Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3564

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-05-2019
Datum publicatie
17-05-2019
Zaaknummer
C/13/646809 / HA ZA 17-1051
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Heineken hoeft de aanduiding “Tequila” niet van haar Desperados producten te verwijderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/636809 / HA ZA 17-1051

Vonnis van 15 mei 2019

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

CONSEJO REGULADOR DEL TEQUILA,

gevestigd te Zapopan (Verenigde Mexicaanse Staten),

eiseres,

advocaat mr. J.C.H. van Manen, te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEINEKEN BROUWERIJEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEINEKEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Eiseres zal hierna CRT worden genoemd en gedaagden zullen tezamen Heineken worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van CRT van 13 september 2017, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van Heineken, met producties,

  • -

    de conclusie van repliek van CRT, tevens wijziging van eis en verduidelijking van de gronden, met producties,

  • -

    de conclusie van dupliek van Heineken, met producties,

  • -

    de akte uitlating producties van CRT,

  • -

    het proces-verbaal van de pleidooien van 11 maart 2019 en daarin genoemde (proces)stukken,

  • -

    de brief van Heineken van 25 maart 2019 met opmerkingen over het proces-verbaal,

  • -

    de brief van CRT van 29 maart 2019 met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Tequila is een drank, die wordt gedestilleerd uit het sap van de blauwe ‘Tequilana Weber’- agaveplant en geproduceerd in bepaalde Mexicaanse staten. Tequila is in 1978 ingevolge het Verdrag van Lissabon van 19581 (waarvan Mexico lid is) geregistreerd bij de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) als geografische aanduiding.

2.2.

CRT is volgens de Engelse vertaling van haar statuten een civil association (ofwel een asociacón civil). CRT is onder de Mexicaanse Federal Law on Metrology and Standardization de bevoegde instantie die toeziet op de naleving van de op Tequila van toepassing zijnde regels. In haar statuten is onder meer het volgende vermeld:

(…)

--ARTICLE FOUR. – PURPOSE. - The Association will have as purpose:

--a) .- Study, propose, elaborate and publish Mexican Norms in relation to the characteristics and specifications of Tequila (…)

--b) .- Supervise, verify and certify the accomplishment of the Official Mexican Norm which sets the specifications of Tequila (…)

--c) .- Study, establish and execute methods and certification programs (…)

--d) .- Supervise, verify and in the case certify the fulfillment of the specification regarding (…) commercialization of Tequila in accordance to the Official Mexican Norms or Mexican Norms applicable (…)

--j) .- Contribute and coordinate with the competent authorities of the federal, state and municipal governments to promote and defend the rights of industrial property (…) that apply to Tequila (…)

--k) .- Establish and operate programs, verification proceedings and registration systems in regard to all the aspects related to the effect of the “Denomination of Origin Tequila” (…)

--m) .- Complaint before the competent authorities, all acts and facts that may be violate the legal provisions related to the “Denomination of Origin Tequila”, The Mexican Official Norms and any other legal instrument applicable to an aspect of Tequila.

(…)

2.3.

Heineken is een bierbrouwer die onder andere een bier produceert en op de markt brengt met de naam Desperados.

2.4.

Desperados bevat 0,14% aromatische bestanddelen, waarvan 75% Tequila, zodat het percentage Tequila op het totale product 0,1% bedraagt.

2.5.

De Tequila die aan Desperados wordt toegevoegd, is afkomstig van een door CRT gecertificeerde tequilaproducent.

2.6.

Desperados wordt verkocht in een originele variant en in enkele speciale varianten (met toevoeging van bijvoorbeeld het woord ‘mojito’ op de verpakking). Bij alle varianten wordt op de verpakking en in reclame-uitingen het woord ‘Tequila’ gebruikt. Op de voorzijde van de verpakking gebeurt dit onder meer op de volgende wijze:

2.7.

Op de achterzijde van in elk geval de originele verpakking van Desperados is vermeld “bier gearomatiseerd met tequila” of in het Engels “beer flavoured with tequila”. In de ingrediëntenlijst die daaronder is afgebeeld, is als laatste ingrediënt vermeld “aroma (75% tequila)” of in het Engels “flavourings (75% tequila)”. In reclame-uitingen voor Desperados wordt onder meer gebruik gemaakt van bewoordingen als “tequila flavored beer” en “release your inner tequila”.

2.8.

CRT heeft een aanvraag gedaan tot registratie van Tequila als geografische aanduiding in bijlage III bij Vo. 110/2008.2 In de aanvraag is vermeld dat CRT de bevoegde instantie is die verantwoordelijk is voor de controle, monitoring en certificering van Tequila.

2.9.

De Europese Commissie heeft bij verordening van 27 februari 20193 vastgesteld dat Tequila als geografische aanduiding in bijlage III bij Vo. 110/2008 wordt toegevoegd en dat deze verordening in werking treedt op de 20ste dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. Het geschil

3.1.

CRT vordert na eiswijziging, samengevat, om:

A. Heineken te gelasten de in deze procedure genoemde onrechtmatige handelingen in de Europese Unie te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder het gebruik van de aanduiding Tequila op en in verband met Desperadosproducten, zolang (i) Tequila geen essentieel onderdeel vormt van Desperados en (ii) Desperados ook overigens niet voldoet aan de op Tequila van toepassing zijnde voorschriften,

B. Heineken te bevelen het gebruik van de aanduiding Tequila in reclame-uitingen voor Desperadosproducten te staken en gestaakt te houden, zolang niet is voldaan aan voornoemde voorwaarden (i) en (ii),

C. Heineken te bevelen tot het betalen van een dwansom voor elke overtreding van A. en B.,

D. Heineken te bevelen alle schade te vergoeden die CRT heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Heineken, nader op te maken bij staat, en

E. Heineken te veroordelen in de volledige proceskosten, te begroten op de voet van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

3.2.

CRT stelt kort gezegd dat de Desperadosproducten niet voldoen aan de Mexicaanse regelgeving, terwijl dit op grond van de EU-MX-overeenkomst4 (waarop CRT een rechtstreeks beroep kan doen) wel vereist is voor alle producten waarin Tequila zit. Daarnaast is sprake van misleidende reclame en oneerlijke handelspraktijken. Subsidiair beroept CRT zich op de bescherming van de artikelen 10 en 16 van Vo. 110/2008 en stelt in dat verband dat Tequila geen essentieel kenmerk is van Desperados, zodat Heineken op ontoelaatbare wijze profiteert van de naam Tequila.

3.3.

