Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1471

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-02-2019
Datum publicatie
19-03-2019
Zaaknummer
7437526 KK EXPL 18-1236
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot toelating tot de overeengekomen werkzaamheden. Op non-actiefstelling lijkt vooral ingegeven bij wijze van voorstadium op het door werkgever gewenste vertrek van werknemer uit haar organisatie. Naar de mening van de kantonrechter loopt werkgever daarmee vooruit op de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Periode tussen aankondiging verzoekschrift en indiening daarvan (5 december 2018 en 22 januari 2019) acht kantonrechter relevant. Uitvoeren van de bedongen werkzaamheden is een wezenlijk belang van elke werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0309
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 7437526 KK EXPL 18-1236

vonnis van: 04 februari 2019

func.: 606

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. J.N.A. Dijkman

t e g e n

de stichting Stichting VUmc

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: VUmc

gemachtigde: mr. S.K. Schreurs

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 4 januari 2019 heeft [eiseres] een voorziening gevorderd.

Ter zitting van 28 januari 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiseres] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Voor VUmc zijn verschenen [medewerkers VUmc] , vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben op voorhand stukken in het geding gebracht. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

1.1.

[eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1975, is op 1 januari 2009 bij VUmc in dienst getreden. Zij is werkzaam voor 36 uur per week tegen een salaris van

€ 6.197,00 bruto per maand, exclusief emolumenten. Laatstelijk had [eiseres] [functie eiseres] .

1.2.

Vanaf 2017 zijn problemen ontstaan tussen [eiseres] en – met name – haar direct leidinggevende, [naam leidinggevende] . Door middel van verschillende gesprekken en mediation is getracht deze problemen op te lossen. Dit is niet gelukt.

1.3.

In november 2018 heeft [eiseres] met haar collega [naam collega eiseres] gesprekken gevoerd met enkele medewerkers van VUmc.

1.4.

VUmc heeft aan [eiseres] gemeld dat medewerkers zich door deze gesprekken geïntimideerd en/of in een bepaalde situatie geforceerd voelden. Partijen hebben hierover gesproken.

1.5.

Naar aanleiding van de gesprekken van [eiseres] en [naam collega eiseres] heeft VUmc [eiseres] vrijgesteld van werkzaamheden, hetgeen later is omgezet in een op non-actiefstelling. Deze op non-actiefstelling is ook na een doorlopen cao-procedure gehandhaafd.

1.6.

VUmc heeft [eiseres] bij brief van 29 november 2018 een beëindigingsvoorstel gedaan. [eiseres] heeft bij brief van 4 december 2018 aan VUmc laten weten niet op dit voorstel in te zullen gaan.

1.7.

[naam collega eiseres] en [naam leidinggevende] hebben in overleg met VUmc hun leidinggevende functies tijdelijk overgedragen. Dit is schriftelijk gecommuniceerd op 30 november 2018.

1.8.

Op 22 januari 2019 heeft VUmc een verzoekschrift, strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiseres] ingediend.

Vordering

2. [eiseres] vordert dat VUmc bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zal worden om:

2.1.

[eiseres] binnen 24 uur na het in deze procedure te wijzen vonnis, toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden in [functie eiseres] :

2.2.

Uiterlijk 24 uur voor de beoogde werkhervatting van [eiseres] een bericht te verspreiden over de werkhervatting;

2.3.

[eiseres] binnen 24 uur te rehabiliteren door een gecorrigeerde interne mededeling waarin vermeld staat dat [eiseres] [functie eiseres] met onmiddellijke ingang zal hervatten,

waarbij [eiseres] verzoekt om aan al deze drie vorderingen een dwangsom te verbinden.

3. [eiseres] stelt hiertoe dat zij van mening is dat zij op ongelijke wijze wordt behandeld en dat de jegens haar genomen maatregelen buitenproportioneel zijn, waarbij alternatieven van tafel zijn geveegd. Bij afweging van de belangen, had VUmc niet tot schorsing mogen komen. Van zwaarwegende redenen is niet gebleken, evenmin is gebleken van het ontstaan van een uiterst onwerkbare situatie, bij voortzetting van de werkzaamheden door [eiseres] . VUmc heeft als enige grond genoemd dat rust moest worden gecreëerd. Dit is geen rechtvaardigingsgrond voor een zo verstrekkende maatregel. VUmc heeft – gelet op de reacties die [eiseres] van collega’s kreeg – kennelijk zonder haar toestemming contact opgenomen met medewerkers van VUmc. Mogelijke schade die hierdoor is ontstaan zal middels rectificatie moeten worden beperkt.

