Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:2296

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-03-2019
Datum publicatie
29-03-2019
Zaaknummer
C/13/647081 / HA ZA 18-435
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een leverancier van biologische bouwproducten hoeft de schade die is ontstaan aan een villa in Bergen niet te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/647081 / HA ZA 18-435

Vonnis van 27 maart 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [plaats] ,

eiseres,

advocaat mr. I. van Leusden-Willemse te Veenendaal,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TIERRAFINO B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. S.P. Dalmolen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Tierrafino genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 april 2018, met producties

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties

  • -

    het tussenvonnis van 24 oktober 2018, waarbij een comparitie is bepaald

  • -

    het proces-verbaal van de op 7 februari 2019 gehouden comparitie van partijen, met de daarin genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tierrafino is een bedrijf dat is gespecialiseerd in de productie en distributie van biologische bouwproducten, zoals leemstuc.

2.2.

[eiseres] is in 2012 door een bouwbedrijf ingeschakeld voor het stucadoren van een woning in Bergen (hierna: de woning). [eiseres] heeft daarvoor leemstucmaterialen van producent Tierrafino gebruikt. Het leemstucwerk in de woning is opgebouwd uit drie lagen, een voorstrijklaag (Tierrafino Contact), een basislaag (Tierrafino Base) en een afwerklaag (Tierrafino Finish).

2.3.

Deze leemstucproducten zijn door een andere partij (dan Tierrafino) aan [eiseres] geleverd. De daarbij ter beschikking gestelde, door Tierrafino opgestelde, technische merkbladen (hierna ook: de technische merkbladen) bevatten (kort gezegd) een omschrijving van deze producten en informatie over verwerking daarvan op diverse ondergronden. Tevens staat in de technische merkbladen vermeld dat geen enkele verantwoordelijkheid wordt aanvaard voor directe of indirecte schade die zou kunnen optreden bij het gebruik van de geboden informatie.

2.4.

Op 29 maart 2012 heeft [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van Tierrafino de woning bezichtigd naar aanleiding van een vraag van [eiseres] over, voor zover hier van belang, het aanbrengen van de Finish laag op de Base laag. Bij e-mail van dezelfde datum heeft [naam 1] aan [naam 2] van [eiseres] , voor zover hier relevant, als volgt bericht:

“(…) Hierbij wat instructies voor het handhaven van leemstuc en Tadelakt:

- Tierrafino Base graag alleen met de rijlat recht zetten en niet glad strijken i.v.m. met scheurvorming. Grote gaten eerst opvullen, daarna uitkammen en laten drogen voor de volgende laag. Base kan alleen bij een laagdikte van maximale 10 mm gepleisterd worden.

- Tierrafino Finish opbrengen in twee lagen achter elkaar tot maximaal 3 mm, eventuele scheuren in de Base eerst afplakken met Gitex. Tweede laag dicht pleisteren en daarna zo lang vegen tot het oppervlag begint te glinsteren. (…)”

2.5.

In de zomers van 2013, 2014 en 2015 zijn in diverse kamers delen van het stucwerk van het plafond naar beneden gekomen. [eiseres] heeft eerst voor haar rekening herstelwerkzaamheden aan de plafonds door een derde laten uitvoeren. Toen schade aan de plafonds bleef voortduren, is het plafond geheel vervangen. [eiseres] heeft ook deze kosten voor haar rekening genomen.

2.6.

In opdracht van [eiseres] hebben eerst Bureau Gevelsupport en Technisch Bureau Afbouw onderzoek gedaan naar de mogelijke oorzaak van het loslaten van het stucwerk. Op 23 maart 2017 heeft tenslotte Bureau voor Bouwpathologie BB (hierna: Bureau Bouwpathologie) daarnaar onderzoek verricht. In het daarvan opgemaakte onderzoeksrapport van 17 mei 2017 (hierna: het onderzoeksrapport van Bureau Bouwpathologie) staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:


“(…)

ANALYSE & CONCLUSIE

(…)

Het betonoppervlak is te vlak en beperkt absorberend waardoor de Tierrafino Contact onvoldoende hechting kan bieden om het pakket te kunnen dragen. Door het uitrapen van de plafonds, waarbij de maximale laagdikte plaatselijk met ruim 100% wordt overschreden, wordt de spanning op het hechtvlak vergroot. Daarbij wordt uiteraard de werking van het materiaal eveneens vergroot, waardoor de schuifspanning kan toenemen. (…)”.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Tierrafino tot betaling van € 79.914,33, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[eiseres] stelt samengevat dat de Tierrafino Contact op de betonnen ondergrond dikker en grover (dan met een roller) had moeten worden aangebracht, dan wel dat daarop een ander voorstrijkproduct (zoals cementspat of tegellijm) had moeten worden aangebracht, om te voorkomen dat het leemstucwerk van de plafonds van de woning zou loslaten en dat dit ten onrechte niet staat vermeld in de technische merkbladen. Bovendien heeft [naam 1] van Tierrafino nagelaten om [eiseres] daarop te wijzen tijdens zijn bezoek aan de bouwplaats op 29 maart 2012 en het vervolgens uitgebrachte advies (zie 2.4). Als gevolg daarvan is Tierrafino toerekenbaar tekort geschoten in haar advisering, althans heeft Tierrafino onrechtmatig gehandeld en heeft [eiseres] schade geleden, bestaande uit de herstel- en vervangingskosten van het stucwerk van de plafonds. Deze schade moet Tierrafino vergoeden, aldus steeds [eiseres] .

