Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1107

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
22-02-2019
Zaaknummer
AMS19/598, AMS19/482, AMS19/540
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

In strijd met bestemmingsplan realiseren van een hotel met aanbouw in de Christus Koningskerk. Verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen omdat de gemeente voldoende (ruimtelijk) heeft onderbouwd waarom een hotel op deze plek door de beugel kan. Lopend initiatief. Daarom sprake van overgangsregeling. Geen hotelstop. De vergunninghouder mag doorgaan met bouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS19/598, AMS19/482, AMS19/540

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2019 in de zaken tussen

[verzoeker 1] , [adres] te [woonplaats] , hierna: [verzoeker 1] ,

(gemachtigde mr. E.R. Koster)

en

[verzoeker 2] , [adres] te [woonplaats] ,

[verzoeker 3] , [adres] te [woonplaats] ,

[verzoeker 4] , [adres] , te [woonplaats] ,

[verzoeker 5] , [adres] , te [woonplaats] ,

[verzoeker 6] , [adres] , te [woonplaats] ,

[verzoeker 7] [adres] , te [woonplaats] ,

[verzoeker 8] [adres] , te [woonplaats] ,

[verzoeker 9] [adres] , te [woonplaats] ,

[verzoeker 10] [adres] , te [woonplaats] ,

[verzoeker 11] , [adres] , te [woonplaats] ,

hierna: [verzoekers] .

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam , hierna: de gemeente

(gemachtigde: A. E. Jansen).

Vergunninghouder is [naam vergunninghouder] te [woonplaats] , hierna: [naam vergunninghouder] ,

(gemachtigde mr. A. Franken van Bloemendaal)

Procesverloop

Bij besluit van 28 december 2017 (de uitgebreide vergunning) heeft de gemeente na een uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure aan [naam vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen en vergroten van de Christus Koningkerk (de kerk) aan de [adres] te Amsterdam . De kerk zal na de verbouwing worden gebruikt als hotel

(77 kamers en 172 slaapplaatsen), theater, zaalverhuur en café met terras. Het project is in strijd met het ter plaatste geldende bestemmingsplan Don Bosco en Park Frankendael omdat de gronden van het project eigenlijk zijn bestemd voor Maatschappelijk en Verkeer.

[verzoeker 1] en [verzoekers] hebben hiertegen beroep ingesteld1. [verzoeker 1] heeft op 22 januari 2019 en [verzoekers] hebben op 27 januari 2019 de voorzieningenrechter gevraagd om de bouwwerkzaamheden stop te zetten. Aanleiding hiervoor vormde de heiwerkzaamheden buiten de kerk.

Bij besluit van 17 augustus 2018 (de reguliere vergunning) heeft de gemeente aan [naam vergunninghouder] een reguliere vergunning verleend voor (onder meer) het in strijd met het bestemmingsplan, buiten het bouwvlak, aanbrengen van balkons en het boven de maximale bouwhoogte plaatsen van een liftopbouw.

[verzoeker 1] en [verzoekers] hebben hiertegen bezwaar gemaakt. In overleg met de gemeente zijn deze bezwaren aangemerkt als rechtstreeks beroepen. [verzoeker 1] heeft op 22 januari 2019 de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 20 augustus 2018 heeft de gemeente laten weten dat de uitgebreide vergunning dient te worden aangepast en dat daarom opdracht is gegeven om akoestisch onderzoek te laten uitvoeren, de ruimtelijke onderbouwing nader aan te vullen en de inrichting van de openbare ruimte (laden & lossen, kiss & ride, parkeren fietsen & scooters) nader te bezien.

Bij conceptbesluit, ontvangen bij de rechtbank op 31 januari 2019, heeft de gemeente aanvullende (geluids)voorschriften verbonden aan de uitgebreide vergunning en is het aantal bvo’s2 aangepast.

De gemeente heeft op 29 januari 2019 een verweerschrift ingediend. Daarbij heeft de gemeente aangekondigd dat een nieuwe ruimtelijke onderbouwing volgt.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2019. Voorafgaand aan de zitting heeft de voorzieningenrechter ter plaatse met partijen de feitelijke stand van zaken in en om de kerk bekeken.