Verweer

4. VUmc voert aan dat er al geruime tijd problemen waren tussen [eiseres] en [naam leidinggevende] . Ondanks inzet van VUmc om de gerezen problemen uit de weg te ruimen, is dat niet gelukt. [eiseres] wenste geen direct overleg met haar leidinggevende. Als gevolg hiervan stagneerden zaken op de werkvloer. Toen een eerste mediation was mislukt, is onderzocht of een tweede mediation tot de mogelijkheden behoorde. VUmc had hierover twijfels, omdat een tweede mediation – na een mislukt traject – in alle gevallen een lastige procedure is. Bovendien twijfelde VUmc of [eiseres] wel de echte bereidheid had om tot een oplossing te komen of dat zij slechts de mediation wilde inzetten om haar gelijk te halen. Vervolgens bleek dat [eiseres] samen met [naam collega eiseres] op eigen initiatief gesprekken heeft gevoerd met medewerkers. Hierover hebben medewerkers geklaagd; zij hebben deze gesprekken als intimiderend en manipulerend ervaren. Deze gesprekken hebben er toe geleid, dat VUmc definitief geen vertrouwen meer in [eiseres] kon stellen. [eiseres] heeft escalatie gezocht op het moment dat de situatie precair was. Zij heeft onrust veroorzaakt, tweespalt veroorzaakt en de koers van het divisiebestuur doorkruist. VUmc heeft zich maximaal ingespannen de vertrouwenskwestie op te lossen. Door dit te doorkruisen weegt thans het belang van [eiseres] niet op tegen het belang van VUmc.

Beoordeling

5. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

6. De vraag of VUmc [eiseres] weer te werk dient te stellen moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaf van goed werkgeverschap, zoals verwoord in artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Gezien het belang van een werknemer bij het verrichten van de bedongen werkzaamheden, dient een werkgever een zwaarwegende grond te hebben om tot non-actiefstelling van een werknemer over te gaan.

7. Uit de overgelegde stukken en de toelichting hierop tijdens de mondelinge behandeling, is gebleken dat er weinig vertrouwen bestaat tussen [eiseres] en haar leidinggevende [naam leidinggevende] . Ook blijkt dat [naam leidinggevende] met meer medewerkers van VUmc problemen heeft, waaronder [naam collega eiseres] .

8. VUmc heeft door middel van gesprekken en een mediation getracht de werkrelatie tussen [eiseres] en [naam leidinggevende] te verbeteren. Dat is niet gelukt. De kantonrechter heeft geen inzicht gekregen in de pogingen van VUmc om tot een werkbare oplossing voor de problemen tussen [naam leidinggevende] met andere medewerkers te komen. Wel is duidelijk geworden dat zowel [naam leidinggevende] als [naam collega eiseres] hun leidinggevende taken tijdelijk hebben overgedragen.

9. VUmc stelt dat zij een definitief gebrek aan vertrouwen heeft ten aanzien van [eiseres] . Dit stoelt VUmc op gesprekken die [eiseres] en [naam collega eiseres] met enkele medewerkers van het laboratorium hebben gevoerd. Deze gesprekken zouden intimiderend en manipulerend zijn geweest.

10. Over de inhoud van deze gesprekken kan – in het kader van deze procedure – geen volstrekte duidelijkheid worden verkregen. Bij het beoordelen van de voorliggende vordering zal vooralsnog er van uit worden gegaan, dat de gesprekken als intimiderend en manipulerend aan te merken kunnen zijn geweest.

11. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of een leidinggevende, die – kort gezegd – zich aan stemmingmakerij schuldig maakt, zoals VUmc lijkt te stellen, op non-actief moet worden gesteld. VUmc meent zelf dat dit kennelijk niet in alle gevallen zo is, doordat zij deze maatregel bij [naam collega eiseres] niet heeft toegepast, hoewel hij samen met [eiseres] de gesprekken heeft gevoerd. Er moet dus meer aan de hand zijn.

12. Desgevraagd heeft VUmc ter zitting toegelicht, dat VUmc meent dat de moeizame relatie van [eiseres] en [naam leidinggevende] in het verleden maakt dat in het geval van [eiseres] een op non-actiefstelling noodzakelijk is. Voor het rechtvaardigen van een dergelijke zware disciplinaire maatregel zou mogelijk aanleiding kunnen zijn als [eiseres] eerder soortgelijk gedrag heeft vertoond. Mogelijk zijn er opmerkingen te maken over de wijze waarop [eiseres] invulling heeft gegeven aan (de pogingen tot het komen tot oplossing van) het arbeidsconflict met [naam leidinggevende] . In het kader van deze procedure wordt volstaan met de constatering dat VUmc geen vertrouwen had in het oplossingsgericht werken van [eiseres] . Hoe dit precies is gegaan en of aan partijen in dit kader verwijten kunnen worden gemaakt, zal in de ontbindingsprocedure uitputtend kunnen worden besproken.

