Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:2301

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-03-2019
Datum publicatie
17-04-2019
Zaaknummer
7125495
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afschaffing jubileumuitkering. Geen instemming Centrale Ondernemingsraad. Geen zwaarwichtig belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0418
RAR 2019/104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7125495 CV EXPL 18-17421

vonnis van: 28 maart 2019

fno.: 25

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1. [eiser sub 1]

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente]

2. [eiser sub 2]

wonende te [woonplaats]

3. [eiser sub 3]

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente]

eisers

nader gezamenlijk te noemen: [eisers]

gemachtigde: mr. A.M. Dielemans-Buiteman en [naam medewerker FNV] (FNV)

t e g e n

de besloten vennootschap Atos Nederland

gevestigd te Amstelveen

gedaagde

nader te noemen: Atos

gemachtigde: mr. R.S. de Vries en mr. M.van Herwerden

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 31 juli 2018 met bijlagen;
- antwoord met bijlagen;

- instructievonnis;
- akte [eisers] inbreng producties

- dagbepaling comparitie.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 11 februari 2019. [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] zijn verschenen, vergezeld door de gemachtigden. Atos is verschenen bij [naam 1] ( [functie] ), [naam 2] ( [functie] ), [naam 3] ( [functie] ) en de gemachtigde. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.


GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

1.1.

[eisers] zijn allen sinds langere tijd in dienst bij (de rechtsvoorgangers van) Atos.

1.2.

Atos is een van origine Frans IT-bedrijf; het hoofdkantoor staat in Parijs.

1.3.

Atos Nederland B.V. (hierna Atos) maakt onderdeel uit van Atos Benelux & The Nordics (Atos BTN).

1.4.

Artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 bepaalt:
Jubileumregeling
Werkgever kent het 25- en 40-jarig dienstjubileum. (…)
Bij het bereiken van een 25- en 40-jarig dienstjubileum, geldt dat medewerker 1 dag respectievelijk 2 dagen betaald verzuim (…) mag opnemen.
De jubileumuitkering bedraagt bij:
- een 25-jarig dienstjubileum één maandsalaris netto
- een 40-jarig dienstjubileum één maandsalaris netto.

1.5.

Bij brief van 16 december 2016 van [naam 4] ( [functie] ) heeft Atos een instemmingsverzoek ingediend bij de Centrale Ondernemingsraad (COR) om te komen tot versobering van de hiervoor bedoelde jubileumuitkering, waarbij het extra maandsalaris zou komen te vervallen (hierna ook te noemen: de wijziging). Als reden werden de sterk dalende inkomsten en winstgevendheid van het bedrijf gegeven en de noodzaak om toch te kunnen blijven investeren in training en ontwikkeling. Vanwege de noodzaak om én snel in te grijpen én nog in 2016 een signaal aan de medewerkers af te geven over de ernst van de situatie, werd om instemming binnen 48 uur gevraagd.

1.6.

Bij e-mail van 20 december 2016 heeft de COR laten weten niet met de beëindiging van de regeling te kunnen instemmen.

1.7.

Bij brief van 29 december 2016 van [naam 4] heeft Atos aan de COR bericht dat zij de besluitvorming nog in 2016 wil afronden en dat zij daarom heeft besloten de jubileumuitkering met ingang van 1 januari 2017 te beëindigen conform de wijze als beschreven in de instemmingsaanvraag van 16 december 2016.

1.8.

Bij brief van 9 januari 2017 heeft de COR een nadere reactie gegeven op het instemmingsverzoek beëindiging jubileumuitkering en te kennen gegeven niet in te stemmen met het voorgenomen besluit voor een aanpassing van jubileumuitkeringen.

1.9.

Medio januari 2017 zijn Atos en de COR in overleg getreden. In verband hiermee heeft Atos bij brief van 30 maart 2017 de uitvoering van het Besluit opgeschort tot 1 juni 2017. Nadien wordt de uitvoering vanwege de voortgang van het overleg nog enkele malen opgeschort.

1.10.

