Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2019:1082

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-01-2019
Datum publicatie
07-03-2019
Zaaknummer
C/13/656838 / KG ZA 18-1203
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

KG aanbesteding, vorderingen afgewezen, toetsing kwaliteitsaspecten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2019/1156
JAAN 2019/59
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/656838 / KG ZA 18-1203 MV/TF

Vonnis in kort geding van 8 januari 2019

in de zaak van

[eiseres]

,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres bij dagvaarding van 9 november 2018,

advocaat mr. M. de Jong te Kerkdriel,

tegen

de naamloze vennootschap

DE NEDERLANDSCHE BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. H.M.H. Speyart te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en DNB worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Ter zitting van 4 december 2018 heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis heeft gewijzigd als in de uitwerking van dit vonnis vermeld. DNB heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

aan de zijde van [eiseres] : [naam 1] ( [functie] ) met mr. De Jong,

aan de zijde van DNB: [naam 2] ( [functie] van DNB) met mr. Speyart en zijn kantoorgenoot mr. M.P.C. Rozenbroek.

1.2.

Na de zitting heeft DNB, zoals ter zitting besproken, op 11 december 2018 een nadere akte aan de voorzieningenrechter doen toekomen met een reactie op de inhoudelijke bezwaren die [eiseres] pas op de zitting tegen het herziene gunningsbesluit naar voren heeft gebracht. Op 14 december 2018 heeft de voorzieningenrechter op verzoek van [eiseres] een nadere schriftelijke ronde gelast omdat in de door DNB ingediende akte nieuwe feiten en omstandigheden zijn opgevoerd die wederhoor rechtvaardigden.

Bij brief van 20 december 2018 heeft [eiseres] haar schriftelijke reactie gegeven waarop DNB bij nadere akte van 21 december 2018 heeft gereageerd.

Op 8 januari 2019 is gelet op de spoedeisendheid van de zaak de beslissing in de vorm van een zogenoemd kop-staartvonnis gegeven. Het onderstaande vormt de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is op 22 januari 2019 aan partijen toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Op 28 juni 2018 heeft DNB de Europese aanbesteding “Uitbesteding aanbestedingsprocedures en kwaliteitscontrole” voor de inkoop van diensten in verband met haar aanbestedingsprocedures aangekondigd (Tendernummer Negometrix: [nummer] ). DNB wil het organiseren en begeleiden van dergelijke procedures uitbesteden aan een opdrachtnemer.

Als gunningscriterium geldt de economisch meest voordelige inschrijving vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Met de winnaar wordt een Raamovereenkomst gesloten.

2.2.

In het Beschrijvend Document (BD) is in paragraaf 4 een uitleg over de aanbestedingsprocedure gegeven. In paragraaf 4.5 staat voor zover van belang het volgende:

2.3.

In paragraaf 8 is de beoordelingsprocedure uiteengezet. Hieruit volgt dat in fase 1 en fase 2 de geschiktheidseisen worden beoordeeld en in fase 3 de subgunningscriteria ofwel Wensen. Per Wens is in het programma van Eisen en Wensen de scoringsmogelijkheid gegeven.

Het gaat om de volgende Wensen met bijbehorende punten:

Wens 1: Werkwijze uitbesteding aanbestedingsprocedures (maximaal 75 punten);

Wens 2: Werkwijze kwaliteitscontrole (maximaal 75 punten);

Wens 3: Continuïteit (maximaal 200 punten);

Wens 4: Casus (maximaal 350 punten); dit betreft een praktijkopdracht: het opstellen van gunningscriteria voor een aanbesteding voor receptiediensten.

Wens 5: Prijs (maximaal 300 punten).

In totaal gaat het om 1000 punten.

De Wensen 1 tot en met 4 worden beoordeeld op:

  • -

    i) Relevantie (bij Wens 4: Kwaliteitswensen);

  • -

    ii) Volledigheid: en

  • -

    iii) Haalbaarheid.

In paragraaf 8.4.1 staat dat in deel 3 van het BD de subgunningscriteria nader zijn uitgewerkt en dat DNB op basis van de antwoorden op de Wensen de score zal bepalen. Per Wens is aangegeven hoeveel punten maximaal kunnen worden gescoord en dat meer punten worden toegekend naarmate het antwoord meer aansluit bij de Wens. Het antwoord dat het beste voldoet aan de Wensen van DNB zal de hoogste score krijgen (dit hoeft niet de maximale score te zijn).

