Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:8565

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-09-2018
Datum publicatie
11-12-2018
Zaaknummer
13/751074-18
Rechtsgebieden
Internationaal strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

De rechtbank wijst toe de verzoeken tot schadevergoeding ten gevolge van onrechtmatige vrijheidsbeneming en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751074-18

RK nummers: 18/2718 en 18/2719

BESCHIKKING

Op de verzoeken tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 67 van de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van

[verzoekster] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

te dezen domicilie kiezend op het kantooradres van haar raadsvrouw, mr. M.P. Hilhorst,

[adres] ,

hierna te noemen: verzoekster.

1 Procesgang

Bij schriftelijke verzoeken, door de rechtbank ontvangen op 22 mei 2018, heeft verzoekster vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en van de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure, die is geëindigd met de beslissing van de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank te Amsterdam (hierna: IRK) van 12 april 2018 tot weigering van de overlevering van verzoekster.

De rechtbank heeft op 14 september 2018 de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in openbare raadkamer gehoord. Verzoekster en de raadsvrouw van verzoekster, mr. M.P. Hilhorst, advocaat te Utrecht, zijn met bericht van afwezigheid niet verschenen.

De verzoeken zijn tijdig ingediend en (mede daarom) ontvankelijk.

2 Voorgeschiedenis

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:

  • -

    Op 25 januari 2018 is door de onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen, afdeling Mechelen (België), een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) uitgevaardigd, strekkende tot de aanhouding en overlevering van verzoekster naar België, in verband met een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek;

  • -

    Op 30 januari 2018 is verzoekster voorlopig aangehouden in Nederland en gedetineerd op grond van de OLW gelet op voormeld EAB;

  • -

    Op vordering van de officier van justitie van 31 januari 2018 is het overleveringsverzoek behandeld op de zitting van 29 maart 2018;

  • -

    Op 30 maart 2018 is de overleveringsdetentie van verzoekster, onder voorwaarden, geschorst door de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam;

  • -

    Bij uitspraak van deze rechtbank van 12 april 2018 is de overlevering geweigerd op basis van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW. Daarbij is de geschorste overleveringsdetentie opgeheven.

3 Verzoeken

De verzoeken strekken tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van

- € 4.745, - € 4.745, - voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoekster in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd:

 1 dag politiebureau: 1 x € 105, - = € 105, -

 58 dagen Huis van Bewaring 58 x € 80, - = € 4.745, -

- € 280, - € 280, - voor de kosten die in verband met het (opstellen en indienen) van de verzoeken zijn gemaakt.

4 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen integrale toewijzing van het verzoek.

5 Toetsingskader

Artikel 67, eerste lid, OLW bepaalt dat de rechtbank op verzoek van de opgeëiste persoon haar een vergoeding ten laste van de Staat kan toekennen voor de schade die zij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming bevolen krachtens de OLW. Daarvoor is vereist dat haar overlevering is geweigerd.

De rechtbank wijst een vergoeding voor schade, geleden als gevolg van vrijheidsbeneming en rechtsbijstand, toe indien daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn. Daarbij moeten alle feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen.

6 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraken van 26 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5339 en ECLI:NL:RBAMS:2018:5343, waarin kortgezegd is geoordeeld dat een weigering van de overlevering tot de vaststelling leidt dat verzoekster ten onrechte gedetineerd is geweest en dat deze vaststelling vergoeding van schade, geleden als gevolg van vrijheidsbeneming, op grond van artikel 67 OLW in beginsel toewijsbaar maakt.

Het verzoek tot schadevergoeding wordt daarom integraal toegewezen.

7 Beslissing

De rechtbank WIJST TOE de verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand ten bedrage van:

  • -

    € 4.745, - (vierduizend zevenhonderdvijfenveertig euro) vanwege vrijheidsbeneming van verzoekster in Nederland in de overleveringsprocedure en

  • -

    € 280, - (tweehonderdtachtig euro) voor de kosten die in verband met het opstellen en indienen van de verzoeken zijn gemaakt.

Deze beslissing is gegeven op 28 september 2018 en in het openbaar uitgesproken door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. M.C.P. de Ridder en I. Verstraeten-Jochemsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier.

Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.

De rechtbank Amsterdam, Internationale rechtshulpkamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 5.025, - (vijfduizend en vijfentwintig euro) op

IBAN

[rekeningnummer] ,

ten name van

[naam] ,

onder vermelding van

[vermelding]

Aldus gedaan op 28 september 2018

door mr. A.K. Glerum, voorzitter.