Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:7402

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-10-2018
Datum publicatie
19-10-2018
Zaaknummer
Parketnummer: 13-845033-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 55-jarige man krijgt 30 maanden gevangenisstraf voor het, tussen januari 2015 en april 2018, witwassen van ruim 800.000 euro en voor het als bestuurder van bedrijven ontduiken van omzetbelasting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 23-10-2018
FutD 2018-2853
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13-845033-18

[verdachte]

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-845033-18

Datum uitspraak: 18 oktober 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] , thans gedetineerd te: [Justitieel Complex]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 oktober 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.M. Pauwelussen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. S. Ramdihal naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

2.1

Verdachte is een zevental feiten tenlastegelegd dat ziet op fraude door middel van meerdere bedrijven. Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

1. witwassen van € 825.714,- in de periode van 1 januari 2015 tot en met 10 april 2018;

2. feitelijk leiding geven aan Surmé Food BV bij het niet of te laat doen van omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2014. Subsidiair tenlastegelegd als het zelf, al dan niet met anderen, niet of niet op tijd doen van die aangifte;

3. feitelijk leiding geven aan Surmé Food BV bij het opmaken van een valse suppletieaangifte over het vierde kwartaal van 2014 door te lage bedragen op te geven. Subsidiair tenlastegelegd als het zelf, al dan niet met anderen, opmaken van die aangifte. Meer subsidiair tenlastegelegd als feitelijk leiding geven aan het doen van onjuiste aangifte en meest subsidiair als het alleen, al dan niet met anderen, doen van die onjuiste aangifte;

4. feitelijk leiding geven aan One Vision en Print Centrum BV bij het niet of te laat doen van aangifte omzetbelasting over het tweede en vierde kwartaal van 2015. Subsidiair tenlastegelegd als het zelf, al dan niet met anderen, plegen van dit feit;

5. feitelijk leiding geven aan One Vision en Print Centrum BV bij het doen van onjuiste aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal van 2015 door te lage bedragen op te geven. Subsidiair tenlastegelegd als het alleen, al dan niet met anderen, doen van die onjuiste aangifte;

6. feitelijk leiding geven aan One Vision en Print Centrum BV bij het niet of te laat betalen van de verschuldigde belasting over het derde kwartaal van 2015. Subsidiair tenlastegelegd als het alleen, al dan niet met anderen, niet of te laat betalen van die belasting;

7. feitelijk leiding geven aan Damla BV bij het doen van onjuiste aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2016 door een te laag bedrag op te geven. Subsidiair tenlastegelegd als het alleen, al dan niet met anderen, doen van die aangifte.

2.2.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir, kort samengevat, op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2, 4 tot en met 7 tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden. Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde vordert de officier van justitie vrijspraak.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft zij aangevoerd dat er voldoende bewijs is, omdat uit het dossier blijkt dat het geld naar verdachte is gegaan en verdachte geen enkele legale verklaring heeft voor het geld op de rekening van Surmé Food BV (hierna: Surmé). Hij heeft daarmee geen aannemelijke concrete en min of meer verifieerbare verklaring gegeven voor een legale herkomst van de gelden.

Het onder 2 tenlastegelegde feitelijk leiding geven aan het niet doen van aangifte omzetbelasting door Surmé kan eveneens bewezen worden. Er is een nihilaangifte gedaan, terwijl uit het dossier blijkt dat er inkomsten waren. Bovendien blijkt uit het dossier dat verdachte feitelijk Surmé bestuurde, ook in de perioden dat hij niet formeel als bestuurder stond ingeschreven.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde vordert de officier van justitie vrijspraak omdat gelet op de verklaring van [naam belastingadviseur] de onjuiste nihilaangifte niet aan verdachte is toe te rekenen.

Ten aanzien van de feiten 4, 5 en6 is voldoende bewijs voorhanden dat er door One Vision en Print Centrum BV (hierna: One Vision) geen aangiften zijn gedaan over het tweede en vierde kwartaal, dat er een onjuiste aangifte is gedaan over het derde kwartaal én dat de verschuldigde omzet over dat 3e kwartaal niet is betaald. Uit het dossier blijkt dat verdachte deze feiten als feitelijk leidinggever heeft gepleegd.