Het beoordelingsmodel (percentagestaffel) luidt als volgt:

In paragraaf 8.4.1 staat tot slot:

De leden van de beoordelingscommissie (welke bestaat uit afdelingshoofd inkoop, de beleidsmedewerker en twee tactisch inkopers), zullen ieder afzonderlijk de Subgunningscriteria beoordelen. Deze beoordelingen zullen daarna plenair besproken worden, waarbij vervolgens op basis van consensus de uiteindelijke score zal worden bepaald.

2.4.

In paragraaf 8.4.2 is het subgunningscriterium prijs uitgewerkt. Hierin staat dat de Inschrijver voor het doen van prijsopgave uitsluitend het bijgesloten “Invulsheet Prijzen” mag gebruiken en dat elk onderdeel van de prijs wordt omgerekend naar punten volgens deze formule:

aantal punten Inschrijver = max aantal punten-max. aantal punten

* (LOG(Pi/LPi/LOG(2,0))

Waarin:

Pi = Prijs ter vergelijking Inschrijver voor betreffende onderdeel (excl. BTW. conform Invulsheet Prijzen)

LP = laagste prijs ter vergelijking Inschrijver voor betreffende onderdeel (excl. BTW. conform Invulsheet Prijzen)

2.5.

Op 3 september 2018 heeft [eiseres] op de opdracht ingeschreven.

2.6.

Bij bericht van 23 oktober 2018 heeft DNB aan [eiseres] meegedeeld dat haar inschrijving is afgewezen omdat zij niet de hoogste score heeft gehaald. Zij heeft voorts te kennen gegeven dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan [bedrijf 1] en met [eiseres] (nu zij als tweede is geëindigd) de Wachtkamerovereenkomst wil sluiten.

[eiseres] heeft in de vorm van een beoordelingsformulier een schriftelijke terugkoppeling ontvangen over de scores op de verschillende onderdelen (de door [eiseres] overgelegde productie 4). Hieruit volgt dat [bedrijf 1] op het onderdeel kwaliteit 48 punten hoger heeft gescoord dan [eiseres] . Op het onderdeel prijs heeft [eiseres] van alle inschrijvers de meeste punten ontvangen omdat zij de laagste prijs heeft geoffreerd.

2.7.

Op 9 november 2018 heeft [eiseres] DNB gedagvaard in kort geding omdat zij het niet eens is met het voorlopige gunningsbesluit.

2.8.

Bij brief van 20 november 2018 heeft DNB aan [eiseres] meegedeeld dat zij een nieuw voorlopig gunningsbesluit geeft genomen. Zij heeft een tweetal kennelijke verschrijvingen hersteld, de Wensen 1 tot en met 4 door dezelfde beoordelingscommissie laten herbeoordelen en de motivering voor Wens 5 aangepast. De schriftelijke herbeoordeling van 16 november 2018 is als bijlage bij de brief gevoegd. De conclusie van deze herbeoordeling is dat [bedrijf 1] nog steeds de beoogd winnaar van de aanbesteding is, zij het met een kleiner puntenverschil ten opzichte van [eiseres] dan voorheen.

In de brief staat voor zover van belang nog het volgende:

(..) De bijgevoegde herbeoordeling heeft geresulteerd in een nieuw voorlopig gunningsbesluit met motivering dat, voor zover het om [bedrijf 1] en [eiseres] gaat, het voorlopig gunningsbesluit met motivering van 23 oktober jl. intrekt en vervangt. (..)

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat na wijziging van eis - DNB op straffe van boete:

primair

1. te gebieden om het voornemen tot definitieve gunning in te trekken,

2. te verbieden om op grond van het gunningsbesluit over te gaan tot gunning van de opdracht respectievelijk het sluiten van een overeenkomst,

3. voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen te gebieden een nieuw gunningsbesluit te nemen waarbij de opdracht aan [eiseres] wordt gegund,

Subsidiair

4. te gebieden om het voornemen tot definitieve gunning in te trekken,

5. te verbieden om op grond van het gunningsbesluit over te gaan tot gunning van de opdracht respectievelijk het sluiten van een overeenkomst,

6. voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen te gebieden om deze te heraanbesteden, en de dan in te dienen inschrijvingen door een andere commissie anoniem te laten beoordelen,

meer subsidiair

7. te gebieden om het voornemen tot definitieve gunning in te trekken,

8. voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen te gebieden over te gaan tot een anonieme herbeoordeling door een andere commissie van de inschrijvingen van [bedrijf 1] , [eiseres] en de overige inschrijvers, met inachtneming van dit vonnis, waarbij een adequate verificatie van de geldigheid van de inschrijvingen en de puntentoekenning op de gunningscriteria plaatsvindt, en op basis van deze verificatie een nieuw gunningsbesluit te nemen en [eiseres] daarin te informeren omtrent de wijze van verificatie,

nog meer subsidiair

een in andere in goede justitie te beoordelen maatregel te treffen.

Tot slot vordert [eiseres] DNB te veroordelen in de kosten van geding (inclusief nakosten), te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] stelt hiertoe dat de herbeoordeling die na het uitbrengen van haar dagvaarding uit eigen beweging door DNB is uitgevoerd onjuist is. DNB heeft immers niet alle inschrijvingen herbeoordeeld, maar alleen de inschrijvingen van [bedrijf 1] en [eiseres] . Dit is in strijd met paragraaf 4.1 van het BD.

[eiseres] heeft voorts belang bij een ruimere herbeoordeling. Zij stelt dat de andere inschrijvers tegen het nieuwe gunningsbesluit kunnen ageren omdat een nieuwe Alcateltermijn loopt tot 11 december 2018. Andere inschrijvers zijn niet op de hoogte gesteld van het nieuwe gunningsbesluit en de nieuwe Alcateltermijn. Dit is in strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel en paragraaf 4.10 van het BD.

Daarbij is de herbeoordeling door dezelfde beoordelingscommissie uitgevoerd. Dit heeft een eerlijke en transparante beoordeling in de weg gestaan. De commissie was bevooroordeeld. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de herbeoordeling heeft geleid tot een 16 punten hogere score dan de eerste beoordeling, terwijl de afwijking van de score van [bedrijf 1] tussen de twee beoordelingen 0 punten bedroeg. Doordat de inschrijving en beoordeling van [bedrijf 1] niet aan [eiseres] ter beschikking zijn gesteld kan zij niet controleren of die juist zijn geweest.

[eiseres] stelt primair dat zij de opdracht gegund moet krijgen en subsidiair dat de opdracht moet worden heraanbesteed nu zij niet in staat is om vast te stellen of beide inschrijvingen op juiste wijze en onbevangen zijn herbeoordeeld.

3.3.

Los van deze procedurele omissies heeft [eiseres] tevens bezwaar tegen de inhoud van het nieuwe gunningsbesluit. Zowel in de oude als nieuwe beoordeling zijn aan haar te weinig punten toegekend. Bovendien zijn aan [bedrijf 1] te veel punten toegekend. Al met al heeft DNB bij haar beoordeling het zorgvuldigheidbeginsel uit artikel 3:2 Awb en het aanbestedingsrechtelijke transparantiebeginsel geschonden. Gunning aan [bedrijf 1] is onrechtmatig omdat vaststaat dat dat de scores onjuist zijn.

3.4.

DNB voert verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang van [eiseres] vloeit voort uit de aard van de vorderingen.

4.2.

De vraag is aan de orde of DNB de inschrijving van [eiseres] , uitgaande van de herbeoordeling die heeft plaatsgevonden, hoger had moeten waarderen en haar als winnende inschrijver alsnog de opdracht moet gunnen, danwel tot een herbeoordeling of heraanbesteding moet overgaan.

4.3.

[eiseres] heeft procedurele en inhoudelijk bezwaren aangevoerd tegen de wijze waarop DNB in deze aanbesteding tot haar uiteindelijke gunningsbesluit is gekomen.

Procedurele bezwaren

4.4.

[eiseres] maakt bezwaar tegen herbeoordeling door dezelfde beoordelingscommissie. Zij stelt dat een nieuwe commissie had moeten worden aangesteld om de inschrijvingen onbevooroordeeld te kunnen beoordelen.