Een groot aantal omwonenden zijn op de zitting verschenen. Namens [verzoekers] hebben [verzoeker 2] , [verzoeker 8] (namens hem [naam 1] ) en [verzoeker 5] het woord gevoerd. [verzoeker 1] en zijn gemachtigde zijn verschenen evenals [naam vergunninghouder] en zijn gemachtigde. Van de zijde van [naam vergunninghouder] is tevens [naam 2] verschenen. De gemachtigde van de gemeente is wegens ziekte niet verschenen. Namens de gemeente is [naam 3] , beleidsmedewerker ruimtelijke ordening, verschenen.

In overleg met partijen heeft de voorzieningenrechter op de zitting een datum vastgesteld voor de behandeling van de beroepen van [verzoeker 1] , [verzoekers] op een zitting van de meervoudige kamer op 21 mei 2019 om 9.00 uur. Partijen ontvangen hiervoor nog een uitnodiging.

Overwegingen

Christus Koningskerk

1. De Christus Koningkerk is in 1959 gerealiseerd als dank dat [woonplaats] in de oorlog behouden is gebleven. In 1996 is de kerk gesloten en buiten gebruik geraakt als gevolg van ontkerkelijking en een binnenbrand. Wel is nadien gebruik gemaakt van de kelder van de kerk. De kelder is lange tijd tegen een geringe vergoeding verhuurd aan [vereniging] . Deze vereniging verzorgde daar wekelijks activiteiten als accordeon spelen, judoën, schaaklessen, damesgym en computerlessen. Op enig moment heeft woningbouwvereniging Ymere de kerk gekocht van het bisdom. Ymere wilde in de kerk appartementen bouwen, maar deze plannen zijn afgeblazen. De kerk is inmiddels een gemeentelijk monument. [naam vergunninghouder] heeft in 2012 de kerk gekocht. Aanvankelijk wilde [naam vergunninghouder] daarin een kleinschalig boutiquehotel vestigen met theater en café. Om bedrijfseconomische redenen is gekozen om het hotel te vergroten en om theater te combineren met zalenverhuur. Voor nieuwbouw ten behoeve van de hotelfunctie heeft [naam vergunninghouder] aan de westkant van de kerk grond van de gemeente gepacht. In 2017 is de kerk gekraakt door een groep uitgeprocedeerde asielzoekers met de naam “We are here”. Deze groep is in april 2018 uit de kerk vertrokken. In mei 2018 is [naam vergunninghouder] met de bouwwerkzaamheden in de kerk gestart. Tijdens de schouw bleek dat de ruwbouw van de hotelkamers in de kerk inmiddels flink is gevorderd. Eind januari 2019 hebben buiten de kerk heiwerkzaamheden plaatsgevonden ten behoeve van de nieuwbouw.

Het project

2. [naam vergunninghouder] heeft sinds 2012 met de gemeente overlegd over het realiseren van een (boutique)hotel met theater en café in de kerk. Deze plannen zijn in het kader van het destijds geldende beleid beoordeeld door de hotelloods3. Die heeft zich hierover positief uitgelaten. De gemeente heeft op 2 februari 2015 naar aanleiding van de conceptaanvraag van [naam vergunninghouder] voor een omgevingsvergunning van 22 augustus 2013 laten weten dat de gemeente in principe medewerking zal verlenen aan het project. Omwonenden van de kerk zijn verschillende malen uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst waar de plannen van [naam vergunninghouder] zijn toegelicht. Op 22 juli 2015 heeft [naam vergunninghouder] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning. De omwonenden zijn in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze hierop te geven. Behalve verzoekers hebben zo’n 350 omwonenden [verzoeker 2] [verzoeker 11] , [verzoeker 3] , [verzoeker 10] en [verzoeker 7] (hierna: [verzoeker 2] ) gemachtigd om namens hen een zienswijze in te dienen. Op de zienswijzen heeft de gemeente gereageerd in de Nota van beantwoording. Ook heeft de gemeente het project ruimtelijk laten onderbouwen. Hiervan is op 12 december 20174 rapport opgemaakt. De gemeente heeft vervolgens positief beslist op de aanvraag met het verlenen van de uitgebreide vergunning. Op 17 augustus 2018 is daarnaast een reguliere vergunning verleend voor (onder meer) het aanbrengen van een aantal kleine balkons. Tegen de verleende vergunningen zijn de omwonenden in het geweer gekomen.

