Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3333

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-05-2019
Datum publicatie
10-05-2019
Zaaknummer
13/650482-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 19-jarige man krijgt 5 jaar gevangenisstraf onder meer omdat hij op 1 september vorig jaar in de Amsterdamse Indische Buurt met een mitrailleurpistool een auto met 2 mensen erin beschoot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/650482-18

Datum uitspraak: 8 mei 2019

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [naam] ” te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.H. van der Meij, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. F.F. Aarts, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is - na de wijziging op de zitting - ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 01 september 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meerdere (vooralsnog) onbekend gebleven personen van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet in het open en op klaarlichte dag met een machinegeweer/(semi-)automatisch vuurwapen (Skorpion) meerdere kogels heeft afgevuurd en/of heeft geschoten op de auto van het merk Volkswagen Polo (met kenteken [kenteken] ) met daarin voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of in de richting van de op de openbare weg geparkeerd staande auto van het merk Peugeot (met kenteken [kenteken] );

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 29 juli 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de rechtspersoon de Bijenkorf BV heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte/het opsturen van een of meerdere goederen en/of (gevulde) pakketten en/of cadeaukaarten, door

- op onrechtmatige wijze de beschikking te krijgen over gegevens van zogenaamde Bijcards, zijnde creditcards van voornoemde rechtspersoon, althans door zich de gegevens van op namen van anderen gestelde Bijcards te verschaffen waardoor met deze Bijcards bij voornoemde rechtspersoon kon worden betaald en/of - (vervolgens) met gebruikmaking van voornoemde gegevens in de webshop van voornoemde rechtspersoon bestellingen voor genoemde goederen/pakketten/cadeaukaarten te plaatsen en zich aldus voor te doen als iemand anders en/of - (vervolgens) (hierbij) aan voornoemde rechtspersoon aan te geven dat a. voornoemde bestellingen dienden te worden afgeleverd bij een PostNL-ophaallocatie (zodat zijn, verdachtes, adres niet bekend zou worden bij voornoemde rechtspersoon) en/of b. de naam van de rechthebbende op de pakketten ' [naam 1] ' en/of ' [naam 2] ' en/of ' [naam 3] ' en/of ' [naam 4] ' en/of ' [naam 6] ' en/of ' [naam 7] ' en/of ' [naam 8] ' betrof (zodat hij, verdachte, op genoemde PostNL-locatie de pakketten mee zou krijgen zonder dat de echte naam van hem, verdachte, bekend zou worden nu de spellingen van deze naam gelijkend zijn op de juiste spelling van de naam van verdachte) en/of - (vervolgens) voornoemde bestellingen af te halen en/of voornoemde cadeaukaarten bij voornoemde rechtspersoon in te wisselen voor goederen;

3.

hij op of omstreeks 2 september 2018 te Arnhem, in elk geval in Nederland, zonder consent een wapen van categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een machinegeweer en/of machinepistool, van het merk Skorpion, kaliber 7.65 mm zijnde een vuurwapen en/of één of meerdere stuk(s) munitie van categorie III, te weten zes patronen, kaliber 7.65, heeft doen binnenkomen en/of heeft doen uitgaan;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 2 september 2018 te Arnhem, in elk geval in Nederland, een wapen en/of munitie van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een machinegeweer en/of machinepistool, van het merk Skorpion, kaliber 7.65 mm zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren en/of één of meerdere stuk(s) munitie van categorie III, te weten zes patronen, kaliber 7.65, voorhanden heeft gehad.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich aan de hand van haar op schrift gestelde requisitoir op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Zij heeft daartoe de in haar ogen relevante bewijsmiddelen opgesomd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aan de hand van haar pleitnotities betoogd dat verdachte van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Zij heeft daartoe aangevoerd dat meerdere getuigen, die dicht in de buurt van verdachte wonen, verdachte niet hebben herkend als de persoon die heeft geschoten. Voor het geval de rechtbank wel van oordeel is dat verdachte de schutter is geweest, heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat hij willens en wetens heeft geprobeerd de inzittenden van de auto of andere onbekend gebleven personen te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Ook is er geen sprake van voorwaardelijk opzet, nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte gericht heeft geschoten met als doel de inzittenden of andere onbekend gebleven personen te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat uit de tapgesprekken en de opnames vertrouwelijke communicatie (OVC-gesprekken) volgt dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet wilde raken. Zij hebben immers verklaard dat het om een grap ging en zij zijn enkele minuten na het schietincident ook teruggekeerd naar de plaats waar het schietincident zou hebben plaatsgevonden. Er is ook geen nader onderzoek gedaan naar de wijze waarop zou zijn geschoten.

