Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1229

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
01-03-2019
Zaaknummer
13/752124-18
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Internationaal strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

De opgeëiste persoon heeft zich op het standpunt gesteld dat hij onschuldig is. De rechtbank is van oordeel dat hij zijn onschuld tijdens de zitting niet heeft kunnen aantonen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752124-18

RK nummer: 18/8754

Datum uitspraak: 12 februari 2019

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 december 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 31 oktober 2018 door the Central Herts Magistrates’ Courts (het Verenigd Koninkrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[naam opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] ([land van herkomst]) op [geboortedag] 1986,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting “[detentieadres],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 januari 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Engelse taal.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Britse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een:

  1. warrant of arrest for failing to answer bail uitgevaardigd op 25 juli 2016 door the Crown Court at St Albans;

  2. warrant of arrest at first instance uitgevaardigd op 31 oktober 2018 door the Magistrates’ Court at St Albans.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van het Verenigd Koninkrijk strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 1, te weten:

deelneming aan een criminele organisatie;

onder nummer 6, te weten:

illegale handel in wapens, munitie en explosieven;

en onder nummer 9, te weten:

witwassen van opbrengsten van misdrijven.

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van het Verenigd Koninkrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5 Onschuldverweer

5.1.

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft betoogd dat ten onrechte en op onjuiste gronden tegen de opgeëiste persoon de verdenking is gerezen dat hij de onder het tweede deel van sub e beschreven vuurwapens en munitie voorhanden (heeft) (ge)had. Uit het aan de rechtbank overgelegde Forensic Report blijkt dat het DNA van de opgeëiste persoon niet op de vuurwapens is aangetroffen, terwijl in het EAB wordt vermeld dat de reden van verdenking het aantreffen van DNA van de opgeëiste persoon is. De raadsman is daarom van mening dat sprake is van onvoldoende vermoeden van schuld en dat de overlevering ten aanzien van die feiten dient te worden geweigerd, dan wel dat de zaak dient te worden aangehouden zodat nadere informatie kan worden opgevraagd bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.

5.2.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met het door de raadsman gestelde de onschuld van de opgeëiste persoon niet aanstonds is aangetoond. Tevens heeft de officier van justitie aangevoerd dat er geen aanleiding bestaat de zaak aan te houden, omdat niet is gebleken van tegenstrijdigheden tussen het Forensic Report en de feitsomschrijving in het EAB. Hierbij heeft de officier van justitie er op gewezen dat het niet aan de uitvoerende justitiële autoriteit is om de rechtmatigheid van de verdenking te beoordeling.

5.3.

Het oordeel van de rechtbank


Ingevolge artikel 26, vierde lid, van de OLW dient de opgeëiste persoon, indien hij beweert niet schuldig te zijn aan de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht, dat tijdens het verhoor ter zitting aan te tonen. Uit deze bepaling volgt dat de opgeëiste persoon zijn onschuld aanstonds dient aan te tonen. De rechtbank acht hetgeen de raadsman van de opgeëiste persoon naar voren heeft gebracht onvoldoende om tot het oordeel te komen dat aanstonds aangetoond is dat de opgeëiste persoon niet schuldig is aan de feiten waarvoor zijn overlevering is verzocht. Uit hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht is niet gebleken van een onjuiste voorstelling van zaken in het EAB omtrent de resultaten van het forensisch (DNA) - onderzoek. De rechtbank overweegt hiertoe in het bijzonder dat in het Forensic Report onder meer staat vermeld, op pagina 6:

All of the components in the DNA profile of [naam opgeëiste persoon] are represented in the result, among the stronger components, such that in my opinion, het could have contributed DNA to the mixture.”

en op pagina 8:

“DNA, which matches the corresponding components in the DNA profile of [naam opgeëiste persoon], was detected within complex mixed DNA results obtained from JP5, DOW26 and DOW27.”

Het verweer wordt verworpen.

6 Overige verweren

De raadsman heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd nu onbekend is gebleven waarom de opgeëiste persoon is aangehouden, dan wel dat de zaak dient te worden aangehouden ten einde deze informatie te vergaren. Na toelichting van de officier van justitie, onder verwijzing naar een overgelegd proces-verbaal van bevindingen, heeft de raadsman zijn verweer ingetrokken zodat dit geen bespreking meer behoeft.

7 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

8 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [naam opgeëiste persoon] aan the Central Herts Magistrates’ Courts ten behoeve van het in het Verenigd Koninkrijk tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.Aldus gedaan door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. C.A. van Dijk en H.G. van der Wilt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier

en uitgesproken ter openbare zitting van 12 februari 2019.

De jongste rechter en oudste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.