Standpunten [verzoekers]

3.1

Kort gezegd betogen [verzoekers] dat zij zich realiseren dat de kerk een nieuwe bestemming moet krijgen maar dat deze moet aansluiten op hun behoeften. Op de zitting is gebleken dat de omwonenden het liefst willen dat de kerk wordt gebruikt voor buurtfuncties, zoals een speeltuin, sport en spel en muziek, zoals in vroegere tijden het geval was. De uitgebreide vergunning is verder onbevoegd genomen en zó gebrekkig dat deze moet worden vernietigd zonder de mogelijkheid van herstel. Zo is de ruimtelijke onderbouwing niet in orde, is er geen MER beoordeling gedaan, geen melding gedaan als bedoeld in het Activiteitenbesluit, geen akoestisch onderzoek verricht en wordt er niet voldaan aan de parkeernormen. Er is geen enkele overweging gewijd aan het woon-en leefklimaat terwijl dit enorm wordt aangetast. Er is geen ruimte meer voor kinderen om te kunnen spelen en de openbare ruimte neemt af. Ook is geen onderzoek gedaan naar het draagvlak van het project in de buurt. Voor de verbouwing van de pastorie is nooit een omgevingsvergunning verleend voor hotelmatig gebruik, wel voor studentenwoningen. Daarnaast valt het project volgens verzoekers niet onder het oude soepeler horecabeleid waarin medewerking wordt verleend aan nieuwe hotelinitiatieven en dus ook niet onder de overgangsregeling waarin de gemeente onder voorwaarden medewerking verleent aan lopende initiatieven voor het realiseren van een hotel.

Standpunt [verzoeker 1]

3.2

Aanvullend aan het standpunt van [verzoekers] stelt [verzoeker 1] dat hij niet is gehoord door de gemeente naar aanleiding van zijn zienswijze. Ook maakt [verzoeker 1] bezwaar tegen de ramen van de pastorie die na het realiseren van de aanbouw op een afstand van twee meter van de erfgrens komen te staan. Dit is in strijd met artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek. Ook vreest [verzoeker 1] voor het schenden van zijn privacy omdat de ramen van de pastorie en de balkons inkijk geven in zijn tuin en zijn huis. Van het geplande terras vreest [verzoeker 1] geluidsoverlast. Het leefritme van hotelgasten is doorgaans niet gelijk aan die van omwonenden. Tenslotte is [verzoeker 1] bang voor een waardevermindering van zijn huis en van overlast van touringcars en auto’s die parkeren voor zijn deur.

De ontvankelijkheid van de beroepen

4.1

Voor een ontvankelijk beroep is onder meer vereist dat de eisende partij belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit artikel is bepaald dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Het is aan de bodemrechter om te oordelen over de vraag wie als belanghebbende moet worden aangemerkt bij het uitgebreide besluit en het reguliere besluit. De voorzieningenrechter gaat er in deze procedure in ieder geval van uit dat [verzoeker 1] en [verzoeker 3] belanghebbenden zijn omdat zij allebei direct naast de pastorie wonen op het adres [adres] . Ook [verzoeker 11] wordt als belanghebbende aangemerkt omdat zij tegenover de kerk woont op het adres [adres] .

4.2

[verzoekers] stellen dat ook namens 350 buurtbewoners beroep wordt ingesteld tegen de uitgebreide vergunning. [verzoekers] verwijzen daarvoor naar het machtigingsformulier dat deze buurtbewoners hebben ondertekend. In de machtiging staat dat de ondertekenaar van het formulier [verzoeker 2] machtigt om “de nodige handelingen te verrichten tegen (uitsluitend) de ontwerpvergunning waaronder het indienen van een zienswijze en, voor zover nodig, het indienen van (hoger) beroep tegen de mogelijk definitief te verlenen vergunning bij de rechtbank en de Raad van State”.

