Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:4144

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2019
Datum publicatie
21-06-2019
Zaaknummer
EA VERZ 19-227
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet. Berusting. Billijke vergoeding. Horeca. Fraude met fooi. Afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0648
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7639680 EA VERZ 19-227

beschikking van: 28 mei 2019

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

nader te noemen: [verzoekster] ,

gemachtigde: mr. I. Epe,

t e g e n

de naamloze vennootschap

ACCOR HOSPITALITY NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Schiphol,

verweerster,

nader te noemen: Accor,

gemachtigde: mr. B.H.E. Veldmaat.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoekster] verzoekt voor recht te verklaren – kort gezegd – dat aan de opzegging van de arbeidsovereenkomst geen dringende reden is gelegd en haar een billijke vergoeding en een gefixeerde schadevergoeding toe te kennen.

Op 7 mei 2019 is de zaak mondeling behandeld. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. Namens Accor zijn verschenen [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] vergezeld van de gemachtigde en mr. L.C.C.A. de Ceuster. Voorafgaand aan de zitting heeft Accor een verweerschrift met producties ingediend. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord.

Beschikking is bepaald op heden.

Feiten

1.1.

Accor maakt deel uit van de internationale AccorHotels groep. Accor exploiteert het hotel Novotel Amsterdam City te Schiphol. Het hotel heeft onder meer een bar en een restaurant.

1.2.

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] , is op 2 januari 2018 in dienst getreden bij Accor als barmedewerkster in het Novotel Amsterdam City met een salaris van € 1.454,00 bruto per maand. De arbeidsovereenkomst is verlengd voor bepaalde tijd tot 1 april 2019.

1.3.

Het vaste barpersoneel van Novotel Amsterdam City bestond toentertijd naast [verzoekster] uit vier andere personen, te weten [persoon 1] (Head Bartender), [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 4] .

1.4.

Iedere dag is er een ochtend- en een middagdienst. De ochtenddienst eindigt om 16.00 uur en de middagdienst begint om 16.00 uur of om 18.00 uur.

1.5.

Per dienst zijn altijd twee of drie van de genoemde personen van het vaste personeel in wisselende samenstelling werkzaam, bij drukte aangevuld met werknemers uit het restaurant.

1.6.

In de bar zijn twee kassa’s. Een uitsluitend voor pintransacties (de linker kassa) en één waarbij ook contant betaald (de rechter kassa) kan worden.

1.7.

Bij aanvang van de dienst wordt gestart met € 100,00 aan contant geld in de rechter kassa.

1.8.

Tijdens de dienst wordt op de contantkassa gewerkt op één personeelscode met bijbehorend pasje, dat over het algemeen naast de contantkassa ligt.

1.9.

Barbezoekers kunnen behalve met geld ook met vouchers afrekenen in de bar. Er zijn drie soorten vouchers; een Novotel Welkom voucher ter waarde van een welkomstdrankje, een Planet 21 voucher ter waarde van € 5,00 en een China Eastern voucher ter waarde van maximaal € 15,00.

1.10.

De China Eastern voucher wordt aan Chinese gasten van de Chinese luchtvaartmaatschappij China Eastern verstrekt die in het Novotel Amsterdam City overnachten. Gasten kunnen meerdere vouchers per keer indienen. Op deze voucher dient de naam, het kamernummer en de handtekening door de klant te worden ingevuld.

1.11.

De Front Office voorziet alle vouchers bij uitgifte van een datumstempel; de vouchers zijn een maand na uitgifte geldig.

1.12.

Ten aanzien van alle vouchers geldt dat het barpersoneel deze bij ontvangst aan de bon dient te nieten en in een box links naast de rechter kassa dient te plaatsen. Verder dient de supervisor of Head Bartender deze vouchers aan het einde van de dienst te controleren en af te tekenen met een handtekening.

1.13.

Praktijk was dat de rechter kassalade met contant geld aan het eind van de dienst aan de hand van de kassaomzet werd geteld en dat het overschot als fooi werd bestempeld. De fooi werd dezelfde dag in enveloppen verdeeld onder het barpersoneel, dat tijdens de dienst had gewerkt.

