Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:2554

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-03-2019
Datum publicatie
10-04-2019
Zaaknummer
13/703265-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak witwassen en vrijspraak opiumwetdelicten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/703265-13

Datum uitspraak: 28 maart 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1973,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[BRP-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 maart 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.R. Bons, en van wat de gemachtigde raadsman, mr. R.A.L.F. Frijns, naar voren heeft gebracht.

De zaak tegen verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (13/703262-13), [medeverdachte 2] (13/703263-13) en [medeverdachte 3] (13/703264-13).

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij:

Feit 1

op 17 oktober 2013 in Amsterdam met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of overgedragen en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk 994 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;

Feit 2

op 17 oktober 2013 in Amsterdam met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of overgedragen en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk 398 gram hennep aanwezig heeft gehad; en

Feit 3

op 17 oktober 2013 in Amsterdam met een ander of anderen, althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 16.900,-.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis.

3 Vrijspraak

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten.

Volgens de officier van justitie hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] , blijkens het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zich verdacht gedragen bij het café [naam café] op 17 oktober 2013, maar er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat een overdracht van drugs heeft plaatsgevonden tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] aan medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Ook is er onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de drugs die zijn aangetroffen in de gele Jumbo tas en voor de betrokkenheid van verdachte bij het geldbedrag dat is aangetroffen bij medeverdachte [medeverdachte 2] . Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.

3.2

Het standpunt van de raadsman van verdachte

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor alle tenlastegelegde feiten.

De raadsman heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op 17 oktober 2013 heeft verdachte met medeverdachte [medeverdachte 1] in het café [naam café] gezeten en geen enkele strafbare handeling verricht. Medeverdachte [medeverdachte 3] is het café [naam café] binnengelopen met een, blijkens de camerabeelden, gevulde tas en weer vertrokken met een gevulde tas. Op deze tas zijn geen sporen van verdachte aangetroffen en verder zijn er geen andere bewijsmiddelen die erop wijzen dat verdachte iets met de tenlastegelegde feiten te maken heeft.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting op 14 maart 2019 is onvoldoende duidelijk geworden of verdachte medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] kende, of verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van cocaïne en hennep, die zijn aangetroffen in de gele Jumbo tas, en van de aanwezigheid van een grote hoeveelheid geld, die bij medeverdachte [medeverdachte 2] is aangetroffen, en of hij daar op enig moment beschikkingsmacht over heeft gehad.

4 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Overbosch, voorzitter,

mrs. M.F. Ferdinandusse en L. Dolfing rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 maart 2019.

Bijlage – [--]