Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:816

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2018
Datum publicatie
16-02-2018
Zaaknummer
13/997022-16 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De 25-jarige Amsterdammer die afgelopen november tot 14 jaar cel werd veroordeeld voor het medeplegen van een liquidatie bij de flat Kikkenstein in Amsterdam-Zuidoost, moet nog eens 9 maanden de gevangenis in voor witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/997022-16 (Promis)

Datum uitspraak: 16 februari 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] , voor naamswijziging genaamd [verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 februari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Bijleveld en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.H. Aalmoes naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting van 8 december 2016 – ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 juli 2014 tot en met 6 juni 2016 in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen,

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) toen en daar stelselmatig en/of op één of meer tijdstippen in voormelde periode (van) een aantal voorwerpen, te weten:

- twee horloges, zijnde een horloge van het merk Rolex, serienummer 5929Y906 ter waarde van ongeveer 5.250 euro, en/of een horloge van het merk Rolex, model Oyster Datejust II 16334, serienummer 95TD4277, ter waarde van ongeveer 6.500 euro), en/of

- een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 3000 euro (contant aangetroffen bij de doorzoeking in de woning aan de [adres 1] ), en/of

- een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 2337 euro (contant aangetroffen bij de fouillering van hem, verdachte), en/of

- een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 30.813 euro ten behoeve van vakanties in Egypte en/of Jamaica en/of Dominicaanse Republiek en/of Curaçao en/of Dubai en/of Suriname en/of Aruba en/of Ghana (daarbij inbegrepen onder meer de prijs van de vliegtickets en/of de prijs van het verblijf en/of de overnachtingen aldaar), en/of

- één of meer geldbedragen van (in totaal) (ongeveer 1.060 euro) ten behoeve van de huur van een auto (inclusief borg), merk Smart, en/of

- één of meer geldbedragen ten behoeve van de maandelijkse huur van een appartement (in Londen), (zijnde (in totaal) (ongeveer) 4862 euro, en/of

- één of meer geldbedragen ten behoeve van de huur en/of inrichting van een appartement (in Rotterdam), (zijnde (in totaal) (ongeveer) 6230 euro, en/of

- drie zonnebrillen (twee van het merk Louis Vuitton, model Attitude, ter waarde van in totaal ongeveer 770 euro en/of een van het merk Dior), en/of

- een auto (merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken] ) ter waarde van ca. Euro 10.115, en/of

- een geldbedrag ten behoeve van een reparatie aan een auto (merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken] ) voor een bedrag van (in totaal) (ongeveer) 3.085 euro, en/of

- een gouden zogeheten “konings” ketting (18 karaats goud) (gedoeld wordt op de kortere van de twee onder verdachte op 6 juni 2016 in beslag genomen gouden kettingen) en/of

- twee paar schoenen (merk Louis Vuitton, model Run Away en/of Nike), en/of

- één of meer geldbedragen (besteed aan onder meer (merk)kleding, (merk) schoenen, restaurant- /cafébezoek, uitgaan en/of levensonderhoud),

- een of meer geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 3000 euro ten behoeve van behandeling(en) aan zijn, verdachtes, gebit, en/of

- een of meer geldbedragen aan diverse personen ten behoeve van (onder meer) de aankoop van producten en/of boodschappen voor een bedrag van (in totaal) (ongeveer) 1605 euro,

(telkens) de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende van die geldbedragen was en/of

(telkens) verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet en/of gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededaders (telkens) wist (en), althans redelijkerwijs moest (en) vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) - onmiddellijk en/of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2.

hij op of omstreeks 9 april 2016 te Rotterdam,

met een ander of anderen,

op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in [naam club] aan de [adres 2] ,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of een of meer (thans) onbekend(e) perso(o)n(en), welk geweld bestond uit;

- het meermalen, althans eenmaal, (met kracht) slaan en/of stoten met een of meer glazen fles(sen), althans (een) hard(e) en zwa(a)r(e) voorwerp(en), tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of een of meer (thans) onbekend(e) perso(o)n(en), en/of

- het meermalen, althans eenmaal, gooien en/of werpen van een of meer glazen fles(sen) althans (een) hard(e) en zwa(a)r(e) voorwerp(en) tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of een of meer (thans) onbekend(e) perso(o)n(en), en/of

- het slaan en/of schoppen van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of een of meer (thans) onbekend(e) perso(o)n(en),

- het vasthouden en/of (dreigend) hoog houden van en/of zwaaien met een fles, althans (een) hard(e) en zwa(a)r(e) voorwerp(en),

ten gevolge waarvan

- die [slachtoffer 1] een of meer snijwond(en) in/aan het hoofd, althans enig letsel, en/of

- die [slachtoffer 2] een of meer snijwond(en) in/aan het gelaat, althans het hoofd en/of een breuk in het aangezicht en/of een hersenschudding, althans enig letsel, en/of

- die [slachtoffer 3] een of meer snijwond(en) in/aan het hoofd, althans enig letsel, heeft opgelopen en/of

- een (thans) onbekend persoon enig letsel heeft opgelopen.

3 Voorvragen

3.1.

Geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding partieel nietig is, voor zover deze betrekking heeft op het onder feit 1, dertiende gedachtestreepje ten laste gelegde, te weten de zinsnede “één of meer geldbedragen (besteed aan onder meer (merk)kleding, (merk) schoenen, restaurant- /cafébezoek, uitgaan en/of levensonderhoud)”. Naar het oordeel van de rechtbank houdt de tenlastelegging op dit punt een onvoldoende duidelijke omschrijving in van hetgeen verdachte wordt verweten. De geldbedragen zijn onvoldoende feitelijk omschreven en de bestedingen die verdachte met deze geldbedragen zou hebben gedaan zijn onvoldoende gespecificeerd.

De dagvaarding voldoet in zoverre niet aan de in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen.

De dagvaarding is voor het overige geldig.

3.2.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De verdediging heeft ter terechtzitting bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, subsidiair dat bewijsuitsluiting dient te volgen. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Primair schending van de verbaliseringsplicht

De wijze van verbaliseren, zoals onder andere neergelegd in het proces-verbaal van verdenking, is in strijd met de verbaliseringsplicht, nu niet is vermeld welke concrete feiten en omstandigheden aanleiding zijn geweest om met onmiddellijke ingang dwangmiddelen toe te passen. Voor de grensoverschrijdende observatie in het Verenigd Koninkrijk, als bedoeld in artikel 40 van het Schengen verdrag, was bovendien geen grondslag, nu de verdenking ‘witwassen” deze observatie niet rechtvaardigt. Wel bevestigt de inhoud van het observatieverzoek dat er een andere reden is voor een onderzoek naar verdachte. Men wilde namelijk weten wie verdachte in Engeland zou ontmoeten, hetgeen zich niet verhoudt met de startinformatie over verdachte. Kennelijk beschikte het Openbaar Ministerie over andere informatie en wordt deze achtergehouden.

Subsidiair schending van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht

Het Openbaar Ministerie heeft verdachte ten onrechte als verdachte aangemerkt. Hetgeen in het proces-verbaal van verdenking is geschreven is onvoldoende voor de verdenking witwassen.

Bij het voorbereidend onderzoek is daarom ernstig inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor verdachte in zijn belangen is geschaad.

De officier van justitie heeft zich, onder verwijzing van het aanvullende proces-verbaal van

8 mei 2017, op het standpunt gesteld dat van schending van de verbaliseringsplicht geen sprake is. De observatie was rechtmatig en de benodigde bevelen zitten in het dossier. Gelet op de destijds beschikbare informatie was er wel degelijk sprake van een redelijk vermoeden van witwassen. Kortom, de verweren van de verdediging dienen te worden verworpen.

De rechtbank oordeelt als volgt. In het proces-verbaal van 8 mei 2017 is voldoende helder uitgelegd wat er zich rondom de start van het opsporingsonderzoek met betrekking tot verdachte heeft afgespeeld en wat de aanleiding daartoe was. Van een schending van de verbaliseringsplicht is dan ook geen sprake. Op basis van de TCI informatie, in combinatie met overige politiegegevens, was er, anders dan de verdediging heeft betoogd, voldoende grond voor een redelijke verdenking dat verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan witwassen. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen. Vanwege de verdenking mochten er daarom ook opsporingsmiddelen worden ingezet. Het opsporingsonderzoek is vanwege telefonische inlichtingen van de KLM in een stroomversnelling geraakt, wat er toe heeft geleid dat de officier van justitie mondeling gegevens heeft gevorderd bij de KLM, welke vordering nadien schriftelijk is bevestigd. De rechtbank constateert in deze gang van zaken geen onregelmatigheid. Uit de stukken blijkt voorts dat er een mondeling bevel tot observatie is afgegeven, dat later nog is verlengd naar het Verenigd Koninkrijk. De rechtbank is van oordeel dat de gang van zaken rondom de observatie in het Verenigd Koninkrijk in het midden kan blijven, omdat de verdediging niet heeft onderbouwd op welke manier verdachte daardoor in zijn belangen is geschaad.

Een en ander leidt tot de conclusie dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering doet zich niet voor, zodat geen aanleiding bestaat voor bewijsuitsluiting.

3.3.

