Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:897

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-02-2018
Datum publicatie
30-03-2018
Zaaknummer
6564955 KK EXPL 18-10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding relatiebeding; belangenafweging in voordeel werknemer; 843a Rv geen grondslag voor afgifte nog niet bestaand overzicht; uitleg boetebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6564955 KK EXPL 18-10

vonnis van: 15 februari 2018

func.: 8622

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[naam 1]

wonende te [woonplaats] , [land]

eiser in conventie, gedaagde in reconventie

nader te noemen: [naam 1]

gemachtigde: mr. H.A.A. Voermans

t e g e n

de besloten vennootschap Tein Technology B.V.

gevestigd te Amstelveen

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

nader te noemen: Tein Technology

gemachtigde: mr. S.F.H. Jellinghaus

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 10 januari 2018 heeft [naam 1] een voorziening gevorderd.

Ter terechtzitting van 8 februari 2018 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op voorhand heeft Tein Technology een conclusie van antwoord met producties in het geding gebracht, alsmede een eis in reconventie en een incidentele vordering ingesteld. [naam 1] heeft voorafgaand aan de zitting zijn eis gewijzigd. [naam 1] is ter zitting verschenen met zijn gemachtigde. Tein Technology is verschenen, vertegenwoordigd door [naam 2] en de gemachtigde. Tevens was van de zijde van Tein Technology aanwezig [naam extern adviseur] , extern adviseur. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De gemachtigden hebben de standpunten toegelicht en de gemachtigde van [naam 1] heeft pleitnotities overgelegd. Na verder debat is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

1.1.

[naam 1] is op 1 februari 2011 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Tein in de functie Key Account Manager. Zijn laatst genoten salaris bedraagt
€ 5.483,00 bruto per maand. In de schriftelijke vastlegging van deze arbeidsovereenkomst staat onder meer:
Artikel 11 Geheimhouding
11.1 Zowel gedurende als na beëindiging van de arbeidsovereenkomst is het werknemer verboden op enigerlei wijze aan derden, in welke vorm dan ook, direct of indirect, mededeling te doen van of aangaande enige bijzonderheid het bedrijf van werkgever of een met werkgever gelieerde onderneming betreffende of daarmee verband houdende of de in- en externe contacten van werkgever, waarvan werknemer redelijkerwijze kan of behoort te begrijpen dat deze niet is bestemd voor kennisneming door derden, ongeacht of dergelijke informatie is voorzien van een aanduiding waaruit de vertrouwelijk aard of de eigendom van die informatie blijkt, en ongeacht de wijze waarop die bijzonderheid werknemer ter kennis is gekomen.
11.2 Bij overtreding van dit verbod verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever onmiddellijk en zonder dat daartoe sommatie of ingebrekestelling noodzakelijk is een direct opeisbare boete van € 1.000,- voor elke overtreding en voor elke dag dat een overtreding voortduurt, een gedeelte van een dag voor een volle te rekenen. (…)
Artikel 13. Concurrentiebeding en relatiebeding
(…)
13.2 Na beëindiging van de dienstbetrekking zal werknemer gedurende één jaar klanten van werkgever of een aan haar gelieerde onderneming op geen enkele wijze dan ook benaderen en/of bedienen, en/of anderszins voor of ten behoeve van klanten van werkgever werkzaamheden verrichten dan wel activiteiten ontplooien. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van andere relaties van werkgever die niet als klant kunnen worden aangemerkt.
13.3 Bij overtreding van de verboden als hierboven genoemd verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever een dadelijk en derhalve zonder sommatie of ingebrekestelling opvorderbare boete van € 1000,- voor elke overtreding en voor elke dag dat een overtreding voortduurt, een gedeelte van een dag voor een volle te rekenen, al het voorgaande onverminderd het recht van de werkgever op volledige schadevergoeding.

1.2.

Vanaf januari 2014 is [naam 1] in aanvulling op de overeengekomen functie de rol van Business Unit Manager en Project Directeur VOF [naam VOF] (een samenwerkingsverband van Tein Technology, ktr) gaan vervullen.

1.3.

Bij brief van 13 juni 2017 schreef Tein Technology aan [naam 1] onder meer:
Zoals u weet hebben wij de afgelopen 3 jaren een serieus tekort aan projecten waardoor het bedrijf in Amstelveen een zwaar verlies heeft gehad in 2016. Het niet winnen van projecten blijft in 2017 duren en de vooruitzicht voor eind 2017 zijn zeer slecht. Daardoor zijn we nu verplicht om te reorganiseren voor het belang van de continuïteit van onze onderneming.
(…)
Nu uw functie is komen te vervallen, wordt u met onmiddellijke ingang vrijgesteld van uw werkzaamheden, met behoud van loon. Op deze manier kunt u zich beter oriënteren op de arbeidsmarkt.