4.3

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betekent dit echter niet vanzelfsprekend dat deze buurtbewoners [verzoeker 2] ook hebben gemachtigd om namens hen beroep in te stellen. Ten eerste omdat in de machtiging onvoldoende duidelijk is weergegeven voor welke handelingen [verzoeker 2] is gemachtigd. Ten tweede omdat met het beroep een nieuwe procesfase is aangevangen en onduidelijk is of deze buurtbewoners zich nog steeds verzetten tegen de uitgebreide vergunning of dat zij inmiddels een ander standpunt hebben ingenomen. Immers, ten tijde van het geven van de machtiging had de gemeente nog niet geantwoord op de ingebrachte zienswijzen. Niet is gebleken dat deze groep, binnen de beroepstermijn, heeft bevestigd dat zij beroep instellen. Het is aan de bodemrechter om zich hierover verder uit te laten.

De bevoegdheid van de gemeente

5. De voorzieningenrechter overweegt dat het bestreden besluit is genomen door de secretaris van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost namens de gemeente die daartoe mandaat heeft verleend. [verzoekers] voeren aan dat de vergunningen onbevoegd zijn genomen, dat de gemeente er geen weet van heeft dat de uitgebreide vergunning is verleend. Volgens [verzoekers] kan het ook zo zijn dat de gemeente de verkeerde beslissing heeft genomen omdat de gemeente onjuist is geïnformeerd. De gemachtigde van verweerder heeft vorenstaande ter zitting weersproken. De vergunningen zijn, aldus deze gemachtigde, verleend op basis van een rechtsgeldig mandaat. De voorzieningenrechter merkt op dat [verzoekers] het gestelde op geen enkele wijze hebben onderbouwd. Zij hadden de mogelijkheid om zelf bij de gemeente kunnen informeren hoe het zit met deze vergunningen, maar zij hebben dat (tot nog toe) nagelaten. Omdat sprake is van een - niet onderbouwd - vermoeden, ziet de voorzieningenrechter daarin geen grond voor het oordeel dat er gebreken aan de vergunningen kleven zoals door [verzoekers] is geschetst.

Oordeel van de voorzieningenrechter

6.1

De voorzieningenrechter moet in deze spoedprocedure de vraag beantwoorden welk belang zwaarder weegt; het belang van [naam vergunninghouder] om verder te gaan met zijn bouwwerkzaamheden of het belang van [verzoeker 1] en [verzoekers] om de verleende vergunningen op te schorten totdat op de beroepen is beslist. In die afweging neemt de vraag of de beroepen een redelijke kans van slagen hebben een belangrijke rol in. Daarom zal de voorzieningenrechter de rechtmatigheid van de verleende vergunningen beoordelen. Aan dit voorlopige rechtmatigheidsoordeel is de rechtbank in het bodemgeding niet gebonden.

6.2

Niet in geschil is dat het project in strijd is met het ter plaatste geldende bestemmingsplan Don Bosco en Park Frankendael. De gemeente kan slechts gebruik maken van de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken als het project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en er een zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden. Dit is een discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Dat wil zeggen dat de bestuursrechter zich moet beperken tot de vraag of de gemeente in redelijkheid tot het verlenen van de vergunningen heeft kunnen komen en niet of er nog andere en, naar de mening van [verzoeker 1] en [verzoekers] , betere alternatieven voor de bestemming van de kerk zijn.

