Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:2114

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-03-2019
Datum publicatie
22-03-2019
Zaaknummer
13/665430-18 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 65-jarige man is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf onder meer voor de voorbereiding van een gewelddadige diefstal of afpersing op 1 en 2 oktober 2018 in Amsterdam samen met een ander. Ook is hij veroordeeld voor de bedreiging van een motoragent met een vuurwapen en wapenbezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/665430-18 (Promis)

Datum uitspraak: 22 maart 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1953,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [naam Huis van Bewaring] ” te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.L. Kwaspen en van wat verdachte en zijn raadslieden mrs. B.A.C. van Tuinen en J.F. van der Brugge naar voren hebben gebracht.

Dit vonnis wordt gelijktijdig gewezen met de vonnissen in de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] , met parketnummer 13/665429-18, en [medeverdachte 2] , met parketnummer 13/669089-18.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 1 oktober 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten de in artikel 312 en/of 317 het Wetboek van Strafrecht omschreven diefstal, te plegen onder een van de omstandigheden vermeld in artikel 312, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk twee, althans een kogelvrij(e) vest(en) en/of een motorfiets en/of een personenauto en/of een steekkar en/of een jammer en/of een of meer geprepareerde dozen en/of tassen en/of een vuurwapen en/of (een) plaksnor(ren), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

(artikel 312 juncto 317 juncto 46 juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 2 oktober 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland een verbalisant van de Politie (Eenheid Amsterdam), te weten [nummer] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een vuurwapen op een voor die persoon zichtbare wijze vast en/of bij zich te houden en/of dat wapen op die persoon te richten;

(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 2 oktober 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, te weten een revolver en/of 39, althans een of meer patronen munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad;

(artikel 26 Wet Wapens en Munitie)

4.

hij op of omstreeks 12 september 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motor, te weten een Kawasaki, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 12 september 2017 tot en met 02 oktober 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motor, te weten een Kawasaki, in elk geval enig goed, heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en) dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak

4.1

Ten aanzien van de onder 4 primair tenlastegelegde diefstal

De rechtbank is, net als de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een motor. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit feit.

4.2

Ten aanzien van de onder 4 subsidiair tenlastegelegde heling

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie en net als de raadsman, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling van de gestolen motor. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het dossier niet is af te leiden dat verdachte de gestolen motor daadwerkelijk heeft gezien en dus ook niet dat hij heeft gezien of heeft moeten zien dat het contactslot was verwijderd en er twee kentekenplaten op de motor waren bevestigd, waardoor hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze motor was gestolen. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

5 Waardering van het bewijs

5.1

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde

Op 2 oktober 2018 omstreeks 11.25 uur wordt verbalisant [nummer] , werkzaam bij de Politie-eenheid Amsterdam en op dat moment met motorsurveillance belast, op de Tweede Nassaustraat te Amsterdam aangesproken door een onbekend gebleven man. Deze man vertelt hem dat hij zojuist iets raars heeft gezien. Bij een onderdoorgang zag hij twee mannen staan met dikke jassen aan en plaksnorren op, een van die mannen had een gele helm op. De verbalisant snapt welke locatie de onbekend gebleven man bedoelt en begeeft zich naar de onderdoorgang van de Van Hogendorpstraat en de Limburg Stirumstraat. Op de Van Hogendorpstraat op ongeveer 10 meter van de onderdoorgang ziet hij twee mannen met dikke jassen aan vlak naast elkaar lopen. Een van de mannen, NN1, draagt een gele helm en een oranje jas en hij beweegt een steekkar met diverse dozen voort. De andere man, NN2, heeft een schoudertas om. De verbalisant roept naar de personen dat ze moeten blijven staan omdat hij met ze wil praten. Hij ziet dat zij met versnelde pas doorlopen en roept nogmaals dat ze moeten stoppen. De verbalisant ziet dat ze het Van Hogendorpplein op lopen in de richting van de Van der Duijnstraat. De verbalisant moet vanwege een hek omrijden en krijgt na ongeveer 30 seconden weer zicht op de personen, namelijk als hij NN2 op de hoek van de De Wittenkade en de Van der Duijnstraat ziet staan. Hij vermoedt dat NN2 een stuk heeft gerend. Hij ziet dat NN1 op de Van der Duijnstraat loopt en dat hij gaat rennen richting NN2. Bij het passeren van de Van Beuningenstraat ziet de verbalisant de eerder door NN1 voortbewogen steekkar met de dozen staan. Hij ziet dat de steekkar in de looproute van NN1 en NN2 staat. De verbalisant roept: ‘Politie stoppen’. De verbalisant stapt van zijn motor. Hij ziet dat NN2 met zijn rechterhand in de door hem gedragen schoudertas gaat en een op een revolver gelijkend voorwerp uit zijn schoudertas haalt. De verbalisant kan de revolver goed zien omdat hij er onbelemmerd zicht op heeft en op ongeveer één meter afstand staat. Hij ziet dat NN2 de revolver in zijn richting brengt en heeft het idee dat NN2 wil dat hij de revolver ziet om hem bang te maken. De verbalisant deinst achteruit en pakt zijn dienstvuurwapen. Hij ziet dat NN2 wegrent. Hij ziet dat NN2 de revolver nog steeds vasthoudt. De verbalisant brengt NN2 middels geweld onder controle.2 Hij schiet en raakt NN2. Collega’s komen ter plaatse en zien dat NN2, die later verdachte blijkt te zijn, in zijn been is geschoten. Op een afstand van anderhalve meter van verdachte ligt een revolver. Verdachte draagt een kogelwerend vest. Naast verdachte staat een schoudertas op de grond. Verdachte bevestigt dat deze tas van hem is. In de tas zitten een elektronisch kastje dat is voorzien van een aantal antennes en een plastichouder met vermoedelijk munitie. Verdachte wordt aangehouden.3