Verder heeft de raadsvrouw bepleit verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrij te spreken, nu er geen sprake is van een oplichtingsmiddel. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte de pakketten zelf heeft opgehaald op PostNL-ophaallocaties en dat de pakketten telkens op een naam stonden die zeer gelijkend is op de naam van verdachte. Ook gebruikte verdachte cadeaukaarten om goederen te kopen bij de Bijenkorf. Verdachte heeft geen gebruik gemaakt van een valse naam, maar slechts zijn naam verkeerd gespeld op de pakketten, hetgeen er niet toe heeft geleid dat bij de Bijenkorf een onjuiste voorstelling van zaken in het leven werd geroepen door verdachte. Er is ook geen sprake van een valse hoedanigheid, nu verdachte het niet heeft doen voorkomen alsof hij een bepaald beroep of een bepaalde functie uitoefende. Ook kan niet worden gesproken van een samenweefsels van verdichtsels, omdat er geen sprake is van een opeenstapeling van leugens. Tot slot is er in onderhavige zaak ook geen sprake van listige kunstgrepen, aldus de raadsvrouw.

Ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat geen sprake is van het doen binnenkomen en/of doen uitgaan van een wapen en munitie. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het aannemelijk is dat het wapen en de munitie op 22 juli 2018 dan wel op 1 september 2018 in Nederland als goed in het vrije verkeer circuleerden. Voor het doen uitgaan van het wapen en de munitie heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het wapen en de munitie Nederland niet hebben verlaten en voorts dat de bestemming van het wapen overduidelijk niet Duitsland is geweest. Verder heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde partieel dient te worden vrijgesproken, omdat ten laste is gelegd dat verdachte munitie van de categorie II onder 2 Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad, terwijl de munitie die bij verdachte is aangetroffen onder categorie III valt.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak van het onder 3 primair ten laste gelegde

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op 1 september 2018 in Amsterdam in de middag een wapen en munitie van iemand ter bewaring heeft gekregen. Daarna is verdachte, ergens in de middag van 1 september 2018, naar eigen zeggen de Audi A6 ingestapt. Verdachte wil niet verklaren waar hij die dag allemaal is geweest en met wie. Bij de aanhouding van verdachte is in het schoudertasje dat verdachte droeg een wapen aangetroffen en in zijn broekzak is een zakje met munitie aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij het wapen en de munitie de hele tijd bij zich heeft gehouden.

Wat er ook zij van de vraag of verdachte met het wapen en de munitie de grens met Duitsland is gepasseerd is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van het Nederland doen binnenkomen en/of doen uitgaan van het wapen en de munitie zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie.

In het dossier is geen enkele aanwijzing te vinden dat het wapen en de munitie de bestemming Duitsland hadden (en daarmee bestemd waren voor het doen uitgaan van Nederland).

Evenmin kan worden gesproken van het Nederland doen binnenkomen van het wapen en de munitie, omdat deze blijkens de verklaring van verdachte al op 1 september 2018 in Nederland waren. Het wapen en de munitie circuleerden zodoende al als goederen in het vrije verkeer.

