Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:2198

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-03-2019
Datum publicatie
04-04-2019
Zaaknummer
C/13/662028 / KG ZA 19-161
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Voormalig co-promotor moet e-mails waarin zij co-auteurschap op artikelen uit proefschrift van promovenda claimt rectificeren. Co-auteurschap niet aannemelijk. Criteria (International Committee of Medical Journal Editors)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/662028 / KG ZA 19-161 FB/MB

Vonnis in kort geding van 21 maart 2019

in de zaak van

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

ACADEMISCH MEDISCH CENTRUM,

zetelend te Amsterdam,

2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3]

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie bij dagvaarding van 25 februari 2019,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. A. Bekema te Haarlem,

tegen

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. O.M.B.J. Volgenant te Amsterdam.

1 De procedure

Ter zitting van 5 maart 2019 hebben eisers in conventie, hierna gezamenlijk het AMC c.s. en afzonderlijk het AMC, [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] , gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en akte vermeerdering van eis. Gedaagde in conventie, hierna [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , heeft aan de hand van een op voorhand toegezonden conclusie van antwoord verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen, en, na vermindering van eis, in reconventie gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte akte. Het AMC c.s. heeft de vorderingen in reconventie bestreden. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig, voor zover hier van belang:

- [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] (hierna gezamenlijk ook: de promotoren) en mr. Bekema;

- [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en mr. Volgenant.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] doet sinds 1998 onderzoek naar het eiwit-enzym Creatine Kinase (hierna ook: CK). Zij had vanaf 14 april 2013 tot 1 oktober 2017 een zogenoemde “gastvrijheidsverlening” bij het AMC, om onderzoek te kunnen verrichten, na op basis van een arbeidsovereenkomst en als onbezoldigd ambtenaar bij (de rechtsvoorgangster van) het AMC werkzaam te zijn geweest. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] was enige tijd als co-promotor betrokken bij het promotie-onderzoek van [naam 1] (hierna: [naam 1] ). [naam 1] deed vanaf oktober 2015 onderzoek binnen het AMC.

2.2.

Op 23 mei 2016 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een e-mail gezonden aan (onder

anderen) de promotoren, met de volgende inhoud:

Ik heb besloten mijn samenwerking met [naam 1] ( [naam 1] , vzr.) met onmiddellijke ingang te beeindigen. Ik wil niet langer met haar werken of geassocieerd worden. Het is een vervelende situatie die geen winnaars kent, maar mijn besluit staat vast. Ik zal mijn creatine kinase studies zonder haar voortzetten.”

In een e-mail van diezelfde dag van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan andere betrokkenen staat onder meer:

[naam 1] stelt zich onder andere niet toets- en coach-baar op en toont geen voortgang. Voorts zijn er problemen met haar attitude naar haar werk toe en naar betrokkenen bij het onderzoek. Ik zal mijn studies zonder haar voortzetten.”

2.3.

In een e-mail van 12 oktober 2016 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] aan (onder anderen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] ) onder meer geschreven:

Conform je verzoek zal ik (…) zorgdragen voor ontheffing van jou als projectleider van het project betreffende de PhD scholarship van [naam 1] . Gezien de verplichtingen jegens (…) [naam 1] zullen wij haar proefschrift begeleiding volledig op ons nemen (…). Wij zullen de fase I veiligheidsstudie naar GPA doorgang laten vinden onder onze directe begeleiding. Uiteraard willen we jouw intellectuele inbreng niet tekort doen, en we zullen je op afstand uitnodigen als mede-auteur. Op deze wijze brengen we jouw GPA geesteskind een stap verder, waarna deze lijn bij onze afdeling stopt en jij, overeenkomstig je wensen, je GPA trial elders kunt uitvoeren.”

2.4.

In een e-mail van 30 november 2016 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan [naam 1] onder meer geschreven:

Uiteraard is publicatie van een 2 jaar oude review (…) niet aan de orde: daar is deze te oud voor. Dat heb ik ook de CC laten weten, er komt een update. Het is dan nog de vraag wie deze nieuwe update van mijn werk zal maken Zoals jou bekend is jouw inbreng in mijn werk niet gewenst (…)

Ik wil je daarom dringend vragen niet mij niet meer buiten deze besprekingen om te emailen of anderszins te benaderen.”

2.5.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft vanaf februari 2017 klachten ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de UvA (CWI) tegen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] , [naam 1] en (de bij het zogenoemde GPA-onderzoek betrokken [naam 2] .

2.6.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] , [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] en [naam 2] hebben op hun beurt klachten tegen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ingediend bij het CWI.

2.7.

