Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:8812

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
17-12-2018
Zaaknummer
13/684462-17 en 13/689278-17
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vernieling, beledigingen, bedreiging en mishandelingen bewezen. Tegenhouden dan wel meesleuren levert geen mishandeling op, vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummers: 13/684462-17 (A), 13/689278-17 (B), 13/684390-15 (vordering TUL) en 13/702446-17 (vordering TUL)

Datum uitspraak: 11 juli 2018

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2018.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.D. Braber, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H.G.S. de Heiden, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Zaak A

Aan verdachte is kort gezegd – na wijziging op de zitting – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:

1. mishandeling van zijn ex-levensgezel [persoon 1] op 21 oktober 2017 te [plaats 1];

2. vernieling van een raam van [persoon 1] op 19 mei 2017 te [plaats 1];

3. belediging van politieagenten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 29 augustus 2016 te Amsterdam;

4. bedreiging van [persoon 2] op 1 juli 2017 te Amsterdam;

5. mishandeling van [persoon 3] op 24 maart 2018 te Amsterdam;

6. mishandeling van [persoon 4] op 24 maart 2018 te Amsterdam.

Zaak B

Aan verdachte is kort gezegd ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:

belediging van politieagenten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] op 1 mei 2017 te Amsterdam.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de feiten 1, 5 en 6 van zaak A.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

Zaak A

Feit 1

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank stelt vast dat er weliswaar een handgemeen tussen verdachte en zijn ex-partner [persoon 1] heeft plaatsgevonden, maar dat de tenlastegelegde handelingen niet bewezen kunnen worden verklaard. Dat [persoon 1] met twee vuisten in haar gezicht is geslagen, volgt niet uit het door de verbalisanten waargenomen letsel. De verbalisanten voelen weliswaar een lichte verdikking op [persoon 1] achterhoofd, maar de rechtbank acht dit bewijs onvoldoende ondersteunend om ervan uit te gaan dat [persoon 1] aan haar haren zou zijn getrokken. Het tegenhouden dan wel meesleuren van [persoon 1] kan, gezien de verklaring van verdachte, wel bewezen worden, maar levert naar het oordeel van de rechtbank geen mishandeling op.

Feiten 2, 3 en 4

De rechtbank acht hetgeen verdachte onder 2, 3 en 4 ten laste is gelegd, mede op grond van de bekennende verklaringen van verdachte, bewezen.

Feiten 5 en 6

De rechtbank acht ook hetgeen verdachte onder 5 en 6 ten laste is gelegd bewezen. De rechtbank gaat daarbij uit van de lezing van [persoon 3] . Zijn lezing wordt ondersteund door het door de verbalisanten waargenomen letsel en de verklaring van [persoon 4] . De alternatieve lezing van verdachte acht de rechtbank, bezien in het licht van de bewijsmiddelen, ongeloofwaardig.

Zaak B

De rechtbank acht hetgeen verdachte ten laste is gelegd, mede op grond van de bekennende verklaring van verdachte, bewezen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

Zaak A

Ten aanzien van feit 2

op 19 mei 2017 te [plaats 1] opzettelijk en wederrechtelijk een raam, toebehorende aan een ander dan aan verdachte, heeft vernield.

Ten aanzien van feit 3

omstreeks 29 augustus 2016 te Amsterdam opzettelijk ambtenaren [verbalisant 1] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam) en [verbalisant 2] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam), gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Jij kankerhoer. Je dikke kut. Stop beton in je dikke kut. Kankerhoer." en "Kankerhoeren, jullie vuile kankermoeder, raak me niet aan kankerhoeren" en "Jij met je kankermoeder, ik neuk jouw moeder iedere ochtend, avond en nacht. Kankerhoer.” en “Kankeragenten, jullie zijn niks, jullie hebben hem gewoon dood laten gaan en deden niks".

Ten aanzien van feit 4

op 1 juli 2017 te Amsterdam [persoon 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door voornoemde [persoon 2] dreigend toe te voegen dat hij hem zou schieten en de woorden toe te voegen: "Ik maak je af" en "Volg me dan, dan schiet ik je, ik maak je af!" en daarbij een schietbeweging te maken met zijn, verdachtes, hand.

