Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3709

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-05-2019
Datum publicatie
03-07-2019
Zaaknummer
7629731
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen terecht ontslag op staande voet. Desondanks gelet op specifieke omstandigheden van het geval geen billijke vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0729
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton
zaaknummers: 7614141 EA 19-202 en 7629731 EA 19-222

beschikking van: 29 mei 2019

func.: 25/245

Beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoekster tevens verweerster]

wonende te [woonplaats]

verzoekster (EA 19 -222), tevens verweerster (EA 19 - 202)

nader te noemen: [verzoekster tevens verweerster]

gemachtigde: mr. J.W.A. Wijsman

t e g e n

de vennootschap naar buitenlands recht Mapp Media Limited

gevestigd te Londen

verweerster (EA 19 - 222), tevens verzoekster (EA 19-202)

nader te noemen: Mapp Media

gemachtigde: mr. P.A. van Eck

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Mapp Media heeft op 19 maart 2019 een verzoek ingediend, strekkende tot veroordeling tot betaling van [verzoekster tevens verweerster] van de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 BW, met nevenverzoeken. Deze zaak is geregistreerd onder zaaknummer EA 19-202.

[verzoekster tevens verweerster] heeft op haar beurt op 22 maart 2019 een verzoek ingediend dat strekt tot toekenning van een billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW, met nevenverzoeken. Deze zaak is geregistreerd onder zaaknummer EA 19-222.

De verzoeken zijn op 2 mei 2019 gezamenlijk ter terechtzitting behandeld. Voorafgaand aan de zitting zijn nog stukken ingediend. [verzoekster tevens verweerster] is verschenen, vergezeld van haar partner en haar gemachtigde. Namens Mapp Media is verschenen de heer [naam vertegenwoordiger] , eveneens vergezeld van de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunt, mede aan de hand van een pleitnota, toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord.

Na verder debat is de beschikking in beide zaken gezamenlijk bepaald op heden.

GRONDSLAG VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Bij de beoordeling gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Mapp Media is een in 2013 opgericht mediabedrijf werkzaam op het gebied van digitaal adverteren, met name door middel van het inzetten van zogeheten “influencers”. Mapp Media is gestationeerd in Engeland.

1.2.

[verzoekster tevens verweerster] , geboren op [geboortedatum] 1987, is per 18 juni 2018 in dienst getreden van Mapp Media als Sales Account Director. Het salaris bedroeg € 7.279,00 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. [verzoekster tevens verweerster] was voor haar indiensttreding bij Mapp Media werkzaam bij het mediabedrijf [naam concurrent] . Dat bedrijf is gespecialiseerd in campagnes op social media, speciaal gericht op jonge kinderen.

1.3.

[verzoekster tevens verweerster] is in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst naar Engels recht. Deze overeenkomst bevat een non-concurrentiebeding (artikel 14).
Per 18 september 2018 hebben partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht gesloten. Deze overeenkomst bevat geen non-concurrentie-beding, maar wel een verbod op het zonder voorafgaande toestemming verrichten van nevenwerkzaamheden (artikel 19).

1.4.

[verzoekster tevens verweerster] was de eerste en tot nu toe enige werknemer van Mapp Media in Nederland. Het was de bedoeling dat [verzoekster tevens verweerster] een kantoor voor Mapp Media in Nederland zou opzetten.

1.5.

Op 31 januari 2019 heeft [verzoekster tevens verweerster] de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 mei 2019, uitgaande van een opzegtermijn van drie maanden als opgenomen in de Engelse arbeidsovereenkomst. Volgens de Nederlandse arbeidsovereenkomst bedroeg de opzegtermijn 1 maand.

1.6.

Mapp Media heeft daarop bij e-mail van dezelfde datum laten weten dat zij [verzoekster tevens verweerster] houdt aan een opzegtermijn van één maand, waarbij zij [verzoekster tevens verweerster] betaald verlof verleent (“gardening leave”) en [verzoekster tevens verweerster] geacht werd voor het einde van het dienstverband haar openstaande vakantiedagen op te nemen.

