Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1792

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-03-2019
Datum publicatie
15-03-2019
Zaaknummer
13/751028-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervolgings-EAB België. Overlevering toegestaan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751028-19

RK nummer: 19/419

Datum uitspraak: 5 maart 2019

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 17 januari 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 3 januari 2019 door de Rechtbank van eerste aanleg Limburg (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[naam opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 maart 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.M.H. Zuketto, advocaat te Maastricht.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Bevel tot aanhouding bij verstek van 3 januari 2019, uitgevaardigd door de Onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg Limburg (België).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van België strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 14, te weten:

moord en doodslag, zware mishandeling

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.

De Procureur des Konings te Limburg (België) heeft op 22 januari 2019 de volgende garantie gegeven:

Overeenkomstig artikel 5 paragraaf 3 van het Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u overgeleverde Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu de Nederlandse onderdaan [naam opgeëiste persoon] .

Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel daar te ondergaan.

De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit toepassing van het

beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen

uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie ( 2008/909/JBZ).

Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.

Aan deze voorwaarde is voldaan.

Het feit is inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en levert op:

medeplegen van dan wel medeplichtigheid aan moord

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47, 48 en 289 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [naam opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van eerste aanleg Limburg ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. R.A.J. Hübel, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 5 maart 2019.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.