Dit standpunt wordt niet gevolgd. De enkele omstandigheid dat de beoordelingscommissie de initiële beoordeling heeft uitgevoerd maakt niet dat zij geen herbeoordeling kan uitvoeren. Er zijn ook geen andere aanwijzingen gebleken waaruit kan worden afgeleid dat de beoordelingscommissie bevooroordeeld is. Zo heeft DNB eerder noch met [eiseres] noch met [bedrijf 1] samengewerkt.

4.5.

Dat DNB slechts de inschrijvingen van [eiseres] en [bedrijf 1] heeft herbeoordeeld en niet alle inschrijvers daarbij heeft betrokken is niet in strijd met aanbestedingsrechtelijke beginselen. [eiseres] heeft geen eigen belang bij dit verweer.

Ten overvloede wordt geoordeeld dat de andere inschrijvers geen bezwaren hebben ingediend tegen het voorlopige gunningsbesluit zodat zij hiertegen thans niet meer kunnen opkomen. DNB heeft bovendien concreet inzichtelijk gemaakt dat eventuele bezwaren ook niet tot een andere uitkomst had geleid omdat de eindscores van die inschrijvers zodanig laag waren dat zij nooit als winnaar of wachtkamerkandidaat uit de bus waren gekomen.

Inhoudelijke bezwaren

4.6.

Hierna volgt de beoordeling van de inhoudelijk bezwaren, die volgens [eiseres] resulteren in een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het transparantiebeginsel.

Het zorgvuldigheidsbeginsel

De prijscomponent

4.7.

In alinea 8.4.2 van het BD staat dat voor elk onderdeel van de prijs per onderdeel van de aanbestedingsprocedure (uit 1 tot en met uit 7) een score wordt toegekend middels een formule. Volgens [eiseres] is dat onjuist omdat uit het als productie 6 overgelegde Prijzenblad blijkt dat aan haar op 8 onderdelen scores zijn toegekend. Dit is een onzorgvuldigheid die DNB valt aan te rekenen, aldus [eiseres] .

Dit standpunt faalt. Uit het door DNB als productie 3 in het geding gebrachte lege Prijzenblad dat bij het BD was gevoegd en door de Inschrijvers moest worden gebruikt volgt voldoende duidelijk dat er 8 te beoordelen onderdelen waren. [eiseres] had dat als professionele, normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver moeten begrijpen. Bovendien, als [eiseres] was gestuit op een onduidelijkheid dan had het op haar weg gelegen hierover in een eerder stadium een vraag te stellen. Dit heeft zij niet gedaan.

Medior/senior

4.8.

In het door [eiseres] als productie 4 overgelegde beoordelingsformulier heeft DNB bij Wens 5: Prijs toegelicht dat [eiseres] op de onderdelen uurtarief senior inkoper en junior inkoper 0 punten heeft behaald.

[eiseres] stelt dat DNB de vereiste zorgvuldigheid niet in acht heeft genomen omdat zij in haar aanbestedingstukken heeft gevraagd om een medior en senior inkoper.

Zoals [eiseres] heeft uiteengezet volgt uit o.a. uit het Prijzenblad onder 8 en de als productie 11 door haar overgelegde beschrijving van Wens 3 voldoende duidelijk dat ‘junior inkoper’ een verschrijving is en dat een medior inkoper is bedoeld. DNB heeft in haar nieuwe gunningsbesluit onder 2 deze verschrijving hersteld, zoals haar is toegestaan. De onzorgvuldigheid heeft voor deze procedure geen verder gevolg.

Puntentelling [bedrijf 1]

4.9.

Uit de aanbestedingsstukken volgt dat op het onderdeel kwaliteit maximaal 700 punten konden worden behaald. Op pagina 34 van het door [eiseres] als productie 4 overgelegde beoordelingsformulier staat dat de winnaar van de aanbesteding [bedrijf 1] dit maximale aantal punten heeft behaald. Dit impliceert dat zij op alle kwaliteitsonderdelen maximaal heeft gescoord. [eiseres] stelt dat daarmee niet strookt dat in het beoordelingsformulier staat dat [bedrijf 1] bij Wens 4 (Casus) bij Kwaliteitswensen slechts 160 van de maximaal te behalen 200 punten kreeg. DNB heeft in haar nieuwe gunningsbesluit onder 1 vermeld dat dit een verschrijving betreft, en dat als score 200 had moeten worden ingevuld. [eiseres] verzet zich tegen dit herstel, nu DNB dit niet nader heeft onderbouwd en het ook om een optelfout kan gaan.

