Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3688

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-05-2019
Datum publicatie
31-05-2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2655
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De burgemeester van Amsterdam mocht een woning onmiddellijk voor drie maanden sluiten, omdat daar onder meer 13 plofkraakexplosieven en extreem zwaar en illegaal vuurwerk is gevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/2655

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 mei 2019 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R.H. Bouwman),

en

de burgemeester van Amsterdam verweerder

(gemachtigde: mr. H. Nota).

Partijen worden hierna [verzoeker] en de burgemeester genoemd.

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester de onmiddellijke sluiting bevolen van de woning aan de [adres] (de woning) voor de duur van drie maanden.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] op 10 mei 2019 bezwaar gemaakt en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de sluiting van de woning ongedaan te maken.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 17 mei 2019. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en T. Blok.

Overwegingen

1.1

Uit de bestuurlijke rapportage van 9 april 2019 blijkt dat de politie naar aanleiding van een Belgisch rechtshulpverzoek op 27 maart 2019 een van plofkraak verdachte Nederlander heeft aangehouden. Een tweede verdachte is door de Amsterdamse recherche opgespoord. Uit observaties van de politie bleek dat deze verdachte op 28 maart 2019 de woning met een sleutel binnenging. Deze verdachte is bij het verlaten van de woning aangehouden. Kort na deze aanhouding heeft de politie de woning betreden. [verzoeker] werd in de woning aangetroffen. Bij doorzoeking van de woning heeft de politie meerdere materialen aangetroffen waarmee plofkraakexplosieven kunnen worden gemaakt.

1.2

In de hal van de woning werd onder meer het volgende aangetroffen:

- een koffer met 13 plofkraakexplosieven, zogenaamde pizzaschijven, waarvan er vijf waren voorzien van een explosieve lading;

- een doos met 161 cobra’s nummer 6, extreem zwaar en illegaal vuurwerk.

In de hal en in de kinderslaapkamer zijn verder koffers en tassen aangetroffen met ogenschijnlijk enkel voor het vervaardigen van pizzaschijven bedoelde materialen, zoals elektriciteitsdraden, gereedschap, ducttape, handschoenen, bivakmutsen, regenjassen en ammoniak. In de hoek van de slaapkamer stonden onder andere metalen buizen die waarschijnlijk zijn bedoeld om de ‘pizzaschijven’ ver genoeg in de geldautomaten te schuiven. In het nachtkastje van de andere slaapkamer werden twee cobra’s nummer 6 aangetroffen (uit een verpakking van drie).

2. Gelet op hetgeen in de woning is aangetroffen, heeft de burgemeester de woning voor de duur van drie maanden gesloten vanwege een ernstig gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Ondanks dat sprake is van een feitelijk bewoonde woning heeft de burgemeester niet volstaan met het geven van een waarschuwing, wat normaliter gebruikelijk is, omdat sprake is van verzwarende omstandigheden, waaronder dat er een bijzonder grote hoeveelheid explosief materiaal is aangetroffen in de woning en het feit dat de woning midden in een woonwijk ligt.

Standpunt [verzoeker]

3. [verzoeker] stelt zich op het standpunt dat hij niets wist van de in zijn woning aangetroffen explosieven. Hij had op verzoek van zijn beste vriendin een kennis van haar in de woning laten logeren. [verzoeker] was zelf een paar dagen niet in de woning. Hij wist niet dat deze kennis de explosieven had meegenomen. [verzoeker] stelt dat hij samen met zijn vader die kennis op zijn betrouwbaarheid had onderzocht en dat hij geen reden zag die kennis te weigeren in zijn woning. [verzoeker] stelt verder dat hij vanwege zijn medische situatie1 extra gedupeerd is door de sluiting van de woning. Het betreft namelijk een aangepaste woning in verband met zijn lichamelijke beperkingen. [verzoeker] is deels rolstoelafhankelijk.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

4.1

De voorzieningenrechter onderzoekt of er een voorlopige voorziening moet worden getroffen omdat de uitkomst in de bodemprocedure -in dit geval de bezwaarprocedure- niet kan worden afgewacht. Hij let daarbij op de belangen van [verzoeker] en de belangen van de burgemeester. Als het bestreden besluit volgens de voorzieningenrechter rechtmatig is, is er geen reden voor een voorlopige voorziening. Het oordeel van de voorzieningenrechter is een voorlopig oordeel en is niet bindend voor de rechtbank in een eventuele beroepsprocedure.