Het onder 7 tenlastegelegde kan eveneens bewezen worden nu namens Damla BV (hierna: Damla) met betrekking tot het eerste kwartaal 2016 een nihilaangifte is gedaan die niet klopt. Verdachte heeft hieraan feitelijk leiding gegeven nu hij ook buiten de periode dat hij als bestuurder van Damla stond ingeschreven, Damla feitelijk bestuurde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft overeenkomstig de op schrift gestelde pleitnotitie vrijspraak bepleit ten aanzien van alle feiten. Hij heeft daartoe kort samengevat het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde witwassen moet verdachte worden vrijgesproken wegens het ontbreken van enig overtuigend bewijs dat het geld afkomstig is uit enig misdrijf, danwel wegens het ontbreken van verhullingshandelingen. Meer subsidiair dient vrijspraak te volgen voor de periode dat verdachte geen bestuurder meer was of in elk geval voor de periode nadat Surmé was uitgeschreven uit de Kamer van Koophandel (hierna: KvK).

Ten aanzien van feit 2 ontbreekt het overtuigend bewijs dat verdachte in de tenlastegelegde periode feitelijk leiding gaf aan Surmé en dus verantwoordelijk was voor de te late aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2014. Subsidiair kan slechts een beperktere periode bewezen worden.

Het onder 3 tenlastegelegde kan niet bewezen worden nu niet is gebleken dat de suppletieaangifte door verdachte is opgemaakt of ingediend. Enig medeplegen of feitelijk leiding geven aan de gedraging blijkt niet uit het dossier.

Ten aanzien van feiten 4, 5 en 6 stelt de verdediging zich primair op het standpunt dat het overtuigende bewijs ontbreekt dat verdachte feitelijk leidinggevende was en dus verantwoordelijk was voor de aangiften omzetbelasting en de betaling daarvan. Subsidiair (voor feiten 4 en 5) is verdachte slechts verantwoordelijk voor een beperkte periode.

Ook voor feit 7 dient vrijspraak te volgen nu het overtuigend bewijs ontbreekt dat verdachte feitelijk leiding gaf aan Damla en dus verantwoordelijk was voor de onjuiste aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2016.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Het oordeel over het onder 2 tenlastegelegde

Uit het jaaroverzicht omzetbelasting van Surmé blijkt dat er over het vierde kwartaal van 2014 sprake is van aangifteverzuim bij Surmé.12 In de tijdvakken daarvoor is telkens wel aangifte omzetbelasting gedaan.3 Op 26 februari 2015 is een systeemaanslag omzetbelasting opgelegd. Daarna, op 1 april 2015, werd namens Surmé een nihilaangifte gedaan. Uit het dossier blijkt echter dat Surmé over het 4e kwartaal wel handel heeft gedreven, daarvoor facturen aan afnemers heeft verzonden en dat (een deel van) die facturen ook voldaan zijn.4

Volgens de omschrijvingen op de facturen gaat het onder meer om leveringen van parfum. Op USB-sticks die bij verdachte en in de woning van zijn ex-vrouw zijn aangetroffen, zijn eveneens bestanden en facturen van Surmé gevonden die betrekking hebben op het vierde kwartaal van 2014.5

[naam bestuurder] , die als bestuurder van Surmé stond ingeschreven in de periode 27 juni 2005 tot 14 november 2014, verklaarde dat hij nooit belastingaangifte heeft gedaan, maar dat zijn boekhouder dat deed. De boekhouder van [naam bestuurder] , [naam boekhouder] , verklaarde dat hij de aangifte van het 4e kwartaal van 2014 niet heeft ingediend.6 Ook [naam belastingadviseur] , belastingadviseur van [naam bestuurder] en Surmé verklaarde dat hij voornoemde aangifte niet heeft ingediend.7

De rechtbank stelt daarom vast dat Surmé geen aangifte omzetbelasting heeft gedaan over het vierde kwartaal van 2014 terwijl zij daartoe wel verplicht was.

Leiding geven

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte in de periode van 1 januari 2015 tot 1 april 2015 – de periode waarin Surmé de aangifte omzetbelasting had moeten doen - feitelijk leiding gaf aan Surmé.

