Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:3184

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-03-2019
Datum publicatie
02-05-2019
Zaaknummer
C/13/661297/ HA RK 19 - 37
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek afgewezen. Het verzoek is gericht tegen een door de rechter genomen rolbeslissing.

Wraking kan wegens het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet fungeren als rechtsmiddel tegen onwelgevallige of onjuiste beslissingen. Nu de rolbeslissing niet is gemotiveerd is wraking op grond dat de gegeven motivering niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter niet mogelijk. Toepassing antimisbruikbepaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

zaaknummer: C/13/661297/ HA RK 19 - 37

Beslissing van 29 maart 2019

van de meervoudige Wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker]

wonende te [ ],

hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van

mr. M.W. van der Veen,

rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het proces-verbaal van het mondelinge wrakingsverzoek van 1 februari 2019,

  • -

    de schriftelijke reactie van de rechter van 5 februari 2019.

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:

  • -

    verzoeker

  • -

    de rechter

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter die in de zaak met nummer 6909595 / CV EXPL 18- 10656 tussen verzoeker en [ ] (hierna: [ ]) op 1 februari 2019 de rolrechter was. In die zaak was door [ ] een conclusie van repliek genomen en was verzoeker een termijn van vier weken gegeven voor het nemen van een conclusie van dupliek. Nadien heeft verzoeker bericht dat de conclusie van repliek door hem niet ontvangen was en heeft hij verzocht om een nader uitstel, hetgeen hem is gegund. Vervolgens is door hem nogmaals om uitstel verzocht. Bij brief van de griffier van 4 januari 2019 is verzoeker bericht dat hem een laatste uitstel is gegeven voor het nemen van een conclusie van dupliek, te nemen op de rolzitting van 1 februari 2019. Op de rolzitting van 1 februari 2019 is verzoeker in persoon verschenen en deelde hij aan de rechter mee dat hij nog steeds niet in het bezit was van de conclusie van repliek, dat hij deze graag alsnog zou ontvangen en verzocht hij om een redelijke termijn voor het nemen van de conclusie van dupliek. De rechter heeft vervolgens beslist dat de conclusie van repliek alsnog per gewone post naar het postadres van verzoeker zou worden gestuurd en heeft verzoeker een laatste termijn van twee weken gegund voor het nemen van de conclusie van dupliek. Daarop heeft verzoeker de rechter gewraakt. Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. De rechter gunde hem maar twee weken uitstel voor het nemen van de conclusie van dupliek terwijl op de rolzitting in de andere zaken wel een uitsteltermijn van vier weken werd verleend. Voor hem zou twee weken wellicht genoeg zijn geweest, indien hij ter plekke een kopie van de conclusie van repliek mocht maken en meenemen, maar daarvoor had de rechter geen toestemming verleend. Omdat de conclusie van repliek per gewone post naar hem zou worden opgestuurd, zou verzoeker bij een uitstel van twee weken de facto maar twee dagen hebben om op de conclusie van repliek te reageren, terwijl iedereen het recht en de tijd moet hebben om zich te kunnen verdedigen.

2.2

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3 De beoordeling

3.1

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

3.2

De wraking van verzoeker richt zich enkel op de beslissing van de rechter om hem geen vier, maar twee weken uitstel te verlenen voor het nemen van een conclusie van dupliek.

3.3

Vooropgesteld moet worden dat een voor een partij onwelgevallige beslissing van een rechter op zichzelf geen grond voor wraking oplevert. Dat geldt ook indien die beslissing op het oog mogelijk onjuist is en indien er geen hogere voorziening mocht openstaan tegen die beslissing. Het is niet aan de wrakingskamer om de beslissing inhoudelijk te toetsen. Wraking kan wegens het gesloten stelsel van rechtsmiddelen immers niet fungeren als rechtsmiddel tegen onwelgevallige of onjuiste beslissingen (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). De beslissing van de rechter om verzoeker twee weken uitstel te verlenen, in plaats van de verzochte vier weken, levert dan ook geen grond voor wraking op.

3.4

Een wrakingsverzoek dat zich richt tegen de motivering van een beslissing, kan volgens het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad alleen slagen als de gegeven motivering niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter. In dit geval is de beslissing niet gemotiveerd. Daartegen is wraking niet mogelijk.

3.5

Het verzoek is mitsdien ongegrond en wordt derhalve afgewezen.

3.6

Nu het wrakingsverzoek evident ongegrond is, is de wrakingskamer van oordeel dat verzoeker misbruik heeft gemaakt van het wrakingsinstrument. De rechtbank bepaalt om die reden dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling wordt genomen.

4 De beslissing


De wrakingskamer:

  • -

    wijst het verzoek tot wraking af;

  • -

    bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. K.A. Brunner, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en H.M. Patijn in tegenwoordigheid van de griffier E.J.E. van IJken en in openbaar uitgesproken op 29 maart 2019.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.