Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:9204

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2018
Datum publicatie
18-12-2018
Zaaknummer
C/13/656331 / KG ZA 18-1156 CdK/LO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Adidas heeft een sponsorcontract met gedaagden. Gedaagde sub 2 is professioneel voetballer bij F.C. Barcelona. In die overeenkomst staat dat Adidas het recht heeft de overeenkomst te verlengen voor nog eens vijf jaar. Adidas heeft dat gedaan en gedaagden betwisten dat zij daaraan zijn gehouden en hebben de overeenkomst opgezegd. Zij stellen dat de verlengingsmogelijkheid van Adidas moet worden gezien als een onredelijk bezwarend beding in een algemene voorwaarde. Ook hebben zij gesteld dat de verleningsmogelijkheid in feite een overeenkomst voor onbepaalde duur betekent, die door gedaagden kan worden beëindigd. Bovendien stellen gedaagden dat zij in redelijkheid niet tegen hun wil aan de overeenkomst kunnen worden gehouden. De verweren worden gepasseerd en gedaagden zijn dus gebonden aan de overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/118
RCR 2019/29
TvS&R 2018, afl. 4, p. 98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/656331 / KG ZA 18-1156 CdK/LO

Vonnis in kort geding van 18 december 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADIDAS INTERNATIONAL MARKETING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 7 november 2018,

advocaat mr. C.A. Segaar te Amsterdam,

tegen

1. vennootschap naar buitenlands recht

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [vestigingsplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. D.M. Wille te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Adidas, gedaagde sub 1 [gedaagde sub 1] en gedaagde sub 2 [gedaagde sub 2] worden genoemd.

1. De procedure

Ter zitting van 4 december 2018 heeft Adidas gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Adidas: [naam vice president] , vice president global sports marketing legal and business affairs en [naam 1] , betrokken bij de onderhandelingen, met mr. Segaar en mr. T.A. Wilms.

aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] : [naam modeoprichter] , medeoprichter van Player Management, met mr. Wille en mr. C.B. in ’t Veld. Tevens was aanwezig een tolk in de Spaanse taal, V. Jansens.

2. De feiten

2.1. Adidas houdt zich bezig met marketing en sponsoring rondom het merk “Adidas”. In dat kader sluit zij met onder meer bekende professionele atleten zogenaamde endorsementovereenkomsten af, op basis waarvan Adidas – kort gezegd – een sponsorvergoeding betaalt aan een atleet, in ruil voor het dragen en promoten van Adidas sportkleding en/of -schoenen.

2.2. [gedaagde sub 2] is een professionele voetbalspeler en speelt op dit moment voor de Spaanse voetbalclub F.C. Barcelona en heeft ook in het nationale team van Brazilië gespeeld. De broer van [gedaagde sub 2] , [naam broer] , is eveneens professioneel voetbalspeler en speelt op dit moment voor Bayern München. Hun vader (‘ [naam vader] ’) is oud-international en zaakwaarnemer van [gedaagde sub 2] en zijn broer.

2.3. [gedaagde sub 2] heeft zijn portretrechten en intellectuele eigendomsrechten overgedragen dan wel in exclusieve licentie gegeven aan de Spaanse vennootschap [naam vennootschap] , dat later haar naam heeft gewijzigd in [gedaagde sub 1] , aangeduid als [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 2] is directeur van [gedaagde sub 1] .

2.4. In 2011 is tussen Adidas enerzijds en [gedaagde sub 2] en zijn vader [naam vader] anderzijds een endorsementovereenkomst gesloten voor de duur van 2 jaar. [gedaagde sub 2] speelde toen voor het tweede team van F.C. Barcelona. Omdat [gedaagde sub 2] toen nog minderjarig was, is zijn vader ook partij bij de overeenkomst.

2.5. In december 2013 is tussen Adidas en [gedaagde sub 1] een endorsement agreement (hierna de overeenkomst) gesloten voor de duur van vijf jaar. [gedaagde sub 2] heeft de overeenkomst getekend namens [gedaagde sub 1] en hij is bij de onderhandelingen bijgestaan door zijn vader [naam vader] . Artikel 7 is getiteld ‘Termination’ en benoemt in 7.1 sub a tot en met m voor Adidas gronden voor beëindiging van de overeenkomst. Artikel 7.2 bepaalt dat [gedaagde sub 1] in geval van surséance van betaling of faillissement van Adidas de overeenkomst mag beëindigen. In de overeenkomst staat onder meer het volgende.