3.3.

Tierrafino voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank stelt voorop dat de in de technische merkbladen verschafte informatie over de verwerking van de Tierrafino producten – zoals Tierrafino terecht heeft aangevoerd – zeer algemeen van aard is en niet op de onderhavige situatie is toegesneden. Zo wordt in het technisch merkblad voor de Tierrafino Base vermeld dat de ondergrond voldoende grof moet zijn voor een goede mechanische hechting. Een dergelijke algemene duiding brengt met zich mee dat de ondergrond per concrete situatie zal moeten worden beoordeeld. Het feit dat in dat merkblad ook staat vermeld dat Tierrafino contact kan worden aangebracht op beton – waarbij geen onderscheid is gemaakt tussen verschillende soorten beton zoals vlak en ruw beton – maakt dat niet anders, in die zin dat daaruit niet kan worden afgeleid dat de in dit verband verschafte informatie bedoeld is om volledig en uitputtend te zijn. De conclusie van het voorgaande is dat de stelling van [eiseres] dat Tierrafino onrechtmatig heeft gehandeld door het verstrekken van onvolledige informatie in de technische merkbladen, niet opgaat. Dat geldt in het bijzonder gelet op het feit dat Tierrafino in de technische merkbladen uitdrukkelijk heeft meegedeeld dat zij geen verantwoordelijkheid aanvaardt voor schade die zou kunnen optreden bij het gebruik van de geboden informatie.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil is dat Tierrafino niet betrokken was bij de voorbereiding van de betonnen ondergrond voordat de Tierrafino Contact daarop werd aangebracht en dat de adviesvraag van [eiseres] aan Tierrafino geen betrekking had op (onderzoek aan) de aangebrachte hechtingslaag (maar op het aanbrengen van de Finish laag op de Base laag). Het verwijt van [eiseres] aan Tierrafino komt er dan ook kennelijk op neer dat de met een roller aangebrachte laag Tierrafino Contact zonder meer ongeschikt was om op de betonnen ondergrond als hechtingslaag voor de Tierrafino Base te dienen zodat [naam 1] dit aanstonds had moeten constateren. [eiseres] heeft in dit verband een beroep gedaan op de conclusies van Bureau Bouwpathologie. Deze conclusies bieden daarvoor echter onvoldoende steun. Daaruit blijkt immers veeleer dat de onthechting in verband wordt gebracht met de dikte van de op de plafonds aangebrachte laag Tierrafino Base. De dikte van deze laag was echter op het moment van de bezichtiging van de bouwlocatie door [naam 1] volgens Tierrafino niet waarneembaar, hetgeen ook blijkt uit de stellingen van [eiseres] dat toen pas net was gestart met het aanbrengen daarvan. Uit het advies van [naam 1] blijkt evenmin, anders dan [eiseres] lijkt te veronderstellen, dat hem de dikte van de aan te brengen laag Tierrafino Base bekend was. Dat de Tierrafino Contact zonder meer ongeschikt was om op de betonnen ondergrond als hechtingslaag voor de Tierrafino Base te dienen, blijkt evenmin uit de andere door [eiseres] in het geding gebrachte deskundigenrapporten. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt dan ook niet in te zien waarom [naam 1] [eiseres] ten tijde van de bezichtiging had kunnen en moeten wijzen op de door [eiseres] gestelde ongeschiktheid van de aangebrachte laag Tierrafino Contact. Van een tekortkoming van Tierrafino in dit verband is derhalve geen sprake.

4.3.

Hetgeen partijen in dit kader overigens hebben aangevoerd – onder meer ten aanzien van de exacte oorzaak van de onthechting van het leemstucwerk – kan niet tot een ander oordeel leiden, en behoeft daarom geen verdere bespreking. Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen worden afgewezen. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Tierrafino worden begroot op:

- griffierecht € 1.950,00

- salaris advocaat 2.148,00 (2,0 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 4.098,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is als niet weersproken toewijsbaar.

4.4.

De gevorderde nakosten zijn toewijsbaar zoals hierna onder de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Tierrafino tot op heden begroot op € 4.098,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, rechter, bijgestaan door mr. J.P. van der Stouwe, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2019.