Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3229

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-05-2019
Datum publicatie
10-05-2019
Zaaknummer
AMS 19/2447
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Een woning in een appartementencomplex waar een gewapende overval heeft plaatsgevonden, blijft gesloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/2447

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 mei 2019 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S. Ettalhaoui),

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Pot).

Procesverloop

Met het besluit van 26 april 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder onder aanzegging van bestuursdwang bevolen de woning aan de [adres] onmiddellijk voor een duur van drie maanden te sluiten.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt het bestreden besluit te schorsen tot bekendmaking van een beslissing op zijn bezwaar.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2019. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. S.A. de Wied.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Aanleiding van deze procedure en het bestreden besluit

2. Verzoeker is als huurder woonachtig in de woning aan de [adres] (hierna: de woning) en staat ook in de basisregistratie personen op dit adres ingeschreven. De woning maakt deel uit van een appartementencomplex en is indirect te bereiken via een centrale toegangsdeur, waarmee ook indirect woningen op andere huisnummers ( [nummer] tot en met [nummer] ) zijn te bereiken. Verzoeker huurt de woning van woningcorporatie Eigen Haard.

3.1.

In een op ambtseed / ambtsbelofte opgemaakte politierapportage van 8 april 2019 is de volgende informatie opgenomen. Op 6 april 2019 omstreeks 3.48 uur heeft er een overval in de woning plaatsgevonden, waarbij gebruik gemaakt is van vuurwapens. Eén persoon, die

€ 2.789,85 aan contanten bij zich had, is zwaar gewond geraakt bij het vluchten voor de overvallers. De woning is op 6 april 2019 door de politie doorzocht en daarbij is het volgende geconstateerd. In de woonkamer stonden een grote pokertafel en ongeveer tien bureaustoelen. Op de tafel lagen pokerfiches. In de gangkast en in de slaapkamer stonden pokertafels en op de grond in de keuken lag € 5.000,- aan contanten. Ook zijn er telefoons, scorelijsten en USB-sticks gevonden en is in de dressoirkast 0,77 gram amfetamine1 aangetroffen. Tijdens de overval werd in de woning vermoedelijk een illegaal pokertoernooi gehouden. Uit onderzoek komt naar voren dat er op het adres [adres] regelmatig vermoedelijk illegale pokertoernooien worden georganiseerd, waarbij sprake is van overlast voor omwonenden. Bij dergelijke toernooien wordt gespeeld om grote contante geldbedragen waardoor dit een aantrekkelijk doelwit is voor overvallers. De daarmee gepaard gaande risico’s kunnen voor verstoringen van de openbare orde, overlast en een aantasting van het woon- en leefklimaat zorgen. In de politierapportage wordt verweerder dan ook geadviseerd om passende maatregelen te nemen om te voorkomen dat er in de woning in de toekomst illegale pokertoernooien worden gehouden, waarbij gespeeld wordt om grote contante geldbedragen.

3.2.

In de politierapportage staat verder dat door verzoeker aangifte is gedaan van de overval en dat hij onder meer het volgende heeft verklaard. Verzoeker was tijdens de overval niet thuis. HIj zou met zijn vriendin in de woning van zijn moeder overnachten, omdat zijn moeder niet thuis was. Hij had de woning aan een vriend ter beschikking gesteld die daar ging pokeren met vrienden. Hij wist niet wie die vrienden waren. Nadat hij hoorde van de overval is hij naar de woning toe gegaan. Verzoeker is zelf gokverslaafd, speelt online en in het casino en nodigt personen bij hem thuis uit om te gokken. Zijn vriendenkring bestaat uit mensen die professioneel poker spelen en zij komen bij hem wanneer het casino dicht gaat. Als hij zelf gokt, gaat dit om bedragen van € 450,- per persoon.

3.3.

Uit de politierapportage blijkt ook dat de verhuurder van de woning na de overval van diverse omwonenden klachten en meldingen heeft ontvangen.2 Volgens deze omwonenden zou er sinds ongeveer twee jaar, vier nachten per week, illegaal worden gepokerd in de woning, dit begint tussen 20.00 en 22.00 uur en gaat door tot 6.00 / 8.00 uur, hier komen tot wel 30 personen op af en eind januari 2019 in de nacht een vechtpartij plaatsgevonden tussen bezoekers. Volgens deze omwonenden is er sprake van overlast van aanloop, aanbellen, roken en blowen op het balkon en kunnen zij hun ramen niet meer open zetten vanwege stankoverlast. Zij hebben daarbij aangegeven dat zij niet eerder hebben geklaagd uit angst voor represailles. Voor hen is de maat vol. Zij voelen zich niet meer veilig en omdat er telkens andere personen komen, wordt er voor iedereen opengedaan, op 6 april 2019 dus voor gewapende mannen. Er wonen meerdere kleine kinderen in de portiek, maar ook alleenstaande vrouwen en kwetsbare ouderen.