(…) 2. Term

This Agreement shall be deemed to have commenced on October 1st 2013 and shall, subject to the other provisions for termination herein contained, continue in full force and effect until June 30th 2018, but not before end of FIFA World Cup 2018, upon which date this Agreement shall automatically terminate (…)

22 Right of First Dealing and First Refusal (…)

22.1 (…) “

“Key terms” means with regard to any Third Party Offer:

(a) the duration of the contract; (…)

22.2

The Image Company shall not, and shall procure that the Player shall not, negotiate or otherwise deal with any third party in respect of any Third Party Offer until six months prior to the expiry of this Agreement. In any event, Adidas International shall have the right to renew this Agreement for the same number of years as the contract Period on the same financial terms as apply in the last Contract Year of the Contract Period on the same financial terms as apply in the last Contract Year of the Contract Period and in all other respects on the same terms and conditions of this Agreement including this Clause 22 provided that Adidas International gives notice to the Image Company six (6) months prior to the expiry of the Contract Period.

22.3

Without prejudice to Clause 22.2 above, the Image Company agrees that if, during the Contract Period and for a period of one hundred eighty (180) days thereafter, the Player or the Image Company receives a Third Party Offer, the Image Company shall promptly communicate the details of the Third Party Offer (…) to Adidas International in writing. (…)

24 Legal Advice

24.1

The Image Company confirms that it has read and understood this Agreement and that they have had and/or given the opportunity to seek independent legal advice prior to entering into this Agreement. (…)

2.6.

[gedaagde sub 2] heeft op 19 december 2016 een Inducement Letter getekend, waarin hij verklaart de overeenkomst tussen Adidas en [gedaagde sub 1] te zullen naleven en dat hij ervoor zal zorgdragen dat [gedaagde sub 1] haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst zal nakomen.

2.7.

In de zomer van 2017 organiseerde [gedaagde sub 2] samen met zijn broer [naam broer] een voetbalkamp voor kinderen, waarvoor Adidas en de sponsor van [naam broer] Nike, materialen ter beschikking stelde. Medewerkers van Adidas hebben het voetbalkamp bezocht.

2.8.

Bij brief van 4 december 2017 heeft Adidas de overeenkomst verlengd voor een periode van 5 jaar, derhalve tot 31 maart 2023. In die brief staat onder meer het volgende.

(…) Pursuant to Clause 22.2 of the Agreement, Image Company is hereby given notice that adidas International renews the Agreement for the same number of years as the Contract Period on the same financial terms as apply in Contract Year Five of the Contract Period and in all other respects on the same terms and conditions of the Agreement.

2.9.

Bij brief van 31 mei 2018 heeft [gedaagde sub 2] laten weten het niet eens te zijn met de verlenging van de overeenkomst, en heeft hij bevestigd dat de overeenkomst is geëindigd op 1 juli 2018.

2.10.

Adidas heeft per juni 2018 haar betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst opgeschort.

2.11.

In juli 2018 is [gedaagde sub 2] gestopt met het dragen van Adidas producten tijdens voetbaltrainingen en wedstrijden en is hij gestart met het dragen van zwarte voetbalschoenen, waarbij het merk (Mizuno) zwart is gespoten zodat dit niet zichtbaar is.

2.12.

Op 18 oktober 2018 heeft [gedaagde sub 1] Adidas gedagvaard in een bodemprocedure, waarin zij een verklaring voor recht vordert dat de overeenkomst rechtsgeldig is geëindigd per 1 juli 2018 en een veroordeling van Adidas tot betaling van de achterstallige betalingen uit hoofde van de overeenkomst en een schadevergoeding.

3. Het geschil

3.1.

Adidas vordert – samengevat –

  1. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot nakoming van de verplichtingen die zij hebben uit hoofde van de overeenkomst en de Inducement Letter, en [gedaagde sub 1] te gebieden aan [gedaagde sub 2] op te leggen om tijdens voetbalwedstrijden, trainingen, promotionele activiteiten en op andere momenten zoals in de overeenkomst omschreven producten te dragen van Adidas;

  2. [gedaagde sub 2] te verbieden, en [gedaagde sub 1] te verbieden om [gedaagde sub 2] tijdens voetbalwedstrijden, trainingen, promotionele activiteiten en op andere momenten zoals omschreven in de overeenkomst, voetbalschoenen te (laten) dragen van een ander merk dan Adidas, waaronder Mizuno;

  3. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot betaling van een dwangsom in het geval zij in strijd handelen met de vorderingen onder a. en b.;

  4. e Image Company en [gedaagde sub 2] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[gedaagde sub 2] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat op grond van contractsbepalingen van de endorsementovereenkomst dat de rechtbank Amsterdam de bevoegde rechter is en dat op de rechtsverhouding tussen partijen Nederlands recht van toepassing is.

4.2.

Adidas vordert nakoming van de overeenkomst en de Inducement Letter. Een vordering tot nakoming kan in kort geding alleen worden toegewezen, indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van eiser zal volgen, en indien van eiser niet kan worden gevergd dat hij de uitslag van de bodemprocedure afwacht.