1.7.

Bij e-mail van 6 februari 2019 van de heer [naam vertegenwoordiger] (verder: [naam vertegenwoordiger] ) heeft [verzoekster tevens verweerster] verzocht toe te lichten waarom zij namens haar voormalig werkgever [naam concurrent] e-mails stuurt aan cliënten van Mapp Media. [verzoekster tevens verweerster] heeft daarop bij e-mail van dezelfde dag gereageerd.

1.8.

Bij e-mail van 10 februari 2019 uur heeft [naam vertegenwoordiger] [verzoekster tevens verweerster] bericht dat Mapp Media juridische stappen tegen haar zou nemen in verband met “gross misconduct and fraud”. Bij een latere e-mail van dezelfde dag heeft [naam vertegenwoordiger] [verzoekster tevens verweerster] laten weten dat zij in verband hiermee op staande voet werd ontslagen.

Verzoek [verzoekster tevens verweerster] en verweer Mapp Media
(EA 19 - 222)

2. [verzoekster tevens verweerster] verzoekt samen gevat:
A. een verklaring voor recht dat aan de opzegging van de arbeidsovereenkomst op 10 februari 2019 geen dringende reden voor ontslag als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW ten grondslag is gelegd;
B. veroordeling van Mapp Media tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 21.837,- bruto, of een ander door de kantonrechter te bepalen bedrag, zulks op grond van artikel 7:672 lid 10 BW;
C. veroordeling van Mapp Media tot betaling van het bedrag van € 10.000,- als billijke vergoeding op grond van artikel 7:681 BW;
D. veroordeling van Mapp Media haar een deugdelijke loonstrook te verstrekken, op straffe van een dwangsom;
E. een verklaring voor recht dat Mapp Media geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding, opgenomen in artikel 14 van de eerste arbeidsovereenkomst en artikel 19 van de tweede arbeidsovereenkomst;
F. veroordeling van Mapp Media tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 993,-;
G. Mapp Media in de kosten van de procedure te veroordelen.

3. [verzoekster tevens verweerster] voert ter onderbouwing aan – kort gezegd – dat uit de e-mails van 10 februari 2019 onvoldoende blijkt waar Mapp Media het ontslag op staande voet precies op heeft gebaseerd. Bovendien is [verzoekster tevens verweerster] niet gehoord, voor het ontslag, waarbij [verzoekster tevens verweerster] betwist dat zij op 10 februari 2019 door [naam vertegenwoordiger] is gebeld, zoals Mapp Media stelt, en dat zij bij die gelegenheid de reden voor het ontslag heeft vernomen. Reeds om de redenen kan het ontslag geen stand houden.

4. Naar [verzoekster tevens verweerster] begrijpt uit de enkele dagen later ontvangen ongedateerde brief van Mapp Media wordt haar verweten dat zij cliënten van Mapp Media heeft verwezen naar concurrenten als [naam concurrent] , haar oude werkgever, en [naam bedrijf 1] én dat zij deze cliënten heeft benaderd vanaf haar oude e-mailadres, van toen zij nog bij [naam concurrent] werkte. [verzoekster tevens verweerster] heeft in dit verband gesteld dat het ging om één keer, bij een specifieke vraag van het bedrijf [naam bedrijf 2] , een klant die zij bij Mapp Media heeft geïntroduceerd. [verzoekster tevens verweerster] heeft deze klant moeten verwijzen naar [naam concurrent] , omdat dit bedrijf zich expliciet op jongeren van 0 tot 13 jaar richt en Mapp Media niet aan de vraag van [naam bedrijf 2] kon voldoen. [verzoekster tevens verweerster] erkent dat het niet handig is geweest dat zij daarbij gebruik heeft gemaakt van haar oude e-mailaccount bij [naam concurrent] , welk account zij na haar overstap naar Mapp Media heeft aangehouden om praktische redenen. [verzoekster tevens verweerster] wijst erop dat zij de bewuste e-mail aan [naam bedrijf 2] al op 26 november 2018 heeft doorgezonden naar haar account bij Mapp Media. Er was dan ook geen sprake van dat zij dit voor Mapp Media had willen verbergen.