De rechtbank acht het onder 3 primair ten laste gelegde feit dan ook niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

3.3.2

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde

In de vroege ochtend van 2 september 2018 is verdachte in een Audi A6 door verbalisanten in Arnhem, net over de grens met Duitsland, samen met drie andere inzittenden staande gehouden naar aanleiding van een ANPR-hit. Verdachte was in het bezit van een schoudertasje en hield dit de gehele tijd met beide handen vast. Verdachte werd door een verbalisant verzocht zijn schoudertasje te openen en rende daarop weg en gooide zijn schoudertasje weg. De verbalisant zag in het half geopende schoudertasje een wapen zitten. Naast het wapen zijn ook 6 stuks munitie aangetroffen in de broekzak van verdachte.

Uit het proces-verbaal van onderzoek aan het wapen blijkt dat het om een automatisch wapen van het merk ‘Skorpion’ kaliber 7.65 mm gaat. De zes patronen die bij verdachte zijn aangetroffen zijn van een kaliber 7.62 mm, een kaliber dat niet met voornoemd vuurwapen kan worden verschoten. Deze patronen zaten echter in een doosje met opschrift 7.65 Browning, welk kaliber munitie wel met de aangetroffen Skorpion kan worden verschoten.
Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) van 5 november 2018, blijkt dat op de ruwe delen van het wapen een DNA-mengprofiel is aangetroffen afkomstig van ten minste drie personen, waaronder verdachte. Het verkregen DNA-mengprofiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het mengprofiel DNA van verdachte en twee willekeurige onbekende personen bevat, dan wanneer het mengprofiel DNA van drie willekeurige onbekende personen bevat.

Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij het wapen en de munitie voorhanden heeft gehad en dat hij het wapen met beide handen heeft vastgehouden.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het onder 3 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.3.3

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank dient allereerst te beoordelen of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat er op 1 september 2018 rond 09:15 uur schoten zijn gelost in de (directe omgeving van) de Tidorestraat te Amsterdam. Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of het verdachte is geweest die heeft geschoten en of er sprake is van (al dan niet voorwaardelijk) opzet op de dood of zwaar lichamelijk letsel van één of meer personen.

Verklaringen getuigen

De rechtbank heeft bij haar beoordeling doorslaggevende betekenis toegekend aan de verklaringen van de twee onafhankelijke getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , en daarnaast aan de verklaring van [slachtoffer 1] . Na het schietincident is [getuige 1] gehoord en heeft hij verklaard dat hij een jongen zag praten met twee jongens in een auto. Hij zag vervolgens dat die auto ineens hard wegreed en dat de jongen die op de hoek stond een zwart vuurwapen trok en een heel magazijn leegschoot op de auto. De achterruit van een geparkeerde auto sprong toen kapot, aldus [getuige 1] . Getuige [getuige 2] is ook kort na het schietincident gehoord; zij heeft verklaard dat zij op haar balkon stond op de hoek van de kruising van de [straatnaam] met de [straatnaam] en dat zij een blauwe Volkswagen zag staan, waarvan in het kenteken de letters [letters] en het cijfer [cijfer] voorkwamen. Zij zag dat in de auto twee personen zaten, mogelijk van Marokkaanse afkomst, dat een Marokkaanse jongen bij de auto kwam staan en in gesprek was met de jongens in de auto. De jongen die bij de auto stond ging enkele keren in zijn tasje. Op het moment dat de auto wegreed, hoorde [getuige 2] harde knallen. Getuigen [getuige 3] en [getuige 4] hebben tegenover de verbalisanten verklaard dat zij een blauwe Volkswagen Polo zagen voorzien van het kenteken [kenteken] . Deze auto staat op naam van [slachtoffer 1] .

Verklaring [slachtoffer 1]

is bij de politie gehoord en heeft verklaard dat hij op 1 september 2018 zijn vriend [slachtoffer 2] op diens verzoek heeft opgehaald in Rotterdam en naar diens woonadres aan de [woonadres] in Amsterdam heeft gebracht. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] praatten nog met elkaar in de voor de woning stilstaande auto, toen er volgens [slachtoffer 1] een jongen kwam aanlopen die in gesprek met hem ging en duidelijk maakte dat hij de auto van [slachtoffer 1] wilde hebben. [slachtoffer 1] weigerde dit, waarna hij zag dat de jongen zijn hand in een zwart schoudertasje deed. [slachtoffer 1] zag hierop dat de jongen een vuurwapen uit het schoudertasje pakte en in zijn handen had. Op dat moment reed [slachtoffer 1] snel weg en hoorde hij schoten. Hij merkte dat de achterruit van zijn auto werd geraakt en stuk ging.

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 1] direct na het gebeuren een verklaring heeft afgelegd, bij welke verklaring hij is gebleven. Ook verklaart hij consistent over de schade aan zijn autoruit, hetgeen hij onderbouwt met een schadeformulier.

Wapen en munitie

Op de kruising van de Semarangstraat met de Tidorestraat zijn op 1 september 2018 5 kogelhulzen en 2 kogels, allen kaliber 7.65 mm, veiliggesteld.

Verdachte is op 2 september 2018 rond 01:25 uur in Arnhem aangehouden. Bij verdachte is toen een automatisch wapen van het merk ‘Skorpion’ kaliber 7.65 mm en zes patronen kaliber 7.62 mm in een doosje met opschrift 7.65 mm Browning aangetroffen. Er is vervolgens onderzoek gedaan naar (overeenkomsten tussen) de hulzen en kogels die aangetroffen zijn op de plaats delict op 1 september 2018 en naar het wapen en de munitie die in de vroege ochtend van 2 september 2018 bij verdachte zijn aangetroffen. Uit het NFI-rapport van 13 november 2018 blijkt dat het extreem veel waarschijnlijker is – in de ordegrootte van meer dan 1 miljoen keer – dat de hulzen en kogels zijn verschoten met het vuurwapen dat bij verdachte is aangetroffen, dan met een ander vuurwapen en loop.

Mutatierapport

Verder weegt de rechtbank mee dat uit een mutatierapport blijkt dat een verbalisant verdachte op 1 september 2018 rond 08:28 uur op de Bataviastraat in Amsterdam heeft zien staan, in de buurt van de plaats delict. Verdachte heeft verklaard dat hij die ochtend weliswaar in de buurt is geweest van de plaats delict maar dat hij niet betrokken is geweest bij het schietincident. Op vragen of hij het schietincident heeft waargenomen dan wel weet wat er is gebeurd, weigert hij te antwoorden.

Tasje en petje

Toen verdachte op 2 september 2018 werd aangehouden, droeg hij een zwart schoudertasje. [slachtoffer 1] heeft bij de politie verklaard dat de schutter een zwarte schoudertas droeg. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op de tas van de jongen die bij de auto stond ‘fleur-de-lis’-achtige afbeeldingen zag. Dit past bij de Louis Vuitton tas die op 2 september 2018 onder verdachte inbeslaggenomen is. Verder heeft getuige [getuige 5] verklaard dat de jongen die naast de auto stond een petje droeg. Verdachte had tijdens zijn aanhouding op 2 september 2018 ook een petje op.

Gesprekken [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

Na de schietpartij zijn de telefoons van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] afgeluisterd met als doel om achter mogelijke informatie te komen met betrekking tot de schietpartij. Uit deze gesprekken volgt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de schutter lijken te kennen, maar zijn naam niet willen noemen. Zo blijkt uit het gesprek van 14 september 2018 tussen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dat [slachtoffer 2] heeft gezegd: ‘Ze weten wie. Ze weten het. Ze zeiden hardcore: “Ken je [verdachte] ?”.’ Verder heeft [slachtoffer 2] gezegd: ‘Ze verdenken ons niet, maar de politie wist het wel en ze noemden ook zijn naam.’ [slachtoffer 2] heeft ook gezegd dat hij tijdens het verhoor moest lachen toen hij zei dat hij de schutter niet kende. Toen de rechercheur zei dat hij het wel begreep, want de schutter woont immers tegenover [slachtoffer 2] , zei [slachtoffer 2] dat dat klopte. Verdachte woont op de [adres] en [slachtoffer 2] op de [woonadres] .