Heineken voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van CRT ofwel afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van CRT in de (volledige) proceskosten (voor het geval de rechtbank artikel 1019h Rv zal toepassen). Zij voert kort gezegd aan dat CRT niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van procesbelang ofwel een geldige (proces)volmacht. Daarnaast voert Heineken aan dat CRT zich voor de Nederlandse rechter niet op de Mexicaanse regelgeving kan beroepen. De EU-MX-overeenkomst heeft geen rechtstreekse werking en is alleen van toepassing op gedistilleerde dranken en dus niet op Desperados. Volgens Heineken is geen sprake van misleidende reclame of ontoelaatbaar profiteren in de zin van Vo. 110/2008. Daarnaast voert Heineken aan dat CRT geen consument of (vertegenwoordiger van een) concurrent is en zich dus ook niet kan beroepen op de regels inzake oneerlijke handelspraktijken. Tot slot stelt Heineken dat CRT geen schade heeft geleden, dat de vorderingen onvoldoende zijn bepaald en/of zijn verjaard en/of dat sprake is van rechtsverwerking.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.

Aangezien CRT in Mexico is gevestigd zal de rechtbank allereerst, hoewel een betwisting op dit punt ontbreekt, ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om over de vorderingen van CRT te oordelen en zo ja, welk recht van toepassing is.

4.2.

De vorderingen zijn na 10 januari 2015 ingesteld en het geschil betreft een burgerlijke- of handelszaak, zodat de zaak onder het toepassingsbereik van de Brussel I bis-Verordening valt.5 Op grond van artikel 4 van de Verordening dienen zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, te worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Nu Heineken als gedaagde partij in Nederland is gevestigd, is de Nederlandse rechter bevoegd.

4.3.

Bij het bepalen van het op de vorderingen toe te passen recht geldt het volgende. De vorderingen van CRT zijn gegrond op de EU-MX-overeenkomst, de Vo. 110/2008 en de regels inzake misleidende reclame en oneerlijke concurrentie. De vorderingen moeten dan ook worden beschouwd als vorderingen uit onrechtmatige daad, deels als gevolg van schending van rechten van intellectuele eigendom (hierna: IE), waartoe een geografische aanduiding behoort. Uit de stellingen van CRT begrijpt de rechtbank dat volgens haar sprake is van een voortdurende onrechtmatige daad (kort gezegd: het gebruik van de aanduiding Tequila bij de verkoop van en reclame voor Desperados).

4.4.

De vraag rijst of in deze zaak, waarin onder meer sprake is van verbintenissen die voortvloeien uit schending van IE-rechten, het toepasselijke recht moet worden bepaald op grond van enerzijds artikel 2, lid 1, van het Verdrag van Parijs6 (voor zover deze bepaling een conflictregel bevat) of anderzijds (voor zover de gestelde schadeveroorzakende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden ná 11 januari 2009) op grond van de artikelen 6 en 8 van Rome II7 dan wel (voor zover de gestelde schadeveroorzakende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden vóór 11 januari 2009) de artikelen 3 en 4 van de Wet Conflictenrecht Onrechtmatige Daad8.

4.5.

Het antwoord op deze vraag kan in het midden blijven, nu de hiervoor genoemde regels alle leiden tot toepassing van Nederlands recht. Immers, Nederland is het land waarvan de markt door de gestelde mededingingshandeling wordt verstoord, oftewel waar de concurrentiestrijd wordt gevoerd (artikel 2, lid 1, Verdrag van Parijs dan wel artikel 6 Rome II of artikel 4 WCOD), en het land waarvoor (mede) bescherming van het intellectueel eigendomsrecht wordt gevorderd (artikel 8 Rome II) en waar het gestelde onrechtmatig handelen plaatsvindt (artikel 3 WCOD).

Ontvankelijkheid

4.6.

Heineken voert allereerst aan dat CRT niet-ontvankelijk is, omdat zij geen rechtspersoonlijkheid en geen procesbelang zou hebben. In reactie op dit verweer en mede op vragen van de rechtbank heeft CRT op de zitting verklaard dat zij uitsluitend namens zichzelf optreedt en niet (mede) namens de Mexicaanse staat en/of individuele leden van CRT op grond van bijvoorbeeld een (proces)volmacht of lastgeving.

4.7.

Ook de vraag of CRT processueel ontvankelijk is in haar vorderingen, moet, op grond van artikel 10:3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), worden beantwoord naar Nederlands recht. De rechtbank moet gelet op het verweer van Heineken beoordelen of CRT partijwaardigheid en procedeerbevoegdheid bezit. Hierbij geldt dat de bevoegdheid om als partij in een civielrechtelijke procedure op te treden in beginsel alleen toekomt aan binnen- en buitenlandse natuurlijke en rechtspersonen.

4.8.

CRT stelt onder verwijzing naar haar statuten dat zij een zogenaamde Asociación Civil is conform het recht van de Mexicaanse staat Jalisco, vergelijkbaar met een Nederlandse vereniging. Hiertegenover heeft Heineken onvoldoende nader toegelicht waarom CRT niet als rechtspersoon naar buitenlands recht kan worden aangemerkt. Bij deze stand van zaken gaat de rechtbank er dan ook van uit dat CRT partijwaardigheid bezit. Als zodanig is CRT bevoegd om in rechte op te treden.

4.9.

Vervolgens is de vraag of CRT voldoende belang heeft bij haar vorderingen. Ingevolge artikel 3:303 BW komt zonder voldoende belang niemand een rechtsvordering toe. De rechter dient terughoudend te zijn met het afwijzen van een vordering op de grond dat er niet voldoende belang bestaat. In beginsel moet worden verondersteld dat voldoende belang bestaat (HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590).

4.10.

CRT stelt in dit verband – onder verwijzing naar haar statuten – dat zij een belangenvereniging is, alsmede een orgaan met publiekrechtelijke bevoegdheden om toe te zien op juiste naleving van de op Tequila van toepassing zijnde regels. CRT wijst op de brief van het Mexican Institute of Industrial Property (hierna: IMPI) van 3 november 2017 en de brief van het Mexicaans normeringsinstituut DGN van 30 mei 2005. Volgens CRT blijkt hieruit dat zij naar het Mexicaanse recht ook de instantie is die toeziet op het handhaven en beschermen van de geografische aanduiding Tequila en bevoegd is daartoe in rechte op te treden. Heineken voert hiertegen aan dat CRT niet zelf de rechthebbende is van de geografische aanduiding en zelf geen Tequila verhandelt, zodat zij ook geen schade in de vorm van omzetderving kan lijden.

4.11.

Met het voorgaande heeft CRT haar belang bij de ingestelde vorderingen voldoende onderbouwd. Uit haar statuten in samenhang gelezen met de hiervoor genoemde brieven volgt dat CRT de instantie is die (in en buiten rechte) opkomt voor bescherming van de geografische aanduiding Tequila, zodat zij voldoende eigen procesbelang heeft. In deze omstandigheden daaraan niet af dat de Mexicaanse staat formeel houdster is van de geografische aanduiding.

4.12.