In het COR OV-verslag van 28 september 2017 staat onder 5.1 Jubileumuitkering:
HR is nog steeds in gesprek met de COR-commissie. Woensdag 27-09-17 is door HR aan de COR-commissie een voorbeeldberekening voorgelegd. De gesprekken lijken mogelijkheden te bieden om tot elkaar te komen, maar de COR geeft aan zich nog niet te kunnen vinden in het huidige voorstel omdat het onvoldoende tegemoet komt aan de uitgangspunten van de COR.
De COR wil de rechten die medewerkers hebben opgebouwd volledig terugzien en dat is in het huidige voorstel niet het geval.
Naast een rekenkundige oplossing dienen uiteraard ook het kader en de randvoorwaarden van een eventuele oplossing nog te worden gedefinieerd. De COR heeft al eerder zijn zorgen geuit over de naderende deadline.
De COR vraagt de bestuurder welk besluit er per 01-10-17 uitgevoerd gaat worden. De COR meldt dat hij de rechtsgang gaat opstarten, omdat de bestuurder heeft aangegeven per 1 oktober jl. uitvoering te zullen gaan geven aan het besluit. De COR geeft tevens aan wel in gesprek te willen blijven. VPHR geeft aan dat de bestuurder het besluit van december jl. gaat uitvoeren, inclusief de fiscale faciliteit (bruto-netto maandinkomen) en de compensatieregeling. Het enige verschil is dat het fiscale gedeelte niet in de jubileummaand uitgekeerd mag worden, maar wel bijvoorbeeld in de maand met de eindejaarsuitkering.
VPHR laat weten dat als de volledig opgebouwde rechten van medewerkers in een oplossing worden meegenomen, de uitgaven dan mogelijk in eerste instantie erg zullen stijgen. Het geld moet dan onmiddellijk beschikbaar zijn en dat is een probleem.
De COR vraagt de bestuurder te communiceren over het uit te voeren besluit per 1 oktober 2017. VPHR geeft aan hierop terug te komen.

1.11.

Op 23 november 2017 heeft [naam 4] aan de COR het uitgangspunt herbevestigd dat de te besparen uitgaven als gevolg van de jubileumuitkering niet zullen worden toegevoegd aan de resultaten van de onderneming, maar zullen worden geïnvesteerd in extra en individueel opleidingsbudget. Tevens wordt in deze brief een aantal berekeningen genoemd met betrekking tot de “omzetting” van de niet uit te keren jubileumuitkeringen in (individueel) opleidingsbudget.

1.12.

In de e-mail van 30 november 2017 van [naam 5] ( [functie] ) staat onder meer:
De COR heeft vanmiddag nog een toelichting gehad (…) op de tekst van het gestuurde ‘finale voorstel’.
Deze toelichting heeft echter niet alleen antwoorden gegeven, maar ook nieuwe vragen opgeroepen. (…)
Het peilen van de gevoelens over dit onderwerp binnen de COR laten nog geen positief geluid horen en neigt dit geluid naar een ‘nee’.
Procesmatig zijn er vervolgens nog vragen over de status van de nu aangeboden aanvulling.
Betreft de aanvulling een aanvulling op het genomen besluit in mededelende zin waarop de COR kan reageren of bedoelt de bestuurder de aanvulling voor te leggen als (addendum op het eerder ontvangen) instemmingsverzoek?

1.13.

Namens Atos heeft [naam 3] daarop bij e-mail van 1 december 2017 onder meer geantwoord:
(…) Gezien de grote financiële consequenties moeten wij ons besluit uiterlijk per 01-01-2018 uitvoeren en dit vóórdien goed communiceren aan onze medewerkers.
Wij vragen van de COR nu instemming op het gewijzigde besluit, zoals jullie toegestuurd op 23 november 2017. (…)

1.14.