Uit een telefoongesprek van 16 oktober 2018 blijkt daarnaast dat [slachtoffer 1] wordt geïntimideerd door een onbekend gebleven persoon. In dat gesprek zegt de onbekende persoon: ‘Je weet toch die kleine met Cartier bril? Als iemand, je weet wie ik bedoel met iemand, je over hem vraagt of wat hij heeft gedaan en je zegt ja, heb je met mij te maken. Begrijp je?’ Van belang daarbij is dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij een bril van het merk Cartier heeft.

Conclusie schieten

Op grond van alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien komt de rechtbank tot de conclusie dat vaststaat dat er schoten zijn gelost op de betreffende ochtend rond 09:15 uur, en dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de persoon is geweest die op 1 september 2018 heeft geschoten op de Volkswagen Polo met daarin [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en in de richting van een op de openbare weg geparkeerd staande auto.

Verdachte zwijgt op alle aan hem gestelde vragen of hij weet wat er is gebeurd. Bovendien geeft verdachte geen verifieerbare ondersteuning aan zijn ontkenning van betrokkenheid bij het onder 1 ten laste gelegde.

Poging tot doodslag / zware mishandeling

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag op, dan wel een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of onbekend gebleven personen.

Voorwaardelijk opzet

De rechtbank is van oordeel dat er geen bewijs is dat verdachte uit was op de dood van de inzittenden van de auto, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , en onbekend gebleven personen (geen vol opzet). De vervolgvraag is of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood dan wel de zware mishandeling. Er is in de onderhavige zaak sprake van voorwaardelijk opzet indien er een aanmerkelijke kans is geweest dat de dood zou intreden van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , de inzittenden van de Volkswagen Polo, en/of van onbekend gebleven personen en verdachte deze aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard. Bij de beoordeling of van een dergelijke aanmerkelijke kans sprake is, zijn de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het, behoudens contra-indicaties, niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

Naar het oordeel van de rechtbank is in deze zaak sprake van voorwaardelijk opzet. Verdachte heeft, blijkens de verklaring van [getuige 1] geschoten in de richting van de wegrijdende Volkswagen Polo waarin [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zaten. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte een vuurwapen uit zijn schoudertasje pakte, waarna [slachtoffer 1] heel hard wegreed en hoorde dat er meerdere keren geschoten werd. Hij heeft verder verklaard dat hij zag dat de achterruit van zijn auto geraakt werd en stuk ging. Dit is nader onderbouwd met het eigen risico-formulier van Carglass, waaruit blijkt dat zijn autoruit is gerepareerd. Ook hebben verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 17 september 2018 schade aan de achterklep van de auto geconstateerd. Gelet op het voorgaande en op basis van het aantal op de plaats delict aangetroffen kogels en hulzen kan worden vastgesteld dat verdachte meerdere keren heeft geschoten. De rechtbank is van oordeel dat het met een automatisch wapen schieten op een rijdende auto de aanmerkelijke kans in het leven roept dat de inzittenden van die auto en/of omstanders dodelijk getroffen worden. De omstandigheid dat zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] niet zijn geraakt, doet hieraan niet af. Het is daarnaast een feit van algemene bekendheid dat een kogel, wanneer deze met hard materiaal in aanraking komt, kan afketsen en daardoor van richting verandert (ricochet), hetgeen de kans vergroot dat iemand wordt geraakt, ook als diegene niet direct in de baan van het schot staat. Naar het oordeel van de rechtbank moet verdachte zich hiervan bewust zijn geweest. De handelwijze van verdachte is, naar zijn uiterlijke verschijningsvorm, zozeer gericht op het teweeg brengen van een bepaald gevolg dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer anderen bewust heeft aanvaard. De rechtbank weegt in dit oordeel mee dat het schietincident in de ochtend midden in een woonwijk heeft plaatsgevonden waar zich – blijkens de foto’s in het dossier – veel geparkeerde auto’s bevonden, waarvan één ook daadwerkelijk is geraakt, en dat ten tijde van het schietincident ook meerdere personen op straat aanwezig waren.