Overige voorvragen

De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft overeenkomstig het door haar op schrift gestelde requisitoir, kort gezegd, gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde, gewoontewitwassen in vereniging, met uitzondering van het geldbedrag van € 3.000,- dat is aangetroffen in de woning van de moeder van verdachte (tweede gedachtestreepje). De officier van justitie vraagt vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde. Naar de huidige stand van zaken is er onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging te komen.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich overeenkomstig haar pleitnota op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde van de posten horloges, het geldbedrag aangetroffen bij moeder, het geldbedrag aangetroffen in de fouillering en de ketting moet worden vrijgesproken. Samengevat voert zij daartoe aan dat de horloges, het geldbedrag aangetroffen bij moeder en de ketting niet van verdachte zijn maar toebehoren aan derden, zoals volgt uit onder andere de getuigenverklaringen. Voor het geldbedrag uit de fouillering geldt dat, nu het een geldbedrag in contanten betreft en er geen sprake is van een verhullings- of kwaliteitshandeling, er vrijspraak dient te volgen. Ten aanzien van de overige posten stelt de verdediging zich op het standpunt dat het Openbaar Ministerie van een onjuist (te hoog) bedrag uitgaat. De verdediging heeft daarbij de volgende opmerkingen gemaakt. De post vakanties moet worden bijgesteld naar een bedrag van maximaal € 11.936,-. Voor de huur van de Smart kan het hooguit gaan om een bedrag van € 700,-. Eén van de zonnebrillen is niet van verdachte maar van [getuige 2] . Verdachte heeft voor de Volkswagen Golf, inclusief reparatie, uiteindelijk een bedrag van € 6.500,- voldaan. De post “geldbedragen betaald voor/aan anderen” moet worden gezien als noodzakelijke kosten van bestaan. In die zin is er ook geen sprake van witwassen. De uitgaven ten behoeve van het appartement in Londen kunnen niet aan verdachte worden toegerekend. De kosten ten behoeve van het appartement in Rotterdam worden door verdachte gedeeld, zodat een bedrag van € 2.400,- resteert. Het totaalbedrag over een periode van 2,5 jaar komt daarmee op € 31.178,-. Tot slot bepleit de verdediging vrijspraak voor het onder 2 ten laste gelegde, omdat van een wezenlijke en substantiële bijdrage van verdachte aan het geweld niet is gebleken.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen gaat de rechtbank uit van de redengevende feiten en omstandigheden, zoals hieronder vermeld.1

Witwassen (feit 1)

Beoordelingskader

Vooropgesteld wordt dat uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat, in een geval zoals die van verdachte, waarin geen direct bewijs voor inkomsten uit strafbare feiten aanwezig is, witwassen bewezen kan worden indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat het geld of de goederen uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Allereerst zal vastgesteld moeten worden of de in het dossier aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dit het geval is, dan mag van een verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de vermogensbestanddelen. Een dergelijke verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen, mede een rol. Zodra het door een verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaringen van de verdachte blijkende alternatieve herkomst van de vermogensbestanddelen. Uit de resultaten van dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Vermoeden van witwassen

De legale en verifieerbare inkomsten van verdachte van 1 januari 2014 tot en met 6 juni 2016 (de datum van aanhouding) bedragen € 8.979,-.2 Dit betreft met name een DWI-uitkering uit 2014. Daartegenover staat dat onder verdachte een groot geldbedrag en waardevolle goederen zijn aangetroffen en hij in de ten laste gelegde periode ook aanzienlijke geldbedragen heeft uitgegeven, waarop hierna nader zal worden ingegaan.

Deze feiten en omstandigheden zijn, in onderling verband en samenhang bezien, van dien aard dat zij het vermoeden van een criminele herkomst van de door verdachte voorhanden hebbende geldbedragen zonder meer rechtvaardigen. Gelet hierop mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van deze bedragen.

Verdachte heeft een dergelijke verklaring niet gegeven. Hij heeft in niet één van zijn verhoren een verklaring over zijn inkomsten en vermogen afgelegd. De stelling van de raadsvrouw dat verdachte inkomsten genoot als muzikant, kan niet gelden als een verklaring van verdachte. Bovendien wordt ter onderbouwing van deze stelling weliswaar verwezen naar een getuigenverklaring van een voormalig manager van verdachte, maar de rechtbank constateert dat ook deze verklaring op geen enkele wijze nader wordt onderbouwd. Zo is er bijvoorbeeld niets bekend over concrete optredens en verdiensten van verdachte. De rechtbank concludeert, mede gelet op de grote en contante bedragen die hiermee gemoeid zijn geweest, dat het niet anders kan dan dat de aangetroffen gelden en goederen een criminele herkomst hebben. De rechtbank slaat in dit verband ook acht op de verklaringen van vriendinnen van verdachte, de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , die tegenover de politie hebben verklaard dat verdachte is gestopt met rappen en dat hij geen werk heeft.3

De rechtbank zal hierna de posten op de dagvaarding afzonderlijk bespreken.

- Twee Rolex horloges

Rolex met serienummer 5929Y906

Op het adres waar verdachte is aangehouden ( [adres 3] ) is een Rolex in beslag genomen, model 116.333 en voorzien van voormeld serienummer.4 In het dossier zitten foto’s van verdachte met een horloge dat erg lijkt op het horloge dat in beslag is genomen en ook een medewerker van juwelier Schaap en Citroen heeft verklaard dat hij verdachte op 26 mei 2016 heeft gezien met een Rolex 116.333.5 Op de telefoon van verdachte is een ingesproken Whatsapp-bericht aangetroffen waarin “ [bijnaam] ”, wiens stem wordt herkend als die van verdachte, tegen “ [naam 1] ” zegt: ”Ik heb die hele witte klok aan, je weet toch, die ik laatst heb gehaald. Als de kerels moeilijk doen, ik heb niks toch politie, ga ik zeggen het is van jou man, cool.”6 Verdachte heeft inderdaad verklaard dat het horloge niet van hem is maar van [naam 1] . [naam 1] heeft op 14 juni 2016 een verklaring bij de politie afgelegd. Hij heeft onder andere verklaard dat hij de Rolex op straat heeft gekocht via Marktplaats en dat hij de doos bij een verhuizing heeft weggegooid. Op 24 mei 2017 is [naam 1] door de rechter-commissaris gehoord en hier heeft hij verklaard dat hij het horloge bij iemand thuis heeft gekocht en dat hier geen doos bij zat.