Spoedeisend belang

4.3.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] hebben aangevoerd dat het spoedeisend belang ontbreekt nu [gedaagde sub 2] geblesseerd is en dit seizoen niet meer in actie zal komen, en Adidas de reeds aanhangig gemaakte bodemprocedure kan afwachten. Aan dit verweer wordt voorbij gegaan nu niet is gezegd dat de bodemprocedure zal zijn afgerond voordat [gedaagde sub 2] de trainingen weer zal oppakken. Bovendien heeft hij zich volgens de overeenkomst verbonden ook op andere momenten dan tijdens trainingen en wedstrijden Adidas te promoten, tevens via sociale media.

Verweer [gedaagde sub 2]

4.4.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] hebben verder aangevoerd dat artikel 22.2 van de overeenkomst nietig dan wel vernietigbaar is, dan wel dat Adidas [gedaagde sub 2] in redelijkheid niet kan houden aan de overeenkomst omdat bij hem de wil ontbreekt om de samenwerking met Adidas voort te zetten. Subsidiair stellen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich op het standpunt dat sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde duur, omdat deze met de verlengingsmogelijkheid oneindig lang kan doorlopen en [gedaagde sub 2] nauwelijks een contractuele mogelijkheid tot opzegging heeft. Volgens vaste rechtspraak is een dergelijke overeenkomst opzegbaar, aldus [gedaagde sub 2] .

(Ver)nietig(baar)heid van artikel 22.2 van de endorsementovereenkomst

4.5.

[gedaagde sub 2] stelt dat de eenzijdige verlengingsmogelijkheid te kwalificeren is als algemene voorwaarde, die onredelijk bezwarend is, en daarom vernietigbaar op grond van artikel 6:233 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Artikel 2, waarin is bepaald dat de overeenkomst van rechtswege eindigt, is een lege huls, nu artikel 22.2 Adidas de eenzijdige mogelijkheid geeft de overeenkomst te verlengen. Er is bovendien sprake van een onevenwichtigheid tussen partijen. [gedaagde sub 2] was 20 jaar toen hij de overeenkomst tekende en werd slechts bijgestaan door zijn vader, die weliswaar oud-voetballer is maar geen jurist. Daarbij komt dat Adidas de verlengingsmogelijkheid heeft ‘verstopt’ in artikel 22.2 (terwijl de titel van artikel 22 niet vermeldt dat het om een verlengingsmogelijkheid gaat) en heeft zij [gedaagde sub 2] er niet op gewezen dat deze bepaling, anders dan in het contract uit 2011 tussen partijen, in de overeenkomst is opgenomen. Verder heeft Adidas volgens de overeenkomst 13 gronden om deze te beëindigen, terwijl [gedaagde sub 2] alleen bij faillissement kan opzeggen, aldus [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] .

4.6.

Dat artikel 22.2 een algemene voorwaarde is, is onvoldoende aannemelijk geworden. Hoewel in het kader van dit kort geding niet precies kan worden vastgesteld hoe de onderhandelingen over het nieuwe contract precies zijn verlopen, is wel duidelijk dat erover is onderhandeld door de vader van [gedaagde sub 2] , die weliswaar geen jurist is, maar wel bekend met sponsorcontracten. Hij is zelf oud-profvoetballer en zaakwaarnemer voor [gedaagde sub 2] en zijn broer [naam broer] , voor wie hij eveneens de onderhandelingen met de sponsor heeft gedaan. Kennelijk is daarbij een hoge sponsorvergoeding overeengekomen, gelet op de leeftijd van [gedaagde sub 2] en op de stand van zijn carrière destijds. Daar tegenover bestaat voor Adidas een mogelijkheid tot verlenging, welke niet ongebruikelijk is in dit soort sponsorcontracten. Het kost immers enige jaren voordat zij haar investering terug verdient. Naarmate de vergoeding hoger is, zal die tijd langer zijn, en dient de looptijd van de overeenkomst dus langer te zijn. Dat de verlengingsmogelijkheid vaker voorkomt, maakt het echter nog geen algemene voorwaarde. Bovendien is in artikel 22.1 opgenomen dat de duur van de overeenkomst een “Key Term” is. Adidas heeft toegelicht dat de verleningingsmogelijkheid slechts éénmaal geldt, waardoor de bepaling evenmin als algemene voorwaarde heeft te gelden. Ook de omstandigheid dat [gedaagde sub 2] zich er niet van bewust was dat de verlengingsmogelijkheid in artikel 22 was opgenomen, en dat Adidas hem daar niet op heeft gewezen, hetgeen door Adidas wordt betwist, maakt niet dat sprake is van een algemene voorwaarde en/of van een onredelijk bezwarend beding. De tekst van het artikel is voldoende duidelijk en hoewel niet expliciet in de titel is vermeld dat het artikel de mogelijkheid biedt tot verlenging, gaat het hele artikel wel over de periode dat het contract loopt en hoe in geval van beëindiging moet worden omgegaan met biedingen van andere partijen, zodat de verlengingsmogelijkheid niet geheel uit de lucht komt vallen. [gedaagde sub 2] is bovendien de mogelijkheid geboden juridisch advies in te winnen. Dat hij dat niet heeft gedaan is niet een omstandigheid die voor risico van Adidas komt. De conclusie is dat voorshands onvoldoende aannemelijk is geworden dat artikel 22.2 van de overeenkomst nietig dan wel vernietigbaar is. De verlenging is dus in beginsel rechtsgeldig geschied en partijen zijn gebonden aan de overeenkomst.