Uit onderzoek naar het bankrekeningnummer van Surmé is gebleken dat in de periode van juli 2014 tot en met mei 2015 een bedrag van € 1.192.614,44 werd af- en bijgeboekt en dat verdachte de vertegenwoordiger van de rekening was. Ook blijkt uit een transactieoverzicht van de bankrekening dat op 19 december 2014 een betaling van € 250.000,- met omschrijving ‘Parformer Nr 224’ is gedaan. In de blauwe ordner met opschrift “BV Surmé” die bij de doorzoeking in de woning van de ex-vrouw van verdachte op de [adres 1] is aangetroffen, is een brief gevonden van de ING bank gericht aan Surmé waarin wordt gevraagd naar de bijgeschreven € 250.000,-. De brief heeft de aanhef: “Geachte heer [verdachte] ”.8

Verdachte was van 12 december 2014 tot 10 januari 2015 bestuurder van Surmé en had de BV overgenomen van [naam 1] . Op 10 januari 2015 werd het bestuur formeel overgedragen aan [naam 2] .9 [naam 2] heeft verklaard dat hij nooit over een bankrekening of bankpas heeft beschikt.10 [naam 1] verklaarde dat verdachte alle facturen regelde en over de rekening en de bankpas beschikte.11 Verdachte heeft dat in een ander onderzoek, onderzoek ‘Lepelaar’, bevestigd.12 [naam 1] heeft tevens verklaard dat verdachte feitelijk zeggenschap had over Surmé.

Daarnaast blijkt uit diverse verklaringen dat het verdachte was die feitelijk in goederen handelde namens Surmé met de personen van bedrijven die met de facturen en afschriften overeenkwamen. De facturen werden vooral contant betaald door verdachte.13 De rechtbank is van oordeel dat ondanks dat verdachte niet gedurende de gehele tenlastegelegde periode ingeschreven stond als bestuurder van Surmé hij, gelet op het voorgaande, Surmé gedurende deze periode wel feitelijk bestuurde. Nu verdachte als (feitelijk) bestuurder van Surmé geen aangifte omzetbelasting heeft gedaan over het vierde kwartaal van 2014, terwijl Surmé daartoe wel verplicht was, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van feit 2.

Vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank acht - met de raadsman en de officier van justitie- niet bewezen wat onder 3 is tenlastegelegd nu niet is vast komen te staan dat de tenlastegelegde suppletieaangifte is opgemaakt of ingediend door verdachte. De suppletieaangifte is ingediend op naam van [naam bestuurder] . De belastingadviseur van [naam bestuurder] , [naam belastingadviseur] , heeft verklaard dat hij waarschijnlijk voornoemde aangifte namens [naam bestuurder] heeft ingediend. Verdachte zal van het onder 3 tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Het oordeel over het onder 1 tenlastegelegde (witwassen)

Uit ING bankafschriften en internetbankierenprints blijkt dat er grote bedragen zijn opgenomen en overgeboekt van de rekening van Surmé.14 Zo blijkt dat in de periode van 5 januari 2015 tot en met 2 april 2015 voor € 664.000,- aan contante opnamen zijn verricht.15 Deze opnames werden gemeld als ongebruikelijke transacties, omdat van de rekening meerdere grote bedragen contant werden opgenomen terwijl dat in periode daarvoor niet was voorgekomen.

Op 2 januari 2015 werd per spoedoverboeking een bedrag van € 150.000,- overgeboekt naar de rekening van Stichting Exploitatie horecaonderneming, met als omschrijving de naam van verdachte.16 De partner van verdachte, die op dat moment bestuurder was van Stichting Exploitatie horecaonderneming, kent het rekeningnummer niet en weet niets van de overboeking.17 Diezelfde dag werd er € 100.000 overgeboekt op de rekening van ANS Trading.18 De bestuurder van ANS Trading is [naam 3] , een relatie van verdachte.19 Verdachte heeft echter een brief van ANS Trading als manager ondertekend.20 Bij verdachte en zijn ex-vrouw zijn bescheiden aangetroffen met betrekking tot ANS Trading. Zo zijn er kopieën van betaalpassen aangetroffen. Bij doorzoeking in zijn huis [woonplaats] is een bruine leren tas aangetroffen. In die tas is een brief gevonden van de KvK gericht aan ANS Trading en een jaarrapport van het bedrijf.21 Verdachte beschikt dus over de administratie van ANS Trading.

