Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:8551

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-11-2018
Datum publicatie
04-12-2018
Zaaknummer
13/702310-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

opleggen isd-maatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM


VONNIS

Parketnummer: 13/702310-18

Datum uitspraak: 27 november 2018

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1984,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans verblijvende in het [detentieadres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 november 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. O.J.M. van der Bijl, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. K.Y. Ramdhan, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij op 16 augustus 2018 in Amsterdam drie flessen drank bij Albert Heijn heeft gestolen.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die achter dit vonnis is gevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend kan worden bewezen.

3.2

Het standpunt van de raadsman van verdachte

De raadsman van verdachte heeft wat betreft de ten laste gelegde diefstal geen verweer gevoerd.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Albert Heijn heeft aangifte gedaan van diefstal op 16 augustus 2018 van drie flessen port ter waarde van € 19,47. Supermarktmanager [persoon] heeft in de aangifte verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte de flessen in zijn rolkoffer stopte en de winkel zonder te betalen wilde verlaten. Verdachte is aangehouden en heeft ter terechtzitting de diefstal bekend.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 16 augustus 2018 in Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie flessen drank, ter waarde van 19,47 euro, toebehorende aan Albert Heijn.

4 De strafbaarheid van het feit en van verdachte

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar.

5 Motivering van de maatregel

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte onvoorwaardelijk de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) op te leggen voor de duur van twee jaren.

5.2

Het standpunt van de raadsman van verdachte

De raadsman van verdachte heeft een straf ter hoogte van de duur van het voorarrest bepleit. Verdachte voldoet niet aan de zachte criteria, niet blijkt welk doel met de ISD-maatregel wordt gediend en deze maatregel is niet in verhouding met de geringe ernst van het gepleegde strafbaar feit. Het recidivegevaar kan worden ondervangen met hulp bij het aanvragen van een zorgverzekering en met toelating tot een methadonprogramma.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van drie flessen drank. Dit is een vervelend feit waarmee hij Albert Heijn overlast en ergernis heeft bezorgd.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport van Inforsa van 23 oktober 2018, opgemaakt door C. Kleine. Uit dit rapport blijkt onder meer, zakelijk weergegeven, dat er weinig duidelijk is geworden over de persoonlijke omstandigheden van verdachte, omdat hij weigert het gesprek met de reclassering te voeren. Het is onduidelijk waar verdachte verblijft op het moment dat hij niet is gedetineerd en of hij werkt om in zijn levensbehoeften te voorzien. Verdachte komt oorspronkelijk uit Polen en kan in Nederland geen aanspraak maken op sociale voorzieningen. Er lijkt sprake te zijn van problematisch middelengebruik. De reclassering acht het gebruik van heroïne en cocaïne, waarover verdachte in een eerder opgesteld rapport heeft verklaard, zorgelijk, maar heeft weinig tot geen zicht als het gaat om de ernst van het gebruik. Bovendien is het ook maar de vraag of aan verdachte een behandeling kan worden aangeboden vanwege zijn gebrek aan rechten in Nederland. Verdachte heeft sinds begin 2018 veelvuldig delicten gepleegd en voldoet daarom aan de harde ISD-criteria. Hij voldoet in de ogen van Inforsa ook aan de zachte ISD-criteria, omdat hij weigert met de reclassering het gesprek aan te gaan en enige vorm van begeleiding te accepteren. De reclassering adviseert dan ook aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.

De rechtbank heeft N. Tuijn, reclasseringswerker, ter terechtzitting als deskundige gehoord. Zij heeft bevestigd dat de mogelijkheden van inzet van hulpverlening in een dwangkader beperkt zijn door het gebrek aan opgebouwde rechten in Nederland. Een ander probleem is de houding van verdachte. De reclassering kan niets met hem beginnen, omdat hij niet open staat voor contact met de reclassering. Binnen een ISD-kader kan worden ingezet op de verslaving van verdachte en zal hij niet langer voor overlast zorgen. Tuijn sluit zich daarom aan bij het advies om de ISD-maatregel op te leggen.

De ISD-maatregel

Om een ISD-maatregel op te kunnen leggen, moet verdachte aan bepaalde voorwaarden voldoen die worden genoemd artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Zo moet verdachte een misdrijf hebben begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Omdat de rechtbank in dit vonnis bewezen verklaart dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal is aan deze voorwaarde voldaan. Ook moet verdachte in de afgelopen vijf jaren meer dan drie keer voor een misdrijf onherroepelijk zijn veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. Uit het strafblad van verdachte (met als datum 22 oktober 2018) blijkt dat verdachte ook aan deze voorwaarde voldoet. Bovendien moet het in dit vonnis bewezen verklaarde feit, de diefstal van de flessen drank, zijn begaan na tenuitvoerlegging van die eerder opgelegde vrijheidsbenemende straffen. Ook dit is het geval.

Uit het strafblad van verdachte blijkt ook dat is voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.

Uit de hiervoor genoemde rapportage moet blijken dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen. Dit is wel gebleken uit het reclasseringsrapportrapport van Inforsa en de toelichting die de deskundige Tuijn ter terechtzitting heeft gegeven. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de ISD-maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten. Dat betekent dat de rechtbank denkt dat de kans groot is dat verdachte opnieuw de fout in gaat, als hij niet wordt opgenomen in een ISD-instelling.

De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte sinds hij in Nederland is (volgens zijn verklaring vanaf februari 2018) zeer frequent met politie en justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast is sprake van verslavingsproblematiek en zijn er problemen op het gebied van huisvesting, dagbesteding en financiën. Nu verdachte geen aanspraak kan maken op voorzieningen die hem op deze gebieden kunnen ondersteunen en hij zich onvoldoende bereid heeft getoond hulp te accepteren en zijn problemen aan te pakken, is er geen ander kader mogelijk dan dat van de ISD-maatregel. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte aan alle criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel voldoet, zal zij deze daarom ook opleggen.

Vanwege de ernst van de problematiek van verdachte is het van groot belang dat er voldoende tijd wordt genomen voor het ISD-traject. Op die manier wordt de maatschappij optimaal beschermd en zijn er voldoende kansen om ervoor te zorgen dat verdachte als hij vrij komt niet opnieuw strafbare feiten gaat plegen. De rechtbank zal daarom de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen. De tijd die verdachte al in voorarrest heeft gezeten wordt daar niet van afgetrokken.

6 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

7 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. C.M. Berkhout en R.C.J. Hamming, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 november 2018.

[...]

[...]

[...]