Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7626

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-10-2018
Datum publicatie
31-10-2018
Zaaknummer
13/751601-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Overlevering ivm vervolging in Duitsland

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751601-18

RK-nummer: 18/6358

Datum uitspraak: 23 oktober 2018

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 13 september 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2018 door de Staatsanwaltschaft Osnabrück (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (Roemenië)

op dit moment uit anderen hoofde gedetineerd in de Pentitentiaire Inrichting [naam P.I.] ,

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 oktober 2018. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek.

De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van het aanwezigheidsrecht ter terechtzitting. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. R. Bouwman, advocaat te Amsterdam, heeft verklaard door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk gemachtigd te zijn namens hem het woord te voeren.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van de Rechtbank in Osnabrück van 9 juli 2018 met parketnummer 246 Gs 229/18.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan vijftien naar het recht van Duitsland strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het EAB ongenoegzaam is, omdat in de vertaling op pagina 8 de contactgegevens van de uitvaardigende autoriteit niet zijn ingevuld. De rechtbank overweegt dat deze gegevens in het Duitse EAB wel staan vermeld. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat om deze reden geen sprake is van een ongenoegzaam EAB.

4 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op de feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Staatsanwaltschaft Osnabrück ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. C.A. van Dijk en A.W.C.M. van Emmerik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.E. van Diepen, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 23 oktober 2018.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

[A/B/C]