CRT heeft dus procesbelang en is daarmee ontvankelijk in deze procedure. Heineken betoogt in dit verband nog dat CRT zich tot de bevoegde toezichthoudende instantie moet wenden die bestuursrechtelijk handhavend zou kunnen optreden. De omstandigheid dat ook een bestuursrechtelijke weg zou kunnen worden gevolgd, betekent echter niet dat de onderhavige vordering tegen Heineken, een privaatrechtelijke rechtspersoon, niet bij de civiele rechter kan worden ingesteld.

De EU-MX-overeenkomst

4.13.

CRT stelt zich primair op het standpunt dat de Desperadosproducten van Heineken niet voldoen aan de Mexicaanse regels die gelden voor dranken die Tequila als ingrediënt bevatten (met name de norm dat de naam Tequila enkel mag worden gebruikt als het alcoholpercentage in de drank voor ten minste 25% uit Tequila-alcohol bestaat), terwijl dit op grond van de EU-MX-overeenkomst wel vereist is. Heineken voert aan dat de EU-MX-overeenkomst alleen van toepassing is op gedistilleerde dranken en niet op bier. Daarnaast voert zij aan dat de EU-MX-overeenkomst geen rechtstreekse werking heeft, zodat CRT hierop geen direct beroep kan doen.

4.14.

De rechtbank zal eerst beoordelen of de EU-MX-overeenkomst zonder verdere omzetting direct kan worden toegepast in het nationale recht. Daarbij is het volgende van belang. Volgens artikel 216, lid 2, van het Werkingsverdrag9 zijn door de Unie gesloten overeenkomsten verbindend voor de instellingen van de Unie en voor de lidstaten. De EU-MX-overeenkomst is door de Unie ondertekend en vervolgens bij besluit van 27 mei 1997 (97/361/EG) goedgekeurd. De bepalingen van door de Unie gesloten overeenkomsten vormen volgens vaste rechtspraak een integrerend bestanddeel van de rechtsorde van de Unie. Met betrekking tot de vraag of particulieren zich rechtstreeks kunnen beroepen op de bepalingen van de EU-MX-overeenkomst, geldt dat het volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het HvJEU) niet volstaat dat deze regelingen deel uitmaken van de rechtsorde van de Unie. Daarnaast moeten deze bepalingen inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig lijken en mag noch de aard noch de opzet ervan zich tegen een dergelijke inroepbaarheid verzetten. Aan de eerste voorwaarde is voldaan als de aangevoerde bepalingen duidelijke en nauwkeurig omschreven verplichtingen behelzen die voor de uitvoering of werking ervan geen verdere handelingen vereisen (zie HvJEU 15 maart 2012, ECLI:EU:C:2012:140).

4.15.

De rechtbank stelt vast dat de EU-MX-overeenkomst in de eerste plaats voorschriften oplegt aan de staten die partij zijn bij de overeenkomst. Zo staat in artikel 1 dat de “overeenkomstsluitende partijen […] overeen [komen] om […] hun onderlinge handelsverkeer van gedistilleerde dranken te vergemakkelijken en te bevorderen”. Ook de artikelen 6, 8, 9, 11, 14, 16 en 18 bevatten regels gericht aan de ondertekenende staten. Daaruit moet worden afgeleid dat de toepassing van deze bepalingen verdere handelingen van deze staten vereisen voor de uitvoering of werking ervan.

Verder is in artikel 4, derde lid, waarop CRT een beroep doet, onder meer het volgende bepaald:

“Elke overeenkomstsluitende partij geeft de belanghebbende partijen de juridische mogelijkheden om te voorkomen dat een benaming wordt gebruikt om een gedistilleerde drank aan te duiden die niet van oorsprong is uit de plaats waarnaar de betrokken benaming verwijst of waar de betrokken benaming traditioneel wordt gebruikt”.

Uit de tekst en de inhoud van de bepalingen van de EU-MX-overeenkomst valt dus niet af te leiden dat rechtstreekse werking daarvan is beoogd en dat deze rechten verleent of verplichtingen oplegt aan particulieren. Integendeel, enkel in artikel 10 is iets bepaald over het inroepen van de bescherming door particulieren, maar tegelijkertijd is de inroeping daarvan afhankelijk gemaakt van nationale wetgeving:

“Voorzover de relevante wetgeving van de overeenkomstsluitende partijen zulks toestaat, wordt de door deze overeenkomst geboden bescherming ook verleend aan

natuurlijke personen en rechtspersonen, alsmede aan overkoepelende organisaties, verenigingen en groeperingen van producenten, handelaren of consumenten”.

Daarmee duidt ook de tekst van artikel 10 erop dat de EU-MX-overeenkomst geen rechtstreekse werking van de bepalingen daarvan beoogt.

4.16.

Daarnaast blijkt ook uit andere omstandigheden dat de EU-MX-overeenkomst niet bedoeld is om direct door te werken in het nationale recht. Het meest duidelijk blijkt dit uit het feit dat de Europese Unie, kort na het sluiten van de EU-MX-overeenkomst, een toepassingsverordening heeft uitgevaardigd: Vo. 1434/9710. Hierin is bepaald dat Tequila wordt toegevoegd aan de bijlage bij deze verordening, om de in de EU-MX-overeenkomst vastgelegde garanties inzake controle en bescherming in de Europese Unie effectief te laten gelden. Hieruit kan worden afgeleid dat die bescherming volgens de opstellers van de verordening niet rechtstreeks op basis van de EU-MX-overeenkomst kon worden ingeroepen. Dit is nogmaals bevestigd door de opvolger van Vo. 1434/97, de huidige Vo. 936/0911.

4.17.

Tot slot is evenmin gebleken dat in de gevallen waarin de Mexicaanse staat via IMPI in Mexico bescherming toekende aan Europese herkomstbenamingen, dit wel geschiedde op basis van rechtstreekse toepassing van de EU-MX-overeenkomst. Dit valt niet af te leiden uit de door CRT geciteerde passages van de overwegingen van IMPI of haar overige stellingen. CRT heeft tegenover de gemotiveerde stellingen van Heineken op dit punt dan ook onvoldoende onderbouwd dat IMPI de EU-MX-overeenkomst toepast.

4.18.

Alles overwegend kan niet geoordeeld worden dat de bepalingen in de EU-MX-overeenkomst inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig lijken en noch de aard noch de opzet ervan zich tegen directe inroepbaarheid verzetten. De EU-MX-overeenkomst heeft dus geen rechtstreekse werking. Op die grondslag zijn de vorderingen van CRT niet toewijsbaar. De vraag of deze overeenkomst uitsluitend betrekking heeft op gedistilleerde dranken of ook op andere producten waarin Tequila is verwerkt, behoeft daarom geen bespreking.

4.19.