4.2

De afgelopen tijd zijn in Amsterdam meerdere plofkraken gepleegd. Een plofkraak is een ernstig misdrijf waarbij een geldautomaat met zware explosieven tot ontploffing wordt gebracht en de daders het vrijgekomen papiergeld meenemen. Deze vorm van zware criminaliteit levert een ernstige aantasting van de rechtsorde op en zorgt voor sterke gevoelens van onveiligheid en angst.

4.3

De aangetroffen ‘pizzaschijven’ hebben volgens de politie geen ander doel dan het zetten van plofkraken. Er was genoeg materiaal voorhanden om op korte termijn ten minste acht plofkraken te plegen. De aanwezigheid van deze grote hoeveelheid explosief materiaal levert een groot gevaar op voor zowel [verzoeker] als zijn buren. Zoals blijkt uit het dossier zijn de buren geschrokken, ongerust en voelen zij zich niet meer veilig in hun woning.

4.4

Gelet op wat hiervoor is weergegeven, heeft de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aangetroffen hoeveelheid explosieven in de woning een ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde en veiligheid en dat de onmiddellijke sluiting van de woning voorkomt dat de woning opnieuw zal worden gebruikt voor de opslag en het vervaardigen van zeer zware explosieven. De burgemeester heeft hiermee deugdelijk gemotiveerd dat er gegronde vrees is voor een ernstige verstoring van de openbare orde. Met het sluiten van de woning creëert de burgemeester bovendien een periode van rust voor de omwonenden.

5.1

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de burgemeester, gelet op de ernst van de zaak en de dreiging die daarvan uitgaat, het algemeen belang heeft kunnen laten prevaleren boven het persoonlijk belang van [verzoeker] . Hoewel [verzoeker] betoogt dat de woning niet gesloten mag worden vanwege zijn medische omstandigheden, heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd dat de belangen van [verzoeker] in dit geval ondergeschikt zijn aan het algemeen belang bij een veilige woonomgeving. Niet valt in te zien en ook is niet met concrete medische stukken onderbouwd waarom [verzoeker] , ondanks zijn medische omstandigheden, niet tijdens de overzichtelijke periode van drie maanden elders, bijvoorbeeld bij zijn vader of bij vrienden, zou kunnen overnachten.

5.2

Het gaat er tot slot niet om of [verzoeker] wist dat zijn woning werd gebruikt voor de opslag van zware explosieven of daar zelf schuldig aan is. Het gaat er in deze procedure om dat de openbare orde wordt hersteld, dat het risico op herhaling wordt voorkomen en dat er een periode van rust wordt gecreëerd voor de omwonenden die een algemeen gevoel van onveiligheid in hun eigen huis hebben gekregen. Het feit dat de woning, volgens de verklaring van [verzoeker] , door een derde is gebruikt voor de opslag van zware explosieven, komt voor rekening en risico van [verzoeker] . Als huurder van de woning bepaalt hij immers wie hij toelaat tot zijn woning.

Conclusie

6.1

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter rechtmatig is en naar verwachting in bezwaar in stand blijft. Er is daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe zal worden afgewezen.

6.2

Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 [verzoeker] lijdt aan de erfelijke ziekte “CADASIL”, waardoor hij een groter risico loopt op onder andere herseninfarcten en TIA’s. Hij heeft in 2010 al een hersenbloeding doorgemaakt.