Vervolgens werd op 22 mei 2015 € 11.714,77 overgeboekt naar de rekening van verdachte.22

Onder verwijzing naar het hierboven weergegeven oordeel inzake feit 2 gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte, ook buiten de periode dat hij als bestuurder stond ingeschreven, feitelijk leiding gaf aan Surmé en de bankpas beheerde. In de ordner die bij de ex-vrouw van verdachte is aangetroffen, en van verdachte is, zijn bankafschriftmutaties en transactiebonnen van Surmé gevonden die betrekking hebben op voornoemde opnames en overboeking.23 Een aantal van deze bestanden zijn gericht aan verdachte.24

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van bovengenoemde transacties waarbij verdachte grote bedragen heeft overgeboekt en contant heeft opgenomen (die als verdachte transacties zijn aangemerkt), terwijl verdachte over onvoldoende legale inkomsten beschikte, in onderling verband en samenhang beschouwd, sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen.

Nu sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.

Verdachte heeft echter geen enkele verklaring afgelegd met betrekking tot de herkomst van dit geld die het vermoeden kan ontzenuwen. Nu verdachte geen verklaring heeft afgelegd die min of meer verifieerbaar is kan het op grond hiervan - naar het oordeel van de rechtbank - niet anders zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde bedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte hiervan op de hoogte was.

Het oordeel over het onder 4, 5 en 6 tenlastegelegde

Uit het jaaroverzicht omzetbelasting 2015 blijkt dat One Vision geen aangifte omzetbelasting heeft gedaan over het tweede en vierde kwartaal van 2015.25 One Vision heeft over die kwartalen echter wel gefactureerd aan afnemers en daarbij btw in rekening gebracht.26 Afnemers verklaren, nadat facturen zijn getoond, dat One Vision hun leverancier was en dat de goederen vermeld op de facturen daadwerkelijk gekocht en betaald zijn, soms met contant geld.27

Op de bankrekening van One Vision staan in het tweede kwartaal 2015 voor een bedrag van € 148.856,39 aan bijschrijvingen, die gezien de omschrijving als zakelijk kunnen worden aangemerkt. In het vierde kwartaal gaat het om € 355.044,36.28

Daarnaast heeft One Vision bij de aangifte van het derde kwartaal van 2015 € 825.695,- aan omzet tegen algemeen tarief en € 29.395,- tegen nultarief opgegeven.29 Beide bedragen konden niet worden aangetoond. De belastingdienst heeft getracht een controle in te stellen, maar er is nooit gereageerd door One Vision.30 Er is een controlerapport van 4 maart 2016 waaruit onder meer blijkt dat One Vision goederen van leveranciers uit Duitsland en Ierland heeft betrokken. Deze zijn echter niet verantwoord in de aangifte.

Er zijn ook met betrekking tot het derde kwartaal van 2015 facturen aangetroffen ter zake van de levering van goederen, waar omzetbelasting in rekening wordt gebracht.31 Uit onderzoek naar de bankrekening van One Vision blijkt dat in het derde kwartaal van 2015 een bedrag van € 477.784,- is bijgeschreven, terwijl € 999.091,- is aangegeven in de aangifte.32

Volgens de aangifte omzetbelasting van One Vision is over het derde kwartaal 2015 € 173.396,- aan btw verschuldigd over de omzet, bedraagt de voorbelasting € 166.415,- en is per saldo € 6.891,- verschuldigd.33 Dit bedrag is vervolgens echter niet voldaan door One Vision.34

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat bewezen is dat door One Vision geen aangifte is gedaan over het tweede en vierde kwartaal van 2015 en dat het bedrijf een onjuiste aangifte over het derde kwartaal van dat jaar heeft gedaan. De verschuldigde omzet over dat derde kwartaal is bovendien niet betaald.

Leiding geven

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of verdachte hieraan feitelijk leiding heeft gegeven.