1.14.

In de zomer van 2018 is de bar samengevoegd met het restaurant. Vanaf dat moment werd de totale fooi van een dienst verdeeld over het bar- én restaurantpersoneel.

1.15.

Vervolgens is een personeelsvergadering belegd, waarbij het fooienbeleid is besproken. In een e-mail van 5 november 2018 van [naam restaurantmanager] (restaurant manager) is naar aanleiding daarvan aan de barmedewerkers onder meer medegedeeld:

“(…) No tips in the kassa there is a little pot for this. (…)

Now it sometimes happens that we are missing money from previous days and we have to get it back from employees.

This money is from Novotel and it’s not right that the supervisors have to wait days to get this money back.

If in the 2 weeks of this test the above doesn’t happen we can keep to dividing the tip every day.

If not we have to put it in a bag and the staff needs to wait 2/3 days to get their tips. I hope it doesn’t come to this. (…)”

1.16.

Bij e-mailbericht van 25 januari 2019 schreef [naam restaurantmanager] namens Accor aan de barmedewerkers onder meer:

“(….) Gister heb ik een aantal bartenders gevraagd over de tipverdeling.

Zie hieronder de afspraken (in hotelkit) die wij bij de laatste meeting gemaakt hebben.

Ik verwacht dat een ieder zich hieraan houdt. (….)” Daarna is het e-mailbericht van 5 november 2018 ingekopieerd.

1.17.

Op 30 januari 2019 heeft een medewerker van het restaurant een melding gedaan bij Accor en gezegd dat hij niet langer onder deze misstanden kon werken. [naam restaurantmanager] en [naam 1] (F&B Manager) hebben daarover schriftelijk verklaard:

“(…)

1. Hij heeft gezien dat een groep medewerkers werkzaam in de bar grote bedragen cash geld deelde achter de schermen en dat ze met enveloppen aan het googelen waren. Dit heeft hij meermaals gesignaleerd.

2. Daarnaast heeft hij gezien dat deze groep medewerkers dranken niet aansloeg op de kassa tijdens drukke baravonden.

3. Het gedrag van de groep medewerkers veranderde als de supervisor niet meer aanwezig was, samen met bovenstaande 2 punten gaf hem de indruk dat deze groep medewerkers samenwerkte om deze handelingen te verrichten. (…)”.

1.18.

Accor heeft vervolgens onderzoek gedaan op basis van de (nog bestaande) camerabeelden uit de bar en de daarbij behorende registratie van het kassasysteem.

1.19.

Op 1 februari 2019 heeft [naam 1] een bespreking gehad op het hoofdkantoor van China Eastern. Hij heeft daarover schriftelijk verklaard:

“(…)

De meeting heeft plaatsgevonden i.v.m. incorrecte facturering Novotel Amsterdam City. Er zijn meer vouchers (…) gefactureerd aan de klant dan dat er mogelijk uitgegeven kunnen zijn i.v.m. maximaal aantal overnachtingen/personen die recht hebben op een voucher. Dit heeft geresulteerd in een verschil van meer dan €3.000,- op de factuur. (…) Daarop volgend heeft hij de vouchers nogmaals gecheckt waarbij hij heeft te aangeven dat een aantal handtekeningen mogelijk frauduleus zijn. Omdat deze door een niet Chinees afkomstig persoon getekend zijn, hij heeft dit gedetecteerd omdat de tekst niet officieel chinees was. Vermoeden van klant is dat dit door een westers iemand gemaakt moet zijn. (…)”.

1.20.

Accor heeft vervolgens vastgesteld dat (een aantal) ingevulde kamernummers op de vermeende frauduleuze China Eastern vouchers niet overeenkomen met daadwerkelijke boekingen van China Eastern gasten. Verder heeft zij vastgesteld dat vouchers zijn afgetekend zonder dat daarop de gegevens van de klant waren ingevuld.

1.21.