5. Volgens [verzoekster tevens verweerster] heeft Mapp Media haar onterecht beschuldigd van fraude en op staande voet ontslagen, zonder hoor en wederhoor toe te passen. Deswege is reden haar een billijke vergoeding toe te kennen, nu [verzoekster tevens verweerster] berust in het einde van het dienstverband.

6. Aangezien Mapp Media een ernstig verwijt valt te maken van het beëindigen van het dienstverband, vordert [verzoekster tevens verweerster] op grond van artikel 7:653 lid 4 BW een verklaring voor recht dat Mapp Media geen rechten aan het concurrentiebeding/relatiebeding kan ontlenen. [verzoekster tevens verweerster] betwist daarbij dat zij het concurrentiebeding bij Mapp Media heeft overtreden, zoals Mapp Media stelt.

7. Mapp Media voert gemotiveerd verweer. Zij voert aan – samengevat – dat er wel degelijk een dringende reden was voor de opzegging. Mapp Media stelt bovendien dat [naam vertegenwoordiger] [verzoekster tevens verweerster] rond 8 februari 2019 heeft gebeld, hetgeen [verzoekster tevens verweerster] eerder niet heeft betwist. [naam vertegenwoordiger] heeft toen echter niet inhoudelijk met [verzoekster tevens verweerster] gesproken en heeft het niet nogmaals geprobeerd.

8. Mapp Media heeft toegelicht dat zij zich richt op diverse doelgroepen, waaronder ook jongeren. Mapp Media betwist dan ook dat zij de opdracht van [naam bedrijf 2] die [verzoekster tevens verweerster] heeft doorgespeeld aan [naam concurrent] niet had kunnen doen. Los daarvan is het volgens Mapp Media onaanvaardbaar dat [verzoekster tevens verweerster] , terwijl zij bij Mapp Media in dienst is, bedrijven adviseert buiten Mapp Media om en helemaal dat ze dat doet via haar e-mailaccount van haar vorige werkgever. Ook heeft [verzoekster tevens verweerster] alle correspondentie en documenten van haar zakelijke laptop, eigendom van Mapp Media, op zodanige wijze laten verwijderen dat deze onherstelbaar zijn vernietigd, aldus Mapp Media. Mapp Media stelt dat zij door het handelen van [verzoekster tevens verweerster] schade heeft geleden.

9. Mapp Media betwist ook de vordering van [verzoekster tevens verweerster] met betrekking tot de gefixeerde schadevergoeding wegens de onregelmatige opzegging. Het dienstverband zou eindigen tegen 1 maart 2019, nu conform de Nederlandse arbeidsovereenkomst van [verzoekster tevens verweerster] de opzegtermijn van [verzoekster tevens verweerster] één maand bedraagt. Mapp Media heeft dat aan [verzoekster tevens verweerster] voorgesteld, hetgeen door [verzoekster tevens verweerster] is geaccepteerd. Maar bovenal heeft Mapp Media [verzoekster tevens verweerster] terecht op staande voet ontslagen.

10. Mapp Media verzet zich voorts tegen toewijzing van de vorderingen van [verzoekster tevens verweerster] , gericht op de buitenwerkingstelling van het concurrentiebeding. Mapp Media heeft er alle belang bij dat het concurrentiebeding wordt gehandhaafd.