CRT doet voor de bescherming van de geografische aanduiding Tequila daarnaast een beroep op Vo. 936/2009. Zij voert aan dat op grond van artikel 1 van deze Verordening de aanduiding Tequila alleen mag worden gebruikt voor producten die zijn vervaardigd overeenkomstig de regels uit het Mexicaanse recht en dat het gebruik door Heineken van de aanduiding Tequila bij Desperados niet aan deze regels voldoet. Dit standpunt wordt niet gevolgd.

4.20.

Bij de beoordeling is van belang dat Vo. 936/2009 (en diens voorganger) een toepassingsverordening is van basisverordening Vo. 110/2008 (en diens voorganger). In de preambule van de verordening wordt verwezen naar artikel 27 van Vo. 110/2008 en in artikel 1, lid 2, wordt verwezen naar artikel 24, lid 1, van Vo. 110/2008. Dat brengt mee dat de gedistilleerde dranken als bedoeld in de bijlage bij Vo. 936/2009 (zoals Tequila) op grond van die verordening niet méér bescherming kunnen verkrijgen dan dat zij op grond van Vo. 110/2008 hebben. Voor de maximale bescherming onder Vo. 110/2008 is registratie van de geografische aanduiding vereist. Tot recent was Tequila niet geregistreerd op grond van Vo.110/2008. Over de periode voorafgaande aan die registratie kan dan ook niet méér of dezelfde bescherming worden ontleend aan Vo. 936/2009. Toepassing van Mexicaanse regelgeving op grond van Vo. 936/2009 is dus niet mogelijk. De vraag of Vo. 936/2009 uitsluitend betrekking heeft op gedistilleerde dranken of ook op andere producten waarin Tequila is verwerkt, behoeft dan ook geen bespreking.

Vo. 110/2008

4.21.

Subsidiair doet CRT een beroep op de bescherming van Vo. 110/2008, aangezien Tequila recent als geografische aanduiding is geregistreerd in bijlage III bij die verordening. De registratie is vastgelegd in Vo. 335/2019 en op 20 maart 2019 in werking getreden.

4.22.

CRT beroept zich met name op artikel 16, onder a, van Vo. 110/2008 en

stelt dat Heineken met Desperados op de in dit artikel bedoelde wijze profiteert van de naam Tequila, omdat Tequila geen essentieel kenmerk is van Desperados.

4.23.

Artikel 16 Vo. 110/2008 luidt als volgt:

Onverminderd artikel 10 worden de in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen beschermd tegen:

a) direct of indirect commercieel gebruik voor niet onder de registratie vallende producten voor zover die producten vergelijkbaar zijn met de onder de betrokken geografische aanduiding geregistreerde gedistilleerde drank of voor zover dat gebruik erop is gericht van de reputatie van de geregistreerde geografische aanduiding te profiteren;

b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs wanneer de werkelijke oorsprong van het product wordt vermeld of wanneer de geografische aanduiding in vertaling wordt gebruikt of vergezeld gaat van een formulering waarin een woord zoals „genre”, „type”, „stijl”, „trant” of „smaak” of een andere soortgelijke term voorkomt;

c) andere onjuiste of misleidende vermeldingen betreffende de herkomst, de oorsprong, de aard of wezenlijke hoedanigheden van het product in de aanduiding, de presentatie of de etikettering ervan die tot misverstanden ten aanzien van de oorsprong van het product aanleiding kunnen geven;

d) andere praktijken die de consument kunnen misleiden wat de werkelijke oorsprong van het product betreft.

4.24.

De vraag is hoe de in dit artikel vermelde norm dient te worden toegepast. In het arrest Champagner Sorbet (HvJEU 20 december 2017, ECLI:EU:C:2017:991, (CIVC/Aldi)), een zaak over de toelaatbaarheid van het voeren van de naam Champagner Sorbet voor sorbetijs met 12% echte champagne, heeft het HvJEU geoordeeld over de uitleg van onder andere artikel 118 quaterdecies, lid 2, van Verordening nr. 1234/2007. Deze bepaling is niet geheel identiek maar wel inhoudelijk vergelijkbaar met artikel 16 van Vo. 110/2008. Daarom zal de rechtbank in deze zaak bij de beoordeling van het beroep van CRT op artikel 16 van Vo. 110/2018 aansluiting zoeken bij de uitleg van het Hof van artikel 118 quaterdecies (net zoals partijen dat overigens hebben gedaan). Weliswaar maakt Tequila, anders dan CRT heeft bepleit en anders dan het geval was in het Champagner Sorbet-arrest, géén onderdeel uit van de verkoopbenaming Desperados, maar er is gelet op de wijze van het gebruik van Tequila zoals hiervoor weergegeven in 2.6 en 2.7 wel sprake van het gebruik van de beschermde aanduiding Tequila naast de verkoopbenaming (vergelijk ook het bepaalde in 2.1 van de Richtsnoeren van de Europese Commissie12), zodat dit voor de beoordeling van de vraag of in strijd wordt gehandeld met artikel 16, lid 1, onder a, naar het geen doorslaggevend verschil maakt.

4.25.

Het HvJEU heeft in het Champagner Sorbet-arrest onder meer voor recht verklaard dat artikel 118 quaterdecies, lid 2, onder a, ii, aldus moet worden uitgelegd dat:

“het gebruik van een beschermde oorsprongsbenaming als onderdeel van de benaming waaronder een levensmiddel wordt verkocht dat niet in overeenstemming is met het bij die beschermde oorsprongsbenaming horende productdossier, maar dat een ingrediënt bevat dat in overeenstemming is met dat productdossier, zoals „Champagner Sorbet”, neerkomt op het uitbuiten van de reputatie van een beschermde oorsprongsbenaming in de zin van die bepalingen indien dat levensmiddel niet als essentieel kenmerk een smaak heeft die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van dat ingrediënt in dat levensmiddel”.

Verder heeft het HvJEU in r.o. 51 en 52 van het arrest als volgt overwogen:

“Bij de vaststelling of het ingrediënt in kwestie het betrokken levensmiddel een essentieel kenmerk verleent, vormt de hoeveelheid van dat ingrediënt in dat levensmiddel een belangrijk maar geen afdoende criterium. De beoordeling ervan hangt af van de betrokken producten en dient vergezeld te gaan van een kwalitatieve beoordeling. […] het [gaat] daarbij niet erom de essentiële kenmerken van het door de beschermde oorsprongsbenaming beschermde ingrediënt in dat levensmiddel terug te vinden, maar […] erom vast te stellen dat dit levensmiddel een essentieel kenmerk heeft dat verband houdt met dat ingrediënt. Dat kenmerk bestaat vaak in het aroma en de smaak die dat ingrediënt aan het levensmiddel geeft. […]

Derhalve moet de nationale rechter voor de beoordeling of de champagne in het in het hoofdgeding aan de orde zijnde product dat product een essentieel kenmerk verleent, aan de hand van het aan hem overgelegde bewijsmateriaal nagaan of dat product een smaak heeft die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van champagne in dat product”.

