m 64/2016).

De overlevering wordt voor wat betreft dit aanhoudingsbevel verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Bulgarije strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

Voor zover het EAB sterkt tot executie van aan de opgeëiste persoon opgelegde vrijheidsstraffen

In onderdeel (b).2 van het EAB wordt melding gemaakt van:

  • -

    een verdict No. 138/06.07.2017 van the Regional Court – Stara Zagora, in werking getreden op 14 juli 2017 (public criminal case No. 3698/2016);

  • -

    een ruling No. 1046/02.08.2017 van the Regional Court – Stara Zagora, in werking getreden op 18 augustus 2017 (private criminal case No. 2174/2017).

De overlevering wordt gelet op onderdeel (b).2.1 en (b).2.2 van het EAB voor wat betreft voormelde beslissingen verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van:

  • -

    een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, en

  • -

    een vrijheidsstraf voor de duur van 6 maanden,

door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.

Voormelde verdict en ruling betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Artikel 12 van de OLW; informatie ongenoegzaam

Uit het EAB en de aanvullende informatie bij brief van 6 november 2018 blijkt dat een vrijheidsstraf van 1 jaar en een vrijheidsstraf van 6 maanden zijn opgelegd als cumulative punishments.

Verder blijkt dat een cumulative punishment van 1 jaar vrijheidsstraf, is opgelegd met betrekking tot (straffen opgelegd in) de onderliggende strafzaken:

  • -

    No. 3595/2016, Stara Zagora Regional Court;

  • -

    No. 3698/2016, Stara Zagora Regional Court.

Voorts is vermeld dat een cumulative punishment van 6 maanden vrijheidsstraf is opgelegd met betrekking tot de (straffen opgelegd in de) onderliggende strafzaken:

  • -

    No. 2389/2016, Stara Zagora Regional Court;

  • -

    No. 2391/2016, Stara Zagora Regional Court.

Of deze cumulative punishment is opgelegd bij het vonnis met nummer 2389/2016 blijkt niet.

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat op grond van het EAB en de verstrekte aanvullende informatie onvoldoende duidelijk is geworden wat de aard is van de in onderdeel (b).2 van het EAB genoemde beslissingen in relatie tot de beslissingen (tot strafoplegging) in de onderliggende strafzaken. In het bijzonder is niet duidelijk of het vonnis met nummer 2174/17 een cumulative punishment inhoudt met betrekking tot twee van de hiervoor genoemde vonnissen, danwel van alle vier de vonnissen, zoals in de aanvullende informatie is vermeld. Dit laatste staat op gespannen voet met de hiervoor genoemde mededeling dat van nog een separate cumulative punishment van 6 maanden sprake is, zodat het EAB op twee te onderscheiden straffen zou zien. Al het voorgaande maakt dat in ieder geval ten aanzien van de in onderdeel (b).2 van het EAB genoemde beslissingen de toetsing aan artikel 12 van de OLW, althans de vaststelling of die beslissingen moeten worden getoetst aan dit artikel, niet mogelijk is gebleken. Gelet hierop zal de rechtbank de overlevering weigeren voor zover die gevraagd is voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen. Nu reeds nadere informatie is opgevraagd, zal de rechtbank niet nogmaals informatie opvragen, zoals de raadsvrouw heeft geopperd. Haar verzoek om aanhouding wordt afgewezen.

5 Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten die ten grondslag liggen aan het aanhoudingsbevel van the Public Prosecutor from the Regional Prosecutor’s Office – Stara Zagora van 2 maart 2018 (pre-trial proceedings No. 1228-3m 64/2016) niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten die ten grondslag liggen aan het aanhoudingsbevel van the Public Prosecutor from the Regional Prosecutor’s Office – Stara Zagora van 2 maart 2018 (pre-trial proceedings No. 1228-3m 64/2016) leveren naar Nederlands recht op:

- opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Nu de rechtbank de overlevering zal weigeren voor zover die gevraagd is voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, komt de rechtbank niet meer toe aan de toetsing van de dubbele strafbaarheid van de feiten die aan deze vrijheidsstraffen ten grondslag liggen.

6 Detentieomstandigheden

De rechtbank heeft in eerdere zaken op grond van het Public statement van het CPT van
26 maart 2015 geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (zie: Aranyosi en Căldăraru, HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198, punten 88-90.

De officier van justitie heeft, mede gelet op het voorgaande, nadere informatie opgevraagd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot de detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon na zijn overlevering in Bulgarije.