Accor heeft onderzoek gedaan naar de handelswijze van het barpersoneel en daarbij de camerabeelden van de bar en de digitale kassa-informatie op het zelfde tijdstip ernaast gelegd. Daarbij heeft zij vastgesteld dat:

– [verzoekster] op 23 januari 2019 om 23.25 uur een glas bier ter waarde van € 5,00 serveert aan een gast en dat de gast direct contant betaald. [verzoekster] slaat het bier aan op de kassa, maar drukt direct op correctie, waardoor het bier niet als omzet in de kassa wordt geregistreerd. Het geld doet [verzoekster] in de kassalade van de rechter kassa.

– [verzoekster] op 24 januari 2019 om 19.46 uur een bestelling van een klant serveert en geld ontvangt van de gast. Zonder de bestelling op de kassa aan te slaan stopt zij het geld in de kassalade.

– [verzoekster] op 24 januari 2019 om 22.19 uur geld ontvangt van een gast. Zonder de bestelling op de kassa aan te slaan, stopt zij het geld in de kassalade.

– [verzoekster] op 24 januari 2019 om 22.28 uur een drankje aan een klant serveert en geld ontvangt van de gast. Zonder de bestelling op de kassa aan te slaan, stopt zij het geld in de kassalade.

– [verzoekster] op 25 januari 2019 om 00.33 uur een bestelling van een klant ter waarde van € 6,75 serveert en geld ontvangt van de gast. Zij slaat het drankje aan op de kassa, maar drukt daarna meteen op correctie, waardoor het drankje niet als omzet in de kassa wordt geregistreerd. Het geld doet zij in de kassalade.

1.22.

De vijf vaste barmedewerkers zijn vervolgens uitgenodigd voor een gesprek met [naam T&C manager] (T&C Manager), [naam 1] en [naam 2] (HR Business Partner) van Accor.

1.23.

[persoon 2] , vaste barmedewerkster, heeft op 4 februari 2018 aan hen schriftelijk en ondertekend verklaard:

“(…) Je verklaart tenslotte dat de feiten zoals wij ze opsommen correct zijn en dat er volgens jou een betrokkenheid is van het gehele barteam. Je geeft voor jezelf aan dat de truc met het niet aanslaan van dranken al langer wordt toegepast. Zeker sinds de splitsing van de lounge met de bar (medio 2018) wordt dit actief en door alle leden van het bar team toegepast. Over de truc met de vouchers van China Eastern geef je aan dat dit jouw persoonlijk te ver ging en dat je je hiervan distantieert. Je hebt in het algemeen bekend dat het gehele team zich schuldig heeft gemaakt aan het toe-eigenen van eigendommen van Accorinvest. (…)”

1.24.

Ook is [naam 6] van [naam bureau] ingeschakeld om nader onderzoek te verrichten. Aan hem heeft [persoon 2] op 8 februari 2019 schriftelijk verklaard: “(…) De feiten waarover wij hier praten zijn eigenlijk al lang gaande. Toen ik bij het Novotel begon met werken werd er al gerommeld met de welkomsvouchers. Als een voucher werd aangenomen dan werd er niets op de achterzijde geschreven. Als er dan een klant cash betaalde dan werd dat bedrag in de kassa gedaan en op de achterzijde van de welkomstvoucher die in feite ongebruikt was geschreven wat die klant gebruikt had, Op die wijze kwam er een geld overschot in de kassalade. Aan het eind van de dienst werd dat verdeeld.

Het is te een omvang gekomen als wat jullie nu zien door twee zaken. Allereerst werd [persoon 1] hoofd bartender en kreeg bevoegdheden om dingen te kunnen aanpassen in het kassasysteem en daarnaast werd van hogerhand het restaurant op een bepaalde tijd gesloten waardoor wij de fooi die wij kregen met meer collega’s moest delen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat wij voor de groep bartenders meer zogenaamde “fooi” in de kassa gingen creëren. Wat er feitelijk speelt is dat wij een overschot aan cash in de kassa maken en die dan aan het einde van de dienst onder elkaar verdelen. Ik weet dat dat steeds meer en meer is gaan worden. (…)

