Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1336

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
01-03-2019
Zaaknummer
13/669040-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Een man van 27 jaar is vrijgesproken van inbraak in een woning, gepleegd op 25 februari 2016 te Amstelveen. In een schoensporenonderzoek werd geconcludeerd dat een schoenspoor van verdachte in de woning werd aangetroffen, maar dit onderzoek moet naar het oordeel van de rechtbank worden uitgesloten van het bewijs. Door de verdediging is terecht betoogd dat het onderzoek geen onderbouwing bevat en de daarin opgenomen conclusies derhalve niet door de verdediging en de rechtbank op juistheid kunnen worden gecontroleerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2019/104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/669040-16

Datum uitspraak: 18 augustus 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[BRP-adres] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 9 juni 2016 en 7 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. K. Duker, en van wat de raadsman van verdachte, mr. A. Boumanjal, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 25 februari 2016 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een woning aan de [adres] , een geldbedrag (130 euro), geheel of ten dele toebehorend aan [persoon] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door met een koevoet en/of een breekijzer en/of een schroevendraaier, althans met een voorwerp de (achter)deur van voornoemde woning te forceren en/of open te breken, althans door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

Subsidiair:

[medeverdachte 1] en/of één of meer ander(en) op of omstreeks 25 februari 2016 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] heeft/hebben weggenomen een geldbedrag (130 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of aan zijn mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 25 februari 2016 te Amstelveen en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- op de uitkijk te staan en/of de omgeving in de gaten te houden en/of

- zijn, verdachtes, auto ter beschikking te stellen aan [medeverdachte 1] en/of zijn mededaders en/of

- vervoer te verzorgen/regelen van en/of naar die woning.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Oordeel van de rechtbank

4.1

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Het bewijs met betrekking tot het aantreffen van een schoenspoor van verdachte is ondeugdelijk en kan niet voor het bewijs worden gebruikt.

4.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat op 25 februari 2016 in de woning van [persoon] te Amstelveen is ingebroken en dat verdachte, kort daarna, nabij de woning is aanhouden. Op dat moment was verdachte in het bijzijn van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , die later zijn veroordeeld voor deze woningbraak. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of bewezen kan worden dat verdachte de woninginbraak (al dan niet samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) heeft gepleegd.

4.3.1

Schoensporenonderzoek uitgesloten van het bewijs

De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek van 1 april 2016, alsmede de aanvulling daarop van 11 juli 2016.

In eerstgenoemd proces-verbaal wordt door de onderzoekers geconcludeerd dat het spoor is veroorzaakt door de rechterschoen van verdachte, omdat de maatvoering en het profiel overeenkomen en er ten minste vier beschadigingen in de zool van de schoen overeenkomen met onregelmatigheden in het spoor.

De raadsman van verdachte heeft terecht aangevoerd dat dit proces-verbaal geen bijlage bevat met bijvoorbeeld foto’s en een toelichting, op basis waarvan de onderzoekers tot hun conclusie zijn gekomen. Dat maakt het voor de verdediging onmogelijk om daartegen verweer te voeren. De rechtbank heeft het Openbaar Ministerie daarom op 9 juni 2016 opgedragen om de bijlage van dit proces-verbaal (met foto’s van de aangetroffen sporen en de afdruk van de schoen van verdachte) aan het dossier toe voegen.

Daarop is de aanvulling van 11 juli 2016 gevolgd. Deze aanvulling bevat een foto van de schoenzolen van de Louis Vuitton schoenen van verdachte en twee foto’s van de schoensporen die zijn aangetroffen op de drempel van de deur van de woning van [persoon] . Een toelichting bij deze foto’s ontbreekt. De foto’s zijn bovendien dermate onduidelijk dat de rechtbank niet kan vaststellen dat het spoor door één van de schoenen van verdachte is veroorzaakt. Het is de rechtbank dan ook niet duidelijk geworden hoe de verbalisanten tot die conclusie zijn gekomen. Met de raadsman is de rechtbank daarom van oordeel dat het proces-verbaal onder deze omstandigheden onvoldoende betrouwbaar is om voor het bewijs te kunnen worden gebruikt.

4.3.2

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

Omdat het schoenspoor het enige concrete aanknopingspunt is dat verdachte aan de woninginbraak koppelt, acht de rechtbank het primair ten laste gelegde niet bewezen. De omstandigheden waaronder verdachte is aangehouden roepen weliswaar vragen op, maar zijn onvoldoende om verdachte wegens medeplegen van woninginbraak te veroordelen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.3.3

Vrijspraak van het subsidiair ten laste gelegde

Verdachte wordt subsidiair medeplichtigheid aan de inbraak verweten. In de tenlastelegging staat gespecificeerd dat hij zijn mededaders behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan, zijn auto ter beschikking te stellen en/of voor vervoer naar de woning van [persoon] te verzorgen. Voor die drie handelingen ziet de rechtbank geen bewijs in het dossier. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat verdachte op de uitkijk heeft gestaan en/of de omgeving in de gaten heeft gehouden. Verder is niet gebleken dat verdachte een auto ter beschikking heeft gesteld of het vervoer naar de woning heeft verzorgd. Dit laatste ziet kennelijk op medeverdachte [medeverdachte 2] , wiens auto in de nabijheid van de woning is aangetroffen. Nu het dossier voor de specifieke handelingen opgenomen in de tenlastelegging geen bewijs bevat, zal verdachte ook van medeplichtigheid aan de woninginbraak worden vrijgesproken.

5 De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij, [persoon] , vordert € 130,- aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. Omdat verdachte wordt vrijgesproken, zal deze vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

6 Ten aanzien van het beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

  1. goudkleurige ring met diamantjes (5144437);

  2. 1 goudkleurige ring met diamant (5144442);

  3. ringen (5144871);

  4. Schoenen Louis Vuitton (5144236).

De voorwerpen 1 en 2 zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

De voorwerpen 3 en 4 zullen worden geretourneerd aan verdachte.

7 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij, [persoon] , niet-ontvankelijk in de vordering.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

  1. goudkleurige ring met diamantjes (5144437);

  2. 1 goudkleurige ring met diamant (5144442);

Gelast de teruggave aan verdachte van:

3. 3 3 ringen (5144871);

3. 3 Schoenen Louis Vuitton (5144236).

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.M. Wieland, voorzitter,

mrs. J.M. Jongkind en M.T.C. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Groot, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 augustus 2017.