Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7524

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-09-2018
Datum publicatie
29-10-2018
Zaaknummer
13.751566-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Executie-EAB. Verweer artikel 12 OLW verworpen. Overlevering toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.751566-18

RK nummer: 18/4598

Datum uitspraak: 20 september 2018

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 16 juli 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 24 maart 2017 door the office of the Prosecutor General attached to the Court of Appeal of Trieste (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortedag] 1985,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in het [detentieadres],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 september 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat te Haarlem en door een tolk in de Engelse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Italiaanse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Judgment no. 1255/2016 (276/2012 – R.G.N.R.) by the Court of Appeal of Trieste van 11 oktober 2016, in part overturning the judgment issued by the Court of Gorizia van 23 maart 2015, waarin aan de opgeëiste persoon een straf van twee jaren, elf maanden en tien dagen is opgelegd.

Bij beslissing van 16 februari 2017 heeft the Office of the Prosecutor General of the Republic of Trieste een Order for the Enforcement of Concurrent Sentences, met kenmerk: 51/2017 SIEP, uitgevaardigd, waarin de in voormeld Court of Appeal-vonnis opgelegde straf is verdisconteerd. De andere straf die hierin is verdisconteerd is de straf die is opgelegd in de procedure die is beschreven in een ander EAB (parketnummer: 13.751.484-18), waarin eveneens vandaag uitspraak wordt gedaan.

In beide EAB’s wordt de overlevering verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de samengestelde vrijheidsstraf die in de Order for the Enforcement of Concurrent Sentences no. 51/2017 SIEP is vastgesteld op twee jaren, elf maanden en tien dagen. Van deze straf resteren nog twee jaren, tien maanden en 23 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemde Order.

Het arrest van the Court of Appeal of Trieste van 11 oktober 2016 betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Op basis van het dossier en de eigen verklaring van de opgeëiste persoon ter zitting van 6 september 2018, stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de behandeling ter terechtzitting bij the Court of Appeal of Trieste, dat hij een door hem gekozen advocaat heeft gemachtigd en dat die advocaat ter terechtzitting zijn verdediging heeft gevoerd. Ervan uitgaande dat in het hoger beroep de strafzaak in zijn geheel opnieuw kon worden beoordeeld, is ten aanzien van het arrest van the Court of Appeal of Trieste van 11 oktober 2016 is dus sprake van de situatie zoals beschreven in artikel 12, onder b, OLW.

De raadsman heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd, dan wel dat de zaak moet worden aangehouden voor het opvragen van een garantie dat de opgeëiste persoon in verzet of beroep kan gaan tegen de Order for the Enforcement of Concurrent Sentences van 16 februari 2017 van the Office of the Prosecutor General of the Republic of Trieste.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het verweer niet kan slagen. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 1 augustus 2018 leidt de rechtbank immers af dat de procedure voor vaststelling van de Order for the Enforcement of Concurrent Sentences geen beoordelingsmarge omvat in de zin van punt 88 van het arrest van 10 augustus 2017 van het Hof van Justitie van de Europese Unie1, zodat deze niet relevant kan worden beschouwd voor toepassing van artikel 4 bis lid 1 van Kaderbesluit 2002/584/JBZ dan wel artikel 12 OLW2. Het verweer wordt verworpen.

De weigeringsgrond van artikel 12 OLW staat daarom niet aan overlevering in de weg.

4 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 20 en 23, te weten:

oplichting

vervalsing van betaalmiddelen

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

De rechtbank merkt (nogmaals) op dat zowel in deze zaak als in de gelijktijdig behandelde zaak met parketnummer 13.751.484-18 – waarin ook vandaag uitspraak wordt gedaan – de overlevering wordt toegestaan ten behoeve van dezelfde Order for the Enforcement of Concurrent Sentences van 16 februari 2017 van the Office of the Prosecutor General of the Republic of Trieste waarin de straffen die zijn opgelegd bij de procedures uit beide EAB’s zijn samengevoegd tot één straf van twee jaren, elf maanden en tien dagen.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5,7 en 12 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the office of the Prosecutor General attached to the Court of Appeal of Trieste (Italië) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, opgelegd bij de Order for the Enforcement of Concurrent Sentences van 16 februari 2017 door the Office of the Prosecutor General of the Republic of Trieste.

Aldus gedaan door

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. M. van Mourik en T.B. Trotman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 20 september 2018.

De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

1 De zaak Zdziaszek, C-271/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:629.

2 Vergelijk Rechtbank Amsterdam 26 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7856.