Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1565

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-02-2019
Datum publicatie
20-03-2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 1865
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor het restaureren van de bunker in Amstelveen en voor het gebruik van de bunker als educatief centrum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 18/1865

uitspraak van de meervoudige kamer van 28 februari 2019 in de zaak tussen

[eiser] (hierna: [eiser] ), [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] , te [plaatsnaam] , eisers

(gemachtigde: mr. N. Blom),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen (hierna: het college), verweerder

(gemachtigde: mr. R. Meyer).

Procesverloop

Met een besluit van 23 mei 2017 (het primaire besluit) heeft het college aan de gemeente Amstelveen (verder: Amstelveen) een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan voor de bunker aan de [adres] in Amstelveen .

Met een besluit van 2 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft het college de bezwaren van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2019.

[eiser] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, bijgestaan door mr. R.M. Sterk en mr. M. Bodelier. Voorts zijn [naam] en [naam] verschenen.

Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door

[naam] en [naam] .

Overwegingen

1.1

Aan de [adres] in Amstelveen ligt een bunker die in de Tweede Wereldoorlog is gebouwd en gebruikt door de Duitse bezetter. [eiser] heeft als doelstelling de bunker te laten slopen en elke vorm van gebruik van de bunker tegen te gaan.

1.2.

Het college heeft de bunker met een besluit van 31 mei 2016 aangewezen als gemeentelijk monument.

1.3.

Op 25 januari 2017 heeft Amstelveen een omgevingsvergunning aangevraagd voor “Onderhoudswerkzaamheden voor het behoud van het gemeentelijk monument en ter bescherming van de constructieve waarde in het dijklichaam”. Nadien is in een aanvulling van de aanvraag vermeld dat de bunker zal worden aangewend voor educatief gebruik.

2.1

Met het primaire besluit heeft het college aan Amstelveen de gevraagde omgevingsvergunning verleend. De vergunning ziet op het restaureren en verbouwen van de (als monument aangewezen) bunker en het gebruik ervan als educatief centrum in strijd met het bestemmingsplan.

2.2

Met het bestreden besluit heeft het college, met overneming van het advies van de bezwaarschriftencommissie, het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. De bezwaarschriftencommissie heeft overwogen dat de aanvraag voor bouwen dient te worden gehonoreerd op grond van het toepasselijke bouwovergangsrecht uit het bestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruiken in strijd met het bestemmingsplan heeft de bezwaarschriftencommissie overwogen dat het college met de beantwoording van nadere vragen (alsnog) voldoende zorgvuldig heeft gemotiveerd waarom educatief gebruik van de bunker in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

3. In beroep voeren eisers, kort samengevat, het volgende aan:

- er is geen duidelijkheid over het toekomstige gebruik van de bunker;

- de bouw- en renovatieplannen voor de bunker staan op losse schroeven vanwege de financiering van de aankoop en renovatie van de Joodse sjoel en er is nauwelijks tot geen (maatschappelijk) draagvlak voor het opknappen van de bunker;

- de bunker had een definitieve eindbestemming gekregen door permanente ontmanteling.

4. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) heeft op 14 november 2018 het hoger beroep van [eiser] tegen de aanwijzing van de bunker als gemeentelijk monument gegrond verklaard1. Daarbij is de uitspraak van de rechtbank vernietigd, is bepaald dat opnieuw moet worden besloten op het bezwaar van [eiser] , en dat beroep slechts bij de Afdeling kan worden ingesteld.

5. De voor deze zaak relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt onderdeel uit van de uitspraak.

6. Op de locatie geldt het bestemmingsplan “ [naam]2” (hierna: het bestemmingsplan). Op de gronden waarop de aanvraag ziet rust de bestemming “Groen”.

7.1

De vraag ligt voor of het college in redelijkheid de omgevingsvergunning aan Amstelveen heeft kunnen verlenen.

7.2

Het (voorgenomen) educatieve gebruik van de bunker is in strijd met de bestemming “Groen”. Het college heeft besloten met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 4, aanhef en onder 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) af te wijken van het bestemmingsplan.

7.3

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling3 kan van de in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo vermelde bevoegdheid slechts gebruik worden gemaakt indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast geldt dat het bestuursorgaan bij zijn besluitvorming over een aanvraag als hier aan de orde beleidsruimte heeft. Dat brengt mee dat de bestuursrechter dient te toetsten of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de gevraagde omgevingsvergunning al dan niet te verlenen.

7.4

De bezwaarschriftencommissie heeft bij e-mail van 1 november 2017 aanvullende vragen gesteld aan het college. De bezwaarschriftencommissie heeft onder meer gevraagd waarom het wijzigen van het gebruik van de bunker naar educatieve invulling ten opzichte van de bestemming “Groen” in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Bij brief van 16 november 2017 heeft het college hierop onder meer het volgende geantwoord: “Deze bestemming [‘Groen’, rechtbank] biedt niet de mogelijkheid om het bouwwerk te gebruiken voor educatieve doeleinden en dat is wat het college voor ogen heeft met het bouwwerk. Het college wil de geschiedenis van de gemeente Amstelveen in de breedste zin van het woord onder de aandacht brengen. De bunker is een zichtbare getuige van pijnlijke en ingrijpende gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden en daar zijn lessen uit te leren. Door het bouwwerk van gebruiksbestemming te veranderen kan het college de bunker met name voor jongeren toegankelijker maken om zodoende kennis te maken met het Amstelveense verleden.