In de periode 8 mei 2015 tot 21 mei 2015 was verdachte, via de Stichting Business & Management, bestuurder van One Vision.35 Van 21 mei 2015 tot 28 oktober 2015 stond [naam 4] ingeschreven als bestuurder waarna, van 28 oktober 2015 tot 30 november 2015 [naam 5] als bestuurder stond ingeschreven. [naam 5] heeft verklaard dat hij door verdachte is gevraagd om tegen betaling bestuurder te worden.36 Hij heeft verklaard dat hij zich samen met verdachte bij de KvK heeft ingeschreven en dat hij vaker vennootschappen van verdachte op zijn naam heeft gehad. Volgens [naam 5] regelde verdachte de belastingaangiften. In tegenstelling tot wat de verdediging heeft aangevoerd acht de rechtbank de verklaring van [naam 5] wél geloofwaardig ten aanzien van het feitelijk leiding geven, omdat de verklaring op dit onderdeel wordt ondersteund door de vondst van de facturen en bestanden die bij verdachte thuis en bij zijn ex-vrouw zijn aangetroffen. In de ordner van verdachte die daar is gevonden zaten brieven die betrekking hebben op One Vision en waren gericht aan verdachte. Daarnaast zijn bij verdachte en zijn ex-vrouw USB sticks aangetroffen waarop bestanden en facturen van One Vision zijn gevonden die onder andere betrekking hebben op het tweede, derde en vierde kwartaal van 2015.37 [naam 6] , voormalig bestuurder van de Stichting Business & Management, heeft verklaard dat zij niet wist dat zij bestuurder was en ook niets wist van bankrekeningen van de stichting.38 Een kopie van haar identiteitskaart is bij de ex-vrouw van verdachte aangetroffen.39

[naam 4] heeft verklaard dat hij samen met verdachte naar de KvK is geweest om zich als bestuurder van One Vision in te schrijven.40 [naam 4] verklaarde dat hij de getoonde facturen niet kent en niets weet van een aangifte omzetbelasting. Hij was in de veronderstelling dat het bedrijf auto’s verkocht. Naar eigen zeggen heeft hij nadat hij een rekening heeft geopend de bankpas direct aan verdachte gegeven. [naam 4] verklaarde dat verdachte de baas was en verdachte alles wist en regelde. Boekhouder [naam boekhouder] heeft verklaard dat One Vision door verdachte bij hem is gebracht voor het doen van aangifte.41

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, ook naast de periode dat hij formeel als bestuurder stond ingeschreven, feitelijk leiding heeft gegeven aan One Vision en aldus feitelijk leiding heeft gegeven aan One Vision bij het niet en onjuist doen van de genoemde aangiften.

Het oordeel over het onder 7 ten laste gelegde

Namens Damla is er over het eerste kwartaal van 2016 een nihilaangifte omzetbelasting ingediend,42 terwijl volgens informatie uit het VIES systeem en informatie van Duitse autoriteiten door Damla in maart 2016 voor € 96.000,- intracommunautair aan haar is geleverd. Damla had wegens de intracommunautaire verwerving de verschuldigde btw ter hoogte van € 20.160,- moeten aangeven.43

Daarnaast heeft Damla in het eerste kwartaal van 2016 facturen aan afnemers verstrekt ter zake van de levering van goederen. Op deze facturen staat dat aan de afnemer omzetbelasting in rekening wordt gebracht. Uit onderzoek is bovendien gebleken dat op de bankrekening van Damla, met betrekking tot het eerste kwartaal 2016, diverse inkomsten staan met zakelijke omschrijvingen.44

De rechtbank stelt vast dat door Damla over het eerste kwartaal 2016 een onjuiste aangifte omzetbelasting is gedaan.

Leiding geven

Heeft verdachte ook hieraan feitelijk leiding gegeven?

De Duitse belastingdienst stelde vast dat de bovengenoemde auto’s contant door verdachte zijn betaald. Bij het bedrijf in Duitsland zijn kopieën van identiteitskaarten van verdachte aangetroffen, een KvK stuk van Stichting Business & Management waarop verdachte als bestuurder staat aangegeven en een uittreksel van Damla waarop de stichting als bestuurder staat aangegeven.45 Verdachte was van 13 mei 2015 tot 9 december 2015 formeel bestuurder van Damla, waarna [naam 7] tot 15 augustus 2016 als bestuurder stond ingeschreven en vervolgens [naam 5] tot 10 november 2016. [naam 7] heeft verklaard dat hij Damla van verdachte zou overnemen, maar dat hij nooit de administratie heeft ontvangen. De aankoop van auto’s door Damla zegt hem ook niets. Volgens [naam 7] heeft verdachte de nihilaangifte gedaan.46 [naam 5] heeft verklaard dat hij door verdachte is benaderd om tegen betaling bestuurder te worden voor Damla. Hij hoefde hiervoor niets te doen.47

Bij verdachte en zijn ex-vrouw zijn ook bestanden en facturen gevonden die onder andere betrekking hebben op Damla en het eerste kwartaal van 2016.48

Ondanks het feit dat verdachte formeel geen bestuurder meer was van Damla kan het gelet op de getuigenverklaringen en de aangetroffen papieren niet anders zijn dan dat verdachte in de tenlastegelegde periode feitelijk bestuurder was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het door Damla onjuist indienen van de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2016.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 10 april 2018, in Amsterdam, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte bedragen van in totaal € 825.714,-, afkomstig van de bankrekening van Surmé Food B.V. verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij wist dat deze bedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig misdrijf;

2.