Bij brief van 10 augustus 2017, aangevuld op 8 september 2017, heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een “klokkenluidersmelding” gedaan bij de Raad van Bestuur van het AMC en bij het College van Bestuur van de UvA. De melding hield kort gezegd in dat er binnen het AMC medisch onderzoek plaatsvindt met mensen, waarbij de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (Wmo) wordt geschonden en dat er binnen het AMC een cultuur bestaat waarbij men elkaar de hand boven het hoofd houdt en degene die klaagt eruit wordt gewerkt.

2.8.

Het AMC heeft de gastvrijheidsverlening van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] per 1 oktober 2017 beëindigd. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft de beëindiging van haar aanstelling zonder succes aangevochten.

2.9.

Het College van Bestuur van de UvA heeft bij besluit van 8 december 2017 de onder 2.5 genoemde klachten tegen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] (onder meer over de abrupte beëindiging van het co-promotorschap) gegrond verklaard en de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ingediende klachten ongegrond. Daartegen is [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in beroep gegaan bij het LOWI (Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit).

2.10.

In een e-mail van 3 oktober 2018 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan [naam 1] geschreven:

Ik heb aanwijzingen dat jij bezig bent met publicaties over (a) CK en bloeddruk bij zwangeren, (b) CK in Helius en (c) cardiovasculaire eindpunten. Dit zijn studies die ik heb opgezet en waarvan het AMC heeft aangegeven dat ik mijn onderzoek hiernaar in het kader van gastvrijheidsaanstelling heb mogen doen, maar waar het AMC verder geen enkele inhoudelijke betrokkenheid bij stelt te hebben. Ik verzoek je hierover openheid van zaken te geven en mij te informeren:

• of het klopt dat je met deze publicaties bezig bent, en zo ja,

• op welke studies en data je voorgenomen publicaties zijn gebaseerd; en

• of je van plan bent mij en anderen van de CK-onderzoeksgroep erbij te zetten als co-auteur.”

2.11.

Op 17 oktober 2018 heeft de advocaat van [naam 1] in een e-mail aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geschreven dat [naam 1] naar aanleiding van het conflict met [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] noodgedwongen reeds opgezette studies heeft gestaakt, zich gericht heeft op aanpalende onderwerpen en daarvoor nieuwe studies heeft opgezet, onder begeleiding van [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] en [naam 3] , in samenwerking met andere artsen en onderzoekers binnen het AMC. In de e-mail staat ook dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op geen enkele wijze bij de opzet en uitvoering van de nieuwe studies betrokken is geweest en dat de auteurschappen ten aanzien van de op deze studies gebaseerde publicaties “volgens de daarvoor geldende regels worden vastgesteld.”

2.12.

[naam 1] heeft haar proefschrift inmiddels afgerond. Vijf van de hoofdstukken daarvan zijn reeds gepubliceerd en ten aanzien van deze hoofdstukken is [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd als co-auteur. Drie later voltooide hoofdstukken (5, 6 en 9) heeft [naam 1] samen met haar medeauteurs (niet zijnde [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ) inmiddels ter publicatie aangeboden aan diverse medische tijdschriften. Het betreft de volgende artikelen:

a. a) Creatine kinase is associated with blood pressure during pregnancy (artikel a),

b) Creatine kinase and blood pressure in women with a history of early onset preeclampsia (artikel b) en

c) The association between creatine kinase activity and D-dimer in a multi-etnic population; the HELIUS study (artikel c).

In het navolgende worden deze artikelen ook ‘de publicaties’ of ‘de artikelen’ genoemd.

2.13.

Het college van Promoties van de Universiteit van Amsterdam (de UvA) heeft [naam 1] toegelaten tot de verdediging van haar proefschrift. De promotie zal plaatsvinden op 29 maart 2019.

2.14.

Op 21 december 2018 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een e-mail gestuurd aan [naam 4] , editor van het tijdschrift “ [naam tijdschrift] ” met de volgende inhoud:

This is to inform you that I hereby formally dispute the publication of my work by my former PhD student [naam 1] , on creatine kinase (CK) and cardiovascular disease (including blood pressure and coagulation), without mentioning me as a co-author, in the following papers: (…) (de artikelen, vzr.)

Authors: [naam 1] (…)

I am the world leading scientist on the subject of CK and cardiovascular disease, with over a hundred international presentations and publications on this subject, including (…) [naam 1] worked with me as a PhD student for a short time. Our cooperation ended in 2016.

The above papers are based on my scientific work. This entails that these papers should not be published without mentioning me as a co-author. The AMC hospital in Amsterdam, part of the University of Amsterdam, has confirmed in court that the CK work is my intellectual property.