6.3

Voorop staat dat het een bestaande kerk is. Deze kerk wordt verbouwd tot hotel. Dit is van meet af aan het plan van [naam vergunninghouder] geweest. Om redenen van economische haalbaarheid worden ook hotelkamers gerealiseerd in de bestaande pastorie en in de

L-vormige nieuwbouw aan de westelijke gevel van de kerk. Aan de kant van [verzoeker 1] en [verzoeker 3] wordt de pastorie -vergunningvrij- met één bouwlaag uitgebreid. Evenwijdig aan het schip van de kerk komen twee nieuw te bouwen verdiepingen. Het andere deel van de nieuwbouw staat hier haaks op en bestaat uit drie verdiepingen waar zich de balkons bevinden. De pastorie dient als ingang van het hotel en de ingang van de kerk -met glazen overkapping- wordt de ingang van het theater en grand café. Het terrein voor de pastorie en de kerk wordt terras. Het laden en lossen zal aan de ingang van de [adres] plaatsvinden.

De voorzieningenrechter heeft ter plaatse vastgesteld dat er:

- in de omgeving van de kerk woningen zijn,

- vóór de kerk en pastorie een parkeerterrein aanwezig is,

- achter de kerk zich een school bevindt,

- aan de westzijde van de kerk en pastorie en grenzend aan de tuin van de woning van [verzoeker 1] en [verzoeker 3] een open terrein is,

- de meeste omliggende woningen, met uitzondering van de woning van [verzoeker 1] en [verzoeker 3] , op enige afstand van de kerk staan.

Impressie zonder balkons

7.1

[verzoeker 1] en [verzoekers] betogen dat de motivering van de uitgebreide vergunning en de onderliggende ruimtelijke onderbouwing ten aanzien van geluid, parkeerdruk en extra verkeersbewegingen ondeugdelijk is.

7.2

De gemeente heeft aangekondigd dat de ruimtelijke onderbouwing uit december 2017 zal worden aangevuld. Volgens de gemachtigde van [naam vergunninghouder] , die het concept daarvan heeft ingezien, is er sprake van een aanscherping van de ruimtelijke onderbouwing en staan er geen grote wijzigingen in. Gelet op deze toelichting van de gemachtigde van [naam vergunninghouder] ziet de voorzieningenrechter geen beletselen om bij haar oordeelsvorming uit te gaan van de voorhanden zijnde ruimtelijke onderbouwing van december 2017.

Geluid

7.3.

Verder heeft de gemeente akoestisch onderzoek laten verrichten door Tauw BV waarvan op 12 november 2018 rapport is opgemaakt. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente op 31 januari 2019 (in concept) geluidsvoorschriften heeft verbonden aan de uitgebreide vergunning. Zo is in de zaal voor house- en popmuziek en in het café een maximum geluidsniveau toegestaan. Daarnaast is gebruik van het terras niet toegestaan tussen 19.00 uur en 7.00 uur tenzij er maatregelen worden getroffen aan de bron of in de overdracht waardoor de geluidsbelasting op de gevel van de omliggende gebouwen voldoet aan de waarden van het Activiteitenbesluit. Voorschriften als deze strekken tot voordeel van omwonenden. Door objectief meetbare voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden kan daarop gehandhaafd worden. De discussie of in de geluidsvoorschriften de juiste normen zijn opgenomen moet nog worden gevoerd. De voorzieningenrechter verwacht echter dat het mogelijk is om zodanige geluidsvoorschriften aan de vergunning te verbinden dat het én mogelijk is dat de kerk kan worden gebruikt overeenkomstig de bestemming en dat dit gebruik niet leidt tot onevenredige geluid(overlast) voor omwonenden. Zo heeft [naam vergunninghouder] op de zitting toegelicht dat het hotel goed wordt geïsoleerd en dat er voorzetramen in de kerk worden gerealiseerd; dat was eerder niet het geval. Dat [verzoekers] bang zijn voor het geluid van rolkoffers omdat [adres] als klankkast zou werken, volgt de voorzieningenrechter op voorhand niet omdat de ingang van het hotel is gelegen aan de [adres] en de route vanaf het openbaar vervoer naar het hotel, met name het station Amstel, niet via [adres] loopt.

