Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3804

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-05-2019
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
13/751140-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB België. Officier van justitie niet-ontvankelijk nu het EAB is ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751140-19

RK nummer: 19/1166

Datum uitspraak: 9 mei 2019

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 februari 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 24 januari 2019 door de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

Zitting van 12 april 2019

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 12 april 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg. De behandeling van de zaak is aangehouden tot de zitting van 9 mei 2019 teneinde de raadsman in de gelegenheid te stellen stukken aan de officier van justitie te verstrekken waaruit zou blijken dat de opgeëiste persoon voor alle in het EAB genoemde pleegdata een alibi zou hebben.

Zitting van 9 mei 2019

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 9 mei 2019. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. Nu officier van justitie mr. N.R. Bakkenes de rechtbank en de raadsman voorafgaand aan de zitting had bericht dat de Belgische onderzoeksrechter het EAB had ingetrokken, zijn de opgeëiste persoon en zijn raadsman niet verschenen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsmandaat bij verstek van

24 januari 2019 door de onderzoeksrechter.

De overlevering werd verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van België strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, aangezien het EAB inmiddels is ingetrokken, zoals blijkt uit een e-mail van 29 april 2019 van de Onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, Afdeling Dendermonde.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB is ingetrokken.

Onder die omstandigheden moet de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

5 Beslissing

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering ex artikel

23 van de Overleveringswet.

De rechtbank stelt vast dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.


Aldus gedaan door

mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en V.V. Essenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van N.M. van Trijp, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 9 mei 2019.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.