1 have contacted [naam 1] about this matter, but she refuses to mention me as a co­author. She denies that the above publications are based on my scientific work. 1 have lodged a formal complaint through the procedures available within the University of Amsterdam (the (…)Doctorate Board, and the Scientific Integrity Officer.) I kindly request you not to publish the abovementioned CK papers without my co-authorship until this issue has been formally decided in the pending procedures. I will inform you of the outcome thereof in due course.”

2.15.

In een e-mail van 3 januari 2019 heeft [naam 4] aan [naam 1] onder meer het volgende geschreven:

We recently received a letter from [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , concerning the article reported below:

1. Creatine kinase is associated with blood pressure during pregnancy.

(…)

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] disputes the publication of this article without mentioning her as co-author, as according to [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] this paper is also based on her scientific work. From the information we received from dr. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , we understand that this issue has been referred to an Ethical Committee at the University of Amsterdam and is currently being evaluated by a Scientific Integrity Officer.

We would like to inform you that this article was scheduled for one of the upcoming issues of the [naam tijdschrift] , but has now been put on hold, until we receive new information regarding the ongoing procedures.

2.16.

In een e-mail van 9 januari 2019 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de co-auteurs van [naam 1] verzocht om ook [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op te nemen als co-auteur bij publicaties van de artikelen.

Eén van de co-auteurs heeft geantwoord dat hij niet goed kan beoordelen of [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co-auteur moet worden aangemerkt, een ander heeft laten weten dat hij advies zou inwinnen. Het verzoek van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is tot dusver niet gehonoreerd.

2.17.

Op 20 januari 2019 en op 29 januari 2019 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] e-mails verzonden aan de uitgevers van de tijdschriften “Blood Pressure Monitoring” en “Journal of Thrombosis and Haemostasis” met dezelfde strekking als de onder 2.14 genoemde e-mail. In het navolgende worden deze, de onder 2.14 genoemde e-mails en e-mails met eenzelfde inhoud of strekking aangeduid met “de e-mails”.

2.18.

Naar aanleiding van een verzoek van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om geschilbeslechting volgens het reglement van het College voor Promoties heeft de Secretaris van de Raad van Bestuur haar op 28 januari 2019 meegedeeld dat zij daarop geen beroep kan doen, omdat zij geen co-promotor (meer) is. Daarop heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op 29 januari 2019 een klacht ingediend bij het College voor Promoties.

2.19.

Bij brief van 31 januari 2019 heeft de advocaat van het AMC c.s. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gesommeerd de e-mails te rectificeren.

2.20.

Bij brief van 4 februari 2019 heeft de raadsman van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan de raadsman van het AMC c.s. meegedeeld dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet aan de sommaties zal voldoen en dat de kwestie deel uitmaakt van de bij het LOWI lopende procedure waarin op 18 maart 2019 een uitspraak wordt verwacht.

2.21.

Bij brief van 5 februari 2019 heeft het College voor Promoties naar aanleiding van de klacht van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] haar meegedeeld dat zij geen beroep kan doen op de geschillenprocedure, omdat zij nooit formeel als co-promotor was aangesteld.

2.22.

Bij brief van 7 februari 2019 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bezwaar gemaakt tegen het onder 2.21 genoemde formele oordeel. In deze brief staat onder meer:

Het gaat hier om een geschil tussen mij als co-promotor en mijn voormalige promovenda, die weigert mij als co-auteur toe te voegen en zelfs weigert mij inzage te geven in haar concept-artikelen die blijkens de hoofdstuk-titels betrekking hebben op wetenschappelijk onderzoek waaraan ik als onderzoeksleider een wezenlijke bijdrage heb geleverd. (…) Zolang het geschil niet wordt opgelost staat dat haar promotie in de weg.”

2.23.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft het AMC verzocht het proefschrift aan haar ter beschikking te stellen. Aanvankelijk heeft het AMC daaraan alleen onder voorwaarden (onder embargo, met een boetebeding) willen voldoen, maar ter zitting heeft het AMC meegedeeld het (volledige) proefschrift inmiddels aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te hebben toegezonden.

2.24.

Op 26 februari 2019 heeft het LOWI geadviseerd over de door partijen over en weer ingediende klachten. De klachten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zijn ongegrond verklaard.

2.25.