Wie de kassa aan het eind van de dienst telt staat nooit vast. Een collega telt, de ander gaat schoonmaken. (…) De envelop met de “extra” fooi wordt gewoon door degene die telt afgegeven aan de collega’s van het bar team. (…)

Het overschot aan geld in de kassalade werd op verschillende manieren gecreëerd. Het gebeurde met terugboekingen, splitsen van tafels en dan vouchers koppelen aan een betaling zonder dat die feitelijk waren ingeleverd. Er was geen onderlinge afspraak hoe wij zaken zouden doen. Als er cash binnenkwam dan keek iemand naar een manier om dat als overschot in de kassalade te maken. Als u vraagt wie erg actief daarmee waren dan gaat dat vooral om [persoon 1] en [persoon 3] . Als ik met hen werkte dan deed ik nagenoeg niets omdat ik dan toch wel wist dat er voldoende overschot in de kassalade kwam.

U vraagt of wij onderling erover gesproken hebben wat wij zouden doen als deze zaken zouden uitkomen. Wij zouden dan ontkennen, maar het kon niet uitblijven dat dit ontdekt zou gaan worden. (….) Ik vind dat je gewoon moet uitkomen voor wat er gebeurd is en daarom vertel ik het verhaal aan u.

(…) Wat wij gedaan hebben is gegroeid. Het lichtelijk gesjoemel met de welkomstvoucher was er altijd al. De laatste twee tot drie maanden is het echt behoorlijk uit de hand gaan lopen. De komst van de vouchers van China Eastern zijn toen gekomen. (…)

U vraagt mij of ik iets fout heb gedaan. Dit is absoluut het geval. Ik heb door deze handelingen heel veel extra geld ontvangen waar ik geen recht op had. Novotel is hierdoor behoorlijk benadeeld. (…)”

1.25.

Ook [verzoekster] is door Accor op 4 februari 2019 geïnterviewd. Accor heeft daarvan een verslag opgemaakt, waarin onder meer is vermeld:

“(…) Op onze vraag of je enig idee hebt waarom dit gesprek plaats vindt, geef je aan dat je geen idee hebt van waar het over gaat. (...)

2. Memo fooien

(…) Je geeft aan dat je de memo hebt gelezen en er mondeling van hebt gehoord. Je bent ervan op de hoogte dat de tips in de pot moeten. Soms vergeet je dit of stop je het in de kassa omdat er geen kleingeld in zit. (…)

3. Donderdag 24 januari

(…) Hierop geef je aan dat je je niet kunt herinneren hoeveel fooi er die dag is behaald. Je denkt dat het meer dan 20 euro was. Maar zeker niet meer dan 100 euro. Fooi van meer dan 100 euro is nooit voorgekomen. (…) Gemiddeld denk je dat er soms 40-50 euro wordt behaald. En soms iets meer soms iets minder. (…)

[verzoekster] [ [verzoekster] , ktr] geeft aan dat ze altijd alles aanslaat. [verzoekster] geeft aan niet te weten hoe ze iets moet cancelen in het systeem. (…) Ze zegt vervolgens dat ze geen bier aanslaat op een andere product code. Ze geeft aan dat dit per ongeluk is gebeurt, dit doet ze niet bewust.

Ze geeft aan altijd alles aan te slaan. (…) Bij het schetsen van de feiten geeft [verzoekster] aan dat dit niet kan. Zij ontkent dit maar geeft aan altijd alles aan te slaan. (...)

4. Vouchers

(…) Ze geeft aan dat van de vouchers geen idee te hebben en zich dit niet kan herinneren. (…)
5. Niet aanslaan van dranken
Op de camerabeelden is te zien dat je een biertje uitserveert, maar niet aanslaat en wel geld in de kassa stopt. Je hebt geen verklaring voor deze gebeurtenis.”.

1.26.

Op 8 februari 2019 is [verzoekster] door [naam 6] geïnterviewd. In het schriftelijk verslag daarvan is onder meer vermeld:

“(…) Ik heb mij dus niet aan iets schuldig gemaakt wat niet door de beugel kan. Ik snap dat u zegt dat er een aantal dingen, zoals het cancelen van bonnen, vreemd overkomt, maar ik heb niet bewust iets fout gedaan. Nadat wij maandag de gesprekken hebben gehad, hebben wij met de collega’s bij elkaar gezeten om te praten wat er nu eigenlijk aan de hand was. We wisten niet waar het omging. We hebben de zaak gewoon besproken over hoe de avond gelopen was en daarna zijn wij naar huis gegaan. (…)”.

