Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3437

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-05-2019
Datum publicatie
17-05-2019
Zaaknummer
7361684 CV EXPL 18-26099
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een werknemer van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein moet 3.800 euro aan opleidingskosten terugbetalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0549
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7361684 CV EXPL 18-26099

vonnis van: 9 mei 2019

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de stichting Stichting Sint Antonius Ziekenhuis

gevestigd te Nieuwegein

eiseres

nader te noemen: Sint Antonius Ziekenhuis

gemachtigde: Flanderijn & Van Eck Gerechtsdeurwaarders

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. D. Simons.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 14 november 2018 met producties;
- antwoord met productie;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 11 april 2019. Voor Sint Antonius Ziekenhuis is verschenen [naam 1] namens de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen vergezeld door zijn gemachtigde. Sint Antonius Ziekenhuis heeft op voorhand nog een reactie op het verweer toegezonden. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Tevens is een schikking tussen partijen beproefd maar niet tot stand gekomen. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

1.1.

[gedaagde] heeft met Sint Antonius Ziekenhuis op 2 september 2016 een leerovereenkomst gesloten voor de opleiding tot radiodiagnostisch laborant voor de periode van 5 september 2016 tot en met 4 maart 2017. In de overeenkomst is opgenomen dat [gedaagde] gedurende de beroepsvoorbereidende periode een bedrag van € 1.491,08 per maand aan “zakgeld” ontvangt.

1.2.

Artikel 10 van de overeenkomst luidt:
Indien de opleiding voortijdig door de student wordt beëindigd dan wel de opleiding als gevolg van onvoldoende resultaten moet worden beëindigd, zonder dat daarvoor naar het oordeel van de leidinggevende een aannemelijke reden is, zal de student de tot het moment van beëindiging gemaakte studiekosten en de uit de aangegane verplichting met het opleidingsinstituut nog voortvloeiende te maken kosten terugbetalen. Voor een indicatie van de studiekosten wordt verwezen naar de bijlage.

1.3.

In de bijlage is een indicatie van de kosten gegeven van € 3.970,00 voor een beroepsvoorbereidende periode van 6 maanden.

1.4.

Bij ongedateerde brief van de leidinggevende van [gedaagde] , [naam leidinggevende] , is aan [gedaagde] medegedeeld dat Sint Antonius Ziekenhuis hem niet door wil laten gaan met de opleiding. Als reden daarvoor vermeldt de brief:
(…) Tegenvallende schoolresultaten. Met 2 herkansingen in een BVP waarvan 1 uiteindelijk met een 5,6 wordt afgesloten. Eén herkansing wilde je uitstellen tot juni omdat he het niet zag zitten deze op kort termijn te herkansen. Deze resultaten in een BVP zijn voor ons een teken dat de opleiding te zwaar voor je gaat worden en dat de kans op uitval zeer groot is. Mede door de fase van je leven waarin je op dit moment zit.
Houding op de werkvloer tegenover collega’s en leidinggevenden. Je wordt niet graag aangesproken op je werk en je gedrag door collega’s en LG. Hierdoor kom je over als arrogant. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: je hebt je een aantal keer ziek gemeld en hierbij raak je geïrriteerd wanneer men vragen stelt over je ziekte/terugkeer. De praktijopleiders hebben je hierop aangesproken maar wij zien geen verbetering hierin. Je belt twee keer ‘s morgens dat je niet kan komen werken ivm een ziek kind. Wanneer de LG aangeeft dat je zelf iets moet regelen voor dit soort gevallen geef je aan “geen standje” nodig te hebben. Wanneer ik jou hiermee confronteer geef je aan dat je geen kind van 16 meer bent die zich aan de regels moet houden. Voor ons signalen dat je moeite hebt met autoriteit en met deze instelling niet als leerling RDL op onze afdeling past. (…).
[gedaagde] heeft deze brief 21 maart 2017 ontvangen.

1.5.

Per factuur van 11 mei 2017 heeft Sint Antonius Ziekenhuis een bedrag van € 3.799,54 bij [gedaagde] in rekening gebracht. [gedaagde] heeft deze factuur, ondanks een betalingsherinnering van 19 juni 2017 onbetaald gelaten.

1.6.

Bij brief van 4 juli 2017 heeft Sint Antonius Ziekenhuis [gedaagde] gesommeerd de openstaande factuur te voldoen binnen 15 dagen nadat die brief bij hem is gezorgd. Daarbij is een bedrag van € 610,99 aan buitengerechtelijke kosten aangekondigd bij niet tijdige betaling.

1.7.

Bij brief van 17 juli 2017 heeft de gemachtigde van [gedaagde] bezwaar gemaakt tegen het terugbetalen van de studiekosten en daarbij verzocht om een schriftelijke bevestiging dat [gedaagde] de studiekosten niet is verschuldigd.

1.8.

Sint Antonius Ziekenhuis heeft hierop schriftelijk gereageerd en gesteld dat vanwege onvoldoende studieresultaten de opleiding niet voortgezet kan worden. Op grond van de overeenkomst dient [gedaagde] de studiekosten terug te betalen.