4.26.

Ingevolge de norm in het Champagner Sorbet-arrest moet dus worden vastgesteld of de smaak van Desperados hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van Tequila in Desperados.

4.27.

Volgens CRT is dit niet het geval. CRT stelt dat Tequila geen essentieel kenmerk verleent aan Desperados, omdat vast staat dat er slechts 0,1% Tequila in een flesje bier van 0,33 cl zit, ofwel een halve druppel. Volgens CRT is het een kwestie van gezond verstand dat Tequila in die minieme hoeveelheid geen essentieel kenmerk aan Desperados kan verlenen. CRT stelt dat het eenvoudigweg uitgesloten is dat toevoeging van een halve druppel Tequila tot enig essentieel smaakkenmerk leidt, laat staan dat de consument zal menen dat de smaak van Desperados hoofdzakelijk wordt bepaald door Tequila. Volgens CRT zou het minimumpercentage daartoe moeten worden bepaald op 2,95%, zodat 25% van de alcohol afkomstig is van Tequila, daarbij aansluitend op de Mexicaanse regels.

4.28.

Bij beoordeling van de stelling van CRT dat Tequila geen essentieel kenmerk verleent aan Desperados, moet volgens de norm in het Champagner Sorbet-arrest worden vastgesteld dat de smaak van Desperados niet hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van Tequila in Desperados. Nu CRT zich beroept op de rechtsgevolgen van dit door haar gestelde feit, draagt zij volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast daarvan. CRT stelt zich op het standpunt dat Heineken de stelplicht en bewijslast heeft op dit punt, maar maakt niet duidelijk op grond waarvan. Voor omkering van de bewijslast geeft (artikel 16 van) de Vo. 110/2008 in elk geval geen aanleiding en ook overigens zijn er geen omstandigheden gesteld die omkering van de bewijslast rechtvaardigen.

4.29.

Tegenover de stellingen van CRT voert Heineken aan dat de Tequila in Desperados wel invloed heeft op de smaak en een onderscheidend element vormt. Zij verwijst daarbij onder meer naar een drietal onderzoeken. Volgens Heineken volgt uit het onderzoek uitgevoerd door [onderzoeker] dat 66,6% van de panelleden het verschil waarneemt tussen het originele Desperados zoals dat op de markt is (met het aroma inclusief Tequila) en een variant met toevoegingen (suikerstroop, citroenzuur, ascorbinezuur en het aroma zonder de Tequila), maar zonder Tequila. Daarnaast wijst Heineken op een onderzoek van Bureau Haystack waaruit zou volgen dat 27% van de proefpersonen Tequila aankruiste in een lijst van smaken die werd geproefd (waarin de proefpersonen een of meerdere van de volgende smaken konden aankruisen: zoet, zuur, citrus, tequila, rum, bitter, bier, alcohol, fruitig, whisky, zeep, koolzuur, gember, vanille, geen van deze). Volgens Heineken is dit een goede score voor een relatief – bij het grote publiek – onbekende smaak als Tequila. Tot slot voert Heineken aan dat uit onderzoek van haar interne Global Sensory Quality Panel volgt dat indien er méér Tequila aan Desperados zou worden toegevoegd – zodat 25% van de alcohol in Desperados afkomstig is van Tequila, zoals CRT eist – de smaak zo negatief wordt beïnvloed, dat het bier niet meer zou voldoen aan de door Heineken gehanteerde standaarden.

4.30.

CRT heeft in reactie op deze gemotiveerde betwisting verschillende bezwaren geuit over de wijze waarop de onderzoeken zijn uitgevoerd en de conclusies die op grond van de onderzoeken zijn genomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter niet worden vastgesteld dat deze onderzoeken zodanig gebrekkig zijn, dat hieraan in het kader van de betwisting geen belang kan worden gehecht. CRT heeft verder op geen enkele wijze haar stellingen – dat de Tequila in Desperados niet te proeven is en niet tot enig essentieel smaakkenmerk leidt – onderbouwd, bijvoorbeeld met eigen (smaak)onderzoeken. Zij heeft ter onderbouwing van haar stelling dat Tequila geen essentieel kenmerkt verleent aan Desperados feitelijk slechts gewezen op het gezond verstand, hetgeen gegeven de gemotiveerde betwisting van Heineken niet volstaat. Op zich wijst CRT terecht erop dat de hoeveelheid Tequila in Desperados (zeer) gering is. Maar Heineken voert aan en CRT weerspreekt dat niet, dat smaak(beleving) in het algemeen wordt beïnvloed door subtiele hoeveelheden en het daarom niet mogelijk is om aan de hand van de kwantiteit (of hoeveelheid) van het ingrediënt te concluderen dat het geen essentieel kenmerk aan het betrokken levensmiddel verleent. Heineken wijst in dat verband onder meer op de stof die onder invloed van micro-organismen kan ontstaan uit chloorfenolen die in de kurkeik aanwezig zijn en die ondanks een zeer kleine hoeveelheid verantwoordelijk is voor de beruchte muffe smaak en geur in wijn, meer bekend onder de naam “kurk” en dat ook kleine hoeveelheden stoffen de smaak van levensmiddelen kunnen beïnvloeden.

4.31.

Bij de beoordeling is van belang dat het HvJEU in de hiervoor onder 4.25 geciteerde overweging uit het Champagner Sorbet-arrest heeft overwogen dat de hoeveelheid van het ingrediënt een belangrijk maar geen afdoende criterium is en dat de beoordeling of sprake is van een essentieel kenmerk vergezeld dient te gaan van een kwalitatieve beoordeling. Gelet hierop kan in deze zaak niet zonder meer worden vastgesteld dat het geringe percentage van 0,1% Tequila geen essentieel kenmerk aan Desperados verleent, of dat de smaak niet hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van Tequila. Dit betekent dat ook niet kan worden geconcludeerd dat sprake is van commercieel gebruik dat “erop is gericht van de reputatie van de geregistreerde geografische aanduiding te profiteren”. De vorderingen zijn dus niet toewijsbaar op grond van artikel 16, onder a, van Vo. 110/2008.

4.32.

CRT beroept zich daarnaast op schending van artikel 16, onder b en c, van Vo. 110/2008. Zij laat echter na voldoende gemotiveerd toe te lichten waarom daarvan in deze zaak sprake is. Bij conclusie van repliek stelt CRT dat geen sprake is van een ‘voorstelling’ als bedoeld in artikel 16, onder b, van Vo. 110/2008, maar zij onderbouwt echter niet dat sprake zou zijn van één van de andere twee categorieën als bedoeld in deze bepaling: misbruik of nabootsing. Evenmin maakt CRT duidelijk waarom sprake is van “onjuiste of misleidende vermeldingen betreffende de herkomst, de oorsprong, de aard of wezenlijke hoedanigheden van het product” zoals bedoeld in artikel 16, onder c, van Vo. 110/2008. Een en ander valt zonder nadere toelichting niet in te zien.