Ten aanzien van feit 5

op 24 maart 2018 te Amsterdam opzettelijk [persoon 3] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het stompen tegen het gezicht en schoppen tegen het lichaam van voornoemde [persoon 3] .

Ten aanzien van feit 6

op 24 maart 2018 te Amsterdam opzettelijk [persoon 4] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het slaan op de rug en vastpakken van de armen van voornoemde [persoon 4] .

Zaak B

hij op 1 mei 2017 te Amsterdam opzettelijk ambtenaren [verbalisant 1] (hoofdagent van Politie Eenheid Amsterdam) en [verbalisant 3] , gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Ik praat niet met jou. Kanker op. Je bent een kankerracist, mijn moeder is blanker dan jou, jullie moeten opkankeren, kankermongolen, je behandelt me als een kankernigger!"

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 45 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met bijzondere voorwaarden én een taakstraf van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.

De officier van justitie heeft bovendien verzocht om het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis niet op te heffen, dan wel te bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Een gevangenisstraf van langere duur dan het voorarrest zal voortzetting van verdachtes werk in de weg kunnen staan. Zijn werk is van belang, omdat dit een positief effect lijkt te hebben op zijn alcoholgebruik.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vernielen van een raam van zijn ex-partner, het beledigen van politieambtenaren, het bedreigen van een beveiliger en het mishandelen van twee kennissen. Door zijn handelen heeft hij bij alle slachtoffers gevoelens van angst teweeggebracht en de eer en goede naam van de politieambtenaren aangetast.

Strafblad

Strafverzwarend is dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 31 mei 2018 - eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en in twee proeftijden liep. Die eerdere veroordelingen, schorsing en proeftijden hebben verdachte er blijkbaar niet van weerhouden opnieuw soortgelijk strafbare feiten te plegen. Dat baart de rechtbank zorgen.

Reclasseringsrapport

Uit het reclasseringsrapport van 16 maart 2018 volgt dat het problematische alcoholgebruik van verdachte als een rode draad door het delictgedrag loopt. Dit uit zich in agressief dan wel gewelddadig gedrag. In het afgelopen jaar heeft er enige verbetering plaatsgevonden. Verdachte lijkt gematigd te drinken en dit niet meer elk moment van de dag te doen. Daarnaast heeft hij een fulltimebaan, waardoor er meer regelmaat is in zijn leven. De reclassering ervaart dit als een beschermende factor. Ten aanzien van de relatie met [persoon 1] zijn er aanwijzingen dat mevrouw [persoon 1] en verdachte ernstige communicatieproblemen hebben, waarbij ze elkaar over en weer provoceren en zwart maken. Anderzijds zoeken zij elkaar ook weer op, omdat zij een kind hebben en er vanwege zorgtaken een mate van omgang en communicatie gewenst is. De omstandigheden dat verdachte geneigd is om de werkelijkheid positiever te schetsen dan deze in werkelijkheid is, impulsief beslissingen lijkt te nemen en problemen buiten zichzelf legt, dragen bij aan het recidiverisico. In het kader van meerdere reclasseringstoezichten is getracht om met recidive-beperkende interventies verdachtes problematische levensstijl te doorbreken. Dit heeft niet tot een beklijvende gedragsverandering geleid, maar wel tot vermindering van zijn alcoholgebruik, wat een sterk delictgerelateerde factor is. Hierdoor ziet de reclassering meer kans van slagen in een behandeling gericht op het emotioneel welzijn, gecontroleerd gebruik en het relationele geweld. Positief is dat verdachte hiermee al een start heeft gemaakt bij De Waag en voornemens is om dit voort te zetten.

Anderzijds voldoet verdachte al meer dan twee jaar aan de harde criteria voor oplegging van de ISD-maatregel en heeft hij bewust zijn contactverbod overtreden. Ook is hij onlangs aangehouden op verdenking van mishandeling terwijl hij onder invloed was van alcohol. Hierdoor beginnen de mogelijkheden voor recidive-beperkende interventies in een drangkader bij de reclassering op te raken en lijkt het kader van de ISD-maatregel steeds wenselijker om de kans op recidive terug te dringen. Echter, verdachte zegt nog voldoende gemotiveerd te zijn voor gedragsbeïnvloeding in een ambulant kader en hij wenst zijn bereikte stabiliteit – onder meer op het vlak van werk - te behouden. De behandelaar ondersteunt dit.