1.4.

Na verkregen toestemming van het UWV heeft Tein Technology de arbeidsovereenkomst met [naam 1] op 25 september 2017 wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd tegen 1 november 2017.

1.5.

Op 27 november 2017 liet Rijkswaterstaat aan [naam 1] weten:
Het blijkt dat je een concurrentiebeding hebt met [naam VOF] . Gelet op het contract dat RWS met [naam VOF] heeft, mag ik niet met jou spreken over indiensttreding bij RWS, tenzij [naam VOF] daar schriftelijk toestemming voor geeft. (…) Tot die tijd kan ik jouw sollicitatie niet in behandeling nemen. (…)

1.6.

Inmiddels dienen zich bij [naam 1] op korte termijn andere mogelijke nieuwe werkkringen aan bij relaties binnen de infrastructuurwereld. Met name een functie bij de Kustwacht heeft de belangstelling van [naam 1] . Die functie valt binnen het hiervoor onder 1.2 al genoemde project [naam VOF] .

Vordering en verweer in conventie

2. [naam 1] vordert – kort weergegeven en na wijziging van eis –:
- primair schorsing van het concurrentie/relatiebeding;
- subsidiair beperking van het concurrentie/relatiebeding tot 8 maanden vanaf op non-actiefstelling;

- meer subsidiair beperking van het relatiebeding tot 8 maanden vanaf op non-actiefstelling.

3. Aan de vorderingen legt [naam 1] kort gezegd ten grondslag dat zijn belang om vrij op zoek te kunnen naar ander werk zwaarder weegt dan het belang van Tein Technology bij handhaving van het concurrentie- en relatiebeding.

4. Tein Technology voert verweer. Daarop zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.


Vordering en verweer in incident en (voorwaardelijke) reconventie

5. Tein Technology vordert op grond van artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) afgifte van een overzicht van contactmomenten en correspondentie tussen [naam 1] en relaties van Tein Technology, op straffe van een dwangsom.

6. Tein Technology vordert daarnaast veroordeling van [naam 1] tot betaling van een boete van € 1.000,00 wegens overtreding van het concurrentie- en relatiebeding, alsmede buitengerechtelijke kosten hierover. Voorts vordert zij afgifte van al haar bedrijfsmiddelen, correspondentie en aanverwante zaken, op straffe van een dwangsom.

7. [naam 1] voert verweer. Daarop zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

Beoordeling in het incident en in conventie en reconventie

incident 843a Rv

8. Artikel 843a Rv ziet op afgifte van reeds bestaande bescheiden. Tein Technology kan [naam 1] op basis van dit artikel dan ook niet dwingen een overzicht op te stellen dat hij vervolgens af moet geven.

9. De vordering in het incident zal worden afgewezen.

in conventie

10. De kernvraag die in dit kort geding voorligt is of aannemelijk is dat de bodemrechter het concurrentiebeding en/of het relatiebeding zal vernietigen of in duur zal bekorten. Nu partijen het er over eens zijn dat de mogelijke werkgevers die op dit moment bij [naam 1] in beeld zijn relaties en geen concurrenten van Tein Technology zijn, zal de kantonrechter in dit kort geding de beoordeling beperken tot het relatiebeding. [naam 1] heeft ook niet (afzonderlijk) onderbouwd waarom het concurrentiebeding vernietigd of gematigd moet worden. De kantonrechter zal dan ook beoordelen of in verhouding tot het te beschermen (bedrijfs)belang van Tein Technology, [naam 1] door het relatiebeding onbillijk wordt benadeeld.

10. Tein Technology heeft haar belang onderbouwd door onder meer te verwijzen naar bedrijfsgeheimen waar [naam 1] van op de hoogte is, zijn ruime kennis en ervaring en kennis van commerciële afwegingen. [naam 1] verwijst voor zijn belangen naar zijn onvrijwillig ontslag, zijn leeftijd van 64 en daarmee beperkte mogelijkheden op de arbeidsmarkt en het feit dat Rijkswaterstaat al een relatie van hem was voordat hij bij Tein Technology in dienst trad.

10. De bedrijfsgeheimen waar [naam 1] van op de hoogte is dienen primair te worden beschermd door het geheimhoudingsbeding. Als [naam 1] zich negatief over Tein Technology heeft uitgelaten tegenover relaties door bedrijfsinformatie te delen, zoals ter comparitie is betoogd, levert dat schending van datzelfde geheimhoudingsbeding op. Tein Technology heeft deze beschuldiging overigens niet concreet gemaakt.