De rechtbank acht het gelet op het voorgaande niet geloofwaardig dat de Rolex van [naam 1] is, temeer nu [naam 1] wisselende verklaringen omtrent de aanschaf van het horloge heeft afgelegd. Verdachte heeft het horloge voorhanden gehad. Er is – zoals al hiervoor is overwogen - naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie mogelijk dan dat de Rolex is betaald met geld dat onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

Rolex met serienummer 95TD4277

Op 26 mei 2016 heeft verdachte in aanwezigheid van [getuige 2] een Rolex gekocht.7 De bijbehorende Rolexdoos, de factuur van 26 mei 2016 en het garantiebewijs van de Rolex zijn aangetroffen in de slaapkamer van [getuige 2] en zijn in beslag genomen.8 Uit tapgesprekken van 26 mei 2016 volgt dat verdachte belt met een man over een Rolex Oster D just 2. Even later belt [getuige 2] met een vrouw en zij zegt dat ‘ie’ het horloge uiteindelijk bij het hoofdkantoor van Citroen heeft gekocht voor € 8.000,-. [getuige 2] heeft bij de politie verklaard dat zij die

€ 8.000,- heeft betaald.9 De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig, niet alleen al vanwege het beperkte inkomen van [getuige 2] , maar ook vanwege het feit dat uit de factuur van het desbetreffende horloge blijkt dat er € 6.500,-voor het horloge is betaald. . Verdachte heeft het horloge verworven en voorhanden gehad. Hij heeft zelf overigens niet over het horloge willen verklaren. De rechtbank is van oordeel dat, nu de verdachte zelf geen verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het horloge en er van een aannemelijke legale herkomst niet is gebleken, er geen andere conclusie mogelijk is dan dat de Rolex is betaald met geld dat onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

- Geldbedrag van € 3.000,-, aangetroffen in de woning van de moeder van verdachte

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel, dat er onvoldoende bewijs is dat het geldbedrag afkomstig is van verdachte dan wel dat hij dit bedrag voorhanden heeft gehad. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

- Geldbedrag van € 2.337,-, aangetroffen bij de fouillering van verdachte

De rechtbank stelt vast dat bij de aanhouding van verdachte op 6 juni 2016 een geldbedrag van € 2.337,10 in zijn kleding is aangetroffen.10 Verdachte heeft op 12 januari 2017 verklaard dat dit geld van hem is, maar dat hij er verder niet over wil verklaren.11

Vaststaat dat verdachte het geldbedrag voorhanden had. De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het geldbedrag, er geen andere conclusie mogelijk is dan dat het geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

- Geldbedrag van € 30.813,- ten behoeve van vakanties

Uit het dossier volgt dat verdachte diverse reizen heeft gemaakt gedurende de ten laste gelegde periode. De rechtbank neemt, anders dan de officier van justitie, alleen de daadwerkelijk kosten die uit de bewijsmiddelen volgen mee in de beoordeling, omdat het schatten van kosten voor de bewezenverklaring van witwassen onvoldoende is. Uit de gegevens van Trans Africa Travel en de bijgevoegde betalingsbewijzen volgt dat verdachte voor een totaal bedrag van € 4.540,- aan reizen heeft gemaakt.12 Daar komt bij een bedrag van € 600,- aan tickets naar Dubai. Verdachte heeft verklaard dat hij samen met zijn vriendin naar Dubai is geweest en dat hij € 300,- per ticket heeft betaald.13 Zijn vriendin bevestigt dat ze daar samen zijn geweest. Verdachte heeft verder verklaard dat hij de kosten voor het verblijf op Curaçao in het Renaissance Hotel14 heeft gedeeld met een vriend,15 wat omgerekend neerkomt op een bedrag van € 727,11 (€ 360,22 + € 1.094,- : 2).16 Tot slot volgt uit het dossier en de verklaring van verdachte dat hij € 1.500,- heeft betaald voor een allinclusive reis naar Jamaica.17 De rechtbank gaat uit van een totaalbedrag van € 7.367,11 dat verdachte aantoonbaar heeft gespendeerd aan vakanties, waarmee hij dit geld voorhanden heeft gehad en heeft gebruikt. Nu verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van dit geldbedrag, is er naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie mogelijk is dan dat dit onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier voor de (overige) beweerdelijke reis- en verblijfkosten in het kader van de witwasverdenking onvoldoende bewijs biedt. Deze kosten zijn immers enkel gebaseerd op aannames. Verdachte zal worden vrijgesproken van het overige, onder het vierde gedachtestreepje ten laste gelegde, bedrag.

- Huur Smart

Uit het tapgesprek van 23 maart 2016 volgt dat de vriendin van verdachte, [getuige 1] , een Smart op naam van verdachte huurt.18 Verdachte heeft verklaard dat zij beiden in de auto reden. In zijn laatste politieverhoor bevestigt hij dat hij de huur van de auto heeft betaald.19

Nu verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het hiermee gemoeide geldbedrag, is er naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie mogelijk dan dat dit geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Vaststaat dat zowel verdachte als zijn vriendin de beschikking over de auto hadden. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom sprake van medeplegen van witwassen.