Overwogen wordt als volgt. DNB heeft als productie 4 haar interne gunningsadvies van 18 oktober 2018 overgelegd waarin op pagina 5 staat dat [bedrijf 1] op het betreffende onderdeel een score van 200 heeft behaald. Hieruit blijkt voldoende duidelijk dat in het beoordelingsformulier ten onrechte een score van 160 punten is opgenomen. Dit betreft een kennelijke verschrijving, die op andere plaatsen in productie 4 ten onrechte is overgenomen. [eiseres] had dat als professionele, normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver moeten begrijpen.

4.10.

Gelet op het voorgaande is geen sprake van de door [eiseres] gestelde onrechtmatige gunning vanwege onzorgvuldigheden in de procedure.

Schending van het transparantiebeginsel

4.11.

[eiseres] stelt dat DNB haar (oude en) nieuwe gunningsbesluit op het onderdeel Kwaliteit onvoldoende en onjuist heeft gemotiveerd. DNB kon niet volstaan met het aantal punten dat is toegekend aan [eiseres] , maar had ter verificatie ook de motivering van de aan andere inschrijvers toegekende punten kenbaar moeten maken. Hiermee is het transparantiebeginsel geschonden, aldus [eiseres] .

Dit standpunt wordt niet gevolgd. De nieuwe schriftelijke herbeoordeling is conform artikel 2.130 van de Aanbestedingswet voldoende gemotiveerd. De puntenscore is voldoende concreet onderbouwd en steeds is duidelijk gemaakt wat wordt gemist of niet duidelijk is. Ter vergelijking is per wens steeds de score van de winnaar kenbaar gemaakt en zonodig een aanvullende vergelijking gemaakt. DNB is niet gehouden ter verificatie ook de motivering van de aan de winnaar toegekende punten kenbaar te maken omdat dit zich niet verdraagt met de belangen die andere inschrijvers hebben bij de geheimhouding van bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie.

4.12.

Hierna zal per Wens, voor zover binnen het beperkte bestek van deze procedure mogelijk, op de motivering worden ingegaan. Uit de stellingname van [eiseres] kan worden afgeleid dat haar bezwaren niet alleen zien op gebreken in de motivering, maar ook op de wijze van beoordelen.

Daarbij geldt als uitgangspunt dat enige mate van subjectiviteit inherent is aan de beoordeling van een kwalitatief criterium. Aan de aangewezen, deskundige beoordelingscommissie moet de nodige vrijheid worden gegund, te meer nu van de rechter niet kan worden verlangd dat hij specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. De voorzieningenrechter dient zich bij de toetsing terughoudend op te stellen bij de beoordeling van een kwalitatief criterium. Slechts als sprake is van aperte – procedurele dan wel inhoudelijke – onjuistheden dan wel onduidelijkheden die zouden meebrengen dat de (voorlopige) gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen.

Wens 1 Werkwijze Uitbesteding aanbestedingsprocedures en Wens 2 Werkwijze kwaliteitscontrole

4.13.

Nu de scores voor de Wensen 1 en 2 in de herbeoordeling zijn aangepast en hiertegen nadien geen verweren zijn gevoerd, zal worden aangenomen dat [eiseres] haar in de dagvaarding geuite bezwaren op dit punt niet heeft gehandhaafd, zodat hierop niet verder zal worden ingegaan. Voor zover [eiseres] haar algemene bezwaar heeft gehandhaafd dat niet is voldaan aan de motiveringseis, wordt verwezen naar hetgeen onder 4.11 is vermeld.

Het standpunt van [eiseres] dat het onderdeel “relevantie” - dat is de mate waarin de beantwoording belangrijk en wenselijk is naar het oordeel van DNB en bijdraagt aan het beoogde doel: (voor Wens 1: Ontzorging door uitbesteding van aanbestedingsprocedures aan uw organisatie conform wet- en regelgeving, beleid van DNB, op een efficiënte en effectieve wijze opdat aan de behoefte van de interne klant van DNB wordt voldaan.) - te veel subjectieve elementen bevat, die onduidelijk laten wat DNB zoekt in een antwoord, wordt niet gevolgd. Bij kwalitatieve aspecten mogen ook ruim omschreven en subjectieve criteria worden toegevoegd. Dat levert niet bij voorbaat een schending van het transparantiebeginsel op. De beoordelingscommissie moet ruimte hebben om te kunnen toetsen.