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Verdachte heeft in zijn hand een plaksnor.4 NN1 wordt ook aangehouden en blijkt te zijn medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ). [medeverdachte 1] is de zoon van verdachte. Hij draagt een oranje/blauwe regenjas en naast hem ligt een gele motorhelm. [medeverdachte 1] draagt een plaksnor onder zijn neus en heeft een kogelwerend vest aan. Uit zijn jaszak wordt een schroevendraaier gehaald.5 [medeverdachte 1] verklaart desgevraagd dat hij met een bordeauxkleurige motor is gekomen die ergens in de wijk is geparkeerd en die hij heeft gestart met een schroevendraaier.6 Verbalisant [naam verbalisant] hoort dit van collega’s en treft op de hoek van de Van Hogendorpstraat en de Van Limburg Stirumstraat, een motor aan met een rode benzinetank en een draaiende motor. De motor is van het merk Kawasaki. Op de plaats waar normaal het contactslot zit, zit een stoffen doek. Het kenteken dat op de motor zit is afkomstig van een andere motor. De motor blijkt op 12 september 2017 te zijn gestolen.7 Achter de kentekenplaat zit een tweede kentekenplaat.8 Uit onderzoek blijkt dat de motor kan worden gestart door een schroevendraaier te draaien in de opening waar het contactslot had gezeten.9

Vanaf de plaats van de motor ziet verbalisant [naam verbalisant] op het Van Limburg Stirumplein voor de ingang van de Primera een geldwagen staan. Een medewerker van de geldwagen verklaart dat zij vanaf 11.20 uur ter plaatse waren gekomen en twee banken hadden afgeroomd en/of bevoorraad. Even verderop in de Van Hogendorpstraat staat een bestelauto van Bo-Rent voorzien van kenteken [kenteken] met de sleutels nog in het contact.10

Op de in de Van der Duijnstraat aangetroffen steekkar staan twee dozen. Uit onderzoek blijkt dat de onderste doos een geprepareerde houten kist is. Aan de binnenkant van de kist zit een houten constructie met daaroverheen aluminium. De kist heeft een dubbelde deksel en aan de achterzijde twee hengsels.11 Soortgelijke kisten zijn, volgens een medewerker van het beveiligingsbedrijf G4S, bij meerdere overvallen gebruikt. De twee formaten geldcassettes die er zijn passen beide in de kist. Door het plaatsen van het zilverfolie hoopt men de activering van het ontploffen van de geldcassette tegen te gaan.12

Het kastje dat in de tas van verdachte is aangetroffen blijkt een jammer te zijn die is gebouwd met het doel frequenties die door andere toepassingen worden gebruikt te verstoren.13

Het aangetroffen voertuig van Bo-Rent met kenteken [kenteken] blijkt te zijn gehuurd vanaf 1 oktober 2018 om 07.15 uur door medeverdachte [medeverdachte 2] .14 Op 2 oktober 2018 is om 08.45 uur voor dit voertuig een parkeeractie gestart bij de automaat aan de Van Hogendorpstraat ter hoogte van nummer 119.15 De portemonnee die in de kleding van verdachte is aangetroffen bevat een betaalbewijs van deze parkeeractie.16