- Huur appartement Londen

Uit WhatsApp verkeer tussen [naam 2] en verdachte volgt dat verdachte over een appartement in Londen beschikte.20 Bij een doorzoeking van het appartement zijn poststukken op naam van [getuige 1] aangetroffen.21 Verdachte heeft in zijn verhoor op 12 januari 2017 verklaard dat het huurcontract op naam van [getuige 1] stond, maar dat hij de huur betaalde. Hij heeft het geld voor de huur contant aan een vriend in Londen gegeven, die het bedrag op zijn beurt naar de landlord heeft overgemaakt.22 Verdachte heeft niet verklaard hoe lang hij het appartement heeft gehuurd en hoeveel hij daadwerkelijk voor het appartement heeft betaald. Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt dat verdachte het appartement ten minste twee maanden heeft gehuurd. Uit het onderzoek van de politie volgt voorts dat de huurkosten van een vergelijkbaar appartement € 2.431,- per maand bedragen.23

De rechtbank kan niet vaststellen welk bedrag verdachte precies aan dit appartement heeft besteed. Wel zal dit een dusdanig bedrag zijn geweest dat, te meer nu ook hier iedere aannemelijke verklaring voor de herkomst hiervan ontbreekt, het niet anders kan zijn dan dat dit geld onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Hoewel het huurcontract op naam van [getuige 1] stond en de post van nutsbedrijven dien ten gevolge ook op haar naam binnen kwam, blijkt uit het dossier niet wat de feitelijke betrokkenheid van [getuige 1] bij (de betaling van) het appartement is geweest. De rechtbank kan daarom ook niet vaststellen of er sprake is geweest van medeplegen.

- Huur appartement Rotterdam

Uit WhatsApps gesprekken tussen verdachte en [getuige 1] kan worden afgeleid dat verdachte samen met een vriend ( [naam vriend] ) een appartement huurde in Rotterdam en dat hij ongeveer € 4.850,- heeft uitgegeven aan inrichting van de woning plus € 180,- voor de parkeergarage.24 Op 12 januari 2017 heeft verdachte verklaard dat ze het appartement voor drie maanden hebben gehuurd voor € 1.200,- per maand. Hij verklaart verder dat hij en [naam vriend] ieder de helft van € 4.800,- hebben betaald, te weten € 2.400,-.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het witwassen van een bedrag van € 2.400,- bewezen worden verklaard. Verdachte heeft geen verklaring gegeven hoe hij aan dit geld is gekomen. De rechtbank acht geen andere conclusie mogelijk dan dat dit geld onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Hoewel verdachte het appartement samen met een ander heeft gehuurd, blijkt uit het dossier niet dat die ander enige feitelijke betrokkenheid heeft gehad met het witwassen van het aandeel van verdachte in de huur. Medeplegen kan daarom niet worden bewezen.

- Drie zonnebrillen

Op de camerabeelden van de Louis Vuitton winkel in de PC Hooftstraat is te zien dat verdachte in gezelschap van [getuige 2] schoenen en een zonnebril koopt.25 Uit de bij die transactie behorende kassabon volgt dat de bril (Louis Vuitton Attitude) een waarde heeft van € 435,-.26 [getuige 2] heeft op 29 juni 2016 verklaard dat de bril voor haar was.27 Verdachte heeft verklaard dat hij de bril van [getuige 2] heeft gekregen.28

De rechtbank acht beide verklaringen, gelet op de tegenstrijdigheden, ongeloofwaardig. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de bewijsmiddelen worden opgemaakt dat verdachte de bril zelf heeft gekocht. De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte de andere twee zonnebrillen (Louis Vuitton en Dior) ook zelf heeft gekocht, hetgeen hij tijdens het verhoor op 12 januari 2017 heeft bevestigd.29 Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring willen geven voor de herkomst van de geldbedragen voor de aanschaf van de zonnebrillen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen andere conclusie mogelijk dan dat de geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn. Ten aanzien van de Louis Vuitton Attitude zonnebril, gekocht op 9 mei 2016, overweegt de rechtbank voorts dat sprake is medeplegen van witwassen. [getuige 2] was erbij toen deze bril werd gekocht en zij droeg de tas waarin het geld zat waarmee de bril werd betaald. [getuige 2] wist blijkens haar eigen verklaring bovendien dat verdachte niet over legale inkomsten beschikte.30

- Volkswagen Golf en kosten reparatie

Op het GBA-adres van [getuige 1] is een Volkswagen Golf aangetroffen. De auto staat op naam van [getuige 1] . Op 28 juni 2016 heeft [getuige 1] bij de rechter-commissaris verklaard dat zij de auto heeft gekocht.31 Uit WhatsApp berichten tussen verdachte en [getuige 1] volgt dat verdachte de auto heeft gekocht en aan [getuige 1] heeft gegeven.32 Verdachte heeft tijdens het verhoor op 12 januari 2017 bevestigd dat hij € 5.000,- contant voor de auto heeft betaald.33 Verdachte heeft niet willen verklaren hoe hij aan het bedrag is gekomen.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, geen andere conclusie mogelijk dan dat het aankoopbedrag en dus ook de auto onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Reeds hiervoor is overwogen dat [getuige 1] naar eigen zeggen wist dat verdachte niet werkte. Zij moet daarom tevens hebben geweten dat verdachte de auto niet op legale manier heeft gefinancierd. De rechtbank wordt in deze overtuiging gesterkt door het feit dat [getuige 1] met haar verklaring bij de rechter-commissaris heeft geprobeerd de herkomst van de auto te verdoezelen. Verdachte heeft zich dan ook samen met een ander schuldig gemaakt aan witwassen van bovengenoemd aankoopbedrag.

