Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1704

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2019
Datum publicatie
28-10-2019
Zaaknummer
13/751546-16
Rechtsgebieden
Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

EAB Roemenië, detentieomstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751546-16

RK-nummer: 16/5048

Datum uitspraak: 24 januari 2019

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 juli 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 20 februari 2015 door the Braşov Court - Criminal Section (Roemenië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] Roemenië) op [geboortedag] 1988

verblijvende op het adres [adres]

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1 Procesgang

Zitting 13 september 2016

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 september 2016.

Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie

mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw,

mr. W. van Drummen, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.

De behandeling van de zaak is geschorst om de officier van justie in de gelegenheid te stellen nadere vragen te stellen aan de Roemeense autoriteit over de detentieomstandigheden.

Zitting 11 oktober 2016

De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 11 oktober 2016.

Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie

mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. W. van Drummen, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal. Het onderzoek ter zitting is gesloten en is vervolgens heropend en geschorst bij uitspraak van 25 oktober 2016 om de beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB uit te stellen nu er onvoldoende informatie beschikbaar is om het individuele gevaar voor de opgeëiste persoon bij detentie in Roemenië uit te sluiten.

Zitting 24 janauri 2018

De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 24 januari 2019.

Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. W. van Drummen, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een verstekvonnis van 31 januari 2014 van the Braşov Court (Roemenië) met kenmerk 2050/62/2013.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Roemenië strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Ontvankelijkheid officier van justitie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft meegedeeld dat er sinds de tussenuitspraak van de rechtbank van

25 oktober 2016 geen signalen aanwezig zijn dat de detentieomstandigheden in Roemenië op dit moment zijn verbeterd. Er is wel onlangs aan de Roemeense autoriteit om een update over de detentieomstandigheden verzocht en hierop is geen antwoord gekomen. Hij verzoekt de rechtbank hem niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

In de tussenuitspraak van de rechtbank van 25 oktober 2016 is bepaald dat de beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB wordt uitgesteld in verband met de detentieomstandigheden in Roemenië. In andere zaken heeft de rechtbank al na negen maanden na de beslissing tot uitstel besloten tot niet ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

Er is nog geen informatie van de Roemeense autoriteit beschikbaar die het vastgestelde reële gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon uitsluit.

Er is verder geen concrete aanleiding te veronderstellen dat op korte termijn alsnog een individuele garantie met betrekking tot de detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon zal worden verstrekt.

De rechtbank komt tot het oordeel dat in dit geval, in het licht van alle omstandigheden, de redelijke termijn is overschreden en de overleveringsprocedure moet worden beeindigd.

5 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering ex artikel 23 van de OLW van 15 juli 2016.

HEFT OP het geschorste bevel tot overleveringsdetentie.

Aldus gedaan door

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. A.W.C.M. van Emmerik en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 24 januari 2019.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.