Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:4014

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-05-2019
Datum publicatie
24-07-2019
Zaaknummer
C/13/664881 / HA RK 19-135
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking rechter-commissaris op het verzoek tot vaststelling loon van benoemde vereffenaar van nalatenschap; uitgangspunten met betrekking tot vereffening en taken van vereffenaar; vergoedingssystematiek recofa-richtlijnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2019/247
ERF-Updates.nl 2019-0182
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/664881 / HA RK 19-135

Beschikking van de rechter-commissaris van 29 mei 2019

Op het verzoek tot vaststelling loon vereffenaar ontvangen ter griffie op 12 april 2019 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam vereffenaar]

in hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [naam erflater] (hierna: de nalatenschap respectievelijk erflater),

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] .

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1.1.

Ingevolge het bepaalde in artikel 4:206 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in verbinding met artikel 4:208 lid 2 onder a BW heeft een door de rechter benoemde vereffenaar recht op het loon.

1.2.

De rechter-commissaris stelt het volgende voorop wat betreft de vereffening en de taken van de vereffenaar. Waar uitgangspunt van de wet is dat een nalatenschap informeel wordt vereffend, dient in bepaalde gevallen, waaronder het onderhavige geval dat door de rechtbank een vereffenaar is benoemd, de vereffening overeenkomstig de regels van de wettelijke vereffening (afdeling 4.6.3 van het Burgerlijk Wetboek) plaats te vinden. De wettelijke vereffening strekt met name tot bescherming van de schuldeisers. De vereffenaar heeft dan ook, net als overigens de executeur, als (primaire) taak de schulden van de nalatenschap te voldoen (Hoge Raad 17 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3643, NJ 2013/488) en dient aan de, mede voor de vervulling van deze taak geldende, voorschriften van afdeling 4.6.3 te voldoen, zoals het opmaken van een (onderhandse of notariële) boedelbeschrijving, het oproepen van schuldeisers, het neerleggen van een lijst van vorderingen en van een rekening en verantwoording. In voorkomende gevallen kan met een zogenaamde ‘lichte’ vereffening (artikel 4:221 BW) worden volstaan, bijvoorbeeld omdat de voldoening van de schuldeisers is gewaarborgd.

1.3.

Voorts is een door de rechter benoemde vereffenaar, als vertegenwoordiger van de erfgenamen, op grond van artikel 72 lid 2 van de Successiewet 1956, gehouden tot al de bij die wet aan erfgenamen opgelegde verplichtingen.

1.4.

Wanneer de schuldeisers zijn voldaan, dan rust op de vereffenaar uitsluitend

de taak om de nalatenschap gereed te maken voor verdeling en een eventueel overschot af te geven (Gerechtshof Den Haag, 14 maart 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:767).

1.5.

Voor de vaststelling van het loon van de vereffenaar is in de door de Expertgroep Erfrecht van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel, Kanton en Toezicht (LOVCK&T) ontwikkelde en op rechtspraak.nl gepubliceerde Richtlijnen vereffening nalatenschappen aansluiting gezocht bij in de wet geregelde overeenkomstige gevallen, zoals de beloning van een curator in een faillissement, zoals nader geregeld in de zogenaamde Recofa-richtlijnen. Deze richtlijnen worden in faillissementszaken door de rechtbanken tot uitgangspunt genomen bij de vaststelling van het salaris van curatoren. De wetgever heeft bij de vereffening van nalatenschappen op meer plaatsen verwezen naar de Faillissementswet. Op grond daarvan kan voor de vaststelling van het loon van de vereffenaar aansluiting worden gezocht bij de beloning van de curator conform de Recofa-richtlijnen.

1.6.

De Recofa-richtlijnen, die dus zien op het salaris van de curator in faillissementen, kennen de volgende vergoedingssystematiek. Het uurtarief is voor de curator en diens kantoorgenoten afhankelijk van hun ervaring (artikel 6.4 sub a e.v.), en voor medewerkers die geen advocaat zijn, van hun relevante ervaring in combinatie met hun opleiding (artikel 6.4 sub d). Waar voorheen bij de berekening van het salaris ook een boedelfactor werd gehanteerd, is die onder de huidige Recofa-richtlijnen komen te vervallen. Wel kan de rechter-commissaris (nog steeds) in bijzondere gevallen op verzoek een afwijkend uurtarief toekennen, bijvoorbeeld vanwege de omvang, complexiteit of maatschappelijke impact van een faillissement (artikel 6.4 onder c).

1.7.

Voorts is in de Recofa-richtlijnen bepaald dat de curator de werkzaamheden in het faillissement, met inachtneming van de moeilijkheidsgraad daarvan, zodanig over hemzelf, zijn kantoorgenoten en de faillissementsmedewerkers verdeelt dat deze werkzaamheden tegen het laagst mogelijke uurtarief worden verricht (artikel 6.4 onder g).

1.8.