Parkeerdruk

7.4

Volgens de gemeente zal het project een beperkte invloed hebben op de parkeerdruk rondom de kerk. Ten eerste omdat bij de kerk al een parkeerterrein hoort en ook omdat de doelgroep van het hotel (70% toeristen uit de Verenigde staten en Azië) gebruik maakt van taxi’s of van het openbaar vervoer dat op loopafstand aanwezig is. De ervaring van [naam vergunninghouder] met een eerder identiek project (de Chassékerk) leert dat weinig hotelbezoekers met de auto naar Amsterdam komen. De gemeente verwijst verder naar de ruimtelijke onderbouwing in het dossier waarin staat dat de omgeving van de kerk in de normatieve parkeerbehoefte kan voorzien. Voor de stelling van [verzoekers] dat dit ongeloofwaardig is, ziet de voorzieningenrechter geen aanknopingspunt. [verzoekers] hebben dit niet (met een tegenrapport) onderbouwd. Verder betekent volgens de heer [naam 3] dat het feit dat [naam vergunninghouder] nog aanvullende maatregelen treft voor het vervoer van zijn hotelgasten, zoals bijvoorbeeld “valet parking”, niet dat er dus te weinig parkeerplaatsen voorhanden zullen zijn. Vooralsnog heeft de gemeente daarom voldoende gemotiveerd dat eventuele parkeeroverlast niet onevenredig groot zal zijn voor de omwonenden.

Openbare ruimte

8. Het is de voorzieningenrechter gebleken dat de wijk van [verzoeker 1] en [verzoekers] in ontwikkeling is. Woningen worden gerenoveerd en de centrale stad rukt op. Inherent daaraan is dat openbare ruimte daarvoor in beslag wordt genomen. Deze ontwikkeling is niet te stuiten. Op de zitting heeft [naam 3] toegelicht dat de gemeente gesprekken heeft gevoerd met de school over speelruimte voor (school)kinderen en dat speelgelegenheid in de wijk voor kinderen de aandacht van de gemeente heeft. Dat ter plaatse openbare ruimte en dus speelruimte verdwijnt levert naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende grond op om tot de conclusie te komen dat de uitgebreide vergunning echt niet door de beugel kan.

Beleid

9.1

Met ingang van 1 januari 2017 is het Overnachtingsbeleid 20175 (nieuwe beleid) in werking getreden. Dit is een herziening van de Regionale Hotelstrategie 2016-2022 (oude beleid) dat is vastgesteld op 27 november 2013. Het nieuwe hotelbeleid gaat uit van gebieden in de stad waar geen nieuwe hotelinitiatieven mogen worden gehonoreerd, het zogenaamde Nee principe. Ook zijn er gebieden in de stad waar nieuwe initiatieven nog wel - onder voorwaarden - zijn toegestaan, het zogenaamde Nee, tenzij-principe. Niet in geschil is dat de kerk in het gebied ligt waar sinds 1 januari 2017 het Nee principe van toepassing is.

9.2

Partijen verschillen echter van mening of het project onder de overgangsregeling van het nieuwe beleid valt. Volgens [verzoeker 1] en [verzoekers] is de overgangsregeling niet van toepassing omdat de kerk ligt in een gebied waar het Nee-principe geldt. Verder voeren [verzoeker 1] en [verzoekers] aan dat de uitgebreide vergunning bijna een jaar na de inwerkingtreding van het Overnachtigingsbeleid 2017 is verleend. Daarom mag het initiatief van [naam vergunninghouder] om een hotel in de kerk te realiseren niet worden gehonoreerd. Volgens [verzoeker 1] en [verzoekers] zijn er geen concrete bewijzen dat de gemeente vóór 1 januari 2017 akkoord is gegaan met de plannen van [naam vergunninghouder] . Dat het project op de lijst update hotelmonitor van 1 juni 2016 staat is onvoldoende. [verzoeker 1] en [verzoekers] verwijzen naar een uitspraak van deze rechtbank van 7 augustus 20186.