Bij brief van 8 december 2017 heeft de COR aan Atos bericht, voor zover hier van belang:
Algemeen
Op 24 november jl. heeft de COR een instemmingsverzoek: Aanvulling op besluit tot afschaffing jubileumuitkering, ontvangen.
De COR heeft de Jubileum Commissie verzocht advies uit te brengen over dit verzoek. Op basis van dit advies en nadere overwegingen is de COR tot deze reactie gekomen.
COR-beslissing
(…) De beslissing waartoe de COR is gekomen, is om niet in te stemmen met het voorliggende instemmingsverzoek (zo het al die titel kan dragen). Mocht de bestuurder ondanks deze onthouding van instemming door de COR toch overgaan tot het nemen en/of uitvoeren van dit thans nog voorgenomen besluit, dan zal de COR een beroep doen op de nietigheid van dit besluit. (…)
Uitgangspunten COR
1. De omzetting van de arbeidsvoorwaardelijke (AWV) rechten naar een persoonsgebonden budget wil de COR niet op basis van een solidariteitsprincipe.
2. Er vindt geen vervreemding plaats van individueel opgebouwde rechten.
3. De medewerker kan een persoonsgebonden budget naar keuze voor diverse doeleinden aanwenden, bijvoorbeeld via de Keuzeplanner (waarbij ook uitbetaling behoort tot de mogelijkheden).
4 De nieuwe regeling kent een leeftijdsfasebewuste invulling.
5. De medewerker behoudt zeggenschap over de arbeidsvoorwaardelijke rechten die zijn omgezet.
6. Omgezette arbeidsvoorwaardelijke rechten zullen niet nadelig voor de medewerker verrekend worden bij arbeidscontract beëindiging (bijv. door verrekening met de transitievergoeding.).
7. Het persoonsgebonden budget is een extra budget en is geen substitutie voor een regulier gefaciliteerd bedrijfsbudget (geen sigaar uit eigen doos).
8. De nieuwe regeling moet structureel zijn voor alle (toekomstige) medewerkers.
9. De nieuwe regeling mag geen besparing inhouden, hooguit voorzien in een andere structurele zinvolle aanwending van de opbrengst van maatregelen die de regeling met zich brengt.
Proces
Het bevreemdt de COR dat Atos wettelijke en afgesproken processen maar moeizaam lijkt te volgen.
Zo heeft het in art. 27 lid 2 WOR bedoelde overleg over de betrokken aangelegenheid in een overlegvergadering (…) niet plaatsgevonden.
(…)
Ter onderbouwing van het voorstel voert Atos enkel aan dat het grote financiële consequenties zou hebben wanneer Atos de uitvoering van het besluit van eind december 2016 om de jubileumuitkering te beëindigen nog langer opschort en dat daarom het besluit per 1 januari 2018 alsnog moet worden uitgevoerd. Wat die financiële consequenties precies zijn en of ze niet op een andere wijze kunnen worden voorkomen maakt Atos daarbij niet duidelijk. Sterker nog, Atos doet het voorkomen alsof die financiële consequenties zouden kleven aan het langer opschorten van het besluit waarvan de COR de nietigheid heeft ingeroepen, maar draait hiermee de feiten om. Atos heeft er immers zelf voor gekozen om in december 2016 over de rug van de medewerkers een slecht onderbouwd besluit te nemen waaraan de COR niet zijn instemming heeft gegeven en waarmee de medewerkers het niet eens zijn. Omdat de ondernemingsraad van dat besluit de nietigheid heeft ingeroepen, kan Atos nu niet anders dan het nietige besluit alsnog intrekken en de gevolgen van het nietige besluit ongedaan maken en in dat kader de betrokken medewerkers alsnog in het bezit te stellen van de gelden die hen op grond van de voor hen geldende regelgeving toekomt/toekomen. (…)

1.15.

Bij brief van [naam 4] van 15 december 2017 gaat Atos in op de door de COR in zijn brief van 8 december 2017 opgeworpen bezwaren en concludeert dat er nog slechts verschil van mening is over de door de OR bepleitte vrijheid van de medewerker om een persoonsgebonden budget vrij aan te wenden in plaats van alleen voor opleiding ter vergroting van de inzetbaarheid van de individuele werknemer, zoals Atos voorstaat. [naam 4] besluit de brief met de mededeling dat hij over voornoemd punt graag met de COR in gesprek gaat om alsnog instemming te verkrijgen.

1.16.

Op 21 december 2017 heeft een overlegvergadering plaatsgevonden tussen de COR en Atos.

1.17.