Conclusie

De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag op [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en andere onbekend gebleven personen.

3.3.4

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte Bijenkorf B.V. heeft opgelicht.

Om tot een veroordeling voor oplichting te kunnen komen, is vereist dat verdachte bij een ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen. Dit moet zijn gedaan met een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen en met het doel om misbruik van die onjuiste voorstelling te maken. Verdachte moet daarbij ten minste één van de in de wet genoemde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt.

De rechtbank stelt vast dat aan voornoemde vereisten is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank wordt de aangifte van [naam 9] , (namens de Bijenkorf B.V. daartoe gevolmachtigd) ondersteund door de daaraan ten grondslag liggende bijlagen (bestaande uit bestelgegevens en cadeaukaartgegevens) en door de camerabeelden van 2 mei, 9 juli, 10 juli, 21 juli en 23 juli 2018. Op de camerabeelden is verdachte herkend en is gezien dat verdachte pakketten van de Bijenkorf ophaalde.

Uit onderzoek is voorts gebleken dat bij het ophalen van pakketten acht keer het document ter legitimatie met nummer [documentnummer] is gebruikt, op naam van verdachte.

Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij de persoon op de beelden is, dat hij tussen de 30 en 50 pakketten heeft opgehaald en dat hij wel eens bestellingen plaatste onder verbasteringen van zijn eigen naam.

Ook blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2018 dat het IP-adres van frauduleuze bestellingen te herleiden is naar het woonadres van verdachte.

Valse naam en valse hoedanigheid

Verdachte heeft door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid Bijenkorf B.V. bewogen tot het afgeven en opsturen van meerdere goederen en gevulde pakketten en cadeaukaarten. Verdachte heeft voor het plaatsen van de bestellingen niet zijn eigen naam gebruikt, en de naam van de rechthebbende op het betreffende pakket betrof steeds een verbastering van zijn eigen naam. Dit leidt tot de vaststelling dat verdachte iedere keer onder een valse naam de Bijenkorf tot afgifte van goederen en cadeaukaarten heeft bewogen.

Ook is er sprake van een valse hoedanigheid, bestaande uit het zich telkenmale voordoen als de rechtmatige creditcardhouder.

Medeplegen

Gelet op de verklaring van verdachte dat hij door anderen is benaderd en dat er meerdere mensen bij betrokken waren, in combinatie met de aangifte waaruit blijkt dat er met verschillende IP-adressen transacties hebben plaatsgevonden en de camerabeelden waaruit blijkt dat verdachte meerdere malen pakketten kwam ophalen in aanwezigheid van andere personen, kan worden bewezen dat andere personen ook een wezenlijke en significante bijdrage aan de oplichting hebben geleverd. Verdachte wordt daarom als medepleger aan de oplichting beschouwd.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen acht.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

op 1 september 2018 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en onbekend gebleven personen van het leven te beroven, met dat opzet in het open en op klaarlichte dag met een automatisch vuurwapen (Skorpion) meerdere kogels heeft afgevuurd en heeft geschoten op de auto van het merk Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] met daarin voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en in de richting van de op de openbare weg geparkeerd staande auto van het merk Peugeot met kenteken [kenteken] ;

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 29 juli 2018 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, de rechtspersoon de Bijenkorf BV heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte/het opsturen van goederen en gevulde pakketten en cadeaukaarten, door