Uit WhatsApp berichten tussen verdachte en de (vermoedelijke) verkoper volgt dat zij de reparatiekosten van € 3.085,- hebben gedeeld.34 Verdachte heeft dit tijdens het verhoor op

12 januari 2017 bevestigd.35

Naar het oordeel van de rechtbank kan bewezen worden dat verdachte € 1.500,- heeft betaald voor de reparatie van de Volkswagen Golf. Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring willen geven voor de herkomst van het geldbedrag. Naar het oordeel van de rechtbank is geen andere conclusie mogelijk dan dat het geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

- Koningsketting

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet valt uit te sluiten dat verdachte de ketting heeft geleend (van [naam 3] ). Evenmin kan worden uitgesloten dat [naam 3] de ketting ‘al een lang leven heeft’. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat de ketting van misdrijf afkomstig is, laat staan dat verdachte dat had moeten weten dan wel vermoeden. Aldus komt de rechtbank tot de conclusie dat niet is bewezen dat verdachte de ketting heeft witgewassen, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

- Twee paar schoenen

Louis Vuitton

Uit het proces-verbaal camerabeelden volgt dat verdachte op 9 mei 2016 bij Louis Vuitton een paar schoenen van € 600,- heeft gekocht (tegelijk met de Louis Vuitton bril).36 [getuige 2] heeft tijdens het politieverhoor op 29 juni 2016 verklaard dat de schoenen voor verdachte waren en dat zij ze heeft betaald.37

Zoals eerder geoordeeld, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [getuige 2] de schoenen met eigen middelen heeft betaald. Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van het geldbedrag. Naar het oordeel van de rechtbank is geen andere conclusie mogelijk dan dat het geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van het bovenstaande vast dat verdachte samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan witwassen door de schoenen te verwerven en voorhanden te hebben.

Nike schoenen

Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte volgt dat verdachte voor de Nike schoenen ter waarde van € 180,- heeft gekocht. Verdachte heeft hierover geen verklaring willen afleggen. Bij gebrek aan enig legale inkomstenbron en bij gebrek aan enige andere aannemelijke verklaring, acht de rechtbank het witwassen van deze schoenen eveneens bewezen.38

- Geldbedragen besteed aan (merk)kleding, (merk)schoenen, restaurant- en cafébezoek en levensonderhoud

De rechtbank verwijst op dit punt naar hetgeen hiervoor onder 3.1 is overwogen.

- Geldbedrag van € 3.000,- ten behoeve van het gebit van verdachte

Uit het dossier komt naar voren dat verdachte een behandeling heeft gehad aan zijn gebit. Uit WhatsApp gesprekken tussen verdachte, [getuige 1] , zijn broertje en zijn moeder volgt dat hij hiervoor € 3.000,- heeft betaald. 39 In het verhoor van 12 januari 2017 heeft verdachte te kennen gegeven over dit punt geen verklaring te willen afleggen.40 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat “het wel zou kunnen, dat hij dat bedrag daarvoor heeft betaald”.

Verdachte heeft geen verklaring gegeven hoe hij aan dit geld is gekomen. De rechtbank acht geen andere conclusie mogelijk dan dat het geld onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

- Geldbedragen betaald voor/aan anderen

Uit WhatsApp berichten in de telefoon van verdachte volgt dat hij diverse uitgaven ten behoeve van anderen heeft gedaan. Uit die berichten volgt dat verdachte in totaal € 1.405,- heeft betaald voor een zonnebril, Nike schoenen, fornuis en wasmachine en toilet portier etc.41 Verdachte heeft hierover geen verklaring willen afleggen.42 Nu de rechtbank hiervoor reeds tot een bewezenverklaring van het witwassen van de Nike schoenen komt, zal de rechtbank, om dubbeltelling te voorkomen, uitgaan van een bedrag van € 1.405,- minus € 180,- = € 1.225,-.

Nu verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van de geldbedragen, is er naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie mogelijk is dan dat de geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn geweest.

Conclusie

Een en ander leidt ertoe dat het onder 1 ten laste gelegde is bewezen, namelijk dat verdachte zich in de ten laste gelegde periode al dan niet tezamen met anderen heeft schuldig gemaakt aan witwassen. De rechtbank slaat hierbij acht op het zichtbare patroon, te weten dat verdachte veelal zelf geen verklaring heeft willen afleggen omtrent de aanschaf van een of meer van bovengenoemde voorwerpen, dan wel meermalen een ander persoon naar voren heeft geschoven die deze voorwerpen zou hebben betaald. Omdat hij de ten laste gelegde gedragingen gedurende een langere periode heeft herhaald, is bovendien bewezen dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Het op dergelijke structurele wijze witwassen van geldbedragen levert naar het oordeel van de rechtbank gewoontewitwassen op.