Bij e-mail van 22 december 2017 heeft [naam 5] namens de COR aan [naam 4] bericht dat er grote bezwaren bestaat bij de COR om per 1 januari 2018 over te gaan tot de uitvoering van het voorgenomen besluit en dat er geen instemming is verleend. Voor het geval Atos toch zou doorzetten, doet de COR op voorhand uitdrukkelijk beroep op de nietigheid van het besluit als bedoeld in artikel 27 lid 5 WOR.

1.18.

Op 27 december 2017 heeft [naam 4] via Intranet aan het personeel van Atos laten weten:
De huidige jubileumuitkering wordt met ingang van 1 januari 2018 aangepast: het extra maandsalaris gaat verdwijnen. Voor medewerkers die in de periode 2018 t/m 2020 een 25- of 40-jarig dienstjubileum hebben geldt een overgangsregeling. Voor alle medewerkers geldt dat bij het bereiken van een 25 of 40 jarig dienstjubileum gebruik kan worden gemaakt van een fiscale regeling om een bruto maandinkomen netto uit te laten betalen. (…) Daarnaast introduceren we een individueel opleidingsbudget dat is bedoeld voor het vergroten van de eigen inzetbaarheid.
Ter toelichting kort het volgende. Eind 2016 is besloten dat de jubileumuitkering (…) gaat verdwijnen. (…) Vervolgens is de uitvoering van dit besluit opgeschort tot en met december 2017 om in overleg met de COR te zoeken naar een voor de COR acceptabele oplossing. Hoewel de COR (nog) niet heeft ingestemd met dit besluit menen wij dat we voldoende aanknopingspunten gevonden hebben om het overleg voort te zetten en daarmee mogelijk tot overeenstemming te komen. Dat overleg richt zich op een nieuwe regeling voor extra individueel opleidingsbudget waarmee medewerkers een eigen budget krijgen, naast de bestaande opleidingsbudgetten, voor vergroting van de eigen inzetbaarheid. (…)

De overgangsregeling behelst dat wie in 2018 jubileert een half maandsalaris extra ontvangt (dat netto wordt uitbetaald) (…). De extra vrije (dag) en de mogelijkheid om een receptie of etentje te organiseren bij het jubileum blijven gehandhaafd. (…)

1.19.

Bij brief van 29 december 2017 aan de COR heeft [naam 4] laten weten dat hij verbaasd is over het door de COR ingenomen standpunt als verwoord in de e-mail van 22 december 2017 en dat hij ervan uitgaat dat op 21 december 2017 overeenstemming is bereikt over de aanpassing van de jubileum en dat hij daaraan uitvoering zal gaan geven.

1.20.

In zijn brief van 29 januari 2018 heeft de COR daarop gereageerd en het beroep op de nietigheid van het besluit gehandhaafd althans herhaald.

1.21.

In vervolg daarop hebben meerdere formele en informele overleggen tussen Atos en de COR plaatsgevonden.

1.22.

Bij brief van 8 mei 2018 van hun gemachtigde hebben onder meer [eiser sub 1] en [eiser sub 2] formeel bezwaar gemaakt tegen de uitvoering van het Besluit in hun geval en maken zij aanspraak op uitbetaling van de volledige jubileumuitkering conform artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids 2017.

1.23.

Atos heeft zich bij brief van 15 mei 2018 op het standpunt gesteld dat de nieuwe jubileumregeling met ingang van 1 januari 2018 definitief van kracht is en dat betrokkenen onder de overgangsregeling vallen.

1.24.

Op 17 oktober 2018 heeft de Geschillencommissie van Atos de klacht van eiser sub 2 met betrekking tot het niet correct toepassen van de jubileumregeling gegrond verklaard.

1.25.

Inmiddels is de verruimde overgangsregeling toegepast op [eisers] , wat betekent dat 75% van de oorspronkelijke jubileumuitkering aan hen is uitbetaald.

Vordering

2. [eisers] vorderen, na akte wijziging van eis:
A. een verklaring voor recht dat het door Atos per 1 januari 2018 eenzijdig uitgevoerde besluit tot wijziging van de jubileumuitkering niet rechtmatig is;
B. veroordeling van Atos, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot naleving van artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 en (daarmee) tot betaling van (het restant van) de jubileumuitkering(en) aan [eisers] , te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% en met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot de algehele voldoening;
C. de proceskosten.

