Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3807

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-05-2019
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
13/751596-16
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Executie-EAB Polen. Verzamelvonnis gewezen nadat het EAB is uitgevaardigd, zodat de in het EAB genoemde vonnissen niet voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn (art. 2 Overleveringswet). Borgsom. Overlevering geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751596-16 (EAB I)

RK nummer: 16/5773

Datum uitspraak: 23 mei 2019

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 augustus 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 18 mei 2016 door the Regional Court in Gdańsk (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1977,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] , [woonplaats] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

Zitting van 25 oktober 2016

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 oktober 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn toenmalige raadsvrouw, mr. S. Splinter, advocaat te Rotterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere informatie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.

Zitting van 19 april 2018

De behandeling is voortgezet op de zitting van 19 april 2018. Op die zitting heeft de huidige raadsman van de opgeëiste persoon, mr. R. Malewicz te Amsterdam, aangevoerd dat de rechtbank te Gdansk op 7 maart 2017 een nieuw verzamelvonnis heeft gewezen. De behandeling is aangehouden om de raadsman in de gelegenheid te stellen een vertaling van het nieuwe verzamelvonnis te verstrekken, en om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen te stellen aan de Poolse justitiële autoriteit.

Zitting van 19 maart 2019

De behandeling van de vordering is voortgezet op de zitting van 19 maart 2019. Gelet op een op voorhand door de raadsman van de opgeëiste persoon ingediend aanhoudingsverzoek heeft de rechtbank toegestaan dat de opgeëiste persoon niet ter zitting aanwezig was. Zijn raadsman, mr. R. Malewicz, was wel aanwezig, evenals de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De behandeling van de zaak is aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere informatie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit ten aanzien van het verzamelvonnis van 7 maart 2017.

Zitting van 9 mei 2019

De vordering is vervolgens behandeld op de openbare zitting van 9 mei 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door mr. R. Malewicz en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag, inhoud en genoegzaamheid van het EAB

Het EAB van 18 mei 2016

In het EAB wordt melding gemaakt van de volgende vonnissen:

  1. een vonnis van het District Court in Ostrołęka van 26 september 2006 (II K 332/04), waarin aan de opgeëiste persoon een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren en 10 maanden is opgelegd. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 8 maanden en 27 dagen;

  2. een verzamelvonnis van het District Court Gdańsk-South in Gdańsk van 9 mei 2007
    (II K 575/06), bestaande uit:

- een vonnis van het District Court Gdańsk van 24 mei 2000 (III K 1592/99)

- een vonnis van het District Court Gdańsk-South van 21 april 2006 (IV K 35/05).

In dit verzamelvonnis is aan de opgeëiste persoon een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaren opgelegd. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 1 jaar en 6 maanden;

een vonnis van het District Court in Gdańsk van 10 december 2003 (IV K 206/03), waarin aan de opgeëiste persoon een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren en 6 maanden is opgelegd;

een vonnis van het District Court in Gdańsk van 10 februari 2005 (IV K 760/02), waarin aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren is opgelegd;

een vonnis van het District Court Gdańsk-South van 29 september 2008 (II K 140/06), waarin aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar en 8 maanden is opgelegd.

De opgeëiste persoon dient bovengenoemde vrijheidsstraffen te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.

Deze vonnissen betreffen de feiten die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Het verzamelvonnis van 7 maart 2017

Op 7 maart 2017 heeft het District Court Gdansk-South een combined judgement gewezen in de zaak II K 1092/16. Uit de vertaling van dit verzamelvonnis blijkt dat de in onderdeel b) van het EAB genoemde vonnissen deel uitmaken van dit verzamelvonnis, naast een aantal andere vonnissen die niet in het EAB vermeld waren. Verder blijkt uit de vertaling van het verzamelvonnis van een hogere gevangenisstraf dan de gevangenisstraf zoals vermeld in het EAB.

De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens dient te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de OLW geformuleerde vereisten. Artikel 2, tweede lid, onder c, OLW schrijft voor dat het EAB de vermelding moet bevatten dat een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis, een aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing bestaat.

Nu in de onderhavige zaak op 7 maart 2017 een verzamelvonnis is gewezen, is dat het vonnis dat ten uitvoer gelegd zal worden. Het verzamelvonnis is gewezen nadat het EAB (op 18 mei 2016) is uitgevaardigd. Dit betekent dat de in het EAB genoemde vonnissen niet langer voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn, zodat de overlevering - wegens ongenoegzaamheid van het EAB - dient te worden geweigerd.

4 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan alle eisen van artikel 2 OLW, dient de overlevering te worden geweigerd.

5 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 49 en 50 OLW.

6 Beslissing

De rechtbank:

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Gdansk (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen die zijn opgelegd wegens de in onderdeel e) van het EAB genoemde feiten.

GELAST, voor zover op dit moment (nog) sprake is van beslag, de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen aan de opgeëiste persoon.

BEVEELT dat de borgsom van € 40.000,- wordt teruggegeven aan de opgeëiste persoon, waarbij de rechtbank verstaat dat deze borgsom wordt geacht (ook) in de zaken met parketnummers 13/751595-16 (EAB II) en 13/751895-16 (EAB III) tot zekerheid van de naleving van de schorsingsvoorwaarden te strekken. De rechtbank merkt hierbij op dat in totaal sprake is van één borgsom van € 40.000,-.


HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie.


Aldus gedaan door

mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en V.V. Essenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp[naam griffier], griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 23 mei 2019.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.