9.3

De gemeente heeft op 18 juli 2017 de zogenoemde overgangsregeling in het Overnachtingsbeleid 20177 vastgesteld. Deze is op 30 augustus 2017 in werking getreden8. Hierin staat dat het Overnachtingsbeleid 2017 van toepassing is op lopende initiatieven (…), tenzij

(…)

- gerechtvaardigd vertrouwen in gewekt dat het oude beleid zou worden toegepast of dat medewerking zou blijven worden verleend, hierbij geldt wel de eis dat gedane toezeggingen moeten blijken uit schriftelijke bescheiden;

- sprake is van een exceptioneel geval op grond waarvan toepassing van het nieuwe beleid leidt tot onbillijkheden van overwegende aard die nopen tot geheel of gedeeltelijke afwijking van het nieuwe beleid.

9.4

De voorzieningenrechter deelt niet de opvatting van [verzoekers] en [verzoeker 1] dat er geen overgangsregeling geldt voor gebieden waar het Nee-principe van toepassing is. Of een project valt onder de overgangsregeling hangt immers niet af van de locatie.

9.5

Volgens de gemeente zijn deze twee uitzonderingen op het project van toepassing onder meer omdat:

- het project is opgenomen in de ‘update hotelmonitorstand per 1 juni 2016’;

- met [naam vergunninghouder] is n 2016 een erfpachtovereenkomst aangegaan van het perceel dat is gelegen achter de [adres] is aangeboden, waarin expliciet is aangegeven dat het terrein is bestemd voor een driesterren hotel;

- positief is beslist op de conceptaanvraag voor een omgevingsvergunning op

2 februari 2015;

- [naam vergunninghouder] op 22 juli 2015 zijn aanvraag voor de uitgebreide vergunning heeft ingediend;

- het project in 2014 akkoord is bevonden door de hotelloods en het regionaal adviesteam en getoetst aan de hotelladder. Dit is door de hotelloods per email van

17 november 2015 herbevestigd. Ter zitting is aangegeven dat de hotelloods het project in de huidige omvang heeft beoordeeld;

- het project is genoemd in het ruimtelijk plan Ringdijk 44;

- het ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen van 22 februari 2017-5 april 2017.

9.6

Uit de stukken komt duidelijk naar voren dat de gemeente vanaf 2012 enthousiast heeft gereageerd op de plannen van [naam vergunninghouder] om een hotel te realiseren in de kerk. De plannen zijn getoetst aan het destijds geldende beleid en akkoord bevonden door de hotelloods en in 2016 nogmaals bevestigd. Grootschalige projecten als deze vergen veelal een jarenlange voorbereiding. Dit blijkt ook uit wat hiervoor onder 9.5 is weergegeven. Uiteindelijk heeft dit tot het verlenen van de uitgebreide vergunning geleid. De gemeente heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gemotiveerd dat het onbillijk zou zijn om de aanvraag voor het realiseren van een hotel in de kerk vanwege het nieuwe beleid - dat op 1 januari 2017 is ingegaan - niet te honoreren. Dat de uitgebreide vergunning op 28 december 2017 is verleend doet hieraan niet af. De hiervoor genoemde uitspraak van deze rechtbank waar verzoekers naar verwijzen gaat over een andere feitelijke situatie en kan daarom niet slagen.

[verzoeker 1]

Erfdienstbaarheid

10.1

[naam vergunninghouder] is eigenaar van het terrein dat is gelegen tussen de pastorie en de woning van [verzoeker 1] . Dit terrein is bereikbaar via een ingang aan [adres] naast de woning van [verzoeker 1] . [verzoeker 1] gebruikt deze ingang om zijn achtertuin te bereiken. De ingang heeft [verzoeker 1] met een schutting afgeschermd van het terrein van de pastorie. Dat heeft hij destijds met de pastoor afgesproken, aldus [verzoeker 1] . De voorzieningenrechter begrijpt uit wat is besproken met partijen dat [verzoeker 1] een recht van overpad heeft. Dit betekent echter niet dat hij exclusieve rechten op deze ingang heeft, zoals [verzoeker 1] stelt. Een enkele toezegging van de pastoor volstaat daartoe niet.