Om een ander gebruik mogelijk te maken is teruggegrepen naar de bestemming en de begripsbepaling van artikel 12 (bestemming maatschappelijke voorzieningen). Daarin wordt aangegeven dat gebouwen ten behoeve van maatschappelijke doeleinden in de vorm van sociale, religieuze, medische, culturele (openbare) en educatieve voorzieningen mogelijk zijn. De exacte invulling is nog niet bekend, maar het ‘kader’ is hiermee gegeven. De vergunninghouder zal bij verhuur van het gebouw rekening moeten houden met gebruiksfuncties die binnen de maatschappelijke definitie ‘educatieve voorzieningen’ vallen.

7.5

Het college heeft verder het “parkeren”, de “ecologie” en het “geluid” onderzocht. Het college heeft onderbouwd met cijfers dat de parkeerdruk laag is, dat de parkeerbehoefte in de openbare ruimte kan worden opgevangen, en dat blijkens situatietekeningen

20 fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd kunnen worden. Volgens het college is uit de beoordeling van een ‘quickscan natuurwaarden’ gebleken dat er geen ecologisch bezwaar is om de gevraagde gebruikswijziging te vergunnen. Ten slotte is de verwachting dat, gelet op de parkeernorm en de geringe omvang van het pand, de functiewijziging niet veel effect heeft op het geluid dat omwonenden op de woning krijgen te verduren.

7.6

Voor zover eisers overlast vrezen van het educatief gebruik van de bunker, heeft het college met de hiervoor onder 7.4 en 7.5 weergegeven beantwoording afdoende weergegeven dat die vrees niet gegrond is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college overigens voldoende gemotiveerd waarom met het educatief gebruik van de bunker wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.

7.7

Dat het toekomstig concreet gebruik van de bunker nog niet volledig duidelijk is, staat niet aan vergunningverlening in de weg. Er bestaan immers geen wettelijke voorwaarden dat het concrete gebruik bij de aanvraag van een omgevingsvergunning al volledig duidelijk dient te zijn. Voor zover bij eisers vrees bestaat voor een mogelijk toekomstig ander gebruik dan als educatief centrum, geldt dat zo’n ander gebruik niet ter beoordeling voor ligt. Los hiervan zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat een ander gebruik van de bunker wordt beoogd. Alle gronden en argumenten die eisers hebben aangevoerd tegen het door hun gestelde gebruik als fotostudio, kunnen daarom niet slagen.

7.8

De stelling dat door de aankoop van de joodse sjoel de renovatie van de bunker (mogelijk) op losse schroeven staat, ziet op politieke besluitvorming die in deze procedure geen rol kan spelen. Politieke besluitvorming staat los van de bevoegdheid van het college om een omgevingsvergunning te verlenen. Dat onvoldoende maatschappelijk draagvlak zou bestaan voor het opknappen van de bunker gaat er aan voorbij dat maatschappelijk draagvlak geen juridische voorwaarde is voor het verlenen van een omgevingsvergunning.

7.9

Voor zover eisers betogen dat de bunker door permanente ontmanteling een definitieve eindbestemming had gekregen en dat zij er daarom op mochten vertrouwen dat de bunker niet meer in gebruik zou worden genomen, overweegt de rechtbank dat de buitengebruikstelling van de bunker en het ontnemen van het huisnummer voor een dergelijk vertrouwen onvoldoende is. Ook uit de andere door eisers overgelegde stukken blijkt niet dat door het college in het verleden expliciete toezeggingen zijn gedaan dat de bunker nooit meer gebruikt zou worden. Dat de bunker in het verleden is dichtgemetseld en dat de nutsvoorzieningen zijn verwijderd, laat onverlet dat het college op een daartoe strekkende aanvraag bevoegd is om een omgevingsvergunning te verlenen.

7.10

Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat het college Amstelveen in redelijkheid de aangevraagde omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Langeveld, voorzitter, en mr. J.H.M. van de Ven en mr. L.Z. Achouak el Idrissi, leden, in aanwezigheid van mr. N.L. Adam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2019.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Bijlage

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

Op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef, en onder a, kan, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan:

2º in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.

Besluit omgevingsrecht (Bor)

Op grond van artikel 4 van bijlage II komen voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de wet van het bestemmingsplan wordt afgeweken, in aanmerking:

9. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein (…).

Bestemmingsplan “ [naam] ” (bestemmingsplan)

Op grond van artikel 12.1 zijn de op de plankaart voor maatschappelijke voorzieningen (M) aangewezen gronden bestemd voor:

a. gebouwen ten behoeve van maatschappelijke doeleinden in de vorm van sociale, religieuze, medische, culturele, (openbare) en educatieve voorzieningen;

(…)

Op grond van artikel 34.1 “Overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken” mogen bouwwerken, welke op het tijdstip van de eerste ter inzagelegging van dit plan bestaan dan wel worden gebouwd of kunnen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Woningwet en in enigerlei opzicht van het plan afwijken, mits de bestaande afwijkingen naar de aard en omvang niet worden vergroot:

a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

(…)

1 ECLI:NL:RVS:2018:3702.

2 Te raadplegen op Ruimtelijkeplannen.nl.

3 Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1153.