Vordering

2. Sint Antonius Ziekenhuis vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 3.799,54 aan hoofdsom;
b. € 610,99 aan buitengerechtelijke incassokosten;
c. € 94,10 aan rente, berekend tot 14 november 2018;
d. rente over € 3.799,54 vanaf 14 november 2018;
e. de proceskosten.

Sint Antonius Ziekenhuis stelt hiertoe bij dagvaarding, samengevat en zakelijk weergegeven, dat [gedaagde] tijdens de beroepsvoorbereidende periode niet voor alle toetsen een voldoende heeft gehaald (theorie) en dat zijn houding en instelling naar de mening van Sint Antonius Ziekenhuis onvoldoende was (praktijk). Hierop heeft Sint Antonius Ziekenhuis besloten de leerovereenkomst te beëindigen. Op grond van de overeenkomst is Sint Antonius Ziekenhuis dient [gedaagde] de gemaakte studiekosten terug te betalen.

Verweer

3. [gedaagde] heeft aangevoerd, samengevat en zakelijk weergegeven, dat hij vanwege moeilijke privé omstandigheden uitstel had gevraagd voor de herkansing van een niet gehaald tentamen. Alle overige tentamens had [gedaagde] (uiteindelijk) met een voldoende afgesloten. Blijkbaar heeft ook het gedrag van [gedaagde] bijgedragen tot de beëindiging van de overeenkomst door Sint Antonius Ziekenhuis. Er kan echter geen beroep worden gedaan op artikel 10 van de leerovereenkomst aangezien deze niet door de student zelf is opgezegd en er geen sprake was van onvoldoende resultaten zonder dat daarvoor naar het oordeel van de leidinggevende een aannemelijke reden is. Tegenvallende resultaten zijn niet voldoende en Sint Antonius Ziekenhuis wist van de moeilijke privé situatie van [gedaagde] . Daarom was er wel een aannemelijke reden in de zin van voornoemd artikel 10.

Comparitie

4. Ter zitting heeft [gedaagde] toegelicht dat hij zich na kritiek op zijn gedrag heeft aangepast. Daarna heeft hij aldoor goede beoordelingen gehad. Nog voordat op zijn verzoek tot uitstel van de herkansing beslist was, bleek er in het management overleg van een week eerder reeds besloten te zijn dat [gedaagde] de studie niet verder mocht vervolgen. Dit is hem eerst mondeling en later per brief medegedeeld. Dat er onvoldoende resultaat was klopt niet want hij mocht het tentamen nog herkansen.
had niet zien aankomen dat er een rekening zou komen voor studiekosten, hij was hier niet meer op gewezen. Ook de leidinggevende, [naam leidinggevende] , was niet op de hoogte van deze regeling. Sint Antonius Ziekenhuis wist van de moeilijke privé omstandigheden van [gedaagde] . Bovendien heeft [gedaagde] een andere student aangedragen
die ook aangenomen is en de studie heeft afgemaakt. Sint Antonius Ziekenhuis heeft dus geen kosten gehad.

5. Sint Antonius Ziekenhuis heeft ter zitting nog aangevoerd dat de houding van [gedaagde] nog niet zodanig was veranderd dat het goed genoeg was. Met daarbij het feit dat [gedaagde] niet alle tentamens had gehaald was dit voldoende grond om de opleiding te beëindigen. Terugbetaling van de studiekosten wordt door de afdeling HR afgehandeld en niet door de leidinggevende van [gedaagde] .


Beoordeling

6. Het verweer faalt. De kantonrechter is van oordeel dat Sint Antonius Ziekenhuis bij de beslissing om de opleiding te beëindigen kennelijk wel degelijk rekening heeft gehouden met de door [gedaagde] aangevoerde reden voor de onvoldoende resultaten. De door [gedaagde] aangevoerde reden woog echter niet zwaar genoeg zoals blijkt uit de onder 1.4 genoemde brief van [naam leidinggevende] .
Het feit dat [naam leidinggevende] [gedaagde] er niet op heeft gewezen dat dit zou leiden tot terugbetaling van studiekosten doet daar niet aan af. [gedaagde] heeft zelf de overeenkomst ondertekend waarin deze bepaling was opgenomen zodat hij hiervan op de hoogte was dan wel had moeten zijn.
Hieruit volgt dat de gevorderde hoofdsom als onvoldoende weersproken zal worden toegewezen.

7. Gelet op de bij de dagvaarding overgelegde aanmaning(en) als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW wordt een bedrag aan buitengerechtelijke kosten toegewezen als na te melden.

8. De wettelijke rente is vanwege het betalingsverzuim van [gedaagde] eveneens toewijsbaar.

9. [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.


BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Sint Antonius Ziekenhuis van:

- € 3.799,54 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2018 tot aan de voldoening;

- € 610,99 aan buitengerechtelijke incassokosten;

- € 94,10 aan rente;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Sint Antonius Ziekenhuis begroot op:
exploot € 101,89
salaris € 480,00
griffierecht € 476,00
-----------------
totaal € 1.057,89
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.