Verzoek van Mapp Media en verweer [verzoekster tevens verweerster]
(EA 19 - 202)

11. Mapp Media verzoekt :
1. te verklaren voor recht dat [verzoekster tevens verweerster] de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 BW verschuldigd is ter grootte van € 4.679,36 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente;
2. te verklaren voor recht dat [verzoekster tevens verweerster] in strijd heeft gehandeld/handelt met het op haar rustende nevenwerkzaamheden- en/of geheimhoudingsbeding uit hoofde van de arbeidsovereenkomst en [verzoekster tevens verweerster] uit dien hoofde te veroordelen tot betaling van de op grond van de arbeidsovereenkomst verbeurde boetes ter hoogte van € 24.750,00, vermeerderd met de wettelijke rente;
3. [verzoekster tevens verweerster] te gebieden gedurende de looptijd van het geheimhoudingsbeding uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, haar handelen in strijd met voornoemd beding te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per overtreding en
€ 1.000,- per dag;
4. veroordeling van [verzoekster tevens verweerster] tot betaling van € 1.020,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
met veroordeling van [verzoekster tevens verweerster] in de kosten van de procedure.

11. Daartoe stelt Mapp Media - samengevat - dat zij [verzoekster tevens verweerster] op goede gronden op staande voet heeft ontslagen en [verzoekster tevens verweerster] dus de gefixeerde schadevergoeding verschuldigd is.

11. Volgens Mapp Media moet de gefixeerde schadevergoeding worden berekend over de periode dat het dienstverband bij regelmatige opzegging nog had behoren voort te duren. Nu de opzegtermijn een maand bedroeg en [verzoekster tevens verweerster] op 31 januari 2019 heeft opgezegd, zou de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zijn geëindigd op 28 februari 2019. De gefixeerde schadevergoeding moet volgens Mapp Media derhalve worden gelijk gesteld aan het salaris tussen 10 en 28 februari 2019, oftewel € 4.679,63 bruto.

Beoordeling

Verzoek van [verzoekster tevens verweerster] (EA 19-222)

14. Het ligt volgens de kantonrechter voor de hand het verzoek van [verzoekster tevens verweerster] eerst te behandelen, nu dat in feite de beoordeling van het door Mapp Media aan [verzoekster tevens verweerster] gegeven ontslag op staande voet betekent.

14. Hoewel [verzoekster tevens verweerster] geen vernietiging van het ontslag op staande voet heeft gevraagd, heeft zij betwist dat aan het ontslag op staande voet een dringende reden ten grondslag ligt en verzoekt zij veroordeling van Mapp Media tot betaling van een billijke vergoeding op de voet van artikel 7:681 BW. Beoordeeld moet aldus worden of de feiten die Mapp Media aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd, kwalificeren als een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW.

14. In dat verband wordt overwogen dat uit de overgelegde correspondentie de reden die Mapp Media aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd, onvoldoende blijkt. In de e-mails van Mapp Media van 10 februari 2019 is sprake van “gross misconduct and fraud”, maar wordt niet toegelicht waaruit deze zou bestaan. Naderhand heeft Mapp Media dit nader ingevuld met het verwijt dat [verzoekster tevens verweerster] tijdens het dienstverband met Mapp Media een klant heeft doorverwezen naar de concurrent [naam concurrent] , de vorige werkgever van [verzoekster tevens verweerster] . Ook zou [verzoekster tevens verweerster] een relatie onderhouden met het bedrijf [naam bedrijf 1] .

14. Mapp Media heeft aangevoerd dat zij bij monde van [naam vertegenwoordiger] op 8 of 10 februari 2019 telefonisch met [verzoekster tevens verweerster] heeft gesproken en dat in dat gesprek de dringende reden voor het ontslag voldoende zou zijn toegelicht. [verzoekster tevens verweerster] betwist uitdrukkelijk dat op die data een gesprek heeft plaatsgevonden. [naam vertegenwoordiger] heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat hij [verzoekster tevens verweerster] wel aan de telefoon had, maar dat zij direct het gesprek heeft afgebroken en dat hij niet meer heeft terug gebeld. Dat de aangevoerde reden [verzoekster tevens verweerster] aanstonds duidelijk moet zijn geweest, is daarmee niet komen vast te staan.

14. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de opzegging naar het oordeel van de kantonrechter niet rechtsgeldig is, nu de reden niet onverwijld aan [verzoekster tevens verweerster] is mee gedeeld en ook niet aanstonds duidelijk zal zijn geweest, mede omdat de contacten met de bewuste klant ( [naam bedrijf 2] ) reeds eind november 2018 hadden plaats gevonden. Dat en wat [verzoekster tevens verweerster] met de klant [naam bedrijf 1] heeft besproken, is door Mapp Media al helemaal niet verduidelijkt. De door [verzoekster tevens verweerster] verzochte verklaring voor recht kan dan ook worden toegewezen.

14. Overigens wordt opgemerkt dat ook bij inhoudelijke toetsing van de handelwijze van [verzoekster tevens verweerster] geen sprake zou zijn van een geldig ontslag op staande voet. [verzoekster tevens verweerster] heeft welis-waar onhandig geopereerd door (één keer) het e-mailaccount van haar oude werkgever te gebruiken in de communicatie met [naam bedrijf 2] , maar zij heeft daarvoor een afdoende verklaring gegeven en de bewuste e-mails zijn al in november 2018 doorgestuurd naar Mapp Media.

14. Het verwijt van Mapp Media dat [verzoekster tevens verweerster] de inhoud van haar laptop heeft laten wissen waardoor zij zou zijn benadeeld, snijdt in het kader van het ontslag op staande voet geen hout. Los van het feit dat dit verwijt door Mapp Media niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd en derhalve in de beoordeling daarvan geen rol kan spelen, heeft [verzoekster tevens verweerster] ook in dit verband voldoende toegelicht dat het louter privé gegevens betrof die zijn gewist en dat zij haar werkgegevensvolledig heeft overgedragen aan Mapp Media.

14. Nu hiervoor is geoordeeld dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst een dringende reden ontbeert, komt het verzoek van [verzoekster tevens verweerster] om toekenning van een billijke vergoeding aan de orde.

14. De kantonrechter heeft een discretionaire bevoegdheid wat het wel of niet toekennen van een billijke vergoeding betreft (vgl ECLI:NL:HR:2018:857). Hoewel is geoordeeld dat niet is voldaan aan de eisen van artikel 7:677 BW voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet, is er naar het oordeel van de kantonrechter in onderhavige situatie geen reden voor toekenning van een billijke vergoeding. Mee weegt dat [verzoekster tevens verweerster] door het aanhouden en gebruiken van het e-mailaccount van haar oude werkgever in contacten met een cliënt van Mapp Media onhandig heeft geopereerd, zoals zij ook zelf heeft toegegeven, en dus zelf heeft bijgedragen aan de bij Mapp Media ontstane indruk dat zij opdrachten heeft doorgespeeld aan de concurrent. Daarnaast is sprake van een bijzonder kort dienstverband, dat reeds door [verzoekster tevens verweerster] was opgezegd en op korte termijn toch al zou eindigen.

14. [verzoekster tevens verweerster] heeft tevens verzocht om Mapp Media te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding. Dit verzoek zal worden toegewezen. Vaststaat dat de arbeidsovereenkomst zonder het ontslag op staande voet door opzegging zijdens [verzoekster tevens verweerster] zou zijn geëindigd op 28 februari 2019. Het toe te wijzen bedrag aan gefixeerde schade-vergoeding zal derhalve worden gelijkgesteld aan het salaris tussen 10 en 28 februari 2019, oftewel € 4.679,63 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2019. Mapp Media zal hiervoor een deugdelijke loonstrook dienen te verstrekken, zij het niet binnen twee dagen en zonder dwangsom, nu niet is gesteld dat Mapp Media daaraan niet op basis van deze beschikking zal voldoen.