4. Op 10 april 2019 heeft verweerder het voornemen kenbaar gemaakt om de woning voor drie maanden te sluiten. Op 11 april 2019 is er door woningcorporatie Eigen Haard een schriftelijke zienswijze over dit voornemen kenbaar gemaakt en op 12 april 2019 door verzoeker.

5. Met het bestreden besluit heeft verweerder op grond van artikel 174a van de Gemeentewet3 onder aanzegging van bestuursdwang bevolen de woning onmiddellijk voor een duur van drie maanden te sluiten (hierna: de sluiting). Dit omdat er sprake is van een ernstige inbreuk op de openbare orde en het geopend blijven van de woning een ernstig gevaar voor de openbare oplevert, gelet op de bevindingen zoals genoemd onder 3.1. tot en met 3.3. Verweerder overweegt daartoe dat bekend is dat illegale gokactiviteiten ernstig uit de hand kunnen lopen en dat deze samenhangen met en een aanzuigende werking hebben op georganiseerde criminaliteit, waardoor het risico op geweldsincidenten groot is. Daarbij komt dat verzoeker heeft verklaard dat hij de woning ook aan anderen ter beschikking stelt, zonder op de hoogte te zijn van de personen die de woning bezoeken. Volgens verweerder volstaat een waarschuwing in dit geval niet, nu er sprake is van de volgende verzwarende omstandigheden:

- er heeft een zware overval op de woning plaatsgevonden, waarbij vuurwapens zijn gebruikt, die in relatie staat met de woning als vermoedelijk illegaal pokeradres;

- bij de overval is één persoon zwaar gewond geraakt;

- in de woning en bij de gewond geraakte persoon is een aanzienlijk bedrag aan contacten aangetroffen;

- de huurder (dat is verzoeker) heeft verklaard dat hij verslaafd is aan pokeren en dat zijn vriendengroep bestaat uit personen die professioneel pokeren, waardoor er sprake is van een aanmerkelijke kans dat de woning opnieuw wordt gebruikt als pokerlocatie;

- dit brengt aanzienlijke risico’s met zich mee voor aanwezigen in de woning en voor omwonenden;

- de overval heeft een schok veroorzaakt voor omwonenden en zij voelen zich na dit incident onveilig in hun woonbuurt;

- in de dressoirkast in de woning is een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen.

Gelet op het bovenstaande concludeert verweerder in het bestreden besluit dat het belang van het onmiddellijk duurzaam herstellen van de openbare orde - waaronder het inlassen van een periode van rust voor omwonenden en het uitsluiten van het risico op herhaling - zwaarder weegt dan de belangen van verzoeker als huurder.

6. De effectuering van de sluiting (door verweerder) stond in eerste instantie gepland op 2 mei 2019. Bij e-mailbericht van 29 april 2019 heeft de gemachtigde van verweerder desgevraagd, gelet op de datum van het onderzoek ter zitting, bevestigd dat verweerder bereid is te wachten met de effectuering van de sluiting tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Aan partijen is meegedeeld dat er door de voorzieningenrechter op

3 mei 2019 in de middag uitspraak wordt gedaan.

Standpunt verzoeker

7. Verzoeker voert aan dat de aan de sluiting ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden niet juist zijn. Zo stelt hij dat er weliswaar regelmatig met vrienden poker werd gespeeld in de woonkamer van de woning, maar dat er van illegale pokertoernooien beslist geen sprake was. Het pokeren is een hobby die hij in huiselijk kring beoefent. Verzoeker is het slachtoffer geworden van een overval. Hij weet niet waarom de overvallers het op zijn woning gemunt hadden. Hij heeft aangifte gedaan bij de politie. Bovendien kan de overval op 6 april 2019 niet gelinkt worden aan het in de woning spelen van poker en zijn er tot deze overval nimmer officiële meldingen binnengekomen van overlast. Het aangetroffen geldbedrag is van verzoeker en heeft niets te maken met het pokeren. Slechts één pokertafel was in gebruik. De pokertafels in de gangkast en in de slaapkamer niet. Verder voert verzoeker aan dat verweerder met het bestreden besluit onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke belangen. Zo stelt hij dat er sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn woonrecht in de zin van artikel 8 van het EVRM4, dat hij door de sluiting op straat komt te staan omdat hij bij niemand anders terecht kan en dat verweerder, zelfs al was er sprake van verzwarende omstandigheden, had moeten volstaan met het geven van een waarschuwing.

Oordeel voorzieningenrechter

8.1.

Op grond van artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet kan verweerder besluiten een woning te sluiten, indien door gedragingen in de woning de openbare orde rond de woning wordt verstoord.

