Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3802

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2019
Datum publicatie
31-05-2019
Zaaknummer
AMS 18/7310 en AMS 18/7432
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De gemeente Amsterdam heeft een bedrijf dat maaltijdboxen bezorgt terecht twee parkeerboetes gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2020/174 met annotatie van J.K. Lanser
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 18/7310 en AMS 18/7432

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2019 in de zaken tussen

[eiser] , te [woonplaats] , hierna genoemd: [eiser]

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. K.A.G. van Eert).

Procesverloop

In zaak AMS 18/7310:

Bij besluit van 17 mei 2018 (primair besluit 1) heeft verweerder aan [bezorgrestaurant] een naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag) opgelegd.

Bij uitspraak op bezwaar van 3 november 2018 (bestreden uitspraak 1) heeft verweerder het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.

In zaak AMS 18/7432:

Bij besluit van 31 mei 2018 (primair besluit 2) heeft verweerder aan [holding] een naheffingsaanslag opgelegd.

Bij uitspraak op bezwaar van 10 november 2018 (bestreden uitspraak 2) heeft verweerder het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.

In beide zaken:

[eiser] heeft tegen de bestreden uitspraken beroep ingesteld.

Verweerder heeft in beide zaken een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 mei 2019. De zaken zijn gevoegd behandeld. Beide partijen hebben zich ter zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Reden voor de naheffingen

AMS 18/7310

1. Verweerder heeft de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de auto met het kenteken [kenteken] (op naam van (de besloten vennootschap) van [eiser] ) op 12 mei 2018 rond 19:23 uur stil stond ter hoogte van de Chasséstraat 11 in Amsterdam terwijl daarvoor geen parkeerbelasting was betaald.

AMS 18/7432

2. Verweerder heeft aan [eiser] de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de auto met het kenteken [kenteken] (op naam van (de besloten vennootschap) van [eiser] ) op 25 mei 2018 rond 19:35 uur stil stond ter hoogte van de Madurastraat 60 in Amsterdam terwijl daarvoor geen parkeerbelasting was betaald.

Standpunt van [eiser]

3. [eiser] voert in beide zaken aan dat hij geen parkeerbelasting verschuldigd was, omdat in beide gevallen geen sprake was van parkeren, maar van het onmiddellijk lossen van goederen. [eiser] heeft daartoe aangevoerd dat de auto’s bestellingen bezorgden voor zijn [bezorgrestaurant] . En omdat het grote bestellingen waren heeft [eiser] dat, als directeur, in persoon met zijn personenauto (zonder bedrijfsbelettering) gedaan. [eiser] voert aan dat voor de bestelling op 12 mei 2018 twee maaltijdboxen en op 25 mei 2018 tien maaltijdboxen zijn afgeleverd. Een maaltijdbox weegt 1 à 2 kilo waardoor het niet mogelijk is de maaltijdboxen per scooter te vervoeren. [eiser] wijst er op dat hij leasecontracten voor scooters heeft moeten opzeggen, terwijl het voor zijn bedrijf voordeliger zou zijn om de bezorging per scooter te laten verlopen. Deze maaltijdboxen kunnen vanwege hun gewicht en omvang bezwaarlijk anders worden bezorgd dan per auto, aldus [eiser] .

Oordeel van de rechtbank

4. In beide zaken is tussen partijen niet in geschil dat de auto van [eiser] op een fiscale parkeerplek stond en dat geen parkeerbelasting voor de auto is betaald.

5. Op grond van artikel 2, onder a, van de Verordening Parkeerbelastingen 2018 van de gemeente Amsterdam (hierna aangeduid: de Verordening), wordt verstaan onder parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet volgens een wettelijk voorschrift is verboden.