Redelijkheid en billijkheid

4.7.

Dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn om [gedaagde sub 2] tegen zijn wil te houden aan de overeenkomst is eveneens onvoldoende aannemelijk geworden. Los van het feit dat niet is komen vast te staan dat er sprake was van een onevenwichtigheid tussen partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, valt ook niet in te zien waarom artikel 22.2 zo onnadelig voor [gedaagde sub 2] is. Er staat immers een aanzienlijke vergoeding tegenover zijn verplichtingen. Hij heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een beter aanbod van een derde partij, maar stelt dat hij niet gebonden wil blijven aan Adidas omdat hij teleurgesteld is in de aandacht die hij van Adidas heeft gekregen in de voor hem moeilijke periode dat hij geblesseerd was/is. Dit argument is echter onvoldoende om op grond van de redelijkheid en billijkheid een schriftelijke overeenkomst opzij te zetten. Ook dit verweer slaagt dus niet.

Overeenkomst voor onbepaalde duur

4.8.

[gedaagde sub 2] heeft subsidiair aangevoerd dat feitelijk sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde duur, nu Adidas deze oneindig lang kan verlengen op basis van artikel 22.2. Het verweer van [gedaagde sub 2] noopt tot uitlegging van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Daarbij dient de voorzieningenrechter acht te slaan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan het overeengekomene mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Adidas heeft gesteld dat zij in artikel 22.2 geen ongelimiteerd recht tot verlenging leest. Het betreft slechts een eenmalige mogelijkheid tot verlenging.

Hoewel de tekst van artikel 22.2 geen uitkomst biedt, is gelet op de aard van de aan leeftijd en gezondheid verbonden geschiktheid van een voetballer op hoog professioneel niveau – waar het hier gelet op de sponsorvergoeding om gaat - onvoldoende aannemelijk dat partijen hebben beoogd een overeenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan. Dat Adidas heeft beoogd een overeenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan is overigens ook niet aannemelijk. Indien de looptijd van de overeenkomst eindigt in maart 2023 zal [gedaagde sub 2] de leeftijd van 30 jaar hebben bereikt en in de laatste periode van zijn voetbalcarrière zijn. Adidas zal dan minder belang hebben bij een endorsementovereenkomst. Gelet op deze omstandigheden is niet aannemelijk dat partijen een overeenkomst voor onbepaalde tijd beoogden aan te gaan en dat [gedaagde sub 2] daarop mocht vertrouwen. Het stond [gedaagde sub 2] dan ook niet vrij de endorsementovereenkomst tussentijds op te zeggen.

Slotsom

4.9.

De conclusie is dat geen van de verweren slaagt en dat voorshands van de rechtsgeldigheid van de verlenging wordt uitgegaan. Dit betekent dat de vorderingen toewijsbaar zijn.

4.10.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als volgt.

4.11.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Adidas worden begroot op:

- dagvaarding € 81,00

- griffierecht 626,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.687,00

4.12.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] tot nakoming van de verplichtingen die zij hebben uit hoofde van de endorsementovereenkomst en de inducement letter en gebiedt in het bijzonder [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] om aan [gedaagde sub 2] op te leggen om tijdens voetbalwedstrijden, voetbaltrainingen, promotionele activiteiten en op andere momenten zoals in de overeenkomst omschreven, producten te (laten) dragen van Adidas;

5.2.

verbiedt [gedaagde sub 2] en verbiedt [gedaagde sub 1] om [gedaagde sub 2] tijdens voetbalwedstrijden, voetbaltrainingen, promotionele activiteiten en op andere momenten zoals in de overeenkomst omschreven, voetbalschoenen en producten te (laten) dragen van een ander merk dan Adidas, waaronder Mizuno;

5.3.

veroordeelt [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] om aan Adidas een dwangsom te betalen van € 10.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 en 5.2 uitgesproken veroordelingen voldoen, tot een maximum van € 1.000.000,- is bereikt,

5.4.

veroordeelt [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] in de proceskosten, aan de zijde van Adidas tot op heden begroot op € 1.687,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.5.

veroordeelt [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2018.1

1 type: LO coll: MA