Op 28 februari 2019 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een nieuwe klacht ingediend bij het CWI tegen [naam 1] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 2] wegens het niet noemen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co-auteur van de artikelen a en b.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Het AMC c.s. vordert [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te veroordelen:

1. om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis, een lijst aan de advocaat van het AMC c.s. te doen toekomen met een opgave van de namen van de ontvangers van de e-mails, hun e-mailadressen en tijdschriften en/of bedrijven waarvoor zij werkzaam zijn, alsmede een kopie van de verzonden e-mails;

2. om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis, de onrechtmatige mededelingen in de e-mails te rectificeren door verzending van een e-mail aan de onder (1) genoemde personen, met de e-mail eronder weergegeven en een kopie aan de advocaat van eisers, met de in het petitum nader omschreven, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen tekst;

3. om per direct te staken en gestaakt te houden elke mededeling, of subsidiair elke publieke mededeling, dat [naam 1] en/of haar Promotoren en/of het AMC in strijd handelen met de wetenschappelijke integriteit door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet te (doen) vermelden als co­auteur van de artikelen;

4. om per direct te staken en gestaakt te houden de mededeling, of subsidiair elke publieke mededeling, dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een auteursrechtelijke aanspraak heeft met betrekking tot de artikelen, waaronder maar niet beperkt tot de mededeling dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co­ auteur van de artikelen dient te worden vermeld en/of de mededeling dat de artikelen zonder vermelding van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co-auteur niet openbaar gemaakt mogen worden;

5. om per direct te staken en gestaakt te houden elke mededeling, of subsidiair elke publieke mededeling, dat het AMC heeft bevestigd dat het intellectuele eigendom met betrekking tot het CK onderzoek toekomt aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en daarmee overeenstemmende mededelingen;

6. om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis het College voor Promoties van de UvA per post en per e-mail een afschrift van het vonnis te doen toekomen en haar klacht op grond van het promotiereglement van de UvA d.d. 29 januari 2019 in te trekken, met toezending van een kopie daarvan aan de advocaat van eisers;

7. tot voldoening van een dwangsom, voor iedere dag dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] nalaat geheel of ten dele aan de vorderingen zoals hiervoor geformuleerd onder 1 tot en met 6 te voldoen;

8. tot betaling van de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.

3.2.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert, na vermindering van eis:

- dat het AMC c.s. wordt geboden ervoor te zorgen dat de artikelen a en c niet geheel of gedeeltelijk worden gepubliceerd in een online beschikbare versie van het proefschrift van [naam 1] en/of in enig wetenschappelijk tijdschrift en/of op enige andere wijze waardoor één of meer van deze artikelen geheel of gedeeltelijk publiekelijk zonder embargo beschikbaar komt, zonder vermelding van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co-auteur, zolang de procedure over schending van de wetenschappelijke integriteit nog niet is afgerond;

- veroordeling van het AMC c.s. om aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] binnen vijf dagen na de vonnisdatum het gehele (concept) proefschrift van [naam 1] te verstrekken;

- het AMC c.s. te gebieden ervoor te zorgen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] binnen vijf dagen na te vonnisdatum wordt voorzien van alle namen van tijdschriften aan wie de artikelen zijn aangeboden;

- dat het AMC c.s. hoofdelijk dwangsommen verbeurt bij het niet nakomen van de opgelegde veroordelingen en wordt veroordeeld in de proceskosten.

4.2.

Het AMC c.s. voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

In conventie

5.1.

Anders dan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft aangevoerd, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd om kennis te nemen van dit geschil. De grondslag van de vordering is immers onrechtmatig handelen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Het geding betreft, anders dan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aanvoert, niet louter een wetenschappelijke aangelegenheid waarvoor andere wegen dienen te worden bewandeld met uitsluiting van de burgerlijke rechter, namelijk de daarvoor geldende interne procedures bij de UvA en het LOWI. Voorts is niet aannemelijk dat het AMC c.s. de gevraagde voorzieningen op korte termijn langs andere weg dan via de burgerlijke rechter kan verkrijgen.

Overigens zijn door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bedoelde andere wegen grotendeels al bewandeld, mede op haar initiatief, zonder dat daarbij tot dusver haar wensen zijn gehonoreerd.

5.2.

Ook de stelling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat het AMC zich beroept op belangen die toekomen aan de Universiteit van Amsterdam, gaat niet op. Weliswaar is de UvA de instantie bij wie de promotie plaatsvindt die de achtergrond vormt van dit geding, maar het AMC heeft het promotieonderzoek gefaciliteerd en gefinancierd. Al daarom heeft het een voldoende belang bij zijn vorderingen. Verder zien deze vorderingen onder meer op uitlatingen die aan het AMC zijn toegeschreven.

5.3.

Bovendien komt het AMC in dit geding als (voormalig) werkgever op voor [naam 1] en andere medewerkers die co-auteurs van de publicaties zijn en wier belangen kunnen worden geschaad door de acties van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] . Deze acties betreffen immers publicaties die de vrucht zijn van hun wetenschappelijk werk, verricht in (het ziekenhuis van) het AMC. Met betrekking tot dergelijke publicaties kan een werkgever een vordering instellen ter bescherming van de belangen van zijn (gewezen) werknemers. De werkgever komt de bevoegdheid tot het instellen van die vordering toe, zowel uit hoofde van het belang dat hij zelf heeft bij de bescherming van zijn werknemers, als ter bescherming van die werknemers, op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW). (Zie HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:569)

5.4.