1.27.

Na de interviews zijn de China Eastern vouchers gecontroleerd en daarbij is vastgesteld dat bij sommige vouchers een andere, grotere, datumstempel is gebruikt dan dat de Front Office gebruikt op het moment dat zij vouchers uitgeeft.

1.28.

In de kluis van [persoon 2] is een stapel blanco China Eastern vouchers aangetroffen.

1.29.

Bij brief en e-mailbericht van 13 februari 2019 bevestigd Accor het ontslag op staande voet. Daarin is onder meer vermeld:

“(…) u [bent] willens en wetens (…) afgeweken van de geldende regels en daarmee contante kassaoverschotten weggenomen van Novotel City Amsterdam. Concluderend moet voor u dus duidelijk zijn geweest dat uw gedragingen onacceptabel zijn en logischerwijs in strijd met het fooienbeleid van Novotel Amsterdam City. Overigens is het voor ons duidelijk dat ook zonder de genoemde passage uit het fooienbeleid uw gedragingen in het reguliere verkeer kwalificeren als volstrekt onacceptabel en zelfs strafbaar zijn. (…)

Wij rekenen u aan dat u tijdens het gesprek van 4 februari jongstleden klaarblijkelijk heeft gelogen. In ieder geval ervoor heeft gekozen om geen openheid van zaken te geven. Daarnaast heeft u uw collega’s een hand boven het hoofd gehouden en hebben wij vernomen dat, hoewel uitdrukkelijk door ons is verzocht de inhoud van het gesprek van 4 februari jongstleden voor uzelf te houden, u over de gesprekken die op die datum zijn gevoerd, gesproken heeft.

Uw handelswijze heeft er daarnaast voor gezorgd dat er voor (nieuwe) werknemers een onveilige sfeer is gecreëerd waarin werd uitgedragen dat werken binnen de bar eveneens betekende meedoen aan het oneigenlijk ontnemen van de “fooien”. Mede door uw handelswijze heeft u bijgedragen aan een onveilige werkomgeving. E.e.a. heeft zelfs geleid tot opzegging van een werknemer die niet mee wenste te werken aan het oneigenlijk ontnemen van de ‘fooien’. Ook dit rekenen we u aan. (…)”

1.30.

[persoon 1] , [persoon 3] , [persoon 2] en [persoon 4] zijn ook op 8 februari 2019 op staande voet ontslagen.

1.31.

Op 27 maart 2019 heeft [naam hotelmanager] , hotelmanager, namens Accor bij de politie aangifte gedaan van verduistering door de vaste barmedewerkers van Accor, te weten [verzoekster] , [persoon 1] , [persoon 3] , [persoon 2] en [persoon 4] .

1.32.

[persoon 1] en [persoon 4] hebben los van elkaar net als [verzoekster] een verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding en een gefixeerde schadevergoeding ingediend, waarbij zij eveneens berusten in het ontslag op staande voet. Deze verzoekschriften zijn voorafgaand aan respectievelijk tegelijkertijd met de mondelinge behandeling van deze zaak door deze kantonrechter behandeld. [verzoekster] en haar gemachtigde waren daarbij (deels) aanwezig.

Geschil

2. [verzoekster] verzoekt voor recht te verklaren dat door Accor aan de opzegging van de arbeidsovereenkomst geen dringende reden is gelegd, om haar een billijke vergoeding toe te kennen van € 35.107,50 bruto en een gefixeerde schadevergoeding van € 2.544,50 bruto, alles vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten.

3. [verzoekster] stelt hiertoe dat zij onterecht en zonder dringende reden is ontslagen.

4. Accor verweert zich tegen het verzoek. Op de stellingen van partijen wordt hieronder voor zover van belang nader ingegaan.