- op onrechtmatige wijze de beschikking te krijgen over gegevens van zogenaamde Bijcards, zijnde creditcards van voornoemde rechtspersoon, althans door zich de gegevens van op namen van anderen gestelde Bijcards te verschaffen waardoor met deze Bijcards bij voornoemde rechtspersoon kon worden betaald en

- vervolgens met gebruikmaking van voornoemde gegevens in de webshop van voornoemde rechtspersoon bestellingen voor genoemde goederen/pakketten/ cadeaukaarten te plaatsen en zich aldus voor te doen als iemand anders en

- vervolgens hierbij aan voornoemde rechtspersoon aan te geven dat

a. voornoemde bestellingen dienden te worden afgeleverd bij een PostNL-ophaallocatie, zodat zijn, verdachtes, adres niet bekend zou worden bij voornoemde rechtspersoon en

b. de naam van de rechthebbende op de pakketten ' [naam 1] ' en

' [naam 2] ' en ' [naam 3] ' en ' [naam 4] ' en ' [naam 6] ' en ' [naam 7] ' en ' [naam 8] ' betrof, zodat hij, verdachte, op genoemde PostNL-locatie de pakketten mee zou krijgen zonder dat de echte naam van hem, verdachte, bekend zou worden nu de spellingen van deze naam gelijkend zijn op de juiste spelling van de naam van verdachte en

- vervolgens voornoemde bestellingen af te halen en voornoemde cadeaukaarten bij voornoemde rechtspersoon in te wisselen voor goederen;

Ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde

op 2 september 2018 te Arnhem een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en

munitie, te weten een machinepistool van het merk Skorpion, kaliber 7.65 mm zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren en meerdere stuks munitie van categorie III, te weten zes patronen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1, 2 en 3 primair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van voorarrest.

8.2

Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om verdachte te berechten volgens het jeugdstrafrecht, omdat er blijkens het reclasseringsadvies van 5 februari 2019 nog sprake is van een mogelijkheid tot pedagogische beïnvloeding. Verder heeft zij verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en aan hem een deels voorwaardelijke straf op te leggen, eventueel met bijzondere voorwaarden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich op klaarlichte dag in een drukbevolkte woonwijk in Amsterdam Oost schuldig gemaakt aan poging tot doodslag. Hij heeft met een automatisch vuurwapen geschoten op een Volkswagen Polo met twee inzittenden en op een geparkeerde auto. Dat het schietincident slechts tot materiële schade heeft geleid, is niet aan het handelen van verdachte te danken.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan oplichting door met creditcardgegevens van anderen meerdere goederen te bestellen en door met cadeaukaarten, op naam van anderen, goederen te kopen bij de Bijenkorf.

Tot slot heeft verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie brengt grote veiligheidsrisico’s met zich. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 26 maart 2019, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het Pro Justitia rapport van 6 februari 2019, opgesteld door GZ-psycholoog S.L. Ladan. Uit het rapport van de psycholoog blijkt – kort gezegd – onder meer dat er bij verdachte geen sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Verdachte wordt volledig toerekeningsvatbaar geacht. Ook blijkt dat er geen gronden voor begeleiding of behandeling zijn. Verdachte voldoet niet aan de criteria voor beperkte handelingsvaardigheden. Volgens de GZ-psycholoog heeft verdachte zicht op en controle over zijn handelen en functioneert hij niet op een beperkt niveau. Geadviseerd wordt dan ook om hem volgens het volwassenenstrafrecht te berechten.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het advies van Reclassering Nederland van 5 februari 2019, opgemaakt door C.S. Pruis. Uit dit rapport blijkt – kort gezegd – onder meer dat verdachte geen verstandelijke beperking heeft, dat hij zijn eigen handelen kan organiseren, zijn eigen keuzes kan maken en de gevolgen daarvan kan overzien. Geadviseerd wordt om het volwassenenstrafrecht toe te passen.

