Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7523

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
29-10-2018
Zaaknummer
13/751445-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Executie-EAB Polen. Overlevering toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751445-18

RK nummer: 18/3803

Datum uitspraak: 6 september 2018

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 juni 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 9 april 2018 door the Regional Court in Gliwice (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1990,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres:

[adres]

thans gedetineerd in [detentieadres],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 juli 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.

Op deze zitting is als raadsman verschenen mr. M.J. Crombach, advocaat te Breda – waarnemend voor mr. R. van ’t Land – en een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft op 26 juli 2018 de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

Het onderzoek is op 26 juli 2018 voor onbepaalde tijd geschorst in verband met een – voorafgaand aan de zitting ingediend – aanhoudingsverzoek van de nieuwe advocaat van de opgeëiste persoon, mr. T. Nieuwburg, advocaat te Amsterdam.

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 6 september 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. T. Nieuwburg en door een tolk in de Poolse taal.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van twee strafrechtelijke procedures:

Een vonnis van 27 maart 2015 van the District Court in Gliwice, met kenmerk: III K 147/14, in hoger beroep gewijzigd bij uitspraak van 18 augustus 2015 van the Regional Court in Gliwice, met kenmerk: VI Ka 508/15;

Een vonnis van 1 maart 2017 van the District Court in Gliwice, met kenmerk: III K 515/16, in hoger beroep bevestigd bij uitspraak van 30 juni 2017 van the Regional Court in Gliwice, met kenmerk: VI Ka 428/17;

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen voor de duur van 8 maanden (opgelegd in procedure I) en 2 jaar en 6 maanden (opgelegd in procedure II), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straffen moeten nog volledig worden uitgezeten.

Deze veroordelingen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

Met de raadsman en de officier van justitie leidt de rechtbank uit het dossier af dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet geldt; de opgeëiste persoon was ofwel zelf aanwezig bij de behandeling ter terechtzitting die tot de veroordeling heeft geleid, ofwel een door de opgeëiste persoon gemachtigd advocaat was aanwezig en heeft ter terechtzitting de verdediging gevoerd.

4 Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

medeplegen van mishandeling

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

5 Verzoek om aanhouding

De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de behandeling omdat de Poolse advocaat van de opgeëiste persoon op 4 september 2018 verzoeken heeft ingediend bij the District Court in Gliwice tot uitstel van de tenuitvoerlegging van de opgelegde straffen.

De officier van justitie heeft zich tegen het aanhoudingsverzoek verzet.

De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek af omdat de verzoeken tot uitstel van de tenuitvoerlegging veel eerder ingediend hadden kunnen worden, nu het laatste vonnis dateert van 30 juni 2017. Bovendien is niet duidelijk of en wanneer deze verzoeken zullen worden behandeld.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 47, 300 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Gliwice ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,

mrs. M. van Mourik en T.B. Trotman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 6 september 2018.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.