Beoordeling

5. Hoewel [verzoekster] het niet eens is met het ontslag op staande voet, berust zij daarin. Aan de orde is de vraag of Accor dit ontslag onterecht heeft gegeven en als dit zo is, wat voor vergoeding zij daarvoor is verschuldigd.

6. Onbetwist is gebleven dat in 2018 het restaurant is samengevoegd met de bar en dat de fooi vanaf dat moment ook over de restaurantmedewerkers moest worden verdeeld. De hoogte van de fooi is daardoor teruggelopen. Vaststaat dat op 30 januari 2019 een medewerker van het restaurant bij Accor heeft gemeld dat het barpersoneel met grote bedragen fooi goochelde en drankjes niet aansloeg op de kassa. Verder staat vast dat China Eastern op 1 februari 2019 bij Accor heeft gemeld dat valse vouchers zijn ingediend. Accor heeft daarop onderzoek gedaan. Tijdens dat onderzoek heeft [persoon 2] (één van de vijf vaste barmedewerkers) verteld dat de vaste barmedewerkers samen de fooi kunstmatig hoog hielden door contant betaalde drankjes niet aan te slaan en/of (zelf uitgegeven) vouchers in te dienen. In de kluis van [persoon 2] is vervolgens een stapel blanco China Eastern vouchers aangetroffen. Accor heeft verder aan de hand van de kassagegevens en de gelijktijdige camerabeelden geprobeerd de handelingen van [verzoekster] achter de bar op 23 en 24/25 januari 2019 te construeren. Daaruit volgt in ieder geval dat [verzoekster] meerdere malen geld ontvangt van gasten en dit geld zonder dat in de kassa op dat moment omzet wordt geregistreerd in de kassalade doet.

7. Het is de kantonrechter ambtshalve uit de procedures van [persoon 1] en [persoon 4] verder bekend dat Accor ook camerabeelden van de andere vaste barmedewerkers heeft vergeleken met de kassagegevens. Daaruit blijkt onder meer dat ook [persoon 4] contant geld heeft ontvangen van een gast en in de kassalade heeft gedaan, terwijl op de kassa (op dat moment) geen omzet is geregistreerd. Hij sloeg, net als [verzoekster] , een drankje aan op de kassa, maar drukte daarna direct op correctie, waardoor dit drankje niet bij de omzet werd geteld. Verder zijn er camerabeelden van [persoon 3] tijdens het opmaken van de kassa aan het einde van de avond, waarbij hij grote bedragen contant geld in fooi-enveloppen doet.

8. Bij dit alles staat voorop dat het barpersoneel de fooi niet altijd in de fooienpot deed en standaard het overschot van de kassa-inhoud aan het einde van de avond (naast de inhoud van de fooienpot) bestempelde als fooi. Dit is dan ook de reden geweest voor Accor om het personeel op 5 november 2018 en op 25 januari 2019 uitdrukkelijk te instrueren om de fooi niet in de kassalade te doen, maar in de fooienpot. Bij die werkwijze is immers duidelijk, ook als een kassa- of telfout is gemaakt, of het geld is ontvangen als betaling aan Accor (omzet) of als fooi voor het personeel.

9. Desondanks, zo heeft [verzoekster] verklaard, hebben zij en haar collega’s hun werkwijze niet aangepast en bleven zij de fooi (ook) in de kassalade doen en het kassaoverschot tussen hen verdelen als fooi. [verzoekster] stelt dat dit nodig was omdat anders het kleingeld verdween in de fooienpot en het dan te lang zou duren om gasten hun wisselgeld terug te geven. Gesteld noch gebleken is echter dat [verzoekster] het door haar genoemde wisselgeldprobleem aan haar leidinggevende heeft gemeld, noch dat zij heeft gemeld daarom aan de fooi-instructie geen gehoor te geven.