Op camerabeelden is te zien dat op 2 oktober om 11.20 uur twee personen vanuit de onderdoorgang richting het Van Hogendorpplein lopen. Een van die personen draagt een oranjekleurige jas en een geelkleurige helm. De kleding van de personen komt overeen met de kleding van de aangehouden verdachten. Om 11.21 uur lopen de personen vanaf het Van Hogendorpplein richting de onderdoorgang. Om 11.27 uur lopen dezelfde personen weer vanaf de onderdoorgang in de richting van het Van Hogendorpplein. De man met de gele helm duwt een steekkar met voorwerpen voort, die gelijkt op de steekkar die bij de plaats delict is aangetroffen. Om 11.28 uur is op de beelden een motoragent te zien die vanaf de onderdoorgang richting het Van Hogendorpplein rijdt.17

Voor de Bo-Rent bestelauto is op 1 oktober 2018 om 08.07 uur een parkeeractie gestart. Een ticket is gekocht aan de Van Limburg Stirumstraat ter hoogte van nummer [huisnummer] .18 Diezelfde dag heeft een getuige drie personen bij het poortje (de rechtbank begrijpt: de onderdoorgang) in de Van Hogendorpstraat gezien die een steekkar onder een zeil vandaan pakten. Een persoon duwde de steekkar voort en ze liepen over de van Limburg Stirumstraat in de richting van het Limburg Stirumplein. Op de steekkar stonden een bruine en een witte doos en de getuige weet zeker dat het dezelfde steekkar was als de steekkar die de twee personen op 2 oktober 2018 bij zich hadden.19 Op camerabeelden is op 1 oktober 2018 om 11.10 uur een man te zien die loopt van de Van Hogendorpstraat naar de onderdoorgang met de Van Limburg Stirumstraat. Vervolgens loopt hij weer terug. Om 11.11 uur lopen er twee personen vanaf de onderdoorgang richting het Van Hogendorpplein. De voorste persoon duwt een steekkar met voorwerpen voort, die lijkt op de steekkar die op 2 oktober 2018 bij de plaats delict is aangetroffen.20

Ten aanzien van het onder 1 en 3 tenlastegelegde

Uit onderzoek blijkt dat de onder verdachte in beslag genomen revolver een vuurwapen is in de zin van artikel 1, onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie. In het ronsel van de revolver worden 6 patronen aangetroffen. De revolver was geladen en voor onmiddellijk gebruik gereed. In totaal zijn er 39 patronen bij verdachte aangetroffen. Uit onderzoek blijkt dat alle patronen munitie zijn in de zin van artikel 1, onder 4°, gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.21

5.2

Bewijsoverwegingen

5.2.1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

5.2.1.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van strafbare voorbereidingshandelingen voor een gewelddadige diefstal of afpersing. Zij heeft in haar schriftelijk requisitoir de voor haar redengevende feiten en omstandigheden genoemd waaruit moet worden afgeleid dat de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen bestemd waren tot het begaan van een overval op een geldtransportwagen. De geprepareerde doos is dusdanig concreet en specifiek dat hiermee het evidente misdadige doel wordt aangetoond.

5.2.1.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat op grond van het dossier onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte met een ander of anderen een overval voorbereidde. Er kan niet worden uitgesloten dat verdachte en zijn zoon, [medeverdachte 1] , voor heel andere zaken in de Staatsliedenbuurt waren, de buurt waar verdachte is opgegroeid.

5.2.1.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van het dossier bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte 1] heeft schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen.

Uit de redengevende feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte en

[medeverdachte 1] zich op 1 en 2 oktober 2018 bezig hebben gehouden met de voorbereiding van een gewelddadige diefstal of afpersing. Hiervoor is ten eerste van belang dat de rechtbank concludeert dat het verdachten zijn geweest die op de hiervoor beschreven camerabeelden van 1 oktober 2018 zijn te zien. De rechtbank komt tot deze vaststelling nu het beelden betreft van dezelfde locatie waar verdachten op 2 oktober zijn gezien, het dezelfde steekkar met dozen betreft, de gehuurde bestelauto op beide dagen in de nabijheid is geparkeerd en enige andersluidende en ontzenuwende verklaring van verdachten daaromtrent ontbreekt. Op 2 oktober 2018 hadden verdachten zich vermomd met plaksnorren. De geprepareerde kist die zij bij zich hadden wijst heel concreet op het voornemen geldcassettes buit te maken en eventuele GPS signalen te verstoren. De jammer die zij bij zich hadden was waarschijnlijk ook bedoeld om GPS signalen te verstoren. De geladen revolver die verdachte bij zich droeg en de kogelwerende vesten wijzen erop dat zij hierbij zo nodig geweld zouden gebruiken. In hun directe omgeving hadden zij een bestelauto en motor klaar staan om snel weg te komen. De motor draaide stationair en in het contact van de bestelauto zat een sleutel.