Ook de promotoren hebben een (eigen) belang bij de ingestelde vorderingen, gelegen in hun belang dat het promotietraject van [naam 1] niet wordt belemmerd, aangezien zij haar daarbij hebben begeleid en zij trouwens ook zelf een intellectuele bijdrage aan het onderzoek hebben geleverd. Daarnaast heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] hen bij name genoemd in de aan de tijdschriften verzonden e-mails en hen mede beticht van schending van de wetenschappelijke integriteit.

5.5.

Het belang van het AMC c.s. bij de gevraagde voorzieningen is voldoende spoedeisend, aangezien het gaat om publicaties die onderdeel uitmaken van het proefschrift van [naam 1] dat zal worden verdedigd tijdens de voor 29 maart 2019 geplande promotie. Het AMC c.s. heeft evenals de promovenda belang erbij dat de publicaties (die van het proefschrift onderdeel uitmaken) en de daarin vervatte onderzoeksresultaten op korte termijn ter beschikking komen van het wetenschappelijk forum.

Overigens heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ter zitting uitdrukkelijk en op haar eigen initiatief toegezegd de Commissie voor Promoties te zullen berichten dat haar op 29 januari 2019 ingediende klacht en de in het verlengde daarvan ingediende bezwaren (weergegeven bij 2.18 en 2.22) niet erop zijn gericht om de promotie zelf van [naam 1] te belemmeren, al kunnen de bewoordingen in haar brief 7 februari 2019 een andere indruk doen ontstaan. Na deze toezegging van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft het AMC c.s. het gevorderde in conventie onder 6 ingetrokken.

In conventie en in reconventie voorts

5.6.

Het gaat in deze zaak in de kern om de vraag of [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op goede gronden aanspraak erop maakt te worden erkend als co-auteur van de publicaties. Zij baseert deze aanspraak, kort samengevat, op het volgende. Zij heeft zelf de onderzoekshypothese en de daarop voortbouwende onderzoeksvra(a)g(en) geformuleerd, het vooronderzoek georganiseerd en een onderzoeksplan geschreven. Verder is zij met de uitvoering van het onderzoek begonnen en heeft zij op haar verzoek jonge artsen toegewezen gekregen die haar bij het onderzoek assisteren. De bedoeling is dat hun bijdragen aan het onderzoek uitmonden in publicaties waarop zij kunnen promoveren. Een van die jonge artsen is [naam 1] . Onder deze omstandigheden heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , naar zij stelt, een zo wezenlijke bijdrage aan de opzet van het onderzoek van [naam 1] geleverd, dat deze erkenning verdient in de vorm van vermelding als co-auteur, waarbij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] belang heeft.

5.7.

Tussen partijen staat vast dat de publicaties - die [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] overigens ten tijde van de behandeling van het kort geding niet alle kende - een zodanig originaliteitgehalte hebben dat zij een eigen oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Daarmee staat voorshands vast dat de publicaties auteursrechtelijk zijn beschermd. De in dit geding voorlopig te beantwoorden vraag is echter een andere, namelijk - ruim geformuleerd - aan wie het auteursrecht toekomt van publicaties die berusten op in teamverband verricht onderzoek. Deze vraag is bij publicaties in de bètawetenschappen (veel) vaker aan de orde dan in de alfawetenschappen. Wetenschappelijk onderzoek moet hier namelijk vaak in teamverband worden verricht vanwege de hoge mate van complexiteit, waarbij vanuit verschillende invalshoeken en vakgebieden een bijdrage wordt geleverd, en vanwege de vaak omvangrijke onderzoeksopzet die nodig is voor de representativiteit van de verzamelde gegevens. Daarnaast spelen ook de hoge kosten (dure apparatuur) een rol en, in het geval van medisch onderzoek, de schaarste van het lichaamsmateriaal waarmee moet worden gewerkt, en de plicht zorgvuldig met dit materiaal om te gaan.

5.8.

De Auteurswet regelt deze kwestie niet uitdrukkelijk. De artikelen 6 en 7 regelen twee specifieke gevallen (werk uitgevoerd onder leiding en toezicht van de bedenker, en werk verricht in dienstverband), maar die staan in deze zaak niet centraal.

5.9.