4.33.

Voor wat betreft het door CRT op de zitting gedane beroep op artikel 10 van de Vo. 110/2008, geldt het volgende. In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat het verboden is om een in bijlage III geregistreerde geografische aanduiding te gebruiken in een samengestelde term of daarop te zinspelen in de presentatie van een levensmiddel, tenzij de alcohol uitsluitend afkomstig is van de betrokken gedistilleerde drank(en). Zoals hiervoor is overwogen, komt het woord ‘Tequila’ in de verkoopbenaming ‘Desperados’ niet voor. Op het etiket aan de voorzijde van het flesje Desperados staat het woord ‘Tequila’ los vermeld van de naam Desperados (zie 2.6) en op de achterzijde staat: “bier gearomatiseerd met tequila” of in het Engels “beer flavoured with tequila” (zie 2.7). Er is dus geen sprake van een samengestelde term in de zin van artikel 10 Vo. 110/2008. Voor het overige heeft CRT niet gemotiveerd toegelicht dat de wijze waarop Desperados wordt gepresenteerd een situatie oplevert als bedoeld in dit artikel.

4.34.

Kortom: het beroep op schending van de artikelen 16 en 10 Vo. 110/2008 leidt niet tot toewijzing van (een deel van) de vorderingen.

Misleidende reclame

4.35.

Daarnaast stelt CRT dat het gebruik van Tequila op Desperados misleidend en onrechtmatig is. CRT doet daarbij een beroep op de artikelen 7 en 36 van de Vic-Vo.13 en de artikelen 8 en 16 van Vo. 178/200214. Door in de reclame-uitingen voor Desperados niet alleen prominent de aanduiding ‘Tequila’ te gebruiken, maar ook talloze symbolen en andere vormgevingsaspecten die zoveel mogelijk doen denken aan Tequila en Mexico (zoals agaveplanten), wekt Heineken de suggestie dat er een relevante hoeveelheid Tequila in Desperados zit. Dit is echter niet het geval volgens CRT, nu Desperados in feite slechts 0,1% Tequila bevat. CRT stelt dat de consument dit niet eenvoudig kan opmaken uit het etiket, omdat daarop niet is vermeld hoeveel procent Tequila het product bevat, maar enkel hoeveel procent van het aroma van Tequila afkomstig is.

4.36.

Heineken voert aan dat de informatie op het etiket correct is. De maatman-consument verwacht dat Desperados op smaak is gebracht met Tequila, niet dat een aanzienlijk deel (25%) van de alcohol afkomstig is van Tequila, zoals CRT eist. Volgens Heineken blijkt uit niets dat de consument meer Tequila in het product verwacht dan dat er in zit, noch dat het opvoeren van de hoeveelheid Tequila tot 2,95% (zodat 25% van de alcohol afkomstig is van Tequila) de beweerde misleiding zou wegnemen.

4.37.

Kort gezegd verbieden genoemde artikelen in de Vic-Vo. en Vo. 178/2002 misleiding in brede zin van de consument (via etiket, verpakking, aanbiedingsvorm, reclame) ten aanzien van onder andere de aard, identiteit en samenstelling van het product.

Het HvJEU heeft in het zogenaamde Teekanne-arrest (HvJEU 4 juni 2015, ECLI:EU:C:2015:361) bepaald dat bij de beoordeling of een etikettering voor een koper misleidend kan zijn, voornamelijk moet worden uitgegaan van de vermoedelijke verwachting ten aanzien van die etikettering die een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument heeft ten aanzien van de oorsprong, de herkomst en de hoedanigheid van het levensmiddel, aangezien het er in wezen om gaat de consument niet te misleiden en hem er niet toe te brengen ten onrechte te geloven dat het product een andere oorsprong, herkomst of hoedanigheid heeft dan in werkelijkheid het geval is. Daarbij moet ervan worden uitgegaan dat de consument, wiens beslissing tot aankoop van een product wordt bepaald door de samenstelling van het betrokken product, eerst de lijst van ingrediënten leest. Het Hof overweegt echter in het Teekanne-arrest ook dat de lijst van ingrediënten in bepaalde situaties, ook al is die lijst juist en volledig, ongeschikt kan zijn om de verkeerde of dubbelzinnige indruk van de consument over de kenmerken van een levensmiddel, die voortvloeit uit de andere elementen waaruit de etikettering van dat levensmiddel is samengesteld, genoegzaam te corrigeren. In de situatie waarin de etikettering van een levensmiddel en de wijze waarop deze is uitgevoerd, in hun geheel beschouwd, de indruk wekken dat dit levensmiddel een ingrediënt bevat dat het in werkelijkheid niet bevat, kan een dergelijke etikettering de koper dus misleiden ten aanzien van de kenmerken van dat levensmiddel.

4.38.

De rechtbank stelt vast dat de claim die wordt gemaakt op het etiket van het flesje Desperados, in de ingrediëntenlijst, op de verpakking en in de reclame van Desperados, namelijk dat er Tequila in het product zit, feitelijk juist is: er zit Tequila, afkomstig van een door CRT gecertificeerde producent, in Desperados. Ten aanzien van het standpunt van CRT dat de misleiding erin bestaat dat de indruk wordt gewekt dat er méér Tequila in Desperados zit dan dat er daadwerkelijk in zit, is het volgende van belang. Op het etiket aan de achterzijde van het flesje is vermeld dat het gaat om “bier gearomatiseerd met tequila” (of in het Engels “beer flavoured with tequila”). In de ingrediëntenlijst is vervolgens als laatste ingrediënt genoemd: “aroma (75% Tequila)” of in het Engels: “flavourings (75% tequila”. Ondanks het prominente gebruik van het woord ‘Tequila’ op de voorzijde van de verpakking en in reclame-uitingen, moet het de redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument – wiens beslissing tot aankoop van een product wordt bepaald door de samenstelling daarvan – duidelijk zijn dat Tequila in Desperados fungeert als smaakmaker en dat het percentage Tequila in het bier relatief gering is. Het enkele feit dat de ingrediëntenlijst niet vermeldt hoe hoog het percentage Tequila in het bier is, maakt dat niet anders en is op zichzelf ook niet misleidend.

4.39.

In het licht van het voorgaande is het zonder nadere toelichting van CRT, die ontbreekt, niet duidelijk dat en op grond waarvan de maatman-consument uit de verpakking van Desperados en de reclame daarvoor de verwachting zou ontlenen dat er meer Tequila in Desperados zit dan er daadwerkelijk in zit. Op die grond kan dus geen misleiding worden vastgesteld.

4.40.