Dat [medeverdachte 1] de motor die in de directe omgeving van verdachten is aangetroffen voorhanden heeft gehad, leidt de rechtbank af uit zijn verklaring dat hij met een bordeauxkleurige motor was gekomen die hij moest starten met een schroevendraaier en uit het feit bij hem een schroevendraaier en een helm zijn aangetroffen en bovendien uit onderzoek is gebleken dat de motor inderdaad was te starten met behulp van een schroevendraaier. Dat verdachten hebben beschikt over de in de omgeving aangetroffen bestelauto, blijkt uit het bij verdachte aangetroffen parkeerbetaalbewijs.

Dit alles maakt dat voor de rechtbank vaststaat dat de voorwerpen die verdachten voorhanden hadden naar hun uiterlijke verschijningsvorm dienstig waren aan een gewelddadige diefstal of afpersing die de verdachten voor ogen hadden.

De rechtbank acht het aannemelijk dat verdachten van plan waren de bemande geldwagen die zich in de directe nabijheid van verdachten bevond te overvallen. Een alternatief scenario is niet geschetst of naar voren gekomen in de stukken. Maar ook als de geldwagen niet in de directe omgeving was waargenomen, is er geen andere redelijke verklaring denkbaar dan dat verdachten de voorwerpen waarover zij beschikten wilden gaan gebruiken ter uitvoering van een gewelddadige overval of afpersing in de directe omgeving waar zij zich op 1 en 2 oktober 2018 bevonden.

5.2.2

Ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde bedreiging

5.2.2.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde bedreiging van de motoragent met een vuurwapen kan worden bewezen. Uit de aangifte van de motoragent, zijn verklaring bij de rijksrecherche en uit de verklaring van getuige [naam getuige] kan worden afgeleid dat verdachte oogcontact had met de motoragent en vervolgens een revolver uit zijn schoudertas heeft gehaald, deze heeft getoond en op de motoragent heeft gericht. Indien de rechtbank de verklaring van getuige [naam getuige] niet volgt, kan in ieder geval worden vastgesteld dat verdachte het vuurwapen uit zijn schoudertas heeft gehaald en heeft getoond. Gezien de omstandigheden waaronder hij dat heeft gedaan is ook in dat geval sprake van een bedreiging.

5.2.2.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging voert aan dat verdachte van de bedreiging moet worden vrijgesproken. Nu de motoragent zich niet kan herinneren of verdachte een wapen op hem heeft gericht terwijl hij voor het overige gedetailleerd heeft verklaard, moet worden geconcludeerd dat dit niet is gebeurd. Getuige [naam getuige] heeft over een ander moment verklaard dan de motoragent. Verdachte zocht naar een mogelijkheid zich van het wapen te ontdoen en hij rende weg van de motoragent. Het enkele in het hand houden van een vuurwapen is niet te kwalificeren als een strafbare bedreiging van de motoragent.

5.2.2.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de verklaring van de motoragent is bewezen dat verdachte hem heeft bedreigd met een vuurwapen. Hoewel de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte het vuurwapen op de verbalisant heeft gericht - de verbalisant kan zich dat niet herinneren en getuige [naam getuige] verklaart over een ander moment dan de motoragent, namelijk over het moment dat de twee personen achter elkaar aan rennen - is toch sprake van een bedreiging van de motoragent. Verdachte heeft het wapen immers duidelijk zichtbaar voor de motoragent uit zijn schoudertas gehaald, in zijn hand genomen en gehouden terwijl hij vlak voor de motoragent staat. De rechtbank is van oordeel dat verdachte onder deze omstandigheden moet hebben geweten dat hierdoor bij de motoragent de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte dit wapen tegen hem zou gebruiken.

5.2.3

Ten aanzien van de onder 4 tenlastegelegde overtreding van de Wwm

De rechtbank acht, net als de officier van justitie, bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde revolver en munitie voorhanden heeft gehad. Het wapen en de munitie zijn bij verdachte aangetroffen bij zijn aanhouding. De verdediging heeft geen verweer gevoerd.