Omdat het hier gaat om een relatief veel voorkomend vraagstuk is de medische professie zelf regulerend opgetreden. Het International Committee of Medical Journal Editors (ICMJE) heeft hierover een norm geformuleerd die, kort gezegd, inhoudt dat het auteursrecht toekomt aan diegenen die een wezenlijke intellectuele bijdrage hebben geleverd aan de opzet van het onderzoek of aan de vergaring, analyse en interpretatie van de data die bij het onderzoek worden gebruikt. Bovendien moeten degenen die auteursrecht claimen, hebben bijgedragen aan het schrijven of redigeren van de publicatie, de definitieve tekst hebben goedgekeurd en zich ervan hebben verzekerd dat alle vragen met betrekking tot de juistheid en integriteit van het werk, voldoende zijn onderzocht en opgelost. De norm vertoont enige gelijkenis met het juridische maatschapsbegrip, maar stelt meer specifieke eisen aan de kwaliteit van de inbreng.

5.10.

Deze norm is, als soft law, ook in rechte van belang. Zij weerspiegelt immers de in de medische professie breed gedragen opvatting over deze kwestie, en is daarom ten aanzien van deze wettelijk ongeregelde kwestie van belang voor de uitleg van de Auteurswet.

5.11.

Tegen deze achtergrond kan niet worden aanvaard (en is in dit geding overigens ook niet aangevoerd) dat elke bijdrage aan een publicatie voldoende is om als co-auteur daarvan te worden vermeld. Het moet gaan om een bijdrage van wezenlijk belang voor de kwaliteit van de publicatie. Daarom is bijvoorbeeld onvoldoende de enkele omstandigheid dat iemand als begeleider of promotor is opgetreden bij het desbetreffende onderzoek, of taalkundige dan wel redactionele verbeteringen heeft voorgesteld of data heeft aangedragen die in de wetenschappelijke literatuur al wel bekend waren, maar nog niet onder de aandacht van de onderzoeker waren gekomen. Ook een combinatie van bijdragen van deze aard is in dit verband niet steeds voldoende.

5.12.

In dit licht kan de vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om als co-auteur van de publicaties te worden erkend, niet slagen. Dat is in beginsel reeds het geval omdat weliswaar valt aan te nemen dat zij een (wezenlijke) intellectuele bijdrage heeft geleverd aan de opzet van het onderzoek van [naam 1] , maar daarmee nog niet vaststaat of voldoende aannemelijk is dat dit tevens geldt voor de daarop voortbouwende publicaties van [naam 1] . Bovendien voldoet de bijdrage van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan de publicaties niet aan de overige in 5.9 vermelde, cumulatieve, eisen.

5.13.

In de omstandigheden van het geval is er om de volgende redenen onvoldoende aanleiding om van de in 5.9 aangehaalde praktijknorm af te wijken en reeds de intellectuele bijdrage van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan de onderzoeksopzet voldoende te achten om als co-auteur van de publicaties te worden erkend.

Ten eerste staat het op gespannen voet met de kern van het auteursrecht, de creatieve prestatie, om iemand als co-auteur te beschouwen van een publicatie in de totstandkoming waarvan hij of zij geen aandeel heeft gehad.

Ten tweede staat er een andere, minder verstrekkende en meer gepaste, weg open om recht te doen aan de intellectuele bijdrage van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan de opzet van het onderzoek van [naam 1] . Deze bestaat erin dat in de publicaties/het proefschrift kan worden (en misschien ook behoort te worden) vermeld dat wordt voortgebouwd op onderzoek dat door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is opgezet. Bovendien kan in de publicaties, indien en voor zover daarvoor aanleiding is, in voetnoten worden verwezen naar de onderzoeksopzet van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , zoals blijkens de overgelegde artikelen (producties 29 en 30 van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ) in deze zaak ook is gebeurd.

Ten derde had [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zelf - naar voorshands valt aan te nemen - auteursrecht op de onderzoeksopzet en het voorbereidende werk. Dit auteursrecht kan echter niet dienen om voortbouwend onderzoek te bemoeilijken met de claim van een co-auteurschap. Daardoor zou de onderzoeksvrijheid in de praktijk worden beperkt, wat in strijd is met het algemene belang, waarop de toekenning van auteursrechten mede berust. Een erkenning op deze enkele grond als co-auteur van voortbouwende publicaties zou de betrokkene (in dit geval [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ) immers het recht geven om een gedeelte van het krediet daarvan op te eisen in termen van academisch prestige, geld of anderszins en om mee te beslissen over alle auteursrechtelijke vragen die zich ten aanzien van de publicaties zouden voordoen. Dat kan onderzoekers ontmoedigen om het onderzoek te doen of om over de resultaten daarvan te publiceren.