Openlijk geweld (feit 2)

De rechtbank acht – met de officier van justitie en de raadsvrouw – het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 juli 2014 tot en met 6 juni 2016 in Nederland,

al dan niet tezamen en in vereniging met één of meer anderen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij en/of zijn mededader(s) stelselmatig in voormelde periode een aantal voorwerpen, te weten:

- twee horloges, zijnde een horloge van het merk Rolex, serienummer 5929Y906 ter waarde van ongeveer € 5.250, en een horloge van het merk Rolex, model Oyster Datejust II 16334, serienummer 95TD4277, ter waarde van ongeveer € 6.500, en

- een geldbedrag van in totaal ongeveer € 2.337 (contant aangetroffen bij de fouillering van hem, verdachte), en

- een geldbedrag van in totaal € 7.367,11 ten behoeve van vakanties in Jamaica en Dominicaanse Republiek en Curaçao en Dubai en Ghana (daarbij inbegrepen de prijs van de vliegtickets), en

- één of meer geldbedragen van in totaal ongeveer € 1.060 ten behoeve van de huur van een auto (inclusief borg), merk Smart, en

- geldbedragen ten behoeve van de maandelijkse huur van een appartement in Londen, en

- geldbedragen ten behoeve van de huur en/of inrichting van een appartement in Rotterdam, zijnde in totaal ongeveer € 2.400, en

- drie zonnebrillen (twee van het merk Louis Vuitton, model Attitude en een van het merk Dior), en

- een auto (merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken] ) ter waarde van € 5.000, en

- een geldbedrag ten behoeve van een reparatie aan een auto (merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken] ) voor een bedrag van € 1.500, en

- twee paar schoenen (merk Louis Vuitton, model Run Away en Nike), en

- een of meer geldbedragen van in totaal € 3.000 ten behoeve van behandelingen aan zijn, verdachtes, gebit, en

- geldbedragen aan diverse personen ten behoeve van (onder meer) de aankoop van producten voor een bedrag van in totaal € 1.225,

verworven en/of voorhanden gehad en/of gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededaders (telkens) wist(en), dat bovenomschreven geldbedragen en/of voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1, derde gedachtestreepje, ten laste gelegde, te weten een geldbedrag van ongeveer € 2.337,- aangetroffen bij de fouillering. Zij heeft daartoe aangevoerd dat, nu het een geldbedrag in contanten betreft er geen sprake van een verhullings- of kwaliteitshandeling is.

De rechtbank overweegt als volgt. Ter vermijding van dubbele strafbaarheid heeft de Hoge Raad de reikwijdte van het witwasdelict afgebakend door middel van het formuleren van een kwalificatie-uitsluitingsgrond. Indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf, niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, kan die gedraging niet als witwassen worden gekwalificeerd. Van de kwalificatie-uitsluitingsgrond kan dus slechts dan sprake zijn als voldoende aannemelijk is dat sprake is van een geldbedrag of goed dat onmiddellijk afkomstig is uit eigen misdrijf.43

Voor een geslaagd beroep op de zogeheten kwalificatie-uitsluitingsgrond dient dan wel sprake te zijn van een voldoende concretisering van zowel de door verdachte (mede)gepleegde misdrijven als het verband tussen die misdrijven en het aangetroffen geldbedrag. In deze zaak ontbreekt die concretisering volledig. Het beroep op deze uitsluitingsgrond faalt dan ook. Overigens zou een geslaagd beroep niet hebben geleid tot vrijspraak, maar tot een ontslag van alle rechtsvervolging ter zake van het ten laste gelegde witwassen.

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat, wanneer tot een bewezenverklaring van feit 1 wordt gekomen, in de strafmaat uitgegaan dient te worden van een lager benadelingsbedrag, te weten een kleine dertigduizend euro over een periode van enkele jaren. Volgens de richtlijnen komt dat neer op een gevangenisstraf tussen de twee en vijf maanden. Tevens dient rekening te worden gehouden artikel 63 van het Wetboek van Strafvordering. De straf zou niet hoger moeten zijn dan het voorarrest.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf, bij gebreke van aparte oriëntatiepunten voor witwassen, in ogenschouw genomen de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) van de hoven en de rechtbanken voor fraude. Hieruit volgt dat bij fraude met een benadelingsbedrag tussen € 10.000,- en 70.000,- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee tot vijf maanden als oriëntatiepunt geldt. In deze zaak werken enkele omstandigheden echter strafverhogend.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna twee jaar, al dan niet met anderen, schuldig gemaakt aan het plegen van gewoontewitwassen door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken en daaraan een schijnbaar legale herkomst te verschaffen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Verdachte heeft enkel oog gehad voor eigen financieel gewin en het faciliteren van zijn luxueuze levensstijl. Hij heeft van crimineel geld geleefd als God in Frankrijk, waarbij het geld werd besteed aan reizen, horloges, merkkleding en appartementen. Deze van luxe doorspekte levensstijl werd vervolgens breed uitgedragen op social media. Verdachte heeft anderen voor zijn karretje gespannen om zelf buiten beeld te blijven. Verdachte heeft meermalen getuigen beïnvloed bij de door hen af te leggen verklaringen, waardoor zij verklaarden dat de aangetroffen spullen niet van verdachte waren maar van hen. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. Verdachte, tevens vader van twee kinderen, lijkt weinig verantwoordelijkheid te nemen voor zijn handelen. Daarbij houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte niet uit eigen beweging is gestopt met zijn witwaspraktijken, maar enkel door tussenkomst van de politie.