Salaris, waaronder een voorschot daarop, kan alleen worden verzocht op basis van een gespecificeerde registratie van de daadwerkelijk aan het faillissement bestede tijd, waarbij de tijdregistratie in elk geval wordt gespecificeerd naar datum, de soort van werkzaamheid en medewerker die de werkzaamheid heeft verricht (artikel 6.1 en 6.2 Recofa-richtlijnen).

1.9.

De kantonrechter of indien - zoals in dit geval - benoemd, de rechter-commissaris, heeft een toezichthoudende functie taak met betrekking tot de vereffening van de nalatenschap.

1.10.

Met betrekking tot de onderhavige vereffening wordt voorts het volgende vooropgesteld. Het gaat hier om een onbeheerde nalatenschap van een erflater die ten tijde van zijn overlijden ongehuwd was, niet was geregistreerd als partner in de zin van het geregistreerd partnerschap en geen nakomelingen heeft nagelaten. Uit onderzoek is gebleken dat op grond van de wet een groot aantal personen erfgenaam is in de nalatenschap, te weten 112. Tegen een andere persoon, die erflater in de laatste jaren van zijn leven heeft verzorgd, zijn procedures gevoerd over diens beweerdelijke hoedanigheid van erfgenaam in de nalatenschap, over diens aanspraak op schadevergoeding voor door hem gestelde inspanningen in de maanden na het overlijden van erflater, en over overschrijvingen naar diens bankrekening bij leven van erflater.

1.11.

Tegen deze achtergrond wordt ten aanzien van het verzoek van [naam vereffenaar] het volgende overwogen.

1.12.

Bij het verzoek is een urenspecificatie gevoegd. Allereerst valt op dat het in het verzoek genoemde totaalbedrag aan loon en kosten verschilt van het bedrag dat volgt uit de urenspecificatie. Desgevraagd heeft [naam vereffenaar] bericht dat het laatstgenoemde bedrag juist is.

1.13.

Verder springt in het oog dat in de urenspecificatie telkens een uurtarief van € 212 wordt gehanteerd, terwijl bij het eerdere verzoek van [naam vereffenaar] tot vaststelling van (een voorschot op) het loon met betrekking tot deze nalatenschap (beschikking 19 januari 2017), dat betrekking had op werkzaamheden in de periode van 25 november 2015 tot en met 16 november 2016, telkens een uurtarief variërend van € 90 tot maximaal € 115 werd gehanteerd. Desverzocht heeft [naam vertegenwoordiger] over dit verschil bericht dat [naam vereffenaar] bij het eerdere verzoek niet bekend was met de Recofa-richtlijnen, en om die reden bij dat verzoek haar eigen uurtarief heeft gehanteerd. Omdat [naam vereffenaar] later, in een vergelijkbare, andere zaak door de rechtbank (sector kanton) is verzocht de Recofa-richtlijnen te hanteren, leek het [naam vereffenaar] juist om dat in dit geval ook te doen.

1.14.

Hoewel de door [naam vereffenaar] doorgevoerde sterke verhoging van het uurtarief in een en hetzelfde dossier opmerkelijk te noemen is, is het hogere gehanteerde uurtarief van [naam vereffenaar] nog steeds in overeenstemming met het basisuurtarief voor het jaar 2016 zoals dat geldt ingevolge de hiervoor besproken Recofa-richtlijnen. Ook voor het overige is het verzoek gedaan met inachtneming van deze richtlijnen. Weliswaar is een groot aantal uren besteed aan de vereffening, maar dat vindt zijn verklaring en rechtvaardiging in het grote aantal erfgenamen, die steeds op de hoogte zijn gehouden van het verloop van de vereffening. Bovendien heeft [naam vereffenaar] ook de vragen van individuele erfgenamen die van deze berichtgeving het gevolg waren, steeds netjes beantwoord. Uit de urenspecificatie kan worden afgeleid dat de genoemde werkzaamheden zijn verricht en daarnaast ook welke overige werkzaamheden in de periode van 17 november 2016 tot en met 29 maart 2019 ten behoeve van de vereffening zijn verricht in de afwikkeling van de nalatenschap van erflater, door wie (door welke medewerker van de vereffenaar), en wat diens ervaringsniveau is, blijkens een gehanteerde ervaringsfactor. Deze werkzaamheden en de hieraan bestede tijd komen de rechter-commissaris, gezien het uitzonderlijk grote aantal erfgenamen in de nalatenschap en de bovengemiddelde tijdsbesteding die dit aantal met zich brengt, redelijk voor.

1.15.

In aanvulling op het reeds vastgestelde voorschot, zal het loon van de vereffenaar in het licht van het voorgaande, overeenkomstig het verzoek van de vereffenaar, worden vastgesteld op een totaalbedrag van € 23.292,42 exclusief btw.

BESLISSING

De rechter-commissaris

stelt het loon van de vereffenaar over de periode van 17 november 2016 tot en met 29 maart 2019 vast op € 23.292,42 exclusief btw.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Dudok van Heel, rechter-commissaris, bijgestaan door mr. P.C.N. van Gelderen, griffier, en uitgesproken op 29 mei 2019.