Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3521

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-01-2019
Datum publicatie
16-05-2019
Zaaknummer
7120157 CV EXPL 18-17292
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2019:3092
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Een vrouw die ontevreden is over het ontharen van haar benen vordert gedeeltelijke terugbetaling van overeengekomen prijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7120157 CV EXPL 18-17292

vonnis van: 18 januari 2019

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. F.R. Brouwer

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

nader te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken en proceshandelingen:

  • -

    de dagvaarding van 30 juli 2018 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie;

  • -

    het instructievonnis;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie, tevens houdende antwoord in reconventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie, tevens houdende repliek in reconventie, met producties;

  • -

    de akte uitlating producties in conventie van [eiseres] ;

  • -

    een door [gedaagde] overgelegde productie;

  • -

    de dagbepaling vonnis.

[eiseres] is nog niet in de gelegenheid gesteld een conclusie van dupliek in reconventie in te dienen en zij zal hiertoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

Partijen hebben in 2015 een overeenkomst gesloten waarbij [gedaagde] de benen van [eiseres] permanent zou ontharen tegen een bedrag van totaal € 1.000,00. De laserbehandelingen vonden om de twee maanden plaats en de laatste laserbehandeling was eind 2016/beging 2017.

1.2.

[eiseres] heeft per bank vier keer € 100,00 aan [gedaagde] betaald.

1.3.

In juli 2017 heeft [gedaagde] in een WhatsApp-bericht aan [eiseres] bericht dat zij € 500,00 aan [eiseres] terug zal betalen.

1.4.

[eiseres] heeft bij brief van 6 april 2018 aan [gedaagde] bericht dat zij het bedrag van € 500,00 nog niet van haar heeft ontvangen niet aan haar heeft betaald, dat dit bedrag niet toereikend is en dat [gedaagde] in de gelegenheid wordt gesteld om binnen 15 dagen na ontvangst van deze brief € 750,00 ter finale kwijting te voldoen.

1.5.

[gedaagde] heeft bij brief van 1 mei 2018 aan [eiseres] bericht zich niet te herkennen in hetgeen [eiseres] schrijft, dat zij de aansprakelijkheid niet accepteert en niet tot betaling van het gevraagde bedrag zal overgaan.

Vordering en verweer

In conventie

2. [eiseres] vordert dat [gedaagde] veroordeeld zal worden tot betaling van primair € 750,00 dan wel subsidiair € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2018 tot aan de voldoening.

3. [eiseres] voert aan dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] net zo lang met de behandeling zou doorgaan tot haar benen definitief geen haargroei meer zou laten zien. [eiseres] betoogt dat zij totaal € 1.000,00, namelijk per bank vier keer € 100,00 en contant zes maal een bedrag, aan [gedaagde] heeft betaald. [eiseres] voert aan dat de behandelingen geen effect hebben gehad. [eiseres] heeft nog contact gezocht met [gedaagde] om de behandeling af te maken, maar [gedaagde] reageerde pas reageerde nadat [eiseres] een e-mail naar het werk van de man van [gedaagde] had gestuurd. [gedaagde] toen heeft aangeboden € 500,00 aan [eiseres] te betalen, maar zij heeft dat bedrag niet betaald. [eiseres] voert aan dat de stelling van [gedaagde] dat de behandeling van [eiseres] klaar was niet juist is. Als dat wel het geval zou zijn geweest, had het voor de hand dat [gedaagde] dat zou hebben medegedeeld, aldus [eiseres] . [eiseres] betoogt ook dat de omstandigheid dat [gedaagde] heeft aangeboden € 5000,00 aan haar te betalen, erop duidt dat [gedaagde] wist dat zij de gemaakte afspraak niet was nagekomen.