13. In het arbeidsverleden van [eiseres] kan de kantonrechter evenwel geen eerder incident ontwaren, waarin [eiseres] zich op vergelijkbare wijze als haar nu wordt verweten heeft gedragen. Evenmin is de kantonrechter gebleken dat [eiseres] al eerder een waarschuwing of een andere disciplinaire maatregel heeft ondergaan. VUmc heeft ook niet duidelijk gemaakt, waarom een minder verstrekkende maatregel niet mogelijk was, zoals bijvoorbeeld een maatregel zoals is opgelegd aan [naam leidinggevende] en [naam collega eiseres] . Hierbij neemt de kantonrechter mede in overweging, dat VUmc [eiseres] een gekend en gewaardeerd laboratoriumspecialist noemt, wiens vakinhoudelijke kwaliteiten niet ter discussie staan.

14. Gelet op bovenstaande lijkt de op non-actiefstelling vooral te zijn ingegeven bij wijze van voorstadium op het door VUmc gewenste vertrek van [eiseres] uit haar organisatie. Naar de mening van de kantonrechter loopt VUmc daarmee vooruit op de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Daarbij speelt tevens mee, dat VUmc al op 5 december 2018 heeft aangekondigd tot indiening van een verzoekschrift te zullen overgaan, maar dit pas op 22 januari 2019 daadwerkelijk heeft gedaan. De behandeling van dit verzoek zal nog enkele weken op zich laten wachten en de uitspraak eveneens, zodat [eiseres] lange tijd haar gebruikelijke werkzaamheden niet kan uitvoeren. Het uitvoeren van de bedongen werkzaamheden is een wezenlijk belang van elke werknemer, dus ook van [eiseres] .

15. Partijen zullen in gesprek moeten gaan, hoe de terugkeer naar de werkvloer zal worden vormgegeven. Indien niet is gecommuniceerd over de op non-actiefstelling van [eiseres] , ligt rehabilitatie vooralsnog niet voor de hand. Echter ook het niet communiceren kan tot reputatieschade leiden. Of dat in het onderhavige geval zo is, kan in het kader van deze procedure niet worden vastgesteld. Dat VUmc heeft moeten uitleggen, dat [eiseres] zich niet aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, geeft wel te denken. Partijen zullen afspraken moeten maken over de wijze waarop bekend zal worden gemaakt, dat [eiseres] haar werkzaamheden weer zal hervatten. Indien partijen hierover geen overeenstemming kunnen krijgen, zal VUmc voorafgaand aan de werkhervatting van [eiseres] in ieder geval de volgende mededeling binnen haar organisatie doen:
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 4 februari 2019 beslist in een voorlopig oordeel dat [eiseres] op korte termijn haar werkzaamheden weer op de gebruikelijke wijze kan hervatten. Wij vertrouwen er op dat een ieder op de gebruikelijke wijze de samenwerking met [eiseres] zal voortzetten en haar in staat zal stellen haar werkzaamheden weer op te pakken.”

VUmc zal hiertoe worden veroordeeld.

16. De kantonrechter zal de dwangsom matigen tot € 500,00 per dag met een maximum van € 50.000,00.

17. VUmc dient als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten te worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt VUmc om [eiseres] binnen 24 uur na betekening van het vonnis in staat te stellen haar werkzaamheden op de gebruikelijke wijze te hervatten, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag voor elke dag of gedeelte daarvan dat gedaagde hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 50.000,00;

veroordeelt VUmc binnen 24 uur na betekening van het vonnis intern de volgende mededeling te doen:
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 4 februari 2019 beslist in een voorlopig oordeel dat [eiseres] op korte termijn haar werkzaamheden weer op de gebruikelijke wijze kan hervatten. Wij vertrouwen er op dat een ieder op de gebruikelijke wijze de samenwerking met [eiseres] zal voortzetten en haar in staat zal stellen haar werkzaamheden weer op te pakken.” , dan wel een in gezamenlijk overleg op te stellen andere mededeling, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag voor elke dag of gedeelte daarvan dat gedaagde hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 50.000,00;

veroordeelt VUmc in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op:

salaris € 420,00

griffierecht € 81,00

-----------

Totaal € 501,00

veroordeelt VUmc tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, alsmede tot betaling van een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en VUmc niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.