10. Door deze werkwijze tegen de instructies in voort te zetten bleef in ieder geval de mogelijkheid bestaan dat een betaald bedrag aan Accor bij niet juiste registratie op de kassa aan het einde van de avond onterecht werd bestempeld als fooi voor het personeel. Als komt vast te staan dat het barpersoneel opzettelijk zorgde voor een niet juiste registratie op de kassa, wordt met Accor geconcludeerd dat het aanmerken van het kassa-overschot als fooi aan het einde van de avond kwalificeert als diefstal/verduistering en grond is voor ontslag op staande voet. De vraag is dan ook of de barmedewerkers opzettelijk zorgden voor een onjuiste registratie van het kassasysteem, waardoor een kassa-overschot ontstond dat onterecht werd aangemerkt als fooi en onder de medewerkers van de avond werd verdeeld.

11. [verzoekster] betwist, voor zover dit al het geval is geweest, hiervan iets te hebben geweten. Zij voert aan dat als zij al een drankje niet direct heeft aangeslagen, zij dat later, als het minder druk was, alsnog heeft aangeslagen op de kassa of dat dit per ongeluk niet is gebeurd. Zij betwist verder iets te hebben geweten over fraude met vouchers.

12. In het licht van de gegeven omstandigheden is het echter ongeloofwaardig dat [verzoekster] , zelfs als zij niet actief zou hebben meegedaan, niet ervan op de hoogte was dat “fooi” moedwillig werd gecreëerd. Voldoende staat immers vast dat in ieder geval twee van de vijf vaste barmedewerkers hieraan hebben meegedaan. [persoon 2] heeft dit zelf verklaard en daarnaast is onbetwist gebleven dat op de camerabeelden te zien is dat [persoon 3] grote bedragen fooi in enveloppen stopt, hij ook op staande voet is ontslagen en dat hij zich daarbij heeft neergelegd. [verzoekster] heeft bovendien niet weersproken dat [persoon 3] actief het bedrag aan fooien heeft verhoogd. Nu het vaste barpersoneel verder in wisselende samenstelling met twee of drie personen per dienst werkte, zij allemaal met dezelfde kassa’s werkten, gezamenlijk de verschillende tafels bedienden, allemaal bevoegd waren om de kassa aan het einde van de dienst op te maken en zij dit ook allemaal hebben gedaan, wordt geconcludeerd dat de samenwerking tussen het vaste barpersoneel zo nauw is geweest dat het onvoorstelbaar is dat [verzoekster] het frauduleuze handelen van haar collega’s niet heeft opgemerkt en niet ervan heeft geweten. Bovendien hebben [persoon 2] en de restaurantmedewerker verklaard dat het hele personeel hiervan op de hoogte was en eraan meewerkte. Verder werd de fooi iedere avond over het werkend personeel verdeeld, zodat [verzoekster] gemerkt moet hebben dat de verdeelde fooi (aanzienlijk) hoger was dan het door de gasten (gemiddeld) betaalde bedrag aan fooi. Het had dan op haar weg gelegen om hierover vragen te stellen bij haar collega’s. Nu zij dit niet heeft gedaan en wel profiteerde van de hogere fooi, wordt geconcludeerd dat [verzoekster] , ook als zij niet actief heeft meegewerkt aan het creëren van kassaoverschot, hiervan op de hoogte moet zijn geweest en daarvan de vruchten heeft geplukt. Ook in dat geval is het ontslag op staande voet terecht gegeven.

13. Daarbij geldt dat [verzoekster] geen plausibele verklaring heeft gegeven voor de met de camera geregistreerde handelingen, waarbij zij drankjes van contant betalende gasten een aantal keren wel aansloeg op de kassa, maar daarna direct corrigeerde, zodat deze niet bij de omzet werden opgeteld. Zonder verklaring kan die handelswijze niet anders worden geïnterpreteerd dan dat ook zij zich schuldig heeft gemaakt aan moedwillig “creëren van extra fooi”. In ieder geval kan haar stelling dat ze vergeten is om drankjes aan te slaan niet worden gevolgd, nu zij deze immers wel heeft aangeslagen.

14. De verzoeken van [verzoekster] worden dan ook afgewezen en zij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de verzoeken af;

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Accor begroot op € 480,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de dag van deze beschikking;

veroordeelt [verzoekster] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [verzoekster] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, kantonrechter en op 28 mei 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.