Surmé Food B.V., in de periode van 1 januari 2015 tot 1 april 2015, in Nederland, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de omzetbelasting over het 4e kwartaal 2014 t.n.v. Surmé Food B.V., niet of niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn heeft gedaan, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven; zulks terwijl hij, verdachte, daaraan feitelijke leiding heeft gegeven;

4 primair.

One Vision Druk en Print Centrum B.V., in de periode van 1 mei 2015 tot en met 10 april 2018, in Nederland, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting over het 2e en het 4e kwartaal 2015 t.n.v. One Vision Druk en Print Centrum B.V., niet of niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn heeft gedaan, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

zulks terwijl hij, verdachte, daaraan feitelijke leiding heeft gegeven;

5 primair.

One Vision Druk en Print Centrum B.V., op 25 oktober 2015, in Nederland, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de omzetbelasting over het 3e kwartaal 2015 t.n.v. One Vision Druk en Print Centrum B.V., onjuist heeft gedaan, immers heeft zij opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljet omzetbelasting over genoemd kwartaal een te laag belastbaar bedrag, althans een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting werd geheven; zulks terwijl hij, verdachte, daaraan feitelijke leiding heeft gegeven;

6 primair.

One Vision Druk en Print Centrum B.V., in de periode van 25 oktober 2015 tot en met 10 april 2018, in Nederland, opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen, te weten de omzetbelasting te voldoen en/of af te dragen op de door One Vision Druk en Print Centrum B.V. ingediende aangifte omzetbelasting over het 3e kwartaal 2015, niet heeft betaald; zulks terwijl hij, verdachte, daaraan feitelijke leiding heeft gegeven;

7 primair.

Damla B.V., op 29 april 2016, in Nederland, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de omzetbelasting over het 1e kwartaal 2016 t.n.v. Damla B.V., onjuist heeft gedaan, immers heeft zij opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljet omzetbelasting over genoemd kwartaal een te laag belastbaar bedrag terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting werd geheven; zulks terwijl hij, verdachte, daaraan feitelijke leiding heeft gegeven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van het beslag vordert de officier het geldbedrag van € 500,- en de Volkswagen Passat verbeurd te verklaren. Daarnaast vordert de officier van justitie een bedrag van € 825.714,- verbeurd te verklaren, zodat verdachte dit niet in beslag genomen bedrag vervolgens zal moeten uitleveren op grond van 34 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

8.2.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd om ingeval van een bewezenverklaring rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte zelf slachtoffer is en niet de grote baas. De in de tenlastelegging genoemde geldbedragen zijn niet aan verdachte ten goede gekomen. Daarnaast is verdachte niet onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk feit, heeft hij een jong gezin en is hij pas getrouwd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen, het feitelijk leiding geven aan het onjuist of niet doen van omzetbelasting en het niet betalen daarvan. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en kan een ontwrichtende werking hebben op de samenleving. Daarnaast heeft verdachte aanzienlijke bedragen buiten het zicht van de Belastingdienst gehouden. Het kan niet anders dan dat verdachte zich bij dit alles enkel heeft laten drijven door winstbejag, zulks ten koste van de samenleving.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het strafblad van verdachte van 11 september 2018 waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaren niet onherroepelijk is veroordeeld.

Het benadelingsbedrag dat verdachte heeft veroorzaakt door het plegen van bovengenoemde feiten bedraagt € 1,3 miljoen. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Hier is voor fraudezaken opgenomen dat bij een benadelingsbedrag van 1 miljoen euro of meer, een gevangenisstraf in een bandbreedte van 24 maanden tot het strafmaximum passend is.

Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat de door het Openbaar Ministerie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden is.

9 Beslag

Onder verdachte is een biljet van € 500,- in beslag genomen.

Het geld behoort aan verdachte toe. Nu het ervoor moet worden gehouden dat dit geld geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het bewezen geachte is verkregen, wordt dit geld verbeurdverklaard.