Wens 3 Continuïteit

4.14.

Uitgangspunt is de discussie tussen partijen die na de herbeoordeling is ontstaan. Bij Wens 3 gaat het erom dat de inschrijver aangeeft hoe hij de continuïteit van de dienstverlening garandeert.

4.15.

[eiseres] klaagt erover dat zij op het onderdeel haalbaarheid (de mate waarin de beantwoording mogelijk is naar het oordeel van DNB) bij het aspect “Het op peil houden van de pool medewerkers” slechts 40% van de punten (= voldoende) heeft behaald. [eiseres] verklaart in haar inschrijving – samengevat - dat zij twee senior en één medior medewerkers ter beschikking stelt, welke functies worden ingevuld met eigen personeel en dat voor de continuïteit elke positie wordt geschaduwd door eigen medewerkers.

DNB heeft als argumentatie voor haar beoordeling gegeven – kort gezegd – dat voor haar onduidelijk is hoe groot het team is dat door [eiseres] wordt ingezet en dat niet duidelijk is of er tegelijkertijd meer aanbestedingsprocedures kunnen worden uitgezet. Voorts heeft zij verwezen naar de winnaar die volgens haar een concreter en beter beeld van de borging van de continuïteit heeft neergezet.

[eiseres] stelt dat haar score hoger dan 60% had moeten zijn, omdat de omvang van haar pool al bij wijze van geschiktheidseis is vastgesteld (zie ook het antwoord op vraag 4 in de door haar als productie 13 overgelegde de Nota van Inlichtingen) waardoor zij optimaal voldoet.

4.16.

Deze stellingname wordt niet gevolgd. Een geschiktheidseis is immers iets anders dan een kwalitatieve eis. Het stond DNB vrij om van een “voldoende” uit te gaan omdat [eiseres] voldeed aan de geschiktheidseis en conform de onder 2.3 vermelde percentagestaffel aan andere inschrijvers meer punten toe te kennen als de kwaliteitseis “op peil houden” uitgebreider of beter is toegelicht. Niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een onjuiste of onduidelijke beoordeling.

4.17.

Dit geldt ook voor de beoordeling van haalbaarheid op het aspect “Vervanging van zieke werknemers”. [eiseres] maakt bezwaar tegen de 60% puntentoekenning omdat zij volgens DNB de wijze en inhoud van communicatie niet heeft toegelicht. Het standpunt van DNB wordt gevolgd dat de percentagestaffel uitgangspunt is, waarbij een hogere kwalificatie kan worden bereikt bij het verstrekken van meer informatie. DNB heeft aan [eiseres] minder punten kunnen toekennen omdat een nadere uitwerking ontbrak.

Wens 4 Casus

4.18.

Het ging bij deze Wens om “het uitwerken van een aanbesteding receptiediensten”, waarbij in de aanbestedingsdocumenten het volgende aspect is genoemd: “DNB vindt het erg belangrijk indien Opdrachtnemer vernieuwingsaspecten in aanbestedingen toepast en weinig of in mindere mate gebruik maakt van reeds eerder gepubliceerde tenders.” Op het onderdeel kwaliteitswensen (de mate waarin deze wensen betrekking hebben op belangrijke aspecten betreffende kwaliteit en bijdragen aan het beoogde doel van DNB “contracteren van de beste leverancier”) waren 200 punten te behalen. [eiseres] heeft op dit onderdeel 160 punten behaald (80% (= uitstekend)). In haar beoordeling heeft DNB vermeld – kort gezegd - dat zij de vernieuwende elementen heeft gemist.

[eiseres] stelt dat zij wel vernieuwende elementen heeft opgenomen door de items “workshops” en “laten bepalen van de kerncompetenties van het in te zetten personeel” in te zetten, dat DNB onduidelijk formuleert en dat vernieuwingsaspecten niet bijdragen aan “kwaliteit” maar aan “creativiteit” en niet onder het onderdeel “kwaliteitswensen” mogen worden getoetst.

4.19.

Overwogen wordt dat DNB de vrijheid heeft om zelf te beoordelen of zij een element in meer of mindere mate - of helemaal niet - vernieuwend vindt. Het formuleren en inzetten van vernieuwingsaspecten raakt wel degelijk de kwaliteit. Als dit voor [eiseres] onduidelijk was, had zij vooraf daarover vragen moeten stellen. Niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een onjuiste of onduidelijke beoordeling.