Bij haar beoordeling betrekt de rechtbank ook de Richtsnoeren BOB/BGA15 van de Europese Commissie. Daarin heeft de Commissie meegedeeld dat zij van oordeel is dat een geregistreerde benaming (in dit geval: Tequila) op het etiket en in reclame mag worden vermeld, indien – onder meer – het product met de geregistreerde benaming in voldoende hoeveelheid wordt gebruikt teneinde het betrokken levensmiddel een essentieel kenmerk te verlenen. Zoals de rechtbank hiervoor (bij beoordeling overeenkomstig de norm uit het Champagner Sorbet-arrest) heeft overwogen, heeft CRT onvoldoende toegelicht dat Tequila geen essentieel kenmerk verleent aan Desperados (of, zoals CRT in dit verband stelt, dat er een relevante hoeveelheid Tequila in Desperados zit). Zonder nadere toelichting, welke toelichting ook in het kader van de gestelde misleiding ontbreekt, kan dus ook op basis van de Richtsnoeren BOB/BGA geen misleiding worden vastgesteld.

4.41.

De conclusie is dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn op de grond van misleidende reclame.

Misleidende handelspraktijken

4.42.

CRT stelt tot slot dat sprake is van misleidende handelspraktijken als bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken16. In Nederland is deze bepaling geïmplementeerd door invoering van artikel 6:193c BW. CRT stelt dat Heineken onjuiste informatie verstrekt die de gemiddelde consument misleidt of waarschijnlijk zal misleiden, doordat Heineken het woord Tequila op de Desperadosverpakking gebruikt zonder te voldoen aan de relevante Mexicaanse wetgeving. Volgens CRT zijn de regels met betrekking tot oneerlijke handelspraktijken niet alleen van toepassing in zogenaamde B2C-verhoudingen (verhoudingen van handelaar tot consument), maar ook in B2B-verhoudingen (de relatie tussen handelaren onderling). CRT stelt dat zij zich, als belangenorganisatie die Tequilaproducenten vertegenwoordigt, ook kan beroepen op de bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken. Heineken betwist dat CRT een beroep toekomt op deze regels in relatie tot Heineken en voert aan dat CRT geen consument of concurrent is.

4.43.

In de literatuur en rechtspraak bestaat verdeeldheid over de vraag of op grond van de tekst van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (meer in het bijzonder de considerans onder 8 en artikel 11) en de wetgevingsgeschiedenis van artikel 6:193a e.v. BW, naast consumenten, ook concurrenten rechtstreeks of indirect een beroep kunnen doen op de bescherming inzake oneerlijke handelspraktijken. Het antwoord op deze vraag kan in het midden blijven, omdat niet is gebleken dat CRT een concurrent is. CRT is immers volgens haar eigen stellingen een belangenvereniging, alsmede een orgaan met publiekrechtelijke bevoegdheden dat toeziet op de juiste naleving van de op Tequila toepasselijke regels. Zo een vereniging of orgaan kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als concurrent of handelaar. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt immers niet in te zien dat CRT relevante gelijksoortige of vergelijkbare belangen heeft als concurrenten. Daarbij heeft CRT, zoals eerder werd overwogen, desgevraagd expliciet gesteld dat zij in deze procedure alleen namens zichzelf opkomt en niet (op grond van volmacht, lastgeving of anderszins) namens de individuele Tequilaproducenten. Evenmin stelt CRT te handelen namens een algemeen consumentenbelang. Derhalve valt niet in te zien dat CRT een beroep zou kunnen toekomen op de regelgeving over oneerlijke handelspraktijken en kan deze grondslag niet leiden tot toewijzing van (een deel van) de vorderingen.

Conclusie

4.44.

De conclusie is dat de vorderingen van CRT niet toewijsbaar zijn op een van de door CRT gestelde grondslagen. De vorderingen zullen dus worden afgewezen. Bij deze uitkomst zal CRT, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van Heineken.

Proceskosten

4.45.

Bij beoordeling van de toewijsbaarheid van de door Heineken gevorderde proceskosten en de hoogte daarvan is het volgende van belang.

4.46.

Heineken heeft bij conclusie van antwoord en conclusie van dupliek gevraagd om veroordeling van CRT “in de kosten van deze procedure”. Voorafgaand aan het pleidooi heeft zij een ‘Akte inzake proceskosten ex artikel 1019 Rv’ ingediend, waarbij zij vergoeding vordert van haar volledige proceskosten tot het maximumbedrag van € 40.000. Heineken stelt dat zij, zoals uit overgelegde specificaties blijkt, tot en met november 2017 reeds € 49.720,01 aan proceskosten heeft gemaakt. CRT voert aan dat Heineken te laat is met haar vordering tot vergoeding van de volledige proceskosten en dat het liquidatietarief moet worden toegepast.

4.47.

In de eerste plaats overweegt de rechtbank dat deze zaak gedeeltelijk valt onder het toepassingsbereik van artikel 1019h Rv, uitgelegd in het licht van artikel 14 van de IE-Handhavingsrichtlijn17. Artikel 1 lid 2 in samenhang gelezen met artikel 22 e.v. van het TRIPs-verdrag18 merkt geografische aanduidingen namelijk uitdrukkelijk aan als intellectueel eigendom. Artikel 2 van de IE-Handhavingsrichtlijn zal conform die bepalingen moeten worden uitgelegd, aangezien de Europese Unie gebonden is aan het TRIPs-verdrag en de IE-Handhavingsrichtlijn voortbouwt op dat verdrag, zodat een geografische aanduiding ook als een IE-recht in de zin van de IE-Handhavingsrichtlijn moet worden aangemerkt.

4.48.

Voor toewijsbaarheid van de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv dient ook de gedaagde partij deze aanspraak tijdig, dat wil zeggen in een zo vroeg mogelijk stadium, kenbaar te maken. Deze tijdigheidseis volgt uit de beginselen van een goede procesorde. In dit geval is niet bij conclusie van antwoord maar pas bij akte voorafgaand aan het pleidooi verzocht om een proceskostenvergoeding op grond van artikel 1019h Rv, onder gelijktijdige overlegging van specificaties. Dit moet worden aangemerkt als eiswijziging of vermeerdering in de zin van artikel 130 Rv (vgl. Gerechtshof Den Haag 24 juli 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX1515, Spirits/FKP). Op grond van artikel 130 Rv is een eiswijziging ontoelaatbaar indien deze in strijd is met de goede procesorde.

4.49.

Naast het tijdig aanspraak maken op de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv dienen de gevorderde kosten ook tijdig te worden opgegeven en gespecificeerd, namelijk zo tijdig dat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren (zie HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, Endstra/Nieuw-Amsterdam). Ook dit vindt zijn grondslag in de beginselen van een goede procesorde. De toelichting bij de Indicatietarieven in IE-zaken (rechtbanken), bepaalt dat de proceskostenopgave moet worden ingediend binnen dezelfde termijn die geldt voor het indienen van de laatste producties. Ingevolge het geldende Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken is die termijn uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting.