Adolescentenstrafrecht

De rechtbank verenigt zich met de conclusies van beide rapporten en neemt de conclusies over. Anders dan de raadsvrouw van verdachte en met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding is om het jeugdstrafrecht toe te passen. Verdachte zal dan ook volgens het volwassenenstrafrecht worden berecht. De rechtbank betrekt bij dat oordeel de wijze waarop en het gemak waarmee verdachte de ernstige strafbare feiten heeft gepleegd. Verdachte heeft een zeer volwassen houding aangenomen door met een automatisch vuurwapen met munitie op klaarlichte dag te schieten.

Hoewel de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf in beginsel recht doet aan de door verdachte gepleegde zeer ernstige strafbare feiten, ziet de rechtbank in de persoon van verdachte, zijn jeugdige leeftijd en de omstandigheid dat hij als first offender dient te worden aangemerkt aanleiding hier enigszins van af te wijken. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest opleggen.

9 Benadeelde partij

De benadeelde partij de Bijenkorf B.V., vordert € 35.668,94 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering is betwist. De raadsvrouw heeft zich, nu zij heeft bepleit dat verdachte van het hem onder 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Voor het geval de rechtbank tot een veroordeling van het onder 2 ten laste gelegde komt, heeft de raadsvrouw subsidiair verzocht om de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de kosten voor de bestellingen te matigen, nu verdachte heeft verklaard dat hij slechts voor een deel van de ten laste gelegde periode een bijdrage heeft geleverd aan de oplichting. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht de kosten die zijn gevorderd voor het inschakelen van een particulier onderzoeksbureau af te wijzen, nu er al door de politie onderzoek is gedaan naar de oplichting en de gemaakte kosten ook niet redelijk zijn. Tot slot heeft de raadsvrouw gevorderd de benadeelde partij in de vordering voor de kosten voor het fraudeonderzoek niet-ontvankelijk te verklaren, nu deze vordering onvoldoende is onderbouwd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is volgens de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Het precieze aandeel van verdachte in de gepleegde oplichting is niet komen vast te staan, maar verdachte heeft zelf verklaard bij minstens een derde van de bestellingen betrokken te zijn geweest. De rechtbank zal daarom een derde deel van het gevorderde bedrag toewijzen.

Voor het overige deel van de vordering is de rechtbank van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en de rechtbank zal de benadeelde partij in het overige deel van de vordering dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan de benadeelde partij bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Hoofdelijke veroordeling

Nu ook vaststaat dat verdachte het onder 2 bewezen geachte feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, samen met een of meer anderen heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 1 november 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel overweegt de rechtbank als volgt. De gedachte achter de schadevergoedingsmaatregel is het slachtoffer de inning van het aan hem verschuldigde bedrag uit handen te nemen. Bijenkorf B.V. is een groot bedrijf, dat in staat wordt geacht het bedrag zelfstandig bij verdachte te innen. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr niet opportuun is.

10 Beslag

Blijkens de beslaglijst zijn de volgende voorwerpen inbeslaggenomen:

  • -

    Geld Euro € 38,96 (1799157); IBGN 2-9-2018

  • -

    1 STK Personenauto [kenteken] FIAT 500 2011 (5609043).

Met de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte is de rechtbank van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte dienen te worden geretourneerd.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 45, 57, 287 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder feit 3 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

poging tot doodslag;

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

medeplegen van oplichting;

Ten aanzien van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, strafbaar gesteld bij artikel 55, derde lid, onder a van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij Bijenkorf B.V. tot een bedrag van € 11.889, 65 (elfduizend achthonderdnegenentachtig euro en vijfenzestig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 1 november 2017, tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan Bijenkorf B.V. voornoemd, behalve voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij de Bijenkorf B.V. in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

  • -

    Geld Euro € 38,96 (1799157); IBGN 2-9-2018

  • -

    1 STK Personenauto [kenteken] FIAT 500 2011 (5609043).

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. L. Voetelink en I. Mannen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 mei 2019.