8.2.1.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter was verweerder op basis van deze bepaling bevoegd om tot de sluiting over te gaan. Daartoe is van belang dat niet in geschil is dat er regelmatig poker werd gespeeld in de woning en dat de woonkamer van de woning hiervoor was ingericht. Verzoeker erkent dit ook, geeft aan dat pokeren zijn grootste passie is en dat hij vrienden heeft die eveneens van pokeren houden. Het regelmatig spelen van poker in de woning - nog daargelaten of dit aangemerkt kan worden als “illegale pokertoernooien” - met een groot aantal personen, waarbij grote bedragen aan contanten aanwezig zijn, brengt een risico op aandacht vanuit het criminele milieu met zich, welk risico zich met de overval van 6 april 2019 heeft verwezenlijkt. Het lijdt geen enkele twijfel dat de openbare orde in en rondom de woning door deze overval ernstig is verstoord, in de zin dat sprake was van een ernstige bedreiging van de veiligheid van mensen in de directe omgeving van de woning. Temeer nu de woning bereikt wordt door een centrale toegangsdeur, die ook indirect toegang verschaft naar andere woningen.

8.2.2.

Op basis van de op 6 april 2019 aangetroffen situatie in de woning en op verklaringen van aanwezigen op die bewuste avond, van omwonenden en van verzoeker zelf, is aannemelijk dat de overval niet een eerste of een geïsoleerd incident betreft en blijkt ook niet dat het risico op een soortgelijke ernstige schending van de openbare orde geweken is. Volgens de verklaringen van omwonenden, zoals neergelegd in de politierapportage, wordt er sinds ongeveer twee jaar ’s avonds / ’s nachts regelmatig poker gespeeld in de woning en leidt dit tot overlast (aanloop, aanbellen, anderszins geluidsoverlast en roken en blowen op het balkon). Zij verklaren dat zij dit niet eerder hebben gemeld uit vrees voor represailles.

8.3.

Voorts is niet gebleken dat de nadelige gevolgen voor verzoeker van de sluiting onevenredig zijn in verhouding tot de met de sluiting te dienen doelen. Zoals door verweerder ter zitting is erkend, betreft de sluiting een ingrijpend middel, gelet op het woonrecht van verzoeker. Echter, verweerder heeft zich in het bestreden besluit in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een sluiting voor een duur van drie maanden noodzakelijk is om de ongewenste situatie ten aanzien van de openbare orde in en rondom de woning onmiddellijk en duurzaam te herstellen, waaronder de rust in de buurt te laten wederkeren, het risico op herhaling uit te sluiten en om de loop uit de woning te halen. Dat verweerder, zoals verzoeker betoogt, met een waarschuwing als lichter middel had moeten volstaan, wordt dan ook niet gevolgd. De door verzoeker gestelde omstandigheid dat hij in de toekomst geen pokertafel meer in de woning gaat plaatsen en dat er geen poker meer in de woning gespeeld wordt, doet, gelet op hetgeen verweerder met de sluiting heeft beoogd, aan de noodzaak van de sluiting niet af.

8.4.

Anders dan verzoeker betoogt, is de sluiting niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. Immers, op grond van artikel 8, tweede lid, van het EVRM is inmenging van enig openbaar gezag in de uitoefening van het in het eerste lid van dat artikel neergelegde recht toegestaan, voor zover bij de wet voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk voor, onder meer, het voorkomen van strafbare feiten of het beschermen van de rechten van anderen. De bevoegdheid van verweerder voor de sluiting is neergelegd in artikel 174a van de Gemeentewet en dus bij de wet voorzien. Gelet op de ernst van de openbare orde schending, zoals genoemd onder 8.2.1, mocht verweerder de sluiting noodzakelijk achten ter voorkoming van strafbare feiten en ter bescherming van de rechten van anderen. Verweerder heeft gemotiveerd welke gerechtvaardigde belangen noopten tot het maken van een inbreuk op het woonrecht van verzoeker. Deze gerechtvaardigde belangen, die reeds in rechtsoverweging 8.3. zijn genoemd, heeft verweerder dan ook in redelijkheid mogen laten prevaleren boven het belang van verzoeker bij het uitoefenen van zijn woonrecht. Van onevenredigheid is dan ook geen sprake. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat het niet onaannemelijk is dat verzoeker gedurende de overzichtelijke sluitingsperiode van drie maanden elders tijdelijk onderdak kan krijgen, bijvoorbeeld bij familie, vrienden of zijn partner.

9. Gelet op het bovenstaande heeft het bezwaar van verzoeker bij deze stand van zaken geen redelijke kans van slagen, waardoor er geen aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af.

10. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het door verzoeker betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Lemmens, griffier. De beslissing is bekendgemaakt door toezending per e-mail op

3 mei 2019 om 16.00 uur.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 Zie de voorlopige uitslag van het onderzoek door het Laboratorium Forensische Opsporing van de politie op 16 april 2019.

2 Dit heeft woningcorporatie Eigen Haard middels een e-mailbericht van 9 april 2019 aan de wijkagent kenbaar gemaakt.

3 In samenhang met artikel 5:31, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 125 van de Gemeentewet.

4 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.