4.50.

In dit geval is de akte van Heineken met de eisvermeerdering op 5 maart 2019 ontvangen op de griffie van de rechtbank. CRT heeft niet aangevoerd dat zij de akte op een later moment heeft ontvangen, zodat ervan uit moet worden gegaan dat ook CRT op 5 maart 2019 beschikte over de eisvermeerdering en de bijgevoegde kostenspecificaties. Nu het pleidooi plaatsvond op 11 maart 2019, is de akte niet uiterlijk twee weken voor de zitting – en dus te laat – ingediend. CRT heeft echter wel vijf dagen (waarvan drie werkdagen) de tijd gehad om de stukken (een akte van een pagina en de specificatie van de advocatenkosten van elf pagina’s) tot zich te nemen. Daarbij heeft CRT niet aangevoerd dat zij onvoldoende tijd heeft gehad om kennis te nemen van de akte en de specificaties en om zich daar naar behoren tegen te kunnen verweren. Gelet op deze omstandigheden valt niet in te zien dat CRT door de late eiswijziging onredelijk in haar verweer wordt bemoeilijkt, of dat CRT zich door de (te) late overlegging van de specificaties hiertegen niet naar behoren heeft kunnen verweren. Strijd met de goede procesorde kan dus niet worden vastgesteld. De rechtbank zal de proceskosten voor wat betreft het IE-gedeelte dus vaststellen op de voet van 1019h Rv.

4.51.

Nu de vorderingen van CRT deels zijn gegrond op handhaving van IE-rechten en deels op een andere grondslag, is sprake van een zogenoemde gemengde grondslag als bedoeld in de hiervoor genoemde toelichting bij de Indicatietarieven in IE-zaken (rechtbanken). In dat geval volgt een kostenveroordeling met toepassing van artikel 1019h Rv voor de proceskosten die moeten worden toegerekend aan het deel van de procedure dat onder het bereik van artikel 14 van de IE-Handhavingsrichtlijn valt (het IE-deel). Ook bepaalt de toelichting dat in geval van een gemengde grondslag een gedetailleerde opgave moet worden overgelegd met een indicatie welk deel van de gevorderde kosten moet worden toegerekend aan het IE-deel. Indien partijen het niet eens zijn over de omvang van de respectieve aandelen in het geschil, zal volgens de toelichting bij gebreke van een deugdelijke opgave een schatting worden gemaakt.

4.52.

Nu Heineken heeft nagelaten opgave te doen van welk deel van de proceskosten ziet op de IE-grondslag en welk deel niet, en partijen hierover ook geen (gezamenlijk) standpunt hebben ingenomen, zal de rechtbank ambtshalve een schatting maken. Gelet op de processtukken en hetgeen bij pleidooi aan de orde is gekomen, zal de rechtbank het niet-IE-deel bepalen op 25%. Daarop wordt het standaard liquidatietarief toegepast. Voor het IE-deel van 75% geldt dat sprake is van een complexe bodemzaak, waarvoor het indicatietarief van maximaal € 40.000 geldt.

4.53.

De kosten aan de zijde van Heineken worden daarmee begroot op:

- griffierecht € 618,00

- salaris advocaat IE-deel 30.000,00 (75% van het maximum van € 40.000)

- salaris advocaat niet-IE-deel 543,00 (25% van 4,0 punten × tarief € 543,00)

Totaal € 31.161,00

4.54.

Daarnaast zal CRT ambtshalve in de nakosten worden veroordeeld, op de wijze zoals hierna in de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt CRT in de proceskosten, aan de zijde van Heineken tot op heden begroot op € 31.161,00,

5.3.

veroordeelt CRT in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat CRT niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.H. Broesterhuizen, mr. C. Bakker en mr. M.F. Zaagsma en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2019.

1 Lisbon Agreement for the Protection of Appellations of Origin and their International Registration of October 31, 1958, as revised at Stockholm on July 14, 1967, and as amended on September 28, 1979.

2 Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1576/89 van de Raad (PbEU 2008, L39/16) (hierna: Vo. 110/2008).

3 Verordening (EU) 2019/335 van de Commissie van 27 februari 2019 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de registratie van de gedistilleerde drank „Tequila” als geografische aanduiding (PbEU 2019, L 60/3) (hierna: Vo. 335/2019).

4 Besluit 97/361/EG van de Raad van 27 mei 1997 inzake de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Mexicaanse Staten betreffende de wederzijdse erkenning en bescherming van de benamingen van gedistilleerde dranken (PbEU 1997, L 152/15) (hierna: EU-MX-overeenkomst).

5 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (PbEU 2012, L 351/1) (hierna: Brussel I bis-Vo).

6 Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883 zoals laatstelijk herzien te Stockholm op 14 juli 1967 (Herzien internationaal verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Trb 1970, 187) (hierna: Verdrag van Parijs).

7 Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (PbEU 2007, L 199/40) (hierna: Rome II).

8 Wet van 11 april 2001, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot verbintenissen uit onrechtmatige daad (Wet conflictenrecht onrechtmatige daad) (hierna WCOD).

9 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Lissabon (geconsolideerde versie)
(PbEU 2016, C 202/01) (hierna: Werkingsverdrag).

10 Verordening (EG) nr. 1434/97 van de Commissie van 23 juli 1997 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1267/94 houdende toepassing van de overeenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen inzake de wederzijdse erkenning van bepaalde gedistilleerde dranken (PbEU 1997, L 196/56) (hierna: Vo. 1434/1997).

11 Verordening (EG) nr. 936/2009 van de Commissie van 7 oktober 2009 houdende toepassing van de overeenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen inzake de wederzijdse erkenning van bepaalde gedistilleerde dranken (PbEU 2009, L 264/5) (hierna: Vo. 936/2009).

12 Richtsnoeren betreffende de etikettering van levensmiddelen die ingrediënten met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) en een beschermde geografische aanduiding (BGA) bevatten (PB 2010/C 341/03)

13 Verordening (EU) Nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304/18) (hierna: Vic-Vo.).

14 Verordening (EG) Nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEU 2002, L 31/1) (hierna: Vo. 178/2002).

15 Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren betreffende de etikettering van levensmiddelen die ingrediënten met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) en een beschermde geografische aanduiding (BGA) bevatten (PbEU 2010, C 341/03) (hierna: Richtsnoeren BOB/BGA).

16 Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PbEU 2005, L 149/22) (hierna: Richtlijn oneerlijke handelspraktijken).

17 Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (zoals gerectificeerd gepubliceerd PbEU 2004, L 195/16) (hierna: IE-Handhavingsrichtlijn).

18 Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom van 15 april 1994 (Trb 1995, 130).