Ten vierde had [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zelf, voortbouwend op de door haar gelegde fundamenten voor het onderzoek, publicaties kunnen schrijven over de resultaten van inmiddels door haar verricht onderzoek. De omstandigheid dat ook [naam 1] zulk onderzoek verrichtte, was daarvoor geen enkel beletsel.

5.14.

Anders dan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft aangevoerd kan ook niet worden aangenomen dat [naam 1] en haar medeauteurs haar ten onrechte een co-auteurschap hebben onthouden op de grond dat zij haar niet de mogelijkheid hebben geboden om mee te werken aan de totstandkoming van de publicaties. In het midden kan blijven of, en zo ja onder welke omstandigheden, daartoe in het algemeen een verplichting kan bestaan omdat het in dit geval [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zelf geweest die de samenwerking met [naam 1] met onmiddellijke ingang heeft beëindigd, onder de mededeling niet langer met haar te willen werken of met haar geassocieerd te worden. Ook de in 2.4 aangehaalde mededeling van 30 november 2016 wijst er duidelijk op dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niets meer met [naam 1] te maken wilde hebben.

5.15.

Onder deze omstandigheden maakt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet op goede gronden aanspraak erop te worden erkend als co-auteur van de publicaties. De omstandigheid dat zij belang heeft bij die erkenning, maakt dit niet anders. Voorshands is onvoldoende aannemelijk dat in de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] recent aanhangig gemaakte procedure (vermeld in 2.25) anders zal worden geoordeeld. Maar zelfs al zou dat het geval zijn, dan zijn de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verzonden e-mails in ieder geval op dit moment onjuist en prematuur.

In conventie voorts

5.16.

Het voorgaande brengt mee dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ten onrechte de onder 2.13 en 2.17 genoemde e-mails heeft verzonden, waarmee zij onrechtmatig jegens het AMC c.s. heeft gehandeld. Voldoende aannemelijk is dat de handelwijze van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] schadelijk is voor het AMC c.s., omdat deze een belemmering vormt voor de wetenschappelijke uitingsvrijheid van het AMC c.s. en haar reputatie aantast.

De uitlating van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de e-mails dat het AMC in rechte heeft erkend dat zij de rechthebbende is op ‘het CK-onderzoek’ is feitelijk onjuist.

Weliswaar heeft het AMC (onder meer in de e-mail van 12 oktober 2016, aangehaald bij 2.3) de intellectuele inbreng van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met betrekking tot CK-onderzoek erkend, maar dat zag op de eerste fase van de onderzoeken en impliceert geen erkenning van haar co-auteursrechten op daarop voortbouwende publicaties.

5.17.

Om de schade zoveel mogelijk te beperken zal [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan het AMC c.s. kenbaar moeten maken aan wie zij de e-mails met de strekking dat [naam 1] haar ten onrechte niet als co-auteur heeft vermeld, heeft toegezonden. Daarnaast zal [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de e-mails moeten rectificeren. De omstandigheid dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] daardoor op haar beurt wordt aangetast in haar uitingsvrijheid is een gerechtvaardigd en proportioneel gevolg van haar eigen onrechtmatig handelen in de hiervoor genoemde context. De belangen van het AMC c.s. bij het rechtzetten van de onrechtmatige mededelingen wegen in de gegeven omstandigheden zwaarder dan de belangen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij een onbeperkte uitingsvrijheid.

5.18.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen onder 1 en 2 zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de tekst van de rectificatie zal moeten luiden zoals hierna in het dictum vermeld en dat na te noemen termijnen redelijk worden geacht.

5.19.

De vorderingen onder 3 tot en met 5 zijn geformuleerd als gebod, maar komen naar de strekking erop neer dat wordt gevorderd [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te verbieden uitlatingen te doen die inhouden dat:

- [naam 1] en/of haar Promotoren en/of het AMC in strijd handelen met de wetenschappelijke integriteit door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet te (doen) vermelden als co­auteur van de artikelen;

- [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een auteursrechtelijke aanspraak heeft met betrekking tot de publicaties (hoofdstukken van het proefschrift), waaronder maar niet beperkt tot de mededeling dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co­ auteur van de artikelen dient te worden vermeld en/of de mededeling dat de hoofdstukken zonder vermelding van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co-auteur niet openbaar gemaakt mogen worden;

- het AMC heeft bevestigd dat het intellectuele eigendom met betrekking tot het CK onderzoek toekomt aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en daarmee overeenstemmende mededelingen.

5.20.