6 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 5.1 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten de in artikel 312 en/of 317 het Wetboek van Strafrecht omschreven diefstal of afpersing, te plegen onder een van de omstandigheden vermeld in artikel 312, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk, op 1 oktober 2018 een bestelauto, een steekkar en een geprepareerde doos en op 2 oktober 2018 twee kogelvrije vesten, een motorfiets, een bestelauto, een steekkar, een jammer, een geprepareerde doos, een vuurwapen en plaksnorren bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad,

2.

op 2 oktober 2018 te Amsterdam een verbalisant van de Politie Eenheid Amsterdam, te weten [nummer] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door een vuurwapen op een voor die persoon zichtbare wijze vast en bij zich te houden;

3.

op 2 oktober 2018 te Amsterdam een wapen van categorie III, te weten een revolver, en munitie van categorie III, te weten 39 patronen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

7 De strafbaarheid van de feiten

De verdediging voert ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde subsidiair aan dat sprake was van een vrijwillige terugtred waardoor ontslag van alle rechtsvervolging moet volgen. Op het moment dat de motoragent verdachte en [medeverdachte 1] zag lopen, bewogen zij zich immers af van de gestelde beoogde plaats delict. Op het moment van de aanhouding ontbreekt aldus het bewijs dat zij (op dat moment nog) bezig waren met de voorbereiding van een diefstal met geweld of afpersing.

De rechtbank verwerpt het beroep op vrijwillige terugtred en overweegt als volgt. De rechtbank is, net als de officier van justitie, van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat verdachte vrijwillig is teruggetreden en heeft afgezien van het plan een gewelddadige diefstal of afpersing te plegen. Dat verdachte niet in de richting van de geldwagen liep, zoals is gesteld, is niet komen vast te staan aangezien de geldwagen ook via een andere route was te bereiken, en is bovendien onvoldoende voor een vrijwillige terugtred. Uit het dossier blijkt niet dat op het moment dat de motoragent verdachte en [medeverdachte 1] zag, verdachte zich van een of meer van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen had ontdaan. Verdachten hebben de steekkar met geprepareerde kist pas laten staan op het moment dat zij probeerden weg te komen van de motoragent. Deze handeling was ingegeven door een van buitenkomende factor en niet omdat verdachte afzag van een diefstal met geweld of afpersing.

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 Motivering van de straf

9.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2, 3 en 4 subsidiair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie houdt bij haar strafeis rekening met het reclasseringsadvies en het uittreksel Justitiële Documentatie en sluit aan bij de strafvorderingsrichtlijnen van het Openbaar Ministerie.

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij redelijk en geheel toewijsbaar en verzoekt de rechtbank het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en ook de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank het in beslag genomen vuurwapen te onttrekken aan het verkeer dan wel verbeurd te verklaren.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte, toen hij trachtte te ontkomen aan zijn aanhouding, door een verbalisant is beschoten en door drie kogels is geraakt, hetgeen onherstelbare schade aan zijn knie en veel pijn heeft veroorzaakt.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, primair omdat verdachte van de tenlastegelegde bedreiging moet worden vrijgesproken en subsidiair omdat niet is aangetoond dat de bedreiging psychisch letsel heeft veroorzaakt bij de benadeelde partij.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank laat bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende meewegen.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan de voorbereiding van een gewelddadige diefstal dan wel afpersing. Verdachte had een geladen vuurwapen en munitie bij zich en hij en zijn mededader waren kennelijk bereid zo nodig geweld te gebruiken of daarmee te dreigen. Dat verdachte bereid was geweld te gebruiken blijkt ook uit het feit dat hij zijn vuurwapen tevoorschijn haalde toen hij werd aangesproken door een motoragent. Hij heeft de motoragent hiermee ernstig bedreigd. Verdachte heeft het wapen ook pas losgelaten nadat de motoragent zich genoodzaakt zag geweld te gebruiken en verdachte uit te schakelen door hem in zijn been te schieten.

Gezien de ernst van de feiten acht de rechtbank een langdurige gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank houdt bij het bepalen van de duur hiervan rekening met de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting en de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. De rechtbank houdt verder rekening met het uittreksel Justitiële Documentatie van 12 februari 2019 waaruit blijkt dat verdachte sinds 1985 - toen aan hem twaalf jaar gevangenisstraf werd opgelegd vanwege een ernstig geweldsdelict - niet meer voor strafbare feiten is veroordeeld, en met het reclasseringsadvies van 26 november 2018 waaruit blijkt dat er geen interventies zijn geïndiceerd. De rechtbank ziet geen aanleiding in matigende zin rekening te houden met het letsel van verdachte dat bij zijn aanhouding is ontstaan. Hiervoor is van belang dat verdachte dit letsel aan zichzelf heeft te wijten. Door de bevelen van de politieagent te negeren en een vuurwapen tevoorschijn te halen, heeft hij immers een zeer dreigende situatie doen ontstaan en het risico genomen dat de politieagent zich genoodzaakt zag zijn dienstwapen te gebruiken.

Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [nummer] , met als gemachtigde [naam gemachtigde] van Politie Eenheid Amsterdam, vordert € 1.400,- aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, bestaande uit € 1.000,- voor de schade die is ontstaan door de bedreiging met het vuurwapen zoals onder 2 is ten laste gelegd, en € 400,- voor de schade die is ontstaan voor het noodgedwongen moeten gebruiken van het dienstvuurwapen. Voorts heeft de benadeelde partij de rechtbank verzocht bij een toewijzing van de schadevergoeding de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank stelt voorop dat de vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade slechts in beperkte gevallen toewijsbaar is. De Nederlandse wet kent immers een restrictief stelsel ten aanzien van het toekennen van een dergelijke vergoeding. Artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek geeft daartoe een limitatieve opsomming. Het recht op vergoeding bestaat slechts:

a. wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen (het oogmerk is gericht op smart);

b. bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze;

c. bij aantasting van de nagedachtenis van een overledene.

De schade die [nummer] stelt te hebben geleden, valt mogelijk onder categorie b. Uit het eerste lid onder b van voormeld artikel volgt dat voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding, als de benadeelde (onder meer) op andere wijze in zijn persoon is aangetast. [nummer] stelt in de door hem ingediende vordering tot schadevergoeding dat hij chagrijnig, niet geconcentreerd en verdrietig is. Hij heeft het gevoel dat hij door het oog van de naald is gekropen, denkt regelmatig terug aan het incident en functioneert daarom minder goed. Hij overweegt professionele hulp te zoeken. De rechtbank acht het aannemelijk dat [nummer] negatieve gevoelens heeft door het feit en dat hij deze graag op verdachte wil verhalen. De wet stelt echter strenge eisen aan het verhalen op daders van dergelijke gevoelens. Verhaal is alleen dan mogelijk als sprake is van dusdanig geestelijk letsel dat dit kan worden aangemerkt als een aantasting van de persoon. Hiervan is slechts sprake als het geestelijk letsel een voldoende ernstig karakter heeft. Gevoelens van chagrijn, angst en verdriet vallen volgens vaste rechtspraak hier niet onder. Eventuele ernstigere psychische schade is op basis van de door [nummer] aangevoerde gegevens onvoldoende onderbouwd. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De rechtbank zal [nummer] daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Onttrekking aan het verkeer ten aanzien van het beslag

Onder verdachte is een revolver merk Smith & Wesson in beslag genomen. Nu met betrekking tot dit voorwerp de bewezen geachte feiten zijn begaan en het voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 46, 47, 57, 285, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

Verklaart het onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

medeplegen van voorbereiding

van diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en /of

van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart [nummer] , met als gemachtigde [naam gemachtigde] van Politie Eenheid Amsterdam, niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1 revolver, merk Smith & Wesson, beslagnummer: 5639633

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H. Marcus, voorzitter,

mrs. E.G. Fels en F. Dekkers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Verkaik, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 maart 2019.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 1 tot en met 4.

3 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 7 derde alinea tot en met pag. 8 2e alinea.

4 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 40, 6e alinea.

5 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 10.

6 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 120.

7 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 22 laatste alinea tot en met pag. 23 eerste alinea.

8 Een proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 251 en 252 onder d.

9 Een proces-verbaal sporenonderzoek pag. 290 en 291 onder ‘onderzoek plaats delict’.

10 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 23 eerste alinea tot en met vierde alinea.

11 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 251 onder c.

12 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 160.

13 Een kennisgeving van inbeslagneming pag. K. 018 en een proces-verbaal van bevindingen, pag. 152, met als bijlage een rapport van bevindingen technisch onderzoek, pag. 156.

14 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 101.

15 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 181.

16 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 174.

17 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 217 tot en met 224.

18 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 181.

19 Een proces-verbaal van aanvullend verhoor getuige, pag. 112.

20 Een proces-verbaal van bevindingen, pag. 210 tot en met 215.

21 Een proces-verbaal van onderzoek, pag. 102 tot en met 106.