Bij brief van 20 december 2018 heeft het ‘Department of Justice, General Directorate “Execution of Penalties”, Stara Zagora Prison’ de volgende informatie verstrekt:

We here by inform you that if [opgeëiste persoon] is of the open-ended category he will be placed in an open prison dorm "Stara Zagora". Currently the dorm is not overpopulated, he will have at least 4 square meters living space and 24-hour access to a bathroom. In one part of the dorm there are shared bathrooms for every two or three bedrooms, while in another part each bedroom has a bathroom. The area of the sanitary facilities is not included in the calculation of [opgeëiste persoon]'s private space.

Practically [opgeëiste persoon] will be able to spend the time from getting up at 6:00 a.m. until evening check at 08:30 p.m. outside his living quarters. Most probably he will be employed at an outdoors workstation in the town of Stara Zagora.

Inside his sleeping quarters he will spend the time for rest and sleep - from 08:30 p.m. till 06:00 a.m. on the next day.

If a detention order is imposed on [opgeëiste persoon], he will be staying in the prison quarters, where the problem of overpopulation is also resolved. He will be provided with a minimum of 4 sq. m. living space, not including the bathrooms. Each bedroom has a separate bathroom, which is accessible 24 hours.

He will spend inside the living space only the time between 08:00 p.m. and 06:00 a.m. on the next day. The rest of the time he will be busy working or studying.

The problem with wrongful use of physical force and other means by employees against people deprived of liberty in the Prison in Stara Zagora and its subdivisions has been long resolved and does not currently exist.

Individual cases of violence among inmates have been reported. For each of those cases a thorough check is carried out and there is disciplinary, and in more severe cases criminal liability of the culprit.

Bij brief van 20 december 2018 heeft ‘District Prosecutor’s Office Stara Zagora’ het volgende verklaard:

From the reference of the prison in Stara Zagora it is obvious that if [opgeëiste persoon]'s penalty is only "imprisonment" with initial general regime, he will be placed in an open prison dormitory "Stara Zagora" type (there is such at the Stara Zagora prison), which is not overpopulated at the moment and where he would have a minimum of 4 sq. meters personal space, not including a sanitary facility, and he will have 24-hour access to a bathroom.

In case the court also imposes on [opgeëiste persoon] detention (which is subject to future appraisal) - in connection with the carried out against him pre-trial case proceedings No 1228-3M 64/2016 on the docket by the General Directorate of the Ministry of Stara zagora (file No. 993/2016 on the docked by the District Prosecutor’s Office Stara Zagora), for which an European Arrest Warrant has also been issued, [opgeëiste persoon] will be staying in the prison quarters, where there is also no problem with overpopulation and he will have a minimum of 4 sq. meters personal space, not including the bathrooms.

In the reference provided by the Prison the other questions that you have asked are also answered. The work load mentioned in the above-mentioned reference by the Prison is optional for the inmates and it is paid, and two work days are counted as three days of imprisonment, excluding the work days the observance of which has been cancelled by the court.

De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat voormelde informatie tot de conclusie leidt dat voor de opgeëiste persoon geen sprake is van een reëel gevaar dat hij in detentie in Bulgarije onmenselijk of vernederend zal worden behandeld. Het verzoek om aanhouding van de raadsvrouw teneinde nadere informatie te vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden wordt dan ook afgewezen. Hierbij verwijst de rechtbank ook naar de uitspraak van de rechtbank van 7 augustus 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:6159), waarbij is geoordeeld dat er geen reëel gevaar was dat de opgeëiste persoon, die eveneens in Stara Zagora Prison zou worden geplaatst, in detentie in Bulgarije onmenselijk of vernederend zou worden behandeld.

Artikel 4 van het Handvest staat gelet op het voorgaande niet in de weg aan de overlevering.

7 Slotsom

EAB-vervolgingsdeel

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

EAB-executiedeel

Nu is vastgesteld dat de verstrekte informatie ongenoegzaam is met het oog op de toetsing aan artikel 12 van de OLW, moet de overlevering in zoverre worden geweigerd.

8 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 225 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 van de OLW.

9 Beslissing

EAB-vervolgingsdeel

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon],

aan the Regional Prosecutor’s Office – Stara Zagora (Bulgarije) ten behoeve van het in Bulgarije tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

EAB-executiedeel

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon],

aan the Regional Prosecutor’s Office – Stara Zagora (Bulgarije) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. A.R.P.J. Davids en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 25 januari 2019.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.