6. Onder onmiddellijk laden en lossen wordt verstaan het bij voortduring inladen of uitladen van zaken van enige omvang of enig gewicht, onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht en gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het moet gaan om zaken van een zodanige omvang of gewicht dat zij niet of bezwaarlijk op een andere wijze dan per voertuig ter plaatse kunnen worden gehaald of gebracht.1 De bewijslast dat sprake is van ‘onmiddellijk laden en lossen, rust, anders dan [eiser] betoogt op degene die zich op deze uitzondering beroept, te weten [eiser] .2

AMS 18/7310

7. In deze zaak heeft [eiser] ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij (grote) maaltijdboxen aan het lossen was twee bestelbonnen voor maaltijdboxen overgelegd voor het adres Baarsjesweg 174hs, met daarbij een (deel van een) schermafbeelding waarop (kennelijk als tijdstip) staat vermeld: ‘18:49’.

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] met de overgelegde bestelbonnen, en de schermafbeelding het ‘onmiddellijk lossen’ onvoldoende aannemelijk gemaakt. Op de bestelbonnen en de schermafbeelding is geen datum vermeld. Evenmin blijkt daaruit dat de bezorging is verricht met de auto met kenteken [kenteken] . Ten tijde van de controle op

12 mei 2018 rond 19:23 uur is niet gebleken van activiteiten die erop zouden kunnen duiden dat [eiser] goederen (maaltijdboxen) aan het lossen was. Op de foto’s van de scanauto die verweerder heeft overgelegd zijn immers geen laad- of losactiviteiten te zien.

AMS 18/7432

9. In deze zaak heeft [eiser] ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij maaltijdboxen aan het lossen was een factuur overgelegd, waarop tweemaal ‘Geleverde maaltijden’ is vermeld met de datum 25-05-2018. Het factuuradres is Madurastraat 38 te Amsterdam. Ook in dit geval is op de scanfoto’s geen laad- of losactiviteit bij de auto te zien. Uit de factuur blijkt verder niet dat de bezorging met de auto met kenteken [kenteken] is uitgevoerd.

In beide zaken

10. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de maaltijdboxen van zodanig gewicht en omvang waren dat zij niet of bezwaarlijk op andere wijze dan per voertuig ter plaatse konden worden gebracht. Wat betreft het gewicht van een maaltijdbox heeft [eiser] , onder verwijzing naar een foto in de beroepschriften, gesteld dat een maaltijdbox 1 à 2 kilogram weegt. Op deze foto zijn acht dozen te zien met daarop de tekst ‘dagverse ribs’ met op de zijkant onder andere de tekst ‘voorbereiding’ en ‘bereiding’, met bovenop een sticker met een bedrag. Nog daargelaten dat een gewicht van 1 a 2 kilogram op zichzelf genomen onvoldoende is om aan te nemen dat een maaltijdbox hierdoor niet of bezwaarlijk op een andere wijze dan per voertuig vervoerd kan worden, valt op grond van deze foto’s niet uit te sluiten dat dit de dozen betreft zoals ze bij [eiser] worden aangeleverd en niet de maaltijdboxen zoals [eiser] die aan zijn klanten uitlevert. [eiser] heeft het gestelde gewicht ook niet nader onderbouwd. Dat een (gevulde) maaltijdbox zoals deze aan de klant wordt uitgeleverd een gewicht heeft van 1 à 2 kilogram is dus niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank acht ten slotte de omstandigheid dat [eiser] de leasecontracten heeft opgezegd op zichzelf genomen, onvoldoende om hem te volgens in zijn standpunt dat de maaltijdboxen vanwege hun omvang of gewicht niet bezwaarlijk op een andere wijze dan per voertuig vervoerd konden worden.

Conclusie

11. De voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat verweerder terecht de naheffingsaanslagen heeft opgelegd nu niet is gebleken van het onmiddellijk lossen van goederen en dus sprake was van parkeren waarvoor parkeerbelasting verschuldigd is. De beroepen zijn ongegrond. [eiser] krijgt dus geen gelijk. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Reichert, rechter, in aanwezigheid van mr. A.G. Sijbrands, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:445).

2 Uitspraak van het Hof Amsterdam van 10 oktober 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:4313).