10. Het relatiebeding ziet echter op iets anders: – kort gezegd – het werken voor relaties van Tein Technology terwijl Tein Technology daardoor in haar positie op de markt wordt benadeeld. Het relevante belang van Tein Technology is dan ook gelegen in commercieel gevoelige kennis en ervaring waarover [naam 1] beschikt en die hij bij relaties van Tein Technology in zou kunnen zetten. Tein Technology heeft slechts beperkt inzichtelijk gemaakt over welke mogelijk schadelijke kennis en ervaring [naam 1] beschikt. Het zou gaan om informatie over prijsstelling en kosten. Voor het project met Rijkswaterstaat is echter al een overeenkomst gesloten die een looptijd heeft tot 2025. Dat [naam 1] over informatie beschikt met betrekking tot eventuele vervolgcontracten met Rijkswaterstaat en/of de Kustwacht is onvoldoende concreet gemaakt. Daarnaar gevraagd heeft Tein Technology aangevoerd een risico te zien dat Rijkswaterstaat voornoemde overeenkomst op basis van informatie van [naam 1] zal ontbinden. Het delen van informatie valt echter onder het geheimhoudingsbeding en bovendien is niet onderbouwd en concreet gemaakt waarop deze angst is gebaseerd. Voorts speelt een rol dat [naam 1] al vanaf juni 2017 vrijgesteld is van werk, waardoor de bij hem aanwezige kennis alweer in zekere mate is verouderd. Tenslotte heeft [naam 1] niet het voornemen bij een concurrent van Tein Technology te gaan werken, maar bij een relatie, zodat het belang van kennis over prijzen en kosten enigszins gerelativeerd moet worden.

10. Hier staat het belang van [naam 1] tegenover, die op bedrijfseconomisch gronden door Tein Technology is ontslagen, waardoor hij nu op 64 jarige leeftijd ander werk moet zoeken. Dat dit voor hem ook buiten de kring van zijn relaties – waaronder Rijkswaterstaat en de Kustwacht – gemakkelijk moet zijn is niet aannemelijk gemaakt. Niet betwist is dat [naam 1] nu een werkloosheidsuitkering van € 1.200,00 per maand ontvangt, minder dan een kwart van zijn oude salaris.

10. Een afweging van de hiervoor geschetste belangen valt uit in het voordeel van [naam 1] . De kantonrechter zal de vordering tot schorsing van het relatiebeding toewijzen en Tein Technology zal in de proceskosten worden veroordeeld.

in reconventie

16. Naar het oordeel van de kantonrechter levert het enkele feit dat [naam 1] contact heeft gehad met een relatie van Tein Technology – als al juist is dat dat gebeurd is – geen overtreding van het relatiebeding op. Weliswaar staat in het relatiebeding letterlijk dat [naam 1] geen relaties mag benaderen, maar die term moet worden uitgelegd in het licht van de verdere bewoordingen van het beding en hetgeen partijen over en weer mochten verwachten. Uit de tekst van het relatiebeding en met name de woorden “en/of anderszins” volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat alle verboden gedragingen vallen onder de omschrijving “voor of ten behoeve van klanten van werkgever werkzaamheden verrichten dan wel activiteiten ontplooien”. Oriënterend contact zoals dat mogelijk heeft plaatsgevonden valt daar niet onder, ook al levert het naar de letter wel het benaderen van een relatie op.

16. De gevorderde boete met buitengerechtelijke kosten zal dan ook worden afgewezen.

16. Ook de gevorderde afgifte van bedrijfsmiddelen en documenten zal worden afgewezen. Tein Technology heeft onvoldoende concreet heeft gemaakt waar deze vordering op ziet, terwijl [naam 1] heeft betwist nog bedrijfsmiddelen en gegevens onder zich te hebben, behalve misschien enkele e-mails. Weliswaar heeft [naam 1] in onderhavige procedure een contract in het geding gebracht dat Tein Technology toebehoort, hij heeft echter afdoende uitgelegd dat die overeenkomst verwijzingen naar hem bevat, zodat hij om die reden ook zelf over de overeenkomst beschikt.

16. Tein Technology zal in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld, tot op heden begroot op € 400,00.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

schorst met ingang van heden het tussen partijen overeengekomen relatiebeding totdat in een bodemprocedure bij eindbeslissing met kracht van gewijsde zal zijn beslist;

veroordeelt Tein Technology in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [naam 1] begroot op:
exploot € 100,60
salaris € 600,00
griffierecht € 79,00
-----------------
totaal € 779,60
voor zover van toepassing, inclusief btw;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Tein Technology in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [naam 1] begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde;

in conventie en reconventie

veroordeelt Tein Technology tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Tein Technology niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.