Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:2562

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-03-2019
Datum publicatie
10-04-2019
Zaaknummer
13/703262-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak witwassen, vrijspraak opiumwetdelicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/703262-13

Datum uitspraak: 28 maart 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

laatst opgegeven woon-of verblijfplaats: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 maart 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.R. Bons, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J. Kuiper, naar voren hebben gebracht.

De zaak tegen verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (13/703263-13), [medeverdachte 2] (13/703264-13) en [medeverdachte 3] (13/703265-13).

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij:

Feit 1

op 17 oktober 2013 in Amsterdam met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of overgedragen en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk 994 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;

Feit 2

op 17 oktober 2013 in Amsterdam met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of overgedragen en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk 398 gram hennep aanwezig heeft gehad; en

Feit 3

op 17 oktober 2013 in Amsterdam met een ander of anderen, althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 16.900,-.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis.

3 Vrijspraak

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten.

Volgens de officier van justitie hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] , blijkens het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zich verdacht gedragen bij het café [café] op 17 oktober 2013, maar er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat een overdracht van drugs heeft plaatsgevonden tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] aan medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Ook is er onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de drugs die zijn aangetroffen in de gele Jumbo tas en voor de betrokkenheid van verdachte bij het geldbedrag dat is aangetroffen bij medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.

3.2

Het standpunt van de raadsvrouw van verdachte

De raadsvrouw heeft, overeenkomstig de op schrift gestelde pleitnotitie, vrijspraak bepleit voor alle tenlastegelegde feiten.

De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat bij de raadkamer gevangenhouding op 4 november 2013 door de rechtbank is overwogen dat er geen ernstige bezwaren bestaan tegen verdachte en in het nadere onderzoek is ook geen enkel feit en/of omstandigheid naar voren gekomen die de conclusie dat er geen ernstige bezwaren zijn tegen verdachte heeft doen wankelen. De camerabeelden bevatten juist ontlastende informatie voor verdachte. Uit de camerabeelden blijkt immers dat verdachte niet betrokken is geweest bij een drugstransactie en het bij [medeverdachte 1] aangetroffen geld. Van verdachte zijn ook geen dactyloscopische sporen of andere sporen aangetroffen op de tas waarin drugs zijn aangetroffen of op het bij [medeverdachte 1] aangetroffen geldbedrag. Er is kortom geen enkel bewijs van de betrokkenheid van verdachte bij drugshandel of het witwassen van het bij [medeverdachte 1] gevonden geldbedrag.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting op 14 maart 2019 is onvoldoende duidelijk geworden of verdachte medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] kende, of verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van cocaïne en hennep, die zijn aangetroffen in de gele Jumbo tas, en van de aanwezigheid van een grote hoeveelheid geld, die bij medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen, en of hij daar op enig moment beschikkingsmacht over heeft gehad.

4 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Overbosch, voorzitter,

mrs. M.F. Ferdinandusse en L. Dolfing rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 maart 2019.

Bijlage [bijlage 2]