Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3898

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2019
Datum publicatie
06-06-2019
Zaaknummer
13/654107-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Tbs, verlengen termijn met twee jaren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/654107-14

Beslissing op de ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 25 januari 2019 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1969,

thans verpleegd in [instelling] ,

die bij vonnis van deze rechtbank van 25 februari 2015 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikkingstelling laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank van 15 maart 2017 voor de tijd van twee jaren werd verlengd.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaren.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het op 2 januari 2019 op grond van artikel 509o, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaar, alsmede de daarbij overgelegde aantekeningen;

  • -

    de op 23 januari 2019 en 1 december 2018 op grond van artikel 509o, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering opgemaakte adviesrapporten van de psycholoog P.K. Kristensen en de psychiater E.D.M. Masthoff, beiden niet verbonden aan de instelling waarin de terbeschikkinggestelde wordt verpleegd, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaren.

De rechtbank heeft op 11 maart 2019 de officier van justitie mr. S. Sondermeijer, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. M. Heikens, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [persoon] (hoofd behandeling), verbonden aan [instelling] , ter openbare zitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan genoemd advies van [instelling] wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Kernproblematiek

Betrokkene functioneert op een licht zwakzinnig niveau. Er is sprake van een schizofreen toestandsbeeld, zeer waarschijnlijk gefaciliteerd door veelvuldig en langdurig drugsgebruik. Bij overbelasting, omdat hij dingen niet begrijpt, schiet hij door en krijgt hij minder grip op de werkelijkheid. Er is daarnaast sprake van een stoornis in cannabis (ernstig) gebruik en cocaïne (licht) gebruik. Op sociaal emotioneel niveau lijkt betrokkene te functioneren op het niveau van een 3 à 5 jarige

Behandelverloop en risicotaxatie

Betrokkene is op 24 april 2015 opgenomen binnen [instelling] . Betrokkene verbleef tot oktober 2018 op een gesloten behandelafdeling voor patiënten met een licht verstandelijke beperking. In oktober is hij overgeplaatst naar de pre-resocialisatie afdeling [naam] , binnen de muren van de kliniek. De overgang heeft betrokkene goed gedaan. Hij laat zien dat hij goed om kan gaan met eigen verantwoordelijkheid en de minder intensieve begeleiding. Wel moet híj nog af en toe aangespoord worden om zijn kamer schoon te maken of zichzelf te douchen. Betrokkene neemt actief deel aan de vaardigheidstrainingen en therapie. Zorgelijk is dat betrokkene recent aangegeven heeft dat hij in de toekomst weer wil gaan blowen en hier de gevaren niet van inziet. Ook heeft hij er twijfels bij of hij de medicatie de rest van zijn leven nodig zal hebben. Dit is steeds een gespreksonderwerp binnen de behandeling. Betrokkene heeft een beperkt onbegeleid verlofkader. Momenteel vinden de verloven van betrokkene vooral semi-begeleid plaats. Op dit moment is het nog niet verantwoord genoeg om uitbreiding aan te vragen. Alvorens dit te kunnen doen is het belangrijk dat betrokkene op een veilige manier deel kan nemen aan het verkeer. Om wel verder te kunnen met hem in de onbegeleide verloven, lijkt het hoogst haalbare om betrokkene wegwijs te maken in het openbaar vervoer en dat hij veilig als voetganger deel kan nemen aan het verkeer. De verwachting is dat de uitbreiding van de verloven heel langzaam en voorzichtig opgebouwd dient te worden.

Koers en advies

Er wordt geen reden tot een lange intramurale behandeling binnen de TBS kliniek gezien, wel wordt het belang van een blijvende zorgprothese aangegeven. Voor de langere termijn is 24 uurszorg in een LVG zorginstelling geïndiceerd. Het is van belang dat hij blijvend abstinent is van drugs en dat hier langdurig toezicht/controle op is. Ook op lange termijn zal bewindvoering noodzakelijk zijn. In het meest gunstige geval is het de verwachting dat, mits er een geschikte vervolgvoorziening gevonden kan worden en betrokkene de fase van begeleid en onbegeleid verlof zonder problemen doorloopt, betrokkene in het najaar van 2019 geplaatst kan worden in de vervolgvoorziening middels een transmuraal verlofkader. Mogelijk is forensische [naam instelling] een optie. Er kan in de loop van 2019 onderzocht worden of betrokkene hier aangemeld kan worden. Later in het traject kan er dan gekeken worden naar een plaatsing in de regio van herkomst, middels transmuraal verlof en later proefverlof. Die verlofstappen wil de kliniek eerst doorlopen, voordat een voorwaardelijke beëindiging aan de orde kan komen. Het traject zal zeker langer dan een jaar in beslag nemen.

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen en de verpleging van overheidswege te continueren.

De deskundige heeft dit advies ter zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.

Aan genoemd adviesrapport van psychiater E.D.M. Masthoff heeft de rechtbank het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

De verstandelijke beperking brengt mee dat betrokkene weinig probleemoplossende vaardigheden bezit. Indien de thans gestabiliseerde schizofrenie zou ontregelen, bijvoorbeeld door stoppen met medicatie en/of drugsgebruik, kunnen er psychotische overschrijdingen terugkeren. Tot slot zou een terugval in drugsgebruik ook kunnen leiden tot oordeels- en kritiekstoornissen en agressieverhogend kunnen werken. Geadviseerd wordt de TBS maatregel te verlengen met twee jaar en de verpleging te continueren.

Aan genoemd adviesrapport van psycholoog P.K. Kristensen heeft de rechtbank het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Geadviseerd wordt de TBS maatregel te verlengen met twee jaar en de verpleging te continueren.

De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven te begrijpen dat een verlenging met 2 jaar wordt gevraagd, maar vindt dit wel erg lang. Namens hem is gevraagd de verlenging de beperken tot 1 jaar om dan te zien hoe het bij [naam instelling] gaat.

De rechtbank is – gelet op het advies, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht – van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren wordt verlengd.

De rechtbank overweegt dat het de bedoeling is dat het verlof van de terbeschikkinggestelde langzaam zal worden uitgebreid waarbij hij eerst een tijdje zal gaan oefenen met het gebruik van een buskaart. Op den duur zal de terbeschikkinggestelde waarschijnlijk worden overgeplaatst naar [naam instelling] waar de tijd moet worden genomen om te ervaren hoe hij met voldoende waarborgen met meer vrijheden om zal gaan. Daarbij is het van belang dat er kleine stapjes worden gezet. De rechtbank ziet geen reden om de verlenging te beperken tot 1 jaar nu de behandeling nog zeker langer dan een jaar in beslag zal nemen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door

mr. R.C.J. Hamming, voorzitter,

mrs. M.E.A. Nijssen en J.I.M. Kuin, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. Bouwhuis, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 11 maart 2019.

.