Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3202

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-02-2019
Datum publicatie
03-05-2019
Zaaknummer
C/13/662612 / HA RK 19/72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot herziening van eerder genomen wrakingsbeslissing. Verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. In de hoofdzaken is uitspraak gedaan. Ten tijde van het indienen van onderhavig herzieningsverzoek had de rechter dan ook geen zaak van verzoeker meer in behandeling, zodat het belang ontbreekt om dit verzoek in behandeling te nemen. Voor zover een behandeling van het herzieningsverzoek ter zitting al zou zijn voorgeschreven - een wettelijk voorschrift ter zake ontbreekt, ook bij de bepalingen omtrent de vordering tot herroeping (art. 382 Rv) - is onder deze omstandigheden een dergelijke behandeling overbodig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing van op het schriftelijke verzoek ingeschreven onder rekestnummer C/13/662612 / HA RK 19/72 van:

[verzoeker] ,

wonende te [ ],

verzoeker,

welk verzoek strekt tot herziening van de beslissing van 28 november 2018 genomen op een verzoek tot wraking in de zaak met nummer C/13/657342 / HA RK 18/370.

1 Verloop van de procedure

Bij het kantongerecht zijn onder zaaknummers CV EXPL 18-4413 en CV EXPL 18-3033 twee zaken in behandeling geweest, waarin verzoeker partij was.

De behandelend rechter was mr. A.W.J. Ros, hierna verder: de rechter.

Op 28 november 2018 heeft de Wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking van de rechter.

Bij navraag is gebleken dat in voormelde procedures op 21 februari 2019 einduitspraak is gedaan.

Bij brief van 26 februari 2019 heeft verzoeker om herziening van de wrakingsbeslissing verzocht.

2 Het standpunt van verzoeker

2.1.

Verzoeker voert aan dat hij de rechter eerder heeft gewraakt. Met verwijzing naar de leidraad nevenfuncties en onpartijdigheid stelt verzoeker dat de rechter gehouden was zich te onttrekken aan de behandeling van de procedures met zaaknummers CV EXPL 18-4413 en CV EXPL 18-3033. In het register nevenfuncties staat vermeld dat de rechter voorzitter is van een geschillencommissie, waar op dat moment een procedure liep waar verzoeker bij betrokken was. Volgens de leidraad behandelt de rechter geen zaken waar de onpartijdigheid ter discussie kan staan.

2.2.

Gezien de vele tekortkomingen, en ontbrekende factoren in het inmiddels gewezen vonnis, die overigens ook nog eens onder het bepaalde in art. 32 Rv vallen, is verzoeker van mening dat er een situatie ontstaan is die op geen enkele wijze een vonnis door de rechter rechtvaardigde. Op deze gronden wenst verzoeker herziening van de beslissing op zijn eerder ingediende wrakingsverzoek.

3 De ontvankelijkheid van het verzoek

3.1.

In de hoofdzaken is op 21 februari 2019 uitspraak gedaan. Ten tijde van het indienen van onderhavig herzieningsverzoek had de rechter dan ook geen zaak van verzoeker meer in behandeling, zodat het belang ontbreekt om dit verzoek in behandeling te nemen. Verzoeker zal dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn herzieningsverzoek. Voor zover een behandeling van het herzieningsverzoek ter zitting al zou zijn voorgeschreven – een wettelijk voorschrift ter zake ontbreekt, ook bij de bepalingen omtrent de vordering tot herroeping (art. 382 Rv) - is onder deze omstandigheden een dergelijke behandeling overbodig. Verzoeker zal dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

3.2

Ten overvloede wordt nog overwogen dat verzoeker in een eventueel hoger beroep tegen de beslissingen in de hoofdzaak de vraag aan de orde kan stellen of hij wel een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM heeft gehad. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Wrakingskamer:

 verklaart verzoeker kennelijk niet ontvankelijk in zijn verzoek tot herziening.

Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, M.V. Ulrici en P.B. Martens, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 februari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.