4. [gedaagde] betwist dat zij met [eiseres] is overeengekomen dat de behandeling zou worden voortgezet totdat haar benen volledig zijn onthaard aangezien volledige ontharing gelet op de haargroei niet mogelijk is. Dit blijkt ook uit informatie die hierover op internet te lezen is, aldus [gedaagde] . [gedaagde] betwist voorts de stelling van [eiseres] dat de behandelingen geen enkel effect hebben gehad. [gedaagde] voert verder aan dat zij na herhaalde bedreiging en dwang heeft toegezegd € 500,00 te betalen en dat zij, omdat de bedreigingen aanhielden, hiervan melding heeft gemaakt bij de politie.

In reconventie

5. [gedaagde] voert in reconventie aan dat [eiseres] niet het volledige bedrag van de behandeling heeft betaald en dat zij dat geld alsnog (terug)vordert. Bij repliek heeft [gedaagde] aangevoerd dat het om een nog door [eiseres] te betalen bedrag van € 650,00 gaat.

6. [eiseres] verweert zich bij conclusie van antwoord in reconventie tegen deze vordering en voert aan dat [gedaagde] alleen gevorderd heeft dat zij nog geld van [eiseres] te goed heeft maar dat zij niet heeft toegelicht om welk bedrag het gaat. [eiseres] betoogt verder dat [gedaagde] geen enkele factuur en/of een aanmaning heeft overgelegd, hetgeen wel voor de hand had gelegen als er nog een betalen bedrag open stond.

Beoordeling

In conventie en in reconventie

7. Het lijkt zinvol dat partijen persoonlijk op een zitting komen om nadere inlichtingen te geven, waarbij afhankelijk van het verloop tevens de mogelijkheid van een schikking kan worden onderzocht. [eiseres] is dan tevens in de gelegenheid om op de conclusie van repliek in reconventie van [gedaagde] te reageren.

8. Op de rolzitting over 14 dagen na heden zal een datum worden bepaald, nadat partijen in de gelegenheid zijn geweest om tot uiterlijk 3 werkdagen voor die zitting hun verhinderdata over een periode van drie maanden, ingaande vier weken na heden, schriftelijk op te geven aan het Bureau Teamplanner per post (postbus 70515, 1007 KM Amsterdam), per fax (088-3610311) of per e-mail (teamplannerD.kanton.rb.amsterdam@rechtspraak.nl). Bij de opgave van de verhinderdata moeten kenmerk van de zaak en de datum van de rolzitting vermeld worden. Op deze rolzitting hoeven partijen dus nog niet te verschijnen. Na afloop van de rolzitting krijgen partijen schriftelijk bericht van de datum waarop de bijeenkomst van partijen zal plaatsvinden.

9. Partijen kunnen maximaal 20 dagdelen als verhindering opgeven. Indien toch meer dan 20 dagdelen als verhindering worden opgegeven, zal daar niet in alle gevallen rekening mee kunnen worden gehouden.
Indien een partij binnen genoemde termijn geen verhinderdata opgeeft, zal het tijdstip van de bijeenkomst van partijen worden vastgesteld zonder verhinderingen van die partij in de planning te betrekken.

10. Na vaststelling van de datum van de bijeenkomst van partijen wordt geen uitstel van die datum verleend. Eventueel ter gelegenheid van de bijeenkomst over te leggen stukken dienen uiterlijk zeven werkdagen voor de datum van de bijeenkomst ter griffie te zijn ingediend, waarbij uit veiligheidsoverwegingen geen gebruik kan worden gemaakt van eerder genoemd e-mailadres, onder gelijktijdige verzending van een afschrift aan (de gemachtigde van) de wederpartij. Partijen wordt verzocht in hun toezendbrief expliciet aan te geven dat deze verzending daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

11. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

gelast partijen, beiden in persoon, te verschijnen ter zitting van de kantonrechter in het gerechtsgebouw aan het adres Parnassusweg 220 te Amsterdam op een nog vast te stellen datum;

bepaalt dat de zaak eerst zal dienen ter rolzitting van 1 februari 2019 te 10.00 uur voor het vaststellen van de datum voor de verschijning van partijen;

bepaalt dat verhinderdata kunnen worden opgegeven als hiervoor vermeld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.