Zoals uit het onder 5.6 tot en met 5.14 overwogene voortvloeit worden de mededelingen die [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot dusver heeft gedaan op de onder 5.19 genoemde punten, onrechtmatig geacht. Zij dient zich dan ook te onthouden van het doen van dergelijke mededelingen tegenover derden. Een daarop gericht gebod zal worden beperkt tot publiek gedane mededelingen. Het strekt zich dus niet uit tot uitingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in het kader van door haar ingediende klachten of aanhangig gemaakte procedures. Een verdergaand gebod zou immers haar recht om - in haar ogen onjuiste - beslissingen aan te vechten, onaanvaardbaar beperken. Het onder 3 tot en met 5 gevorderde zal worden toegewezen met in achtneming hiervan.

5.21.

De dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd zoals hierna in het dictum vermeld.

5.22.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] worden veroordeeld in de kosten van de procedure en in de nakosten.

In reconventie voorts

5.23.

Het in reconventie onder I gevorderde komt neer op een verbod om de artikelen a en c beschikbaar te stellen aan het publiek zonder [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co-auteur te vermelden zolang de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aanhangig gemaakte procedures, waarvan de laatste is ingezet op 28 februari 2019, nog lopen. Uit het hiervoor in conventie overwogene volgt dat deze vordering niet kan worden toegewezen.

5.24.

Bij de vordering om het volledige proefschrift tot haar beschikking te krijgen heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen belang meer, aangezien het AMC c.s. daaraan inmiddels heeft voldaan.

5.25.

Nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet als co-auteur van de artikelen wordt aangemerkt, bestaat geen basis voor toewijzing van haar vordering om het AMC c.s. te verplichten [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] mee te delen aan welke tijdschriften de artikelen zijn aangeboden.

5.26.

Het voorgaande betekent dat de vorderingen in reconventie worden afgewezen, met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding, vanwege de samenhang met het geding in conventie tot heden begroot op nihil.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

6.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om binnen twee werkdagen na de betekening van dit vonnis een lijst aan de advocaat van het AMC c.s. te doen toekomen met een opgave van de namen van de ontvangers van de e-mails, hun e-mailadressen en tijdschriften en/of bedrijven waarvoor zij werkzaam zijn, alsmede een kopie van de verzonden e-mails;

6.2.

gebiedt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om binnen een week na de betekening van dit vonnis de onrechtmatige mededelingen in de e-mails te rectificeren door verzending van een

e-mail aan de onder 6.2 genoemde personen, met de e-mail eronder weergegeven en een kopie aan de advocaat van eisers, weergegeven in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte als de E-mails met de volgende tekst:

"Subject: RECTIFICATION

Dear [naam ontvanger],

In the e-mail below I requested you not to publish scientific papers by [naam 1]

without me being listed as co-author.

The Amsterdam Court of first instance ruled in a provisional order that my e-mail is incorrect and premature and therefore unlawful. The court ordered me to send you this rectification. According to the judge I have not been able to substantiate that I fulfill the criteria for authorship as recommended by the International Committee of Medical Journal Editors nor that I am otherwise entitled to a co-authorship in respect of the scientific papers mentioned in my e-mail below. Therefore I retract my request that you will not publish those papers.

Furthermore the judge found my statement incorrect that The AMC hospital in Amsterdam, part of the University of Amsterdam, has confirmed in court that “the CK work is my intellectual property”.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] "

6.3.

gebiedt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om per direct te staken en gestaakt te houden:

- elke publieke mededeling dat [naam 1] en/of haar Promotoren en/of het AMC in strijd handelen met de wetenschappelijke integriteit door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet te (doen) vermelden als co­auteur van de artikelen;

- elke publieke mededeling dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een auteursrechtelijke aanspraak heeft met betrekking tot de artikelen, meer in het bijzonder de mededeling dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co­auteur van de artikelen dient te worden vermeld en/of de mededeling dat de artielen zonder vermelding van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als co-auteur niet openbaar gemaakt mogen worden;

- elke publieke mededeling dat het AMC heeft bevestigd dat het intellectuele eigendom met betrekking tot het CK onderzoek toekomt aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en daarmee overeenstemmende mededelingen;

met dien verstande dat dit gebod niet betreft uitingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in het kader van door haar ingediende klachten of aanhangig gemaakte procedures .

6.4.

bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere keer dat of iedere dag dat zij nalaat te voldoen aan een of meer van de hiervoor genoemde veroordelingen/en of geboden, met een maximum van (in totaal) € 20.000,-;

6.5.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van het AMC c.s. begroot op:

– € 101,06 € 101,06 aan explootkosten,

– € 101,06 € 639,- aan griffierecht en

– € 101,06 € 1.470,- aan salaris advocaat;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

6.6.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,- voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 82,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;

6.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie:

6.9.

weigert de gevraagde voorzieningen;

6.10.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van het AMC c.s. begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2019.1

1 type: MB coll: EB