Uit het acht pagina’s tellende strafblad van verdachte van 9 januari 2018 blijkt dat verdachte vaker dan eens met justitie in aanraking is gekomen. Verdachte is eerder voor - onder andere - vermogensdelicten veroordeeld. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden opnieuw over te gaan tot het plegen van dergelijke feiten.

De rechtbank ziet aanleiding bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd, nu de rechtbank van een lager benadelingsbedrag uitgaat.

Gelet op de ernst van het feit kan niet worden volstaan met een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur voorarrest, zoals door de verdediging is betoogd. Alles afwegende en rekening houdende met de hiervoor genoemde omstandigheden acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden passend en geboden.

9 Beslag

Onder verdachte zijn, blijkens de beslaglijst van 25 januari 2018, de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. STK Personenauto [kenteken] VOLKSWAGEN GOLF Kl:blauw

2 Geld Euro 2335,00 (DWEDJ92.01.002)

7 1.00 STK Sieraard, ketting (DWEDJ92.01.003)

8 1.00 STK Doos, LOUIS VUITTON (KO219.02.02.001)

9 1.00 STK Brillekoker, LOUIS VUITTON (KO219.02.01.001.001)

10 1.00 STK Zonnebril, LOUIS VUITTON (KO219.02.01.001.001)

11 1.00 STK Doos, ZONNEBR.VUITTON (KO219.02.01.002)

12 1.00 STK Zonnebril, LOUIS VUITTON (KO219.02.01.002.001)

14 1.00 PR Kleding, SCHOENEN LOUBOUTIN (KO306.01.02.001)

16 1.00 PAJ Geld Vals, PAKJE VALSGELD 1200 EURO (KO306.01.05.001)

17 1.00 PAJ Geld Vals, PAKJE VALSGELD 1900 DOLLAR (KO306.01.05.001.001)

21 1.00 ZAK Poeder, ZAKJE MET WIT POEDER (KO306.06.01.001)

22 1.00 ZAK Poeder, DVD DOOS MET ZAK WIT POEDER (KO306.06.01.002)

9.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder nummer 16, 17, 21 en 22 inbeslaggenomen voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer. De overige voorwerpen, nummers 1, 2, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 14, dienen te worden verbeurd verklaard.

9.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van het beslag aan het oordeel van de rechtbank.

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De onder nummer 16, 17, 21 en 22 inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar. De voorwerpen zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Verbeurdverklaring

De onder nummer 1, 2, 8, 9, 10, 11, 12 en 14 inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met betrekking tot die voorwerpen het bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Retour aan rechthebbende

De inbeslaggenomen ketting, nummer 7, dient te worden geretourneerd aan de rechthebbende.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 47, 63 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder feit 1, dertiende gedachtestreepje, ten laste gelegde nietig.

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1

gewoontewitwassen

en

medeplegen van gewoontewitwassen

Verklaart het bewezene strafbaar

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd: nummer 1, 2, 8, 9, 10, 11, 12 en 14

Verklaart onttrokken aan het verkeer: nummer 16, 17, 21 en 22

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van: nummer 7

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en F. Dekkers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.M.H. Stikkers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 februari 2018.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en voldoen aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Verwezen wordt naar de desbetreffende pagina’s in de het dossier.

2 ZD C01, p. 266-268

3 ZD C01, p. 365 en C01 p. 69

4 BD E, p. 356-358

5 ZD C01, p. 442 en C01 p. 92

6 ZD C01, p. 440

7 ZD C01, p. 149

8 ZD C01, p. 93

9 ZD C01, p. 75

10 PD B01, p. 11-12

11 ZD C01, p. 699

12 ZD C01, p. 397-389

13 ZD C01, p. 703

14 PD B01, p. 73

15 ZD C01, p. 705

16 ZD C01, p. 503

17 ZD C01, p. 701

18 ZD C01, p. 274

19 ZD C01, p. 708

20 AD A, p. 207

21 ZD C01, p. 55-56

22 ZD C01, p. 708

23 ZD C01, p. 559-561

24 ZD C01, p. 562-566

25 ZD C01, p. 44-48

26 ZD C01, p. 43

27 ZD C01, p. 67-76

28 ZD C01, p. 709

29 ZD C01, p. 709

30 ZD C01, p. 74

31 ZD C01, p. 587-589

32 ZD C01, p. 279

33 ZD C01, p. 711

34 ZD C01, p. 609-632

35 ZD C01, p. 711

36 ZD C01, p. 44-48 en p. 43

37 ZD C01, p. 74-75

38 ZD C01, p. 495

39 ZD C01, p. 509-519

40 ZD C01, p. 699

41 ZD C01, p. 490-501

42 ZD C01, p. 715

43 ECLI:NL:HR:2010:BM4440