4.20.

[eiseres] stelt voorts dat zij het niet eens is met de beoordeling op het aspect prijs op het onderdeel haalbaarheid. Het aspect prijs luidt als volgt: “Werk ook het subgunningscriterium prijs nader uit en geef de prijsformule weer en beschrijf waarom je voor deze formule hebt gekozen. DNB heeft de inschrijving van [eiseres] op dit punt als “goed” (60%) beoordeeld en beredeneerd: “Het beoordelingsteam is van mening dat de manier waarop het prijscomponent wordt berekend niet direct duidelijk is en voor een inschrijver moeilijk te begrijpen kan zijn”. Volgens [eiseres] mocht DNB niet oordelen dat de toepassing van prijsformule minder goed haalbaar is omdat deze niet direct duidelijk is.

Dit standpunt wordt niet gevolgd. Zoals DNB stelt kan zij bij een onduidelijke prijsformule goede gronden hebben om te twijfelen aan de haalbaarheid. Zij had de vrijheid daar zo over te beslissen. Dat DNB zich niet mocht wagen aan een oordeel over “strategisch inschrijven” wordt niet gevolgd. Het is in dit geval inherent aan het prijzenaspect dat hierop wordt gelet. Dat DNB zelf bij Wens 5 een al dan niet complexere omrekeningsmethodiek gebruikt is niet relevant voor de beoordeling op dit onderdeel. Tot slot wordt het standpunt van [eiseres] dat DNB op dit onderdeel specifiek had moeten benoemen dat het om “een eenvoudige beoordeling” moest gaan evenmin gevolgd. Niet aannemelijk is dat het criterium niet duidelijk of niet transparant was.

Wens 5 Prijs

4.21.

[eiseres] stelt dat de relatieve beoordelingssystematiek die voor het onderdeel prijs wordt gebruikt niet transparant en onzorgvuldig is. De uitslag is voorts gebrekkig gemotiveerd waardoor [eiseres] niet in staat is te bepalen waar zij punten heeft laten liggen en hoe haar prijsopgave zich verhoudt tot die van de winnaar van deze aanbesteding.

Overwogen wordt als volgt. Vast staat dat DNB in haar nieuwe gunningsbesluit op pagina 10 de motivering op dit onderdeel heeft aangevuld. Daarin is een tabel opgenomen met de scores die [eiseres] per onderdeel zijn toegekend. Daarnaast is onderaan de pagina een tabel met eindscores opgenomen. Hierin staan ook de eindscores van de winnaar. Dit volstaat.

4.22.

[eiseres] heeft tot slot bezwaar gemaakt tegen het gebruik van de volgens haar “ondoorzichtige” onder 2.4 vermelde prijsformule. Hierdoor is de eindscore niet controleerbaar, aldus [eiseres] .

DNB heeft aangevoerd dat het een logaritmische formule betreft die in aanbestedingen vaak wordt gebruikt om de rangordeparadox te vermijden.

Het stelt de aanbestedende dienst in staat om punten toe te kennen op basis van verhoudingen tussen prijzen in plaats van op basis van verschillen tussen prijzen, aldus DNB. [eiseres] heeft de gestelde functie en de gebruikelijkheid in aanbestedingsprocedures niet gemotiveerd betwist, zodat daarvan wordt uitgegaan.

Het had op de weg van [eiseres] gelegen in een eerder stadium vragen over deze prijsformule te stellen, zo zij dat nodig vond. Gelet hierop wordt haar bezwaar verworpen.

4.23.

Gelet op het voorgaande is voorshands niet aannemelijk geworden dat DNB de inschrijving van [eiseres] niet overeenkomstig de beoordelingssystematiek heeft beoordeeld of dat sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel evidente onjuistheden in de beoordeling waardoor deze hoger moet worden gewaardeerd of een nieuwe herbeoordeling of aanbesteding moet plaatsvinden. De vorderingen worden afgewezen.

4.24.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van DNB worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.606,00,

te vermeerderen met de wettelijk rente.

4.25.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van DNB tot op heden begroot op € 1.606,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op

€ 157,- voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 82,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2019.1

1 type: GHF coll: LO