Schending privacy

11.1

[verzoeker 1] vreest dat de ramen die in de aanbouw van de pastorie worden aangebracht inkijk geven in zijn woning en tuin. Ook de balkons die worden gerealiseerd in een deel van de nieuwbouw dat recht tegenover zijn woning en tuin komt te staan, schenden zijn privacy.

11.2

De voorzieningenrechter heeft ter plaatse vastgesteld dat de afstand tussen de nieuwe aanbouw van de pastorie en de woning van [verzoeker 1] 5.30 meter zal bedragen. Dat is minder dan nu het geval is. De afstand tussen de woning van [verzoeker 1] en de nieuwbouw met balkons op begane grond en eerste verdieping bedraagt ongeveer 48 meter. Los van de omstandigheid dat partijen van mening verschillen of de pastorie binnen de uitgebreide omgevingsvergunning valt9, is de voorzieningenrechter vooralsnog niet gebleken dat deze aanbouw een onevenredige afbreuk doet aan de privacy van [verzoeker 1] . Daarbij weegt mee dat de woning van [verzoeker 1] dwars staat op de pastorie en op dit moment vanuit de pastorie ook zicht is op de woning van [verzoeker 1] . De pastorie aan de kant van [verzoeker 1] heeft immers ramen. [verzoeker 1] heeft zicht op zijn woning vanuit de pastorie geblokkeerd door het plaatsen van een schutting. De voorzieningenrechter begrijpt dat het voor [verzoeker 1] een hele verandering is dat dat de pastorie na jarenlang leeggestaan te hebben weer wordt gebruikt maar dat is geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie

12.1

Zoals op de zitting is gebleken, zijn er nog zaken die moeten worden opgehelderd vóór de zitting van 21 mei 2019. Zo is nog onduidelijk of het aantal aangevraagde bvo’s lager is dan vergund, of de pastorie ook in de uitgebreide vergunning is opgenomen en op welke datum aan [naam vergunninghouder] een erfpachtovereenkomst is aangeboden. Omdat de gemeente heeft aangekondigd dat de ruimtelijke onderbouwing nog nader wordt aangescherpt en dat er voorschriften aan de vergunning zullen worden verbonden, kan de voorzieningenrechter niet op de beroepen beslissen. Hoewel de uitgebreide vergunning om die reden onvoldoende is gemotiveerd, ziet de voorzieningenrechter vooralsnog geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de verleende vergunningen zó evident onrechtmatig zijn dat de bouwwerkzaamheden moeten worden opgeschort totdat op de beroepen wordt beslist. Daarbij speelt mee dat [verzoeker 1] en [verzoekers] pas nu, negen maanden na aanvang van de bouwwerkzaamheden een voorlopige voorziening hebben gevraagd en de werkzaamheden al in een vergevorderd stadium verkeren.

12.2

De verzoeken om een voorlopige voorziening worden daarom afgewezen. Dat betekent dat [naam vergunninghouder] de bouwwerkzaamheden mag voortzetten.

12.3

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van de betaalde griffierechten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 AMS 18/415, AMS 18/923 en AMS 19/294 (rechtstreeks beroep). Naast verzoekers hebben nog andere personen beroep ingesteld tegen de uitgebreide vergunning/reguliere vergunning.

2 Bruto vloeroppervlakte.

3 Een ambtenaar die in de stad op zoek gaat naar geschikte gebouwen en locaties voor hotels.

4 Amsterdam – stadsdeel Oost, herontwikkeling Christus Koningskerk, RHO Adviseurs van leefruimte.

5 Notitie uitwerking overnachtingsbeleid 2017 en verder. Deel I uitwerking van de herziening van het Amsterdamse deel van de regionale hotelstrategie 2016-2022: van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid.

6 ECLI:NL:RBAMS:2018:5722.

7 Notitie Overnachtingsbeleid 2017 en verder. Deel II Ruimtelijk planologisch toetsingskader.

8 Kennisgeving 30 augustus 2018 van het college van burgemeester en wethouders.

9 Volgens de gemeente is dat het geval omdat de pastorie op nummer 56 gevestigd en de vergunning is verleend voor [adres] .