3. [eisers] hebben daartoe gesteld – kort gezegd – dat zij op grond van artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 recht hebben op volledige uitbetaling van de jubileumuitkering op grond van de daarin opgenomen jubileumregeling. De door Atos per 1 januari 2018 doorgevoerde wijziging van het betreffende artikel in de Arbeidsvoorwaardengids 2018 mist volgens [eisers] rechtskracht.

4. Atos voert gemotiveerd verweer.

5. Hierna zullen de diverse stellingen van partijen – voor zover voor deze beslissing van belang – aan de orde komen.

Beoordeling

Gebondenheid werknemers aan Arbeidsvoorwaardengids

6. Na expiratie van de laatste CAO heeft Atos ervoor gekozen om de arbeidsvoorwaarden voortaan niet meer met de vakorganisaties, maar met de COR overeen te komen. Niettemin meent Atos dat [eisers] vanwege een dynamisch incorporatiebeding in hun respectievelijke arbeidsovereenkomsten, zijn gebonden aan met de COR overeengekomen wijzigingen.

7. Los van het feit dat een CAO niet is gelijk te stellen aan een ondernemingsovereenkomst tussen het bedrijf en de (C)OR, en er derhalve niet zonder meer vanuit kan worden gegaan dat het dynamisch incorporatiebeding de werknemers in alle gevallen zou binden, kan het antwoord op deze vraag gelet op hetgeen hierna wordt overwogen in het midden blijven.

8. In het verlengde hiervan kan eveneens in het midden blijven of sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7:613 BW.

Instemming COR

9. Partijen verschillen van mening over de vraag of de COR heeft ingestemd met de door Atos voorgestelde wijziging van artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids met betrekking tot de jubileumuitkering. Geoordeeld wordt dat voor zover al niet uit de eigen vermelding van Atos in de Arbeidsvoorwaardengids 2018 valt af te leiden dat de COR niet heeft ingestemd met de wijziging, ook het (mislukte) mediationtraject dat Atos en de COR hebben gevolgd duidt op het ontbreken van overeenstemming. De stelling van Atos dat de COR op enig moment tijdens het lange onderhandelingstraject vanaf december 2016 feitelijk eind 2017 heeft ingestemd, op een onderdeel na, heeft Atos onvoldoende onderbouwd. Bij uitgebreide brief van 9 januari 2017 heeft de COR al gesteld dat hij bereid is in overleg te treden over een acceptabele regeling tot aanpassing van de jubileumuitkering, onder de voorwaarde dat daarbij sprake is van een daadwerkelijke modernisering van de arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld Levensfase gericht) of van een andere structurele besteding van de gemoeide gelden die daadwerkelijk ten goede komt van de betrokken werknemer alsmede dat de COR inzicht krijgt in de daadwerkelijke besteding van de door afschaffing vrijgevallen, gereserveerde voorzieningen.

10. In de correspondentie tot en met 28 september 2017 ziet de kantonrechter dat Atos op deze vraag in het geheel niet heeft gereageerd met een concreet voorstel. Ook in de door Atos overgelegde presentaties worden de uitwerking van het voorstel en daarmee de beantwoording van de vragen van de COR niet concreet gemaakt. Dat de COR ook op 28 september 2017 niet akkoord is gegaan met een uitgewerkt voorstel blijkt wel uit het verslag van deze overlegbijeenkomst waarin staat: “De COR wil de rechten die de medewerkers hebben opgebouwd volledig terugzien en dat is in het huidige voorstel niet het geval”.

