Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7635

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
31-10-2018
Zaaknummer
13/654147-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Ontuchtige handelingen met minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/654147-17

Datum uitspraak: 11 september 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 juli 2018 (inhoudelijke behandeling) en 28 augustus 2018 (formele sluiting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Grüschke, van de vordering van de benadeelde partij en van wat verdachte en zijn raadsman mr. E.G.S. Roethof naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is kort gezegd ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 juli 2017 schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer] , die toen de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde bewezen kan worden gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. Wat betreft de pleegperiode heeft de officier van justitie aansluiting gezocht bij wat verdachte heeft verklaard, namelijk dat het seksueel contact meermalen heeft plaatsgevonden tussen 3 mei 2016 en 31 juli 2017.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op de terechtzitting bekend dat hij meerdere keren seksueel contact heeft gehad met aangeefster. Hij heeft bovendien bevestigd dat hij wist dat zij toen 15 jaar oud was. De rechtbank acht het ten laste gelegde dan ook bewezen.

Omdat verdachte het feit heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, wordt op grond van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de gebruikte bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring die verdachte op de terechtzitting heeft afgelegd;

2. Een proces-verbaal van verhoor aangever, met nummer 2017194108 van 28 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pag. 1 01-04 t/m 1 01-10;

3. Een proces-verbaal van verhoor getuige met bijlagen, met nummer 2017194108 van 3 oktober 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , pag. 3 01-01 t/m 3 01-56.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

in de periode van 1 december 2016 tot en met 31 juli 2017 te Amsterdam meermalen met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en

- de borsten en billen van die [slachtoffer] betast.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van voorarrest. Daarvan zouden vier maanden voorwaardelijk moeten worden opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. Verdachte moet zich in die proeftijd houden aan bijzondere voorwaarden, namelijk een contactverbod met het slachtoffer en het meewerken aan controles op zijn internetgebruik. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat een groot deel van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk moet worden opgelegd. Het onvoorwaardelijk strafdeel zou maximaal het aantal dagen dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht moeten bedragen. Daarnaast heeft hij verzocht om aan verdachte de geadviseerde bijzondere voorwaarden op te leggen, met daarbij de dadelijke uitvoerbaarheid.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan het hebben van seksueel contact met een minderjarig meisje. Het slachtoffer was 15 jaar oud en verdachte was op de hoogte van haar leeftijd. Door zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van een jong meisje. Op jeugdige leeftijd moeten kinderen in hun eigen tempo leren omgaan met de ontwikkeling op seksueel gebied. Daarbij moeten zij beschermd worden tegen personen die door hun leeftijd overwicht op hen hebben. Dat is de reden dat de wetgever seksueel contact tussen volwassen en kinderen onder de zestien jaren strafbaar heeft gesteld.

De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat verdachte ten tijde van het seksueel contact met het slachtoffer in een schorsing van de voorlopige hechtenis voor eenzelfde soort feit liep. Dit betekent dat verdachte een gewaarschuwd mens was. Uit het strafblad van verdachte van 6 juli 2018 blijkt dat hij inmiddels voor dit feit is veroordeeld tot een gevangenisstraf.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat, naast het grote leeftijdsverschil, niet is gebleken van enige dwang of drang die het slachtoffer ertoe heeft gebracht seksueel contact met verdachte te hebben. Op de zitting heeft verdachte ervan blijk gegeven het afkeurenswaardige van zijn gedrag in te zien en open te staan voor behandeling.

De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om aan verdachte een andere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van 8 maanden opleggen waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank zal hieraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank ziet in wat de officier van justitie en de verdediging hebben aangevoerd geen aanleiding om de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden te bevelen. Bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf wordt de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten daarvan afgetrokken. Naast de gevangenisstraf zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf van 60 uur opleggen.

9 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert € 3.000,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 1 december 2016.

In het belang van [slachtoffer] wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 57, 63 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, 4 (vier) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene en bijzondere voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- Veroordeelde moet zich na oproep melden bij Reclassering Nederland, [adres] . Hierna moet hij zich gedurende bepaalde perioden blijven melden zo frequent als Reclassering Nederland dat nodig acht.

- Veroordeelde moet zich laten behandelen bij de forensische polikliniek De Waag, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

- Veroordeelde mag gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- Veroordeelde is verplicht om zich te onthouden van het op digitale wijze met een seksuele intentie te communiceren met kinderen. Veroordeelde onthoudt zich verder van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen, gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met kinderen wordt gecommuniceerd en elke gedraging met betrekking tot kinderporno. De reclassering kan, in het kader van toezicht, controle uitoefenen op digitale gegevensdragers van veroordeelde, waarop afbeelden kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd.

- Veroordeelde is verplicht mee te werken aan de aanmelding voor een begeleid wonen traject als dit door de reclassering wordt geïndiceerd.

Geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 60 (zestig) uur, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 (dertig) dagen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 1.000,00 (zegge duizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 december 2016) tot aan de dag van de voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] van een bedrag van € 1.000,00 (zegge duizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 december 2016) tot aan de dag van de voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

- Tablet (5470244)

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. M.J.E. Geradts en J. Huber, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Harrewijn, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 september 2018.