De officier van justitie heeft eveneens verzocht om een – niet in beslag genomen – bedrag van € 825.714,- verbeurd te verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank staat het zonder nadere onderbouwing onvoldoende vast dat verdachte dat geldbedrag op dit moment heeft en dat hij dat geldbedrag geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden. Gelet op het bepaalde in artikel 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht is dit geldbedrag daarom niet vatbaar voor verbeurdverklaring.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 51, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 en 69a Algemene wet inzake rijksbelastingen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart het onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

gewoontewitwassen

Ten aanzien van feiten 2 primair en 4 primair

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

Ten aanzien van feiten 5 primair en 7 primair

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

Ten aanzien van feit 6 primair

opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn betalen, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

- 500 Euro

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.M. van Dijk, voorzitter,

mrs. F.W. Pieters en A.C.J. Klaver, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.M. Nieuwenhuijs griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 oktober 2018.

1 Waar hierna wordt verwezen naar de bewijsmiddelen betreft dit telkens processtukken, behorende bij het dossier tegen verdachte. Waar in de hierna volgende voetnoten wordt verwezen naar de processtukken- ‘V’, betreft dit telkens een door de daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) in de wettelijke vorm op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 3 Sv, telkens inhoudende de verklaring van verdachte;- ‘D’, betreft dit telkens een ander geschrift als bedoeld in artikel 344 onder 5 Sv;- ‘AMB’, betreft dit telkens het door de daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) in de wettelijke vorm op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van ambtshandeling;- ‘G’, betreft dit telkens een door de daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en) in de wettelijke vorm op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige. Deze bewijsmiddelen ‘V’, ‘D’,‘AMB’ en ‘G’ zijn telkens opgenomen als bijlage bij het proces-verbaal van de FIOD met dossiernummer 60965.

2 DOC-007.

3 DOC-010.

4 G-003-01

5 AMB-016 en AMB-027.

6 G-011-01.

7 G-014-01.

8 AMB-027 en DOC-131.

9 DOC-001.

10 G-008-01.

11 DOC-019-01.

12 DOC-024.

13 G-001-01 en G-003-01.

14 DOC-057, p. 1089 ev, DOC-129, p. 1398.

15 DOC-17 en DOC-057.

16 DOC-057 en DOC-054.

17 DOC-053 en G-005-01

18 DOC-054, p. 1429 en DOC-144.

19 [naam 3] is net als verdachte subject in het politieonderzoek naar witwassen van € 55.000,- met kenmerk PL1300-2017181244. Verdachte is door de politie gehoord en verklaarde dat het geld afkomstig is van zijn baas genaamd [naam 3] .

20 DOC-144, p. 1429.

21 DOC-079/089 en AMB-015.

22 DOC-057 en DOC-024.

23 AMB-027 en DOC-129.

24 DOC-129/131.

25 DOC-008, DOC-011, AMB-028.

26 DOC-030/31, DOC-041/042,DOC-105g DOC-034-038, DOC-105a/l, DOC-105b/c, DOC-105f, DOC-105h en i, DOC-105j, DOC-105k, DOC-105m, AMB-028 en DOC-060.

27 G-001-01, G002-01.

28 DOC-049.

29 DOC-008, DOC-011.

30 DOC-049.

31 DOC-030/31, DOC-041/042,DOC-105g DOC-034-038, DOC-105a/l, DOC-105b/c, DOC-105f, DOC-105h en i, DOC-105j, DOC-105k, DOC-105m, AMB-028 en DOC-060.

32 DOC-059.

33 DOC-011, p. 722.

34 DOC-011.

35 DOC-003.

36 Verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 18 september 2018 rc nummer 18/1141.

37 AMB- 027, AMB-037 en AMB-016.

38 G-009-01.

39 DOC-121 en DOC-122, p. 1368 ev , AMB-022, p. 167.

40 G-010-01 en AMB-004-01

41 G-011 p. 443 e.v.

42 DOC-009 en DOC-012, p. 720 e.v.

43 DOC-009, p. 712.

44 AMB-024 en DOC-125.

45 DOC-014.

46 G-007, p. 414 e.v.

47 DOC-018 en de verklaring van [naam 5] bij de rechter-commissaris d.d. 18 september 2018 met rc nummer 18/1141.

48 AMB-016.