Strafmaat

De rechtbank acht feit 1 van zaak A niet bewezen en wijkt daarom bij de straftoemeting af van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 47 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de door de reclassering gestelde voorwaarden én een taakstraf van 60 uren, passend en geboden.

Elektronische controle

Nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat zijn enkelband hem helpt om niet bij het huis van zijn ex-partner [persoon 1] te komen, acht de rechtbank het van belang dat het locatieverbod en locatiegebod door middel van een enkelband gecontroleerd worden.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan een misdrijf gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een ander, te weten mishandeling. Als verdachte onder invloed van alcohol is, kan hij zijn impulsen niet controleren en komt hij eerder tot grensoverschrijdend, agressief gedrag. De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf, gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam, zal begaan. De rechtbank zal daarom bevelen dat de hierna op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

9 Ten aanzien van de benadeelde partij (Zaak A, feit 3)

De benadeelde partij [verbalisant 1] vordert € 50,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Zowel de officier van justitie als de raadsman hebben verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.

De rechtbank overweegt als volgt. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

10 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling (13/684390-15)

Bij de stukken bevindt zich de op 3 augustus 2017 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/684390-15, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 28 oktober 2015 van de rechtbank Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 55 dagen, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijk strafdeel te gelasten.

De rechtbank zal echter – in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven – gelasten dat verdachte een taakstraf van 110 uren moet verrichten.

11 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling (13/702446-17)

Bij de stukken bevindt zich de op 24 oktober 2017 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/702246-17, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 7 augustus 2017 van de rechtbank Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 5 dagen, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijk strafdeel te gelasten.

De rechtbank zal echter – in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven – gelasten dat verdachte een taakstraf van 10 uren moet verrichten.

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 63, 266, 267, 285, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

13 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Zaak A

Verklaart het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Zaak B

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Zaak A

Ten aanzien van feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

Ten aanzien van feit 3: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 4: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Ten aanzien van feiten 5 en 6: mishandeling, meermalen gepleegd.

Zaak B

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 47 dagen, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- Meldplicht

1. zich moet melden bij reclassering Inforsa op het adres [adres 1] te [plaats 3]. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- Behandelverplichting – Ambulante behandeling

2. wordt verplicht om zich te laten behandelen voor de problemen in het emotioneel welzijn en middelengebruik bij het centrum voor ambulante forensische geestelijke gezondheidszorg De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar worden gegeven;

- Locatieverbod

3. zich zolang de reclassering het nodig acht niet zal bevinden binnen een straal van 1 kilometer op het adres [adres 2] te [plaats 1] . Het locatieverbod wordt gecontroleerd middels een elektronisch controlemiddel voor de duur van maximaal drie maanden;

- Locatiegebod

4. zal op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig zijn op het verblijfadres [adres 3] [plaats 2] . Daarbij heeft hij op doordeweekse dagen een aaneengesloten blok van 12 uur ter invulling van zijn dagbesteding. In de weekenden heeft hij 4 uur per dag vrij te besteden. Wanneer hij op doordeweekse dagen geen dagbesteding heeft, heeft hij 2 uur vrij te besteden. De exacte tijdstippen worden vooraf vastgesteld door de reclassering, in overleg met veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding. Het locatiegebod wordt gecontroleerd middels een elektronisch controlemiddel voor de duur van maximaal drie maanden;

- Andere voorwaarden het gedrag betreffende

5. wordt verplicht om mee te werken aan blaastesten ten behoeve van het controleren van zijn alcoholgebruik, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 60 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Beveelt dat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Vordering benadeelde partij (Zaak A, feit 3)

Verklaart de benadeelde partij [verbalisant 1] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling (13/684390-15)

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd vonnis van 28 oktober 2015, namelijk een gevangenisstraf van 55 dagen.

Gelast – in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 55 dagen – een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 110 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 55 dagen.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling (13/702446-17)

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd vonnis van 7 augustus 2017, namelijk een gevangenisstraf van 5 dagen.

Gelast – in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 5 dagen – een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 10 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 5 dagen.

Voorlopige hechtenis

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Leijten, voorzitter,

mrs. L. Voetelink en I. Mannen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.J.M. van der Hooft, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juli 2018.

[...]