14. Ten aanzien van het verzoek van [verzoekster tevens verweerster] om voor recht te verklaren dat Mapp Media geen rechten kan ontlenen aan het non-concurrentiebeding, wordt geoordeeld dat zulks niet toewijsbaar is bij gebrek aan belang. Immers, uit artikel 14.1 van de Engelse arbeidsovereenkomst blijkt dat het non-concurrentiebeding waaraan [verzoekster tevens verweerster] destijds was gebonden gold voor 6 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst. [verzoekster tevens verweerster] heeft per 18 september 2018 een nieuwe arbeidsovereenkomst met Mapp Media gesloten, waarin geen concurrentiebeding voorkomt. Aldus moet ervan worden uitgegaan dat zij nu niet meer is gebonden aan het Engelse non-concurrentiebeding, omdat niet alleen dat beding door de nieuwe arbeidsovereenkomst buiten werking is geplaatst, maar ook inmiddels er 6 maanden na het einde van de Engelse overeenkomst zijn verlopen.

14. De door [verzoekster tevens verweerster] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar, nu niet is gesteld of onderbouwd dat deze zijn gemaakt. Mapp Media zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure van het verzoek van [verzoekster tevens verweerster] .

Verzoek van Mapp Media (EA 19-202)

26. Nu ten aanzien van het verzoek van [verzoekster tevens verweerster] is geoordeeld dat er geen sprake is van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet, zal het verzoek van Mapp Media tot toewijzing aan haar ten laste van [verzoekster tevens verweerster] van de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 BW worden afgewezen.

26. Mapp Media heeft voorts betoogd dat [verzoekster tevens verweerster] gedurende haar dienstverband het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden uit de (Nederlandse) arbeidsovereenkomst heeft overtreden (artikel 14) en/of de vertrouwelijkheid heeft geschonden (artikel 16). Daaromtrent wordt onder verwijzing naar hetgeen hiervoor met betrekking tot het ontslag op staande voet is overwogen, geoordeeld dat geen van beide is komen vast te staan. Het verzoek van Mapp Media tot toewijzing van boetes, die op overtreding van deze bedingen in de arbeidsovereenkomst zijn gesteld, wordt dan ook afgewezen.

26. Ook het verzoek van Mapp Media om [verzoekster tevens verweerster] te gebieden zich te houden aan het geheimhoudingsbeding komt niet voor toewijzing in aanmerking. Immers, [verzoekster tevens verweerster] is daaraan reeds gebonden op grond van de arbeidsovereenkomst en niet is gebleken dat [verzoekster tevens verweerster] zich daaraan niet heeft gehouden of zal houden.

26. Ten slotte worden ook de meegevorderde buitengerechtelijke kosten afgewezen.

26. Mapp Media zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van haar procedure.

BESLISSING


De kantonrechter:

Op het verzoek van [verzoekster tevens verweerster] (EA 19-222)

verklaart voor recht dat er aan de opzegging van de arbeidsovereenkomst op 10 februari 2019 geen dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW ten grondslag ligt;

veroordeelt Mapp Media tot betaling aan [verzoekster tevens verweerster] binnen 14 dagen na heden, van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 4.679,63 bruto, ter vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 maart 2019 tot de voldoening;

veroordeelt Mapp Media tot het verstrekken aan [verzoekster tevens verweerster] binnen 14 dagen na heden van een deugdelijke loonstrook, op basis van een einde van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2019;

wijst het meer of anders verzochte af;

Op het verzoek van Mapp Media (EA 19-202)

wijst de verzoeken af;

In beide procedures

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

veroordeelt Mapp Media in de kosten van de beide procedures, tot op heden aan de zijde van [verzoekster tevens verweerster] begroot op:
salaris € 800,00 (€400,00 per procedure)
griffierecht € 486,00
------------
totaal € 1.286,00, voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt Mapp Media in de na deze beschikking(en) ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Mapp Media niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.V. Ulrici kantonrechter en op 29 mei 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter