Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1181

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2019
Datum publicatie
22-02-2019
Zaaknummer
13-752039-18 18-8541
Rechtsgebieden
Strafrecht
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

EAB Tsjechië. In eerste aanleg aanwezig geweest. In hoger beroep heeft gemachtigd raadsman de verdediging gevoerd. Geen weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752039-18

RK nummer: 18/8541

Datum uitspraak: 21 februari 2019

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 13 december 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 29 mei 2018 door the District Court for Prague 2, Republiek Tsjechië, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[naam opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] , voormalig Tsjecho-Slowakije op [geboortedag] 1978,

niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen maar volgens eigen zeggen verblijvend op het [adres] ,

gedetineerd in het [plaats detentie] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 7 februari 2019.
Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie

mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. Burmeister, advocaat te Amsterdam en met instemming van de opgeëiste persoon en zijn raadsman door een tolk in de Poolse taal. Abusievelijk was geen tolk Tsjechisch aanwezig maar een tolk Pools.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon de Poolse taal voldoende beheerst en dat de tolk en hij elkaar goed konden begrijpen.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht.

De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van

  • -

    een judgment, gewezen door the District Court for Prague 2,gedateerd 2 november 2016, zaaksnummer 5 T 174/2016.

  • -

    een resolution van the Municipal Court in Prague, gedateerd 8 februari 2017, waarbij het door de veroordeelde ingestelde rechtsmiddel ongegrond werd verklaard (‘which dismissed the appeal of the convicted’).

Zaaksnummer 9To 18/2017.

Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis van the District Court for Prague 2 heeft geleid.

Op de in het EAB onder d) geformuleerde vraag is het antwoord:

‘yes, the person appeared in person at the trial resulting in the decision’.

De opgeëiste persoon heeft desgevraagd bevestigd dat hij de zitting bij the District Court for Prague heeft bijgewoond en dat hij voor de behandeling van zijn zaak in hoger beroep een advocaat had gemachtigd zijn verdediging te voeren en dat die advocaat ter terechtzitting in hoger beroep zijn verdediging heeft gevoerd. De uitspraak is hem bekend.

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de in artikel 12 OLW bedoelde weigeringsgrond zich niet voordoet.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis en is in hoger beroep in stand gebleven.

Dit vonnis betreft de twee feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten, waarvoor de overlevering is verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 14, te weten:

moord en doodslag; zware mishandeling.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, moet de overlevering worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 Overleveringswet.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [naam opgeëiste persoon] aan the District Court for Prague 2, Republiek Tsjechië.

Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. V.V. Essenburg en M.J. Alink, rechters,

in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 21 februari 2019.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.