11. Bij brief van 8 december 2017 (rov. 1.14) heeft de COR naast een benoeming van de uitgangspunten voor eventuele instemming aangegeven vragen te hebben over de status, vorm en inhoud van het besluit en gesteld dat het voorstel “dermate onduidelijk beschreven” is dat niet duidelijk is wat de bestuurder hiermee beoogt. Aangenomen wordt dat de COR hierbij doelt op het voorstel van [naam 4] van 23 november 2017, waarin – voor zover de kantonrechter kan overzien – voor het eerst concreet een berekeningswijze per individuele werknemer wordt gegeven. Daarover stelt de COR op 30 november 2017 al dat dit voorstel weer allerlei nieuwe vragen oproept. Tevens geeft de COR te kennen dat het voorstel niet is voorzien van de onderliggende documenten. De kantonrechter ziet niet in hoe CEO [naam 4] in zijn brief van 15 december 2017 kan concluderen, daar waar hij stelt alsnog in te willen stemmen met de uitgangspunten van de COR op één na, dat daarmee aan alle door de COR genoemde bezwaren is tegemoetgekomen. Alleen al het feit dat de COR laat weten wel bereid te zijn om verder te overleggen, onderstreept al dat er op 8 december 2017 geen instemming van de COR was. Niet blijkt dat er daarna overleg is geweest dat vóór 1 januari 2018 tot overeenstemming heeft geleid.

12. Daar komt bij dat de eigen Geschillencommissie van Atos tot de conclusie was gekomen dat de door Atos voorgestane wijziging van de jubileumregeling per 1 januari 2018 niet mogelijk was. Er was volgens de Geschillencommissie immers geen sprake van regulier arbeidsvoorwaardenoverleg, zodat wél instemming van de COR nodig was, die ontbrak.

13. Het beroep van Atos dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op instemming van de COR kan haar evenmin baten. De uitwerking van het voorstel was immers zodanig weinig concreet dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat Atos mocht menen dat partijen (lees Atos en de COR) het wel eens zouden worden.

14. Dit leidt tot de conclusie dat van instemming van de COR geen sprake is geweest.

Zwaarwichtig belang

15. Voor de toepassing van artikel 7:613 BW, het eenzijdig wijzigingsbeding, is vereist dat de werkgever een zodanig zwaarwichtig belang heeft bij de door hem voorgestane wijziging, dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Voor het geval op [eisers] geen eenzijdig wijzigingsbeding van toepassing is, geldt de in de jurisprudentie (Taxi [partijnamen] , NJ 1998/767 en [partijnamen] , LJN BD1847) ontwikkelde lijn dat in de eerste plaats moet worden onderzocht of de werkgever in de gewijzigde omstandigheden aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van een voorstel tot wijziging en vervolgens of van de werknemer kan worden verlangd dat hij op redelijke voorstellen van de werkgever, verband houdende met gewijzigde omstandigheden op het werk, in het algemeen positief behoort in te gaan en dergelijke voorstellen alleen mag afwijzen wanneer de aanvaarding ervan redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. Hierbij geldt artikel 7:611 BW als richtsnoer: de werkgever en de werknemer zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen.

16. Zoals hiervoor is vastgesteld ontbreekt instemming van de COR met het voorstel. Dit is op zichzelf een indicatie voor het ontbreken van een zwaarwichtig belang als bedoeld in artikel 7:613 BW. Ook speelt bij de toetsing van dit element een rol dat het voorstel op 1 januari 2018 dusdanig onuitgewerkt was, dat van de werknemers in redelijkheid niet kon worden verlangd dat zij daarmee zouden instemmen, althans dat volgens voormelde criteria het belang van de werknemers bij handhaving van de jubileumuitkering zou moeten wijken.

17. Bij de beoordeling van het door Atos gestelde zwaarwichtig belang speelt mee dat Atos weliswaar jaarcijfers over 2016 en 2017 heeft overgelegd waarin sprake is van een verlies, maar dat zij niet helder heeft kunnen uitleggen waarom in de als productie 9 bij dagvaarding overgelegde publicatie tegelijkertijd aan ATOS BTN, waarvan Atos Nederland onderdeel uitmaakt, een goed resultaat wordt toegedicht. Daarnaast heeft ook te gelden dat, nu het de bedoeling is dat de vrijval van de jubileumgelden wordt omgezet in fondsen voor opleiding, daarmee derhalve de negatieve cijfers niet op korte termijn worden rechtgetrokken. Bovendien heeft Atos het causaal verband tussen de negatieve cijfers en het niet up-to-dat zijn van de kennis van de oudere werknemers onvoldoende onderbouwd. Daarbij komt ook dat deze werknemers terecht stellen dat het in beginsel aan de werkgever is om ervoor zorg te dragen dat alle werknemers, dus ook de oudere, hun kennis op peil kunnen houden. Uit het door Atos op dit punt naar voren gebrachte kan niet anders worden geconcludeerd dan dat Atos daarop niet scherp is geweest. Dit dient voor haar rekening en risico te blijven.

18. De stelling van Atos dat het nadeel van de betrokken (oudere) werknemers zodanig laag is (door toepassing van de netto/bruto-regeling) om die reden zou moeten worden ingestemd volgt de kantonrechter niet, aangezien de zwaarte van het belang van de werkgever doorslaggevend is. Daarbij gaat het niet alleen om het geldelijke nadeel, doch ook om de vraag of zeker en duidelijk is op welke wijze de vrijgevallen jubileumuitkeringen per individu zullen worden besteed. Alleen al vanwege het feit dat daarover geen duidelijkheid is, brengt met zich dat niet is gebleken van zodanig zwaarwegend belang aan de zijde van Atos dat de belangen van [eisers] op dit punt zouden moeten wijken.

19. Voorgaande geldt eveneens voor het geval mocht blijken dat [eisers] niet zijn gebonden aan een eenzijdig wijzigingsbeding en het voorstel van Atos moet worden beoordeeld aan de hand van het zogeheten Taxi Hofman- en Stoof/Mammoet-criterium. Hiervoor is al overwogen dat Atos onvoldoende heeft aangetoond dat de door haar gestelde wijzigingen moeten leiden tot het door haar gedane voorstel, zodat aan de toets of van de werknemers moet worden verlangd om daaraan mee te werken niet wordt toegekomen.

20. Aan de zwaardere toets van artikel 6:248 lid 2 BW dat ongewijzigde instandhouding van de jubileumregeling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is wordt evenmin voldaan, noch is sprake van onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW. Zoals gezegd had van Atos als goed en professioneel werkgever worden verwacht dat zij voorkomt dat de kennis van (een deel van) haar personeel door gebrek aan tijdige bij- en nascholing niet meer up-to-date is.

21. Voorts is het door Atos gedane beroep op solidariteit van de betrokkenen werknemers niet aan de orde, niet in de laatste plaats omdat op geen enkel moment instemming van de werknemers met de maatregel is gevraagd.

22. Concluderend: het betrekkelijk willekeurig schrappen van een bepaalde arbeidsvoorwaarde, waarvan uit de aard der zaak precies die werknemers profiteren die langere tijd in dienst en dus van gevorderde leeftijd zijn, is dan ook niet in overeenstemming met het vereiste van goed werkgeverschap, dit nog afgezien van de onheldere en niettemin dwingende standpuntbepaling van Atos in de instemmingsprocedure met de COR en de abrupte invoering per 1 januari 2018 ondanks het ontbreken van instemming. De (gewijzigde) vordering is dan ook toewijsbaar, met dien verstande dat de gevorderde wettelijke verhoging wordt beperkt tot 25%.

23. Er is geen aanleiding de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad niet toe te staan. Er is immers in deze zaak slechts sprake van een beperkt financieel belang, zodat het restitutierisico nagenoeg afwezig is en verder niet valt aan te nemen dat de financiële positie van Atos aan uitbetaling van de bedragen waar het hier om gaat in de weg staat.

24. Bij deze uitkomst zal Atos als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat het door Atos per 1 januari 2018 eenzijdig uitgevoerde besluit tot wijziging van de jubileumuitkering niet rechtmatig is;

veroordeelt Atos tot naleving van artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 en daarmee tot betaling van (het restant van) de jubileumuitkeringen aan [eisers] , te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW beperkt tot 25% en met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot de voldoening.

veroordeelt Atos in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eisers] begroot op:
exploot € 103,38
salaris € 1.000,00
griffierecht € 226,00
-----------------
totaal € 1.329,38
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